Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 177

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 177

10 minuten leestijd

AD VALVAS — 2 DECEMBER 1983

7

Dr. J. C. Netelenbos, voorzitter van revalidatie-project van VU:

'Stoppen Vietnam-stagiaireproject voor revalidatie zou rampzalig zijn' Op de Nederlandse universiteiten en hogescholen is met boosheid en teleurstelling gereageerd op de plannen van minister Schoo om de universitaire samenwerkingsprojecten met Vietnam stop te zetten.. Ook het door de VU behartigde revalidatie-onderdeel van het interuniversitaire stagiaireproject zou nu gevaar kunnen lopen. Een rampzalige ontwikkeling, meent voorzitter Netelbos van het revalidatie-project van de VU. Minister Schoo van ontwikkelingssamenwerking vindt dat hulp aan een land als Vietnam de positie van de regering daar niet mag versterken en dat de hulp ten goede moet komen aan groepen van de bevolking, die in acute nood verkeren. De universitaire samenwerkingsprojecten voldoen niet aan die normen, vindt zij. Sinds 1979 heeft de Nederlandse regering 4.3 miljoen in deze projecten gestoken. Voor de tweede fase tot '86 zou zeven miljoen nodig zijn. Lopende projecten moeten nu binnen twee jaar beëindigd worden. Nieuwe projecten zullen niet meer met overheidssteun gefinancierd worden,. Bij deze projecten gaat het onder meer om de toepassing van biogas (afvalstoffen omzetten in methaangas), onderzoek voor een betere voedselvoorziening, onderwijs in revalidatie en andere medische disciplines (het stagiaireproject). Met haar stap voert de minister voor het eerst plannen uit die ze aankondigt in h a a r notitie „Grenzen aan de humanitaire hulp". Deze notie wordt komende donderdag in de Kamercommissie Ontwikkelingssamenwerking besproken. Het stellen van die grenzen heeft te maken met de kritiek die bestaat op de situatie van de mensenrechten in Vietnam. Bovendien met de aanwezigheid van Vietnam in de buurlanden Cambodja en Laos. Het' gaat hier in feite om een slepende kwestie. Voorgangers van minister Schoo hebben de hulp aan Vietnam al eerder om die redenen ter diskussie gesteld.

hele medische situatie trouwens. En dat terwijl er enorm veel oorlogsslachtoffers zijn." Dat de hulp regime-bevestigend zou zijn vindt Van der Horst een ondeugdelijk argument. De projecten zijn vrij gering van financiële omvang en er zijn net zo goed universitaire projecten in landen als de Filippijnen en Indonesië. Maar dan hoor je nooit iets van de regering. De Nuffic wijst er verder op, dat dit soort univer-

Jaap Kamerling De directeur van Nuffic, het coördinatieorgaan van de Nederlandse universiteiten op het gebied van ontwikkelingssamenwerking, Gerard van der Horst zei vorige week voor de IKON-radio deze plotselinge koerswijziging van de minister niet te begrijpen. Er zijn namelijk geen nieuwe politieke feiten. Waarom moeten dan n u opeens deze projecten (die door de voorganger van minister Schoo de heer Van Dijk werden gesubsidieerd Red) worden afgebouwd. De bootvluchteUngenkwestie, zegt Van der Horst, is weggebd, de zaak met Cambodja wordt langzamerhand beter en zelfs Amnesty International geeft aan, dat het op het ogenblik met de mensenrechten wat beter is gesteld. Bovendien is er een opening gekomen in de betrekkingen tussen Vietnam en een land als Indonesië, m.a.w. de zaak ontdooit zich wat. Het argument van de mensenrechten (volgens berichten zouden dwangarbeiders worden ingeschakeld bij Nederlandse projecten in het door Vietnam gedomineerde Laos) vindt Van der Horst hier niet terecht. De Tweede Kamer heeft destijds uitgesproken dat veronachtzaming van mensenrechten niet mag leiden tot stopzetting van hulpverlening. Minister Schoo is n u bezig de mensenrechten te misbruiken en daarmee op den duur juist de mensen aan de onderkant van de samenleving te benadelen.

Gamma-onderzoek moet zich bewijzen in nieuwe superinstituten De sociale wetenschappen zijn de afgelopen decennia enorm gegroeid, maar samenleving noch wetenschap hebben daar genoeg profijt van gehad. Dat vindt het ministerie van onderwijs en wetenschappen, dat het onderzoek in deze sektor voor 95 procent betaalt. Als het aan het ministerie ligt, wordt het sociaal-wetenschappelijk onderzoek op de universiteiten losgemaakt van de vakgroepen en het onderwijs en ondergebracht in zogenaamde „fakultaire onderzoeksinstituten". Die instituten worden gerund door professoren en wetenschappelijk personeel en krijgen een grote zelfstandigheid. Dit voorstel is neergelegd in de vrijdag 18 november verschenen nota Gedrags- en maatschappijwetenschappen. Een pretentieus werkstuk. „De afgelopen twintig laar", heet het, „hebben de sociale wetenschappen in ons land een explosieve groei doorgemaakt. Daarbij gijn verwachtingen gewekt over wat sij voor ome samenleving kunnen betekenen. Nu staan sij voor de uitdaging die verwachtingen waar te maken." Dat houdt in: „Urgente maatschappelijke problemen analyseren en de oorsaken duiden". De kritiek is niet mals. Het evenwicht tussen onderwijs en onderzoek is zoek. Tussen 1960 en 1970 stegen de studentenaantallen sterk, bij pedagogie zelfs met ruim 700 procent. Het onderzoek kwam daarbij in het gedrang. Is in de alfa- en bètafaculteiten gemiddeld een vijfde van het wetenschappelijk personeel gepromo-

De minister zegt verder dat de projecten niet kloppen met de criteria voor humanitaire hulp. „Daar kan ik erg boos over worden. Natuurlijk is universitaire hulp in enge zin geen humanitaire hulp. Dan denk je meer aan noodgoederen als voedsel en geneesmiddelen. Maar universitaire hulp wil n u juist structureel oplossingen aandragen voor het armoede-probleem." Er zijn bijvoorbeeld projecten die zorgen

veerd, bij pedagogie heeft slechts een negende een doctorstitel. Het onderzoek is bovendien ver'snipperd. Uitbreiding gebeurde liefst, door steeds nieuwe onderzoeksinstituten op te richten, en a a n de universiteiten studierichtingen, vakgroepen en leerstoelen, die allemaal h u n eigen geïsoleerde leven gingen leiden. Tot diepgang kwam het niet meer. Het praktisch gericht onderzoek kan daardoor te weinig bouwen op „kennis uit voorraad". Een veel betere aanpak, stelt het ministerie zich voor, is die waarbij al die verschillende onderzoekseenheden zich samen storten op een overzichtelijk aantal probleemgebieden. Het probleem, niet de vakgroep of studierichting of het onderwijs, is dan uitgangspunt. Daarvoor moet wel het een en ander veranderen binnen de universiteiten. Zo zou het onderzoek voor een be-

CDA-Kamerlid Aarts, voorzitter van de commissie ontwikkelingssamenwerking, vindt dat er niet sprake is van directe leniging van nood en hij wil humanitaire hulp in enge zin definiëren. Het gaat hier bovendien om samenwerking met de Vietnamese overheid en daarin moet je zeer restrictief zijn. Zijn CDA-collega Oualthérie van Wesel die op 8 december CDAwoordvoerder zal zijn, is iets genuanceerder. Voor hem is het niet vanzelfsprekend dat alle projecten beëindigd worden. Van Wesel wil eerst van de minister de effecten van elk project afzonderlijk vernemen alvorens per project een standpunt in te nemen. Voedsel- en gezondheidsprojecten zitten volgens hem op de grens. Als ze ook op korte termijn nood lenigen kun je die moeilijk stoppen. Hü sluit niet uit, dat hij uiteindelijk op de lijn van Schoo uit zal komen mar dat kan hij n u nog niet zeggen. Hij wil eerst de effecten kennen. Van Wesel zei ook de bestaande lijn van oud-minister en partijgenoot Van Dijk te willen voortzetten maar hij stelt zich n u wel opvallend open voor de effect beoordeling door VVD-minister Schoo.

Rolstoelen

De VU werkt behalve aan het stagiaireproject revalidatie ook mee a a n het bekende rolstoelenproject (samen met de TH Eindhoven) en gaat binnenkort een nieuw project starten. Het rolstoelenproject is zo goed als klaar. Er is een aantal prototypes ontwikkeld en het is de bedoeling dat Vietnam n u zelf een productielijn opzet. Dat geeft nogal wat financiële problemen. De VU blijft de zaak begeleiden, het project kan trouwens ook voor andere ontwikkelingslanden zinvol opgezet worden. Eén van de vele oorlogsslachtoffers. voor een betere ontginning van de gronden in verband met de rijstverbouw. Dat is humanitaire hulp op langere termijn. Het stagiaireproject is een voorbeeld van een project dat zowel op de korte als de lange termijn nood lenigt. De VU laat bijvoorbeeld revalidatie-artsen uit Vietnam hier stage lopen om vervolgens bij terugkeer Vietnamezen beter op te leiden voor het revaUdatiewerk én om zelf beter ingezet te worden. Netelbos van geneeskunde a a n de VU: „De revalidatie in Vietnam is ontzettend slecht, de

langrijk deel uit de vakgroep gehaald kunnen worden en ondergebracht in daartoe op te richten zelfstandige onderzoeksinstituten, die rechtstreeks onder de faculteit ressorteren. Daar heersen andere gezagsverhoudingen. Het bestuur, benoemd door de faculteitsraad, bestaat uit wetenschappelijk personeel en heeft een hoogleraar als voorzitter. Dat bestuur mag een zelfstandig onderzoeksmanagement voeren. Het mag onderzoeksprogramma's vaststellen, los van de facultaire richtlijnen en hoeft de faculteitsraad niet om goedkeuring te vragen. Het verdeelt de taken over de onderzoekers, beheert het geld en sluit de kontrakten af. Voordeel van zulke instituten is, dat ze beter aanspreekbaar zijn voor derden en dus meer kontraktresearch zullen aantrekken. De huidige vakgroeps t r u k t u u r is vaak een belemmering. De instituten zullen ook,, verwacht het ministerie, veel van de grote onderzoeksprojekten uit de voorwaardelijke financiering uitvoeren. Aangezien op deze manier het belangrijkste onderzoek op de faculteit geconcentreerd wordt, ligt het voor de hand dat ook de nieuwe generatie onderzoekers, de zogenaamde „assistenten in opleiding", daar terecht komt. Wij gaan deze structuur niet dwingend voorschrijven, zei desgevraagd een hoge ambtenaar van het ministerie. Het al of niet oprichten van onderzoeksinstituten is de verantwoordelijkheid van de universiteitsbesturen. Maar of faculteiten zonder zo'n instituut nog veel aan onderzoek en tweede faseopleidingen zullen

sitaire steun juist gebruikt kan worden om het isolement van Vietnam te doorbreken. Een „kritische dialoog" wordt erdoor aangemoedigd.

Schandelijk

PvdA-Kamerlid Knol vindt het voornemen van de minister schandelijk. Hij herinnert eraan, dat de getroffen projecten dit jaar nog door onafhankelijke deskundigen positief zijn beoordeeld. De VVD steunt zijn eigen minister en het CDA lijkt verdeeld.

overhouden, is de vraag. Bovendien blijkt ook uit het bedrag dat is gereserveerd voor de aanloopkosten: 1,2 miijoen gulden per jaar tot 1987, dat het de overheid ernst is. In de nieuwe Wet op het Wetenschappelijk Onderwijs (WWO '81) komen speciale bepalingen. De gedemocratiseerde bestuursstructuur, die op het moment nog geldt, biedt niet voldoende mogelijkheden. Het ministerie gaat ook, met gepaste terughoudendheid, de instellingen helpen bij de keuze van de probleemgebieden. Het heeft in de organisatie voor Zuiver Wetenschappelijk Onderzoek (ZWO, in de toekomst om te dopen in NWO) de mogelijkheid van gerichte projectsubsidies, en zal daarvan meer gebruik gaan ma-

Daarnaast start er binnenkort met externe financiering door particuliere organisaties een onderzoeksproject op het gebied van de revalidatie. Er wordt speciaal een nieuwe medewerker voor aangesteld. De Vietnamezen kunnen zelf kiezen uit een project voor dwarslaesie-patiënten (kinderen van wie het ruggemerg niet meer in tact is zodat ze niet kunnen lopen of plassen) of een project voor kinderen met hersenbeschadiging, waar niets aan gebeurt. Deze projecten zijn niet afhankelijk van overheidshulp.

ken. Op het moment komen de sociale wetenschappen er bij ZWO bekaaid af. Voor een zestal stimuleringsgebieden wordt nog apart geld uitgetrokken: 1,1 miijoen gulden in 1984, oplopend tot 1,8 miijoen in 1988. Die gebieden zijn: de werkgelegenheidsproblematiek; kwetsbare groepen, zoals buitenlanders, jongeren, ouderen en vrouwen; bevolkingsvraagstukken, zoals vergrijzing van Nederland, en openbaar bestuur. Bovendien kunnen de sociale wetenschappen van dienst zijn by de beoordeling van maatschappelijke en ethische gevolgen van nieuwe technologieën en bij de beoordeling van de effecten van nieuw beleid. (UP. Lin Tabak)

Aangeplakt Zondag 4 december

12.00 uun Amstelkerk, Amstelveld. Studentenekklesia. H u u b Oosterhuis: „De laatste en de voorlaatste vraag".

W o e n s d a g 7 december

20.00 uur: VE 90, Van Eeghenstraat 90. „Christelijk Levensgevoel". Als dat bestaat, wat is het dan? Met Syb de Lange.

D o n d e r d a g 8 december

13.00 uur: VU-hoofdgebouw, Kerkzaal 16e verdieping. Middagpauzedienst. Voorganger: ds. L. A. Boonstra. 18.00 uuK VE 90, Van Eeghenstraat 90. Samen eten, koken en afwassen. Gezelhg voor een gezeUig prijsje. Inl. tel.: 5482668. 20.00 UUK. VE 90, Van Eeghenstraat 90. „Poucault en de macht" een leerhuis door Tim Flesseman, wetensch. medew. subfac. Andragologie UvA.

Vrijdag 9 december 20.30 uur: Waalse kerk. VU-kamerkoor m.m.v. een instrumentaal ensemble olv. Huub Kerstens. Madrigalen van Monteverdi.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 177

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's