Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 420
AD VALVAS — 4 ME11984
8
Dezer dagen herdenken we de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en vieren we de bevrijding van ons land van de Duitse overheersing. De laatste jaren neemt de belangstelling voor wat er ten tijde van het nationaal-socialisme allemaal gebeurd is toe. Ongetwijfeld heeft dat ook te maken met de toename van allerlei fascistische tendensen van nu, die heel wat mensen (gelukkig) in hevige mate verontrust. Het is dan ook logisch nu Ad Valvas dit jaar op 4 mei uitkomt, eens stil te staan bij de geschiedenis van de VU in oorlogstijd. Niet om direct verbanden te leggen met het verleden, maar wel om te zien hoe de gereformeerde universiteit er in de oorlog voorstond. Hoe keek de gereformeerde zuil, waar de VU een onderdeel van was, tegen het fascisme aan? Met wat voor maatregelen werden de VU-bestuurders geconfronteerd? Hoe was de reactie van studenten? En hoe zat het met het verzet aan de VU? „Dat het Nederlandse volk tijdens de afgelopen oorlog als geheel goed is geweest, is een mythe. Voor de gereformeerde volksgroep, die hoewel met een iets gunstiger verhoudingscijfer, sich aan dese algemene aanklacht niet kan onttrekken, is dit toch een swaarder aanklacht". Aldus Bruins Slot in het Gedenkboek van de Gereformeerde Kerken uit 1949. De redacteur van het in de Tweede Wereldoorlog illegale Trouw gaf daarmee a a n dat het beeld van de gereformeerden die als geheel imm u u n waren gebleken voor fascistische denkbeelden, niet correct is. In de jaren dertig was er geen sprake van een uniforme opvatting over het fascisme, het nationaal-socialisme en de vraag hoe Hitler moest worden gewaardeerd in gereformeerde kring. Tekenend is het gebeuren op een v u - d a g van 5 juU 1933 in Zwolle. Professor Van Schelven verweet daar professor Anne Anema scherper stelling te nemen tegen de „Italiaans-fascistische staatsleer" dan tegen het communisme. Anema moet toen fijntjes opgemerkt hebben: „Dat so scherp positie wordt gekosen tegen het fascisme en veel minder tegen het bolsjewisme, is volkomen verklaarbaar. Want in onsen kring is voor sympathie voor 't bolsjewisme geen grein gevaar, wel voor sympathie voor 't fascisme, waarvan prof. Van Schelven self een voorbeeld is". Veelvuldig is door allerlei fascisten ook een beroep gedaan op Abraham Kuyper. In N.S.B.-brochures als „Het Calvinisme, de N.S.B, en de Geref. Kerken" en „Groen van Prinsterer, Dr. Kuyper en Mussert" werd gesteld dat de N.S.B, de lijn van Groen en Kuyper voortzette, terwijl de leiders van de A.R.P. die erfenis zouden hebben verloochend. Hoewel de fascisten maar een deel van de denkbeelden van Kuyper gebruikten, valt ook niet te ontkennen dat de staatsleer van Kuyper en zijn opvatting over leiderschap niet ver afstonden van de fascistische en nationaal-socialistische denkwereld. Waarmee overigens, voor alle duidelijkheid, niet beweerd mag worden dat Kuyper een fascist was.
Contrast
Hoe moeilijk en tegenstrijdig gereformeerden soms omgingen met het opkomend fascisme blijkt ook uit de woorden van het schoolhoofd van Biggekerk, A. Janse. In 1932 n a m hij nog scherp stelling tegen het fascisme. Maar wanneer Hitler in 1933 a a n de macht komt raakt hij in de knoop. „Maar al is het fascisme dan geen christelijke politiek... 't kan, om in de terminologie van Dr. Kuyper te spreken, ook wel sijn: vrucht van de Gemeene Gratie. En als sodanig souden we het van harte mogen steunen en helpen en er het beste voor soeken. (...) Let wel: de fascistische overheid, dat is nog iets anders dan het fascisme als geestesstroming". Vreemd genoeg staat in schril contrast met het voorafgaande dat tijdens de oorlog verhoudingsgewijs veel gereformeerden in het verzet zaten. Hoe deze 'opstand der gezagsgetrouwen' ver-
Leo Endedyk klaard moet worden valt niet zo één-twee-drie te zeggen. Misschien zit er wel wat in de woorden van een ingezonden stukkenschrijver in de Aantjes serie in Trouw: „In de gereformeerde denkwereld van vóór 1940 was de opinievorming niet primair ge-
De Vrije üniver Eerste oorlogsjaren
Op 10 mei 1940 vallen de Duitsers Nederland binnen, ook voor velen a a n de VU totaal onverwacht. Evenals de meeste onderwijsinrichtingen sluit de VU direct h a a r deuren, maar al spoedig gaat de universiteit weer open en worden de colleges hervat. Het corpsleven, bemoeilijkt door de mobilisatie, hervindt zich weer. In september 1940 wordt gewoon novitiaat gehouden, een maand later wordt het lustrum gevierd, zij het op sobere wijze. De eerste oorlogsjaren gaan überh a u p t vrij rustig a a n de VU voorbij. Alleen in de hogere regionen wordt men geconfronteerd met het ingrijpen van de bezetter. In het cursusjaar '41-'42 zitten van de zeven directeuren die de VU telde er vijf gevangen of in gijzeling. De Vereniging besluit dan een aantal plaatsvervangende directeuren a a n te stellen.
len. De rectores moeten lijsten opstellen met de namen van studenten en die zo spoedig mogelijk bij het departement inleveren. De meeste rectores, waaronder professor Nauta van de VU, voelen hier echter weinig voor en besloten wordt dat het ministerie eerst met officiële mededelingen zal komen. De studenten krijgen echter lucht van de bespreking en binnen de kortste keren zijn de collegezalen leeg. Nauta wordt vanwege het uitlekken nog op het matje geroepen bij de secretaris-generaal, maar deze deelt op 15 december de rector telefonisch mee dat de maatregel wordt ingetrokken, waarschijnlijk om de studentenwereld wat tot rust te brengen. Hetgeen ook lukt want na de kerstvacantie zitten de collegebanken weer net zo vol als in 1942.
Razzia
De rust op de VU is echter maar
liepen al in het gebouw en de trappen op, naar boven en beneden. De studenten die bij professor Sisoo waren, saten nog in de collegesaal. Dus die werden er allemaal uitgehaald en naar beneden gebracht, in de hal. Een enkeling heeft sich misschien nog kunnen verstoppen, maar het gros van de studenten werd afgevoerd. Omdat ik op de administratie sat hoefde ik niet mee, hoewel ik de leeßijd had om erbij te horen". In totaal worden zeshonderd studenten op deze zaterdag opgepakt, waarvan zeventig van de VU. De 'buit' zou overigens groter geweest zijn wanneer de Duitsers op een doordeweekse dag de universiteiten binnengevallen waren en niet op een zaterdag wanneer er weinig colleges waren. De gevangen genomen studenten worden naar Vught gebracht. Op 9 februari vindt ook nog een razzia plaats op 'plutocratenzoontjes', zoals ze door de bezetter worden genoemd. De studenten onder hen worden ook naar Vught gestuurd. Daaronder is een student die als verpleegster probeert a a n de arrestatie te ontkomen.
Loyaliteitsverklaring
Onmiddellijk na de razzia komt een hulpactie op gang. Ouders worden ingelicht, andere studenten gewaarschuwd en de professoren Coops (scheikunde) en Sizoo (natuurkunde) organiseren een voedselpakkettenactie. De inval heeft ook tot gevolg dat geen student zich meer in de collegebanken waagt, uit angst voor arrestatie. Professor Nauta gaat naar het ministerie om te pleiten voor vrijlating van gevangenen. Met hulp van het Departement lukt dat ook en op 16 maart wordt het merendeel van de studenten vrijgelaten. Deze invrijheidsstelling hield nauw verband met een tweetal verordeningen die op 13 maart bekend werden gemaakt. Het Rijkscommissariaat had aanvankelijk van de Vughtenaren geëist dat ze een gehoorzaamheidsbelofte zouden ondertekenen, alvorens ze vrijgelaten werden. De bezetter besloot echter dat die belofte voor alle studenten moest gelden, waardoor de gevangen studenten konden vertrekken. Clandestiene promotie van Sj. Wytses op 11 september 1943. Voor de promotie werd uitgeweken naar het Paedologisch Instituut aan de Vossiusstraat. Op de eerste rij sit in het midden de promovendus, links van hem prof. Sisoo, rechts van hem prof. Nauta. Naast Nauta sit prof. Coops, vanwege sijn illegale activiteiten met snor. Geheel links sit één van de directeuren van de VU, prof. J. J. C. van Dijk en helemaal rechts staat op de tweede rij de ßegendarische) pedel Van Sintmaartensdijk, (bron: archief Historische Commissie VU)
richt op de bestrijding van het fascisme. Aan het verset in de jaren '40-'45 namen véle gereformeerde landgenoten deel. Een verset dat werd gevoed door een stuk nationalistisch denken. Trouw aan het vaderland". Ook wordt wel eens opgemerkt dat het vooral de jonge gereformeerden waren die in verzet kwamen en niet de leiders, die anders tegenover de bezetting stonden. Dat er een verschil bestaat tussen de houding van gereformeerden voor en tijdens de oorlog komt ook enigszins naar voren rond de geschiedenis van de VU. Vóór de oorlog werd er op de VU weinig stelling genomen tegen het fascisme. Er werd wel over gepraat, m a a r iemand als professor Schilder uit Kampen, die zich van het begin af a a n sterk keerde tegen Hitler, werd niet direct gevolgd. Maar tijdens de oorlog was er vrijwel niemand die een pro-Duitse houding innam en zaten er in vu-gebouwen verzetsgroepen. In deze zin onderscheidde de VU zich niet van wat er elders in het gereformeerde volksdeel gebeurde en in vrijwel het hele land.
Aan de andere universiteiten is het echter niet zo rustig. De Leidse universiteit wordt op 27 november 1940 al gesloten n a de rede van professor Cleveringa die ageert tegen het ontslag van Joodse ambtenaren, gevolgd door een staking van de Leidse studenten. Ook de Technische Hogeschool van Delft gaat dicht na een studentenstaking. Een aantal Leidse studenten laat zich aan de VU inschrijven. Door deze 'meevaller' stijgt het aantal studenten tot boven de 1000. Aan de betrekkelijke rust rond de VU komt in 1943 abrupt een einde. In de zomer van 1942 wordt al bekend gemaakt dat alle jongemannen boven de achttien jaar in de Nederlandse arbeidsdienst moeten werken. Voorlopig blijven de studenten gevrijwaard van deze maatregel. Maar op 9 december 1942 roept professor Van Dam, secretaris-generaal van het Departement van Opvoeding, Wetenschap en Kultuurbescherming, de rectores magnifici bijeen voor een bespreking. Hij deelt mee dat het voornemen bestaat een bepaald percentage studenten in Duitsland te werk te stel-
van korte duur. Op 4 februari wordt de commandant van het Vrijwilligerslegioen Nederland, generaal Seyffardt, door twee leden van een verzetsgroep vermoord. De Duitsers vermoeden dat studenten achter de aanslag zitten en op zaterdag 6 februari worden razzia's gehouden in Amsterdam, Delft, Utrecht en Wageningen. De Sicherheitspolizei valt ook de VU-gebouwen a a n de Keizersgracht, Vossiusstraat en De Lairessestraat binnen. Johan Jansen, in die tijd chef van de administratie van Wis- en Natuurkunde a a n De Lairessestraat, herinnert zich nog precies wat er gebeurde. „Professor Sisoo gaf toen op saterdag altijd nog college van negen tot twaalf. Het was net in de pause en ik was even bij hem op de kamer toen ik in De Lairessestraat so'n overvalwagen van de Grünen sag staan. Er sprongen gelijk allerlei manschappen uit en die staken de straat over naar het lab. Ik sei tegen de prof: die komen hier naar toe. Maar de buitendeur stond altijd open en ik wilde die ontgrendelen sodat die in het slot sou vallen. Maar het was al te laat. Ze
Deze belofte werd de loyaliteitsverklaring genoemd. ledere student moet schriftelijk verklaren „dat hij de in het beseite Nederlandsche gebied geldende wetten, verordeningen en andere beschikkingen naar eer en geweten sal nakomen en sich sal onthouden van iedere tegen het Duitsche Rijk, de Duitsche weermacht, of de Nederlandsche autoriteiten gerichte handeling, soomede van handelingen of gedragingen welke de openbare orde aan de inrichtingen van hooger onderwijs, gesien de vigeerende omstandigheden, in gevaar brengen". ledere student die tot een universiteit of hogeschool toegelaten wil worden of examen wil afleggen moet deze verklaring ondertekenen. De tweede rhaatregel van de bezetter behelst de invoering van een numerus clausus en de verplichting voor afgestudeerden om een bepaalde tijd te werken va het kader van de arbeidsinzet. De universiteiten krijgen de opdracht voor de uitvoering van de maatregelen te zorgen. Ze protesteren nog wel bij het ministerie m a a r dat mag niet baten: de verordeningen gaan gewoon door. Aan allen die voor 10 april tekenen, wordt opname in de numer u s clausus gegarandeerd. De formulieren moeten n a a r de huisadressen van de studenten gestuurd worden en de universiteiten moeten opgeven hoeveel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983
Ad Valvas | 510 Pagina's