Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 337
AD VALVAS — 16 MAART 1984
Chemiewinkel presenteert rapport
Grachtenslib vervuilt Nieuwe Meer De actiegroep „De Oeverlanden blijven" kan zich sinds enkele dagen wapenen met een nieuw onderzoeksrapport over het Nieuwe Meer. Afgelopen maandag namelijk presenteerden twee scheikundestudenten van de VU hun bevindingen over de aanwezigheid van zware metalen en zogeheten pak-verbindingen in dit meer. Belangrijkste conclusie van dit onderzoek: het slib afkomstig uit de hoofdstedelijke grachten, blijft hoogstwaarschijnlijk niet liggen op de plek waar het gestort wordt, maar verspreidt zich over heel het meer. Kwa belangstelling voor de milieukundige situatie stond het Nieuwe Meer, gelegen ten noorden van het Amsterdamse Bos en - vermits men goed kan gooien op steenworpsafstand van de VU, altijd wat in de schaduw van de aandacht voor de problemen van vervuiling van bij voorbeeld Volgermeerpolder en Diemerzeedijk. Begrijpelijk, want de directe omgeving van het meer is dun bevolkt. In de buurt ervan bevindt zich slechts een volkstuinencomplex en a a n de boorden van het meer plegen enkel motorcrossers h u n vertier te zoeken. Maar vooral door toedoen van de actiegroep „De Oeverlanden blijven" (De Oeverlanden is floristisch gezien een uniek natuurgebied: er komen zeker 270 plantesoorten voor, waarvan 25 zeldzaam) is het meer de laatste tijd stevig in de publiciteit geweest. In een kort geding eiste de actiegroep dat de gemeente Amsterdam stopt met stortingen van grachtenbagger in het Nieuwe Meer. De bagger, per jaar zo'n 80 tot 100 duizend kubieke meter, is volgens de actiegroep zó vervuild dat men het gerust chemisch afval kan noemen. Er komen hoge concentraties zware metalen, minerale oliën en kankerverwekkende polycyclische aromatische koolwaterstoffen (zgn. pak-verbindingen) in voor. De actiegroep kreeg in het kort geding niet haar sin. De gemeente heeft weliswaar geen vergunning voor de stortingen, maar zij moet het spul toch ergens kwijt en er zijn geen bruikbare alternatieven, zo oordeelde de rechter. De actiegroep gaat n u proberen in hoger beroep haar recht te halen.
Wim Crezee vendien was het nodig het Nieuwe Meer te ontdiepen, want anders zou er te veel boezemwater n a a r de veel lager gelegen Haarlemraermeerpolder vloeien, zo redeneerde men. Het meer is overigens momenteel nog altijd m a a r liefst 30 meter diep. Maarten de Hoog en Jos van der Schot, beiden achtstejaars scheikunde, hebben op verzoek van de actiegroep en onder verantwoordelijkheid van de vorig jaar geïnstalleerde chemiewinkel, onderzoek gedaan n a a r het Nieuwe Meer. Met behulp van een slibhapper zijn monsters genomen en geanalyseerd op de aanwezigheid
van giftige stoffen. Gezien eerdere onderzoekingen zijn de resultaten niet onverwacht. In 1983 deed het Gemeentelijk Centraal Miheulaboratorium (GCML) ook al onderzoek n a a r het slib en kwam tot vergelijkbare en even verontrustende cijfers. Tot verbazing van de actiegroep werden er uit dit onderzoek geen conclusies getrokken: de stortingen gingen gewoon door. De leiding van het gemeentelijk laboratorium wilde kennelijk niet al te hard ingaan tegen h a a r werkgever, vermoedt Jos. Bovendien eisen, zoals gezegd, de dioxine-vervuilingen van de Volgermeerpolder en de Diemerzeedijk alle aandacht op.
Jos: „Kennelijk wervelt het grachtenslib het hele meer rond. Een andere verklaring is dat het storten niet zorgvuldig gebeurt: soms worden de onderkleppen van de baggervaartuigen al halverwege het meer opengedraaid." Een andere aanwijzing dat het grachtensUb de oorzaak van de vervuiling is, is het feit dat in de Sloterplas de concentraties zware metalen en pak-verbindingen gemiddeld tien maal lager zijn. De Sloterplas lijkt in veel opzichten op het Nieuwe Meer (ook ontstaan door zandaf gravingen in de jaren vijftig), m a a r is gevrijwaard van grachtenslibstortingen.
Toch heeft het chemiewinkel-onderzoek een nieuw resultaat opgeleverd. Door monsters op verschillende plaatsen te nemen, werd duidelijk dat het grachtensUb niet aUeen de plaats van storting vervuilt, maar ook andere gedeelten van het meer. Zo vonden de twee scheikundestudenten bij de zuidoever hoge concentraties pak-verbindingen en zware metalen (zink, cadmium en lood) en wel in dezelfde verhoudingen als bij de stortplaats bü de noordoever.
Het grachtenslib is onder andere vei^uild vanwege het autoverkeer: uitlaatgassen hechten zich a a n vaste deeltjes in de lucht, bij regen worden ze neergeslagen en spoelen via open riolering de gracht in. Het in de grachten aangetroffen zink is afkomstig van door zure regen oplossende dakgoten. De stoffen in kwestie lossen slecht op in water, zakken n a a r de bodem en vermengen zich met het slib. Een andere bron van vervuiling zijn de directe lozingen van bij-
Lozingen
Monsters Het Nieuwe Meer is ontstaan in het begin van de jaren vijftig. Er werd toen op die plek op grote schaal zand afgegraven ten behoeve van de bouw van de westelijke tuinsteden. Het meer kwam de gemeente goed van pas: vanaf 1956 tot heden stort de gemeente het slib van de grachten erin. Bo-
Jaarlijks saht honderdduisend Oeverlanden.
ton grachtenslib naar de bodem van het Nieuwe Meer. Op de achtergrond de foto: Bram de Hollander)
voorbeeld garagebedrijfjes. Zo bevat het slib van de Da Costagracht in oud-west een dusdanig hoge concentratie lood dat, geredeneerd volgens ministeriële normen, eigenlijk sanering noodzakelijk is (een hoge concentratie lood in het bloed tast het centrale zenuwstelsel aan en brengt bij kinderen leermoeilijkheden teweeg). Nu zal niemand het in z'n hoofd halen voor de lol een duik in deze gracht te maken. Anders ligt dat voor het Nieuwe Meer. Dat staat bekent als n a t u u r - en recreatiegebied. De actiegroep „De Oeverlanden blijven" ziet zich in h a a r strijd tegen de gemeentelijke autoriteiten dan ook gesteund door watersporters. Vooral in de zomermaanden moeten bijvoorbeeld plankzeilers eerst een laag algen in h e t ' jachthaventje van het Nieuwe Meer doorklieven voordat zü h u n geliefde sport kunnen beoefenen. De algengroei, die door de wind in noord-oostelijke richting bijeen gedreven wordt tot een rottende soep, wordt veroorzaakt door een te hoge concentratie fosfaat in het meer.
C-norm Bij welke concentratie van een bepaalde stof is er sprake van gevaar voor mens en milieu? Wanneer is het noodzakelijk dat de overheid tot actie overgaat? Deze vragen zijn n a de vele bodemvervuilingsaffaires, met Lekkerkerk als trekker van de publieke opinie, actueel geworden. God schiep de aarde in zes dagen, maar dezelfde tijdspanne is te krap om de vervuilde gronden van Nederland weer af te graven. Om prioriteiten vast te stellen in het opruimingsbeleid heeft het toenmalige Ministerie van volksgezondheid en milieuhygiëne een toetsingskader opgesteld. In dit kader geldt dat bij overschrijding van de zgn. C-norm de verantwoordelijke overheden beslist moeten ingrijpen. Nu blijkt dat de concentraties van pak-verbindingen en zware metalen vaak maar net onder de C-waarde blijven, grijpt de gemeente Amsterdam het toetsingskader juist aan om de stortingen te verantwoorden. Een oneigenlijk gebruik van ministeriële normen, vindt Jos. De geldverslindende saneringsoperaties van vervuilde grond die momenteel in den lande plaatsvinden, zijn voor een gedeelte te verklaren uit onkunde die men in het verleden had ten aanzien van bepaalde stoffen. Met de stortingen in het Nieuwe Meer ligt dat volgens Jos anders: „De gemeente weet nu wèl om welke stoffen het gaat. Bovendien zijn er technisch gezien mogelijkheden voor zuive- " ring en opslag van het grachtenslib. Toch schuift ze de problemen voor zich uit. Exploitatie van de toekomst heet dat."
Progressieve studenten:
WWO '84 haalt universitaire democratie onderuit De plannen in de Wet op het Wetenschappelijk Onderwijs 1984 (WWO '84) brengen de democratische besluitvorming op de universiteiten terug tot een wassen neus. . Dit zal hoogst nadelige gevolgen hebben voor het onderwijs en het onderzoek aan de universiteiten. Dit zeggen studenten in een concept motie die ze hebben opgesteld in een reactie op de WWO '84. De progressieve studentenfracties van de verschillende universiteits- en hogeschoolraden formuleerden eind februari in een landelijke bijeenkomst een reactie op de plannen van de regering in de nieuwe wet. De wet beoogt nogal wat verande-
ringen in de bestuursstructuur van de universiteiten. Doelmatigheid van de organisatie en waarborgen van onderwijs en onderzoek staan hoog in de vaandels van de bewindslieden. Zij willen de bestuursstructuur afslanken bijvoorbeeld het CvB van 5 n a a r 3 personen, de UB van 40 n a a r maximaal 25 leden en verantwoordelijkheden van de gekozen raden n a a r besturen overbrengen. Hierdoor vermindert de democratie. De doelen van de wet zullen met de voorgestelde maatregelen niet worden bereikt, vinden de studenten. Den Haag vindt dat er bij een democratische bestuursvorm tijd verloren gaat omdat eerst met alle betrokkenen overleg gevoerd moet worden en een redelijke mate van consensus bereikt moet zijn over de wenselijkheid van een maatregel. Bij een centralistische bestuursvorm is dat niet het geval en daarom willen de bewindslieden het bestuursapparaat afslanken, zodat de besluitvorming efficiënter wordt.
De studenten zetten hier tegenover dat het voordeel van een democratisch genomen besluit is dat zo'n maatregel makkelijker doorgevoerd kan worden omdat er consensus over bestaat. De „verloren" tijd wordt op die manier weer ingehaald. Uitgaande van het democratisch grondbeginsel dat iedereen zoveel mogelijk in staat moet worden gesteld zijn of h a a r levens/werksituatie in te richten pleiten de studenten juist voor een uitbouw van de in 1971 gestarte democratisering. In de huidige voorstellen wordt de inbreng van studenten en niet wetenschappelijk personeel verkleind doordat die twee groepen verdwijnen uit de vakgroepen en een minderheidspositie in gaan nemen in de faculteits- en uni' versiteitsraden. „De onafhankelijke wetenschappers die waardevrije wetenschap bedrijven in de universitaire ivoren toren krijgen h u n positie (deels) weer terug," schrijven de studenten, z y vinden de wet on-
democratisch en doorvoering ervan zou de verworven democratisering verder doen afkalven. De progressieve studenten vrezen ook dat een verzwakking van het onderwijs zal optreden als er onderzoeksinstituten ingesteld worden die bestuurlijk vrijwel onafhankelijk kunnen functioneren. D a t zou ondemocratisch zijn en bovendien vindt er een scheiding plaats van onderwijs en onderzoek. Daarmee is het wetenschappelijk onderwijs niet gebaat, een goede binding met het onderzoek is juist noodzakelijk, aldus de studenten. Omdat studenten verdwijnen uit de vakgroepen en slechts beperkte zeggenschap hebben in de onderwijscommissies heeft de wetgever een nieuwe commissie verzonnen: de studierichtingscommissie. Hierin hebben studenten de meerderheid, maar de commissie mag slechts adviseren. Een echt zoethoudertje dus. Alles te zamen wordt het bestuur sterk gecentraliseerd door de WWO '84. Dat is ondemocratisch
en houdt een verzwakking in van de zeggenschap van studenten en niet-wetenschappelijk personeel. De concept motie die werd opgesteld, wordt aanstaande zaterdag omgezet in een definitieve motie, aangepast aan de situatie van elke afzonderlijke universiteit en hogeschool. De motie wordt in de eerstvolgende universiteitsraadsvergadering ingediend (voor de VU op 27 maart) zodat die nog voor 2 april (sluitingsdatum voor schriftelijke vragen in de Tweede Kamer) in de Tweede Kamer kan zijn. De studenten praten zaterdag ook over mogelijke acties als reactie op de WWO '84. Er wordt aan gedacht om gedurende een maand uit de universiteitsraad te stappen en in die tijd de WWO in de publiciteit te brengen. Het is de bedoeling het publiek, de studenten, de universiteiten en organisaties als vakbonden erop te wijzen welke gevolgen invoering van de WWO '84 heeft voor de universitaire democratie. (P-V.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983
Ad Valvas | 510 Pagina's