Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 283

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 283

9 minuten leestijd

AD VALVAS — 17 FEBRUARI 1984

Wetenschapswinkel: vragen genoeg, onderzoekers te weinig Vooral vrouwengroepen, buurt- en wijkorganisaties en milieugroeperingen hebben de toegang tot de wetenschapswinkel van de VU gevonden. Aan de mogelijkheden tot het „plaatsen" van vragen bij onderzoekers aan de VU schort echter nog wel het een en ander. Dat blijkt uit het onlangs uitgekomen eerste jaarverslag van de wetenschapswinkel. Afgelopen week is, gerekend vanaf de officiële opening in september '82, de honderdste vraag bij de wetenschapswinkel binnen gekomen. De vraag is afkomstig van een buurthuis dat de taalachterstand van schoolgaande kinderen onderzocht wil zien. Met de onderzoeksresultaten wil men een op de b u u r t afgestemd verbeteringsprogramma ontwikkelen. Het is een willekeurig voorbeeld van een vraag waar de wetenschapswinkel iets mee 'kan'. Dat is echter niet altijd het geval, blijkt uit het jaarverslag. Soms krijgt de winkel te maken met „ik-sou^wel-eens-willerir-wetenvragen": „Wie bepaalt de voorkeurspelling?", „Wat is de invloed van TV op het aantal persoonlijke relaties?" en „Wat is de maatschappelijke betekenis van humor?" De laatste vraag, afkomstig van het werkelijk bestaande Nationaal 1 april-genootschap, is overigens wel beantwoord. Na inschakeling van een bibliotheekmedewerkster kon het genootschap een heuse lijst met sociologische publicaties tegemoet zien. Maar de meeste vragen zijn zinvol en bieden studenten gelegenheid zich met een maatschappelijk relevant onderzoek bezig te houden. 2k) wijdt een poUticologie-student zijn stage en scriptie aan een vraag van de Stichting VN-jaar van de sancties tegen Zuid-Afrika. En een groep bedrijfseconomen geeft de Vereniging van slechthorenden steun bij het streven n a a r een sterkere positie tegenover het monopolie van importeurs en detailhandelaren in de hoorapparatenbranche. Veel vragen zijn afkomstig van vrouwenorganisaties, het buurten clubhuiswezen en groeperingen die zich bezig houden met milieuproblemen. Opvallend is dat veel organisaties vragen hebben op het terrein van het vrijwilligerswerk. Daarover blijken nog veel twijfels en onduidelijkheden te bestaan. Met name bij het oplossen van de vraag hoe dat werk organisatorisch en juridisch geregeld kan worden, vraagt men wetenschappelijke bijstand.

Wim Crezee Toch blijken vragenstellers soms een nogal traditioneel beeld van de wetenschap te hebben. „De universiteit, die heeft de waarheid in pacht, die presenteert eenduidige antwoorden." „Als mensen met een dergelijke opvatting de wetenschapswinkel benaderen, wijs ik ze erop dat h u n eigen kennis en ervaring zeker zo belangrijk is", zegt Ingrid RiphOrgen van de wetenschapswinkel. Overigens komt ook de omgekeerde houding voor. Zo vond de FNVvrouwenbond op een gegeven moment dat een onderzoeker, die via de wetenschapswinkel aan de slag was gegaan, te weinig kaas had gegeten van feministische theorievorming. Gerard van Westrienen, als dienstweigeraar gestationeerd bij de wetenschapswinkel: „Dat gaf spanningen en daarin moet je als wetenschapswinkel bemiddelen. Zo'n spanning hoeft niet slecht te zijn: de onderzoeker kan daardoor tegen bepaalde dingen wat anders gaan aankijken."^

Kansarmen Het onderzoek dat via de wetenschapswinkel verricht wordt, wordt doorgaans gedefinieerd als onderzoek voor kansarmen. De betekenis van dat begrip is echter voortdurend aan verandering onderhevig. Vroeger dacht men daarbij aan groepen mensen die zich aan de „onderkant van de samenleving" plegen op te houden en te weinig kennis en macht bezitten daarin verandering te brengen. Tegenwoordig kijkt de wetenschapswinkel niet vreemd op als er een vraag binnen komt van werkloze academici die bijvoorbeeld een welzijnscollectief op poten hebben gezet en h u n werkwijze en organisatie geëvalueerd willen zien. Ingrid: „We komen steeds meer tot de conclusie dat je niet van te voren een eenduidig lijstje met criteria van 'kansarm' kan opstellen. We bekijken pep vraag of ze past binnen de doelstelling van

Winkels boos op Deetman De gezamenlijke wetenschapswinkels in Nederland zijn behoorlijk ontevreden over het beleid dat minister Deetman voert ten aanzien van het onderzoek voor kansarme groepen. De bewindsm a n spreekt weliswaar mooie woorden over deze vorm van onderzoek, maar financiële consequenties trekt hij daar niet uit. De wetenschapswinkels hebben deae kritiek onlangs geuit in een brief aan de minister. Deze had afgelopen zomer toegezegd dat hij richtlijnen a a n de universiteiten zou geven voor een minimale personeelsomvang per winkel, maar, zo schrijven de winkels, daarbij heeft hij „volstrekt in het midden gelaten waar deze middelen vandaan moeten komen". Wanneer Deetman niet alsnog garanties voor deze minimum-formaties geeft, dan zijn deze winkels overgeleverd aan de luimen van de eigen instelling, zo vrezen ze. Bovendien vinden ze dat Deetman maatregelen moet nemen om het winkelwerk veilig te stellen, nu onderwijs en onderzoek steeds strakker geprogrammeerd worden en er weinig ruimte overblijft voor het lossere onderzoekswerk voor de winkels. Zo zouden de onderwijsprogramma's van de faculteiten getoetst moeten worden op de mogelijkheden die de studenten bieden om voor wetenschapswinkels te werken.

de wetenschapswinkel." Overigens blijft de algemene discussie over wat n u precies onder kansarmen verstaan moet worden van belang, want het antwoord er op bepaalt de bestaansgrond van de wetenschapswinkel. Zo proberen ook de her en der opgerichte transferpunten bruggen te slaan tussen universiteit en maatschappij, m a a r deze bemiddelingsinstanties zijn duidelijk commerciëler gericht. Het blijkt dat de grenzen tussen de activiteiten van deze transferpunten en de wetenschapswinkels nogal vloeiend zijn. Wat bijvoorbeeld te doen met vragen van alternatieve, milieuvriendelijke

Medische fotografie Van 20 februari tot en met 2 maart exposeert de wereldberoemde Zweedse fotograaf Lennart Nilsson in het Hoofdgebouw van de Vrije Universiteit. Lennart Nilsson is niet so maar een fotograaf; over de gehele wereld is in televisieprogramma's aandacht besteed aan sijn baanbrekende opnametechnieken. Zo werd onlangs nog op de televisie de door hem gemaakte film „Het Wonder van het Leven" uitgesonden, waarin de bevruchting van de eicel en die ontwikkeling van het embryo werd getoond. Dese expositie „Medische Fotografie" geeft met opnamen van een hoog artistiek niveau een blik in het binnenste van het menselijk lichaam. Het gaat daarbij met name om het hart, de hersenen, de nieren en de bloedvaten en de beschadigingen, die daarin kunnen worden aangericht. Er sijn vergrotingen bij tot 85.000 maal de oorspronkelijke grootte. De beelden, die Lennart Nilsson ons toont, roepen ons op het hartvaatlijden serieus te nemen en alle mogelijkheden om dese siekte te voorkomen en te behandelen so optimaal mogélijK te benutten. In totaal sijn er 45 unieke opnamen te sien. Onder de foto's is een uitvoerige Nederlandse tekst aangebracht, die ook voor niét-medici begrijpelijk is. Tevens is er tegen de kostprijs van f 2,50 een expositie-brochure verkrijgbaar, waarin de tekst en de foto's sijn opgenomen. De foto's vormen een schokkende getuigenis van de manier, waarop mensen hun eigen lichaam door roken en verkeerde voedings- en leefgewoonten te gronde kunnen richten. Daarnaast tonen se de toeschouwer, dat de schoonheid van de siekelijke veranderingen in het lichaam, nauwelijks onderdoet voor die van de gesonde vorm. De tentoonstelling is tot stand gekomen door een samenwerking van de Nederlandse Hartstichting, de Zweedse Ambassade en de afdeling Postgraduate Medical Services van Boehringer Ingelheim. De expositie is op initiatief van Professor Roos van de afdeling Cardiologie, Academisch Ziekenhuis der Vrije Universiteit naar het Hoofdgebouw VU gehaald ter gelegenheid van de opening van de volledig nieuw ingerichte afdeling Hartbewaking. Nadere inlichtingen bij: Secretariaat Cardiologie, AcadcTnisch Ziekenhuis Vrije Universiteit, telefoon: 020-5483444. Op de foto: Nier van een volwassene met hoge bloeddruk: verschrompeld, vol littekens en met links een cyste.

bedrijfjes? Aan de ene kant moeten ook deze bedrijfjes h u n commerciële positie niet uit het oog verliezen. Aan de andere kant, zegt Gerard, valt er veel voor te zeggen ze als klant van de wetenschapswinkel te accepteren: „Ze houden er immers een niet-gevestigde wijze van werken op na: ze zijn kleinschaUg, hebben een democratische organisatiestruct u u r en het doel van de productie is niet primair het maken van winst." Niet alleen de afzender, maar ook de soort vraag is van belang. Ingrid: „Laatst kregen we een vraag in de t r a n t van 'Hoe kunnen wij op een wetenschappelijk verantwoorde manier meer klanten n a a r binnen sluizen?' Die vraag kwam van een cultureel centrum met een restaurantje. Een zeer ideële instelling hoor, maar het zijn niet de vragen waar we op zitten te wachten."

Boekenkast Al met al is de wetenschapswinkel redelijk tevreden over de contacten met „de maatschappij". De vragenportefeulUe is goed gevuld en er werden het afgelopen j a a r groepen bereikt die nog niet eerder van de winkel gehoord hadden. Moeizamer verloopt het met het onderbrengen van de vragen bij vu-onderzoekers. Het meeste onderzoek wordt verricht door studenten. Docenten kunnen of willen zich vaak alleen bezig houden met zogenaamde encyclopedische vragen: hij of zij snuffelt een halve dag in de boekenkast en for-

muleert op een A-4'tje het antwoord. Niet ongegrijpelijk, want door het systeem van voorwaardelijke financiering hebben docenten weinig vrij besteedbare onderzoekstijd. „Het feit dat wetenschappers moeilijk te interesseren zijn voor onderzoek ten behoeve van de wetenschapswinkel is dus niet speciaal een VU-mankement," benadrukt Ingrid. „We spiegelen ons misschien teveel aan de wetenschapswinkel van de UvA; die winkel heeft een lange traditie. En misschien zijn de lopende onderzoeksprogramma's van de UvA geschikter om er de vragen van de wetenschapswinkel in te passen." Een tweede knelpunt vormen de matig draaiende facultaire wetenschapswinkels bij biologie, scheikunde en geneeskunde. Ze zijn weliswaar bijna of sinds enige tijd formeel door de faculteit erkend, maar een budget is er niet en de vordering van het werk is grotendeels afhankelijk van de inzet van vrijwilligers. Vaak zijn dat studenten die voor h u n werk by de winkel geen compensatie, dispensatie of studiepunten krijgen. De gevolgen daarvan zijn duidelijk: de winkels zijn moeilijk bereikbaar en de productie is, mede door gebrek aan steun en medewerking van de faculteiten, gering. „De centrale, coördinerende taak ten opzichte van facultaire winkels kreeg het afgelopen jaar dan ook weinig handen en voeten, de functieaanduiding 'coördinator' ten spijt," stelt het jaarverslag somber vast.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 283

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's