Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 339
AD VALVAS — 16 MAART 1984
Stotteraar gebaat bij Doetinchemse methode Kunnen stotteraars van hun handicap afkomen? Niet alleen de ongeveer 150.000 mensen die stotteren in Nederland zullen geïnteresseerd zijn in het antwoord op deze vraag. Ook hun ouders of partners, leerkrachten en logopedisten zullen belangstelling hebben voor het succes dat stottertherapieën oogsten. In de herfst van het vorig jaar richtte de vereniging van stotteraars en ouders van stotterende kinderen een vraag hierover aan de wetenschapswinkel van de VU. Afgelopen zaterdag werden op een bijeenkomst ter gelegenheid van het tienjarig jubileum van de Stichting Stottertherapie Doetinchemse Methode de resultaten van het onderzoek bekend gemaakt. Het onderzoek werd uitgevoerd door Nico Hoogerwerf, student geneeskunde, bij de vakgroep Gedragswetenschappen van de Medische Faculteit. Hij schreef het samen met Wim van Alphen, voorzitter van de Stichting tot Voorlichting over stotteren (S VS) en het rapport „Helpt de Doetinchemse Methode?" In de SVS zijn de voorlichtingsactiviteiten van de vereniging Demosthenes ondergebracht. Het blijkt dat n a behandeling volgens deze methode 80% van de stotteraars beter spreekt. Stotteren wordt tegenwoordig als een complexe zaak beschouwd, die niet alleen door een technische spraak- en ademhalingstraining te genezen is. Ook de psychische belevingswereld achter het stotteren is van groot belang voor de therapie. Het lijkt er op alsof er net zoveel stotteraars als therapieën bestaan. Dit is wat overdreven, want slechts een relatief klein aantal van de stotteraars
Maarten de Hoog heeft een therapie gevolgd. Het onderzoek richtte zich op de zogenaamde ,tDoetinchemse Methode". Deze methode is ontwikkeld door het logopedisten-echtp a a r Schoenaker in zijn oorspronkelijke woonplaats Doetinchem. Zij beschouwen het stotteren als aangeleerd gedrag, waarbij spanning en angst in situaties waar gesproken moet worden, kenmerkend zijn. De behandeling geschiedt in groepen van acht of negen deelnemers per therapeut in vijf behandelingsperioden van vijf dagen. Het onderzoek beperkte zich tot deze methode omdat veel stotteraars en een groot aantal leden van Demosthenes volgens deze therapie zijn behandeld; omdat de methode niet sterk therapeutgebonden is en ze berust op een „breed-spectrum"behandeling. D a t wil zeggen dat de verschillende aspecten, verbonden aan het stotteren, betrokken worden in de behandeling. Ook was dit de enige instelling die zich openstelde voor een onderzoek n a a r de resultaten van de behandeling. De vereni-' ging Demosthenes pleit al jaren voor een „vergelijkend warenonderzoek" n a a r de effecten van de verschillende therapieën om beter te kunnen beoordelen hoe ef-
Elly van Aartsen van de Stichting Stottertherapie Doetinchemse methode kijkt het ondersoeksrapport van Wim van Alphen in. (Foto Bram de Hollander) fectief deze zijn en wie met welke methode het best geholpen wordt. Het is eigenlijk verbazingwekkend dat nu pas, terwijl er al zeer lang stotteraars worden behandeld, onderzoek is verricht n a a r de effecten van deze behandelingen. Hopelijk volgen andere therapie-instellingen dit goede voorbeeld.
Al 22 projecten voor werkloze jongeren die aan de slag willen Een klein jaar nadat voor werkloze schoolverlaters en pas-afgestudeerden de mogelijkheid op de VU werd geopend met behoud van uitkering aan de slag te gaan, heeft de VU 22 projecten ontwikkeld die door de Gemeentelijke Sociale Dienst werden goedgekeurd. Daarvan worden er momenteel acht door vrijwilligers uitgevoerd. De andere veertien wachten nog op gegadigden. De VU moet er zelf de boer voor op, omdat het Gewestelijk Arbeidsbureau voorlopig weinig medewerking meer zal kunnen geven wegens zijn concentratie op arbeidsbemiddeling voor betaalde banen. Een indruk van hoe de praktijk verüep na de totstandkoming van de VUregeling die officieel heet „Voorziening Werkgelegenheid Jongeren". Kort nadat Den Haag handen en voeten had gegeven aan het werken met behoud van uitkering begon men vorig jaar op de VU met het ontwerpen van de regeling. Twee juristen van de dienst Personeelszaken, mr. Marieke Galama-Kuiper en mr. Tineke van Bottenburg, kregen die met medewerking van de Gemeentelijke Sociale Dienst en het Gewestelijk Arbeidsbureau in vrij korte tyd voor elkaar. Eind april '83 kon de praktijk starten, maar dat vergde de nodige aanlooptijd. „Om aan geschikte projecten te komen was en is erg lastig," vertelt ons desgevraagd Ad Dassen. verantwoordelijk personeelsfunctionaris. Volgens de regeling mag een dienst of faculteit namelijk alleen „additionele werkzaamheden" als project aanbieden, wat betekent dat het slechts om werk mag gaan dat anders toch zou blijven liggen. De vraag wat „additioneel" is, is vaak niet eenvoudig te beantwoorden.
Jan van der Veen Werkloze vrijwilligers proberen terecht te laten komen op plaatsen waar je eigenlijk formatie voor beschikbaar moet stellen is natuurlijk uit den boze. De Regionale Toetsingscommissie voor Amsterdam en omliggende gemeenten, die ingediende projecten moet goedkeuren, is terecht enorm beducht voor concurrentievervalsing. De toetsingscommissie bestaat o.a. uit vertegenwoordigers van de gemeentes, werkgevers, vakbonden, GAB en belangengroepen van uitkeringstrekkers. Omdat de kans op afwijzing van projecten groot is, houdt de VU voorbesprekingen met de toetsingscommissie om die zo klein mogelijk te maken, aldus de heer Dassen. De secretaris van de Regionale Toetsingscommissie, de heer A. Beekman, zegt ons desgevraagd
dat de VU tot de allereersten behoorde die met projecten kwam aandragen. „Het is ook n u nog vrij nieuw allemaal, m a a r het gaat n u een beetje draaien. Veel instellingen vragen informatie. Twintig instellingen dienden aanvragen voor goedkeuring van projecten in, waa.rvan vijf werden afgewezen. Momenteel zijn er twintig andere met het voorbereiden van projecten bezig. Het gaat daarbij om zowel overheids- als particuliere instellingen, maar van de laatste alleen nog de nietcommerciële. Het is denkbaar dat ook projecten van commerciële instellingen worden geaccepteerd, maar dat zal moeilijk zijn. De praktijk moet dat echter nog uitwijzen." Bij de Universiteit van Amsterdam is men nog bezig n a te denken of men ook projecten zal gaan indienen. Eind vorig jaar werden de eerste projecten goedgekeurd. Met het huidige aantal van 22 is de limiet nog niet half bereikt, schat Chris Niemyer (Personeelszaken, begroting/formatie). „Als je uitgaat van gemiddeld ƒ250,- onkostenvergoeding per vrijwilliger per maand, zou er ruimte zijn voor ongeveer 50 projecten." December '82 besloot de universiteitsraad ƒ 165.000,- voor de projecten te reserveren. Daarvan moest een stukje af voor een bureaukracht voor halve dagen: mevr. Ida Versteeg, maar het meeste bleef voor de projecten. Om de veertien nog openstaande projecten bekend te maken denkt de dienst Personeelszaken onder meer aan het maken van posters die bij het Gewestelijk Arbeidsbureau en de Gemeentelijke Sociale Diensten zouden kunnen worden opgehangen, zegt de heer Dassen. „Als het nodig is zouden we ook advertenties in streek- en dagbladen kunnen plaatsen. Dat kan echter het nadeel hebben dat we
Voor het onderzoek werd aan 341 mensen die volgens de Doetinchemse methode waren behandeld een enquêteformulier toegestuurd. Het responspercentage van 35 procent is voor een dergelijk onderzoek goed. Er waren drie groepen samengesteld, mensen die 6 jaar geleden met de therapie waren begonnen en twee controeen lawine van reacties krijgen, terwijl we in verhouding daarmee maar weinig hebben aan te bieden." Werkloze schoolverlaters (leeftijdsgrenzen 18-23 jaar) en pasafgestudeerden van HBO en WO (tot 30 jaar) kunnen voor maximaal een jaar voor een project worden ingeschakeld. De VU houdt daarvoor een maximaal 32urige werkweek aan. Aan het eind van de werkperiode kunnen zij een getuigschrift ontvangen. Daarin wordt vermeld wat zij hebben gedaan en welke extra vorming, bijvoorbeeld een typecursus, zij hebben gekregen. De acht die sinds een maand of wat a a n een project bezig zijn hebben wat dat laatste betreft juist een uitnodiging voor een introductiebijeenkomst ontvangen. Dat alles kan h u n mogelijkheden op de arbeidsmarkt vergroten. Wat zeggen zij er zelf van? We vroegen het aan enkelen van hen. Marion van Rijt (22), die een analistenopleiding achter de rug heeft en bij biologie gehaltes van stoffen in boombladeren onderzoekt, vindt dit soort projecten een goede voorziening. „Je bent actief. Anders blijf je toch maar in je bed liggen," zegt zij. „En ik denk dat mijn kans op werk er groter door wordt." Zij vertelt dat zij door blijft solliciteren voor een baan die bij h a a r opleiding past. Zij is blij dat zij momenteel - al is het maar tijdelijk - werk kan doen dat in h a a r lijn ligt. „Je kan wel iets anders gaan doen dan waarvoor je bent opgeleid, zoals bij voorbeeld schoonmaakwerk, m a a r daar schiet je niks mee op, omdat het je kansen niet groter maakt." Jan-Paul Bebelman (24) zit bij antropogenetica als biochemisch analist en assisteert een promovendus bij zijn onderzoek n a a r amylase-genen. Niet het werk waar hij voor is opgeleid, want dat is botanisch analist. „Dit is inderdaad heel wat anders, maar als botanisch analist is het bijzonder moeilijk iets te krijgen," zegt hij. Hij zou wel als biochemisch analist verder willen. „Ik vind dit project een schitterend aanbod. Bij sollicitaties wordt meestal ook n a a r werkervaring gevraagd en die doe ik zo op. Deze
legroepen van mensen die tien dan wel twee jaar geleden waren behandeld. Het stotteren begon voor de meesten tussen het derde en achtste levensjaar. Opmerkelijk is dat 78 procent van de geënquêteerden al eerder therapieën had gevolgd om van het stotteren af te komen. Veel mensen, zo'n negentig procent, blijkt matig tot erg emotioneel bij het stotteren betrokken te zijn. Veertig procent ging in therapie n a gehele of gedeeltelijke aandrang van derden. De meesten ondervonden veel steun van andere stotteraars tijdens de groepstherapie. Vooral voor de mensen die tien jaar geleden werden behandeld geldt dat spreken hen tegenwoordig een stuk makkelijker afgaat. Vrijwel iedereen ondervond ook andere invloeden van de therapie, zo hielden twee personen er een duurzame relatie en één een echtscheiding aan over. Uit het feit dat er weinig gemist werd in de therapie, k a n met recht gesteld worden dat het een breed-spectrum methode is. De behandeling bestaat dan ook uit, onder andere, ontspanningsen ademhalingsoefeningen, lichamelijke oefeningen, spreeken assertiviteitsoefeningen. De behandeling had voor de meesten goede resultaten. Voor alle drie de groepen is de mate van stotteren duidelijk afgenomen en voor de mensen die tien jaar geleden de behandeling volgden ook de frequentie van het stotteren. Hoewel het stotteren door de behandeling niet geheel verdwijnt, ervaart een belangrijk deel het stotteren nu niet meer als problematisch of hinderlijk; ook de emotionele betrokkenheid is afgenomen.
zomer is het twee jaar geleden dat ik met mijn studie klaarkwam. Ik heb allerlei dingen gedaan, maar was daarna een jaar werkloos. Dat bevredigde mij niet en toen kwam dit." Behalve de projectenregeling bestaat aan de VU de al langer geldende regeling Gastvrijheidsverlening. Deze regeling is bestemd voor mensen die h u n kennis of handvaardigheid op peil willen houden na bijv. te zijn ontslagen als gevolg van een reorganisatie. Ook kunnen mensen die een cursus volgen en praktijkervaring willen opdoen via die regeling op de VU aan het werk voor een poosje. Van de regeling kunnen zowel uitkeringsgerechtigden als salaristrekkers gebruik maken. De 14 projecten waarop nog werkloze jongeren kunnen worden geplaatst zijn de volgende: Bewegwijzering Wis- en Natuurkunde (LTS-niveau): Inventarisatie van risicodragende activiteiten en brandpreventievoorzieningen in complex Wis- en Natuurkunde en Medisclie Faculteit (MBO/HBO-werktuigbouwkunde); Opbouwen van technisch tekenarchief van SSHgebouwen/terreinen (MTS/HTS-werktuigbouwkunde): Knelpunten in het recreatief gebruik van waterrijke gebieden (Sociaalgeograaf, ingewerkt in recreatieproblematiek): Onderzoek naar geschiedenis van het Christendom (theoloog of historicus met belangstelling voor kerkgeschiedenis); Voorlopige beschrijvingen maken van ruim 14.000 oudfe drukken op fiches voor VU-bibliotheek (HAVO/VWO); Corpusgebaseerde woordanalyse Middelnederlands/Oud-Nieuwnederlands (neerlandicus of kand.; MOA of -B Ned.); Samenstelling catalogus op basis van reeds verricht bibliografisch werk en reeds verzamelde literatuur (kunsthistoricus): Het Noordnederlandse korte verhaal in periode 1930-1970: opsporen, verzamelen/catalogiseren van recensies (minimaal HBO-niveau): Ordening archief Christelijke Geneeskundigen en Natuurkundigen: archief-inventarisatie, voorlopige beschrijving van archiefbescheiden (Atheneum/Gymnasium, liefst met aanvullende bibliotheek- of archiefopleiding); Ordening historische verzamehng (VWO, HBO met kennis van Ned. protestantisme/belangstelhng daarvoor); Onderzoek „omgaan met normaal functioneren": coderen van huisartsconsulten/analyseren/rubriceren van literatuur (huisarts of psycholoog); Calcium en botstofwisseling: analyse van vitamine D metaboüeten in plasmamonsters mbv hogedruk vloeistofchromatografie en competetieve eiwitbindingsanalyse (HBO of doet. anal, chemie); Economische aspecten van veeteeltontwikkehng in Dominicaanse Republiek: ordenen, verwerken en analyseren van beschikbaar materiaal (econoom, bU voorkeur ontwikkelings-, Spaans kunnende lezen). Met vragen over deze projecten kan men terecht bij mevr. Ida Versteeg, hoofdgebouw VU, kamer lE-60, (dag. tussen 8.30 en 12.30 uur).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983
Ad Valvas | 510 Pagina's