Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 29

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 29

10 minuten leestijd

5

AD VALVAS — 9 SEPTEMBER 1983

Plan drie topfiguren Academische Raad:

»»Onderwijs los van onderzoek levert veel meer op" Een drietal topfigureir uit de Academische Raad meent dat de tijd rijp is voor experimenten met aparte universitaire „scholen" waar studenten door henzelf naar interesse en capaciteiten samengestelde onderwijspakketten volgen. De huidige opbouw in studierichtingen met een programmering van bovenaf door de faculteiten zou moeten verdwijnen-om de studenten zoveel mogelijk aan hun trekken te laten komen. De „scholen" zouden los moeten staan van het wetenschappelijk onderzoek dat in „instituten" wordt ondergebracht. Zo zou het onderwijs in de eerste fase doelmatiger worden, beter aansluiten op de arbeidsmarkt en het schrikbarende aantal uitvallers onder de studenten kunnen worden verminderd. De drie topfiguren zijn prof. dr. G. Brenninkmeijer, voorzitter van de raad, prof. dr. S. Wiegersma, voorzitter van de onderwijscommissie, en prof. dr. L. Vlijm, voorzitter van de onderzoekcommissie. Zij vinden de nog maar sinds een jaar ingevoerde eerstefaseopleiding te kostbaar. Het gevaar dreigt dat de tweede-faseopleiding voor hooggekwaUficeerde functies als het onderzoekerschap uit bezuinigingsoverwegingen moet worden geschrapt, zeggen zij. De verstrengeling van onderwijs- en onderzoektaken is er met name de oorzaak van dat de kosten per eerste-fasestudent nauwelijks kunnen worden beheerst. In de nieuwe opzet die het drietal biedt, worden onderwijs en onderzoek dan ook ontkoppeld. De aparte „scholen" zouden bijv. elk een groot wetenschapsgebied kunnen bestrijken (alfa, bèta, gamma). Studenten van een „school" stellen h u n eigen, in moeilijkheidsgraad variërende pakket van „onderwijseenheden" vast per drie of zes maanden. De eerste twee jaren is de keuzevrijheid tamelijk ruim. Studenten kunnen dan desgewenst stoppen en met een „basisdiploma" als bewijs vertrekken, tenminste als zij een minimum aantal studiepunten hebben behaald. De kandidaatsbul wordt afgeschaft. De laatste twee jaar wordt de studie gericht op één of enkele we-

Studie over positie student bij TVC De academische raad heeft tydens de hoorzitting over de taakverdeling in de Tweede Kamer een voorstudie gepresenteerd n a a r maatregelen die nodig zyn om studenten wiens studierichting wordt opgeheven, zo veel mogeiyk een onbelemmerde studievoortgang te garanderen. De rechtspositie van die groep moet nog in een algemene maatregel van bestuur (amvb) geregeld worden. De raad pleit voor een begeleidingscommissie per op te heffen studierichting per instelling. Zo'n commissie kan de student dan helpen en voor hem of haar onderhandelen met de nieuwe vestigingsplaats. Deetman wil tot n u toe één begeleidingscommissie per universiteit of hogeschool. Uitvoerig gaat de raad in op de positie van de student aan de nieuwe instelling. Zo zou by voorbeeld geregeld moeten worden dat de nieuwe faculteit (voor de student nieuw) de al afgelegde studieonderdelen moet erkennen. Verder moet rekening gehouden worden met de al gekozen onderdelen of specialisaties van de student en moeten deze keuzes zoveel mogeiyk volgens de regels van de oude faculteit kunnen voortbestaan. Een nieuwe faculteit mag evenmin de ramingen van de al

Jan van der Veen tenschapsgebieden. Daarin is ruimte voor programma's speciaal samengesteld met het oog op latere wetenschapsbeoefening of professionele beroepsuitoefening, terwijl zij ook als afsluiting van de eerste vier fasejaren kunnen dienen. Voor massacolleges is in de regel in de nieuwe opzet geen plaats. Gedacht wordt a a n onderwijs in groepen van 20 of 30 studenten, zodat een intensieve interactie tussen docent en studenten mogelijk is. Volgens de opstellers van het plan is bovendien een goed ontwikkelde studieadvisering noodzakelijk, opdat de studenten een zo scherp mogeUjke keuze doen. Begaafde studenten kunnen van het begin af aan een zwaar programma kiezen en zich zo relatief snel ontplooien. Iedereen die voldoende punten haalt, krijgt een doctoraal diploma. Dit hoeft niet te betekenen dat een student automatisch kan solliciteren n a a r een plaats op een tweede-faseopleiding. Denkbaar is dat daarvoor zwaardere voorwaarden worden gesteld. De tweede fase-opleiding wordt door de auteurs van het plan allereerst gezien als een doctoraatsopleiding: voortgezette studie, eigen onderzoek en een proefvervulde studielast bystellen of een examen over laten doen. Verder moet het mogelyk zyn dat hoogleraren en wetenschappeiyk medewerkers van een op te heffen studierichting als deskundigen plaats nemen in examencommissies van de nieuwe faculteit. De geldigheidsduur van afgelegde examens moet volgens de voorstudie onbejjerkt zyn. De nieuwe faculteit mag eventueel wel „byscholing" van de student verlangen als dat maar niet ten koste gaat van de totale studielast. Is dat toch nodig dan zou de inschrijvingsduur verlengd kunnen worden. De academische raad pleit verder voor een soepele hantering van de maximale inschrijvingsduur vooral voor studenten die door persoonlyke omstandigheden niet met de studie mee kunnen verhuizen. In het geval dat een studierichting ook niet meer aan een andere instelling gevolgd kan worden zou de afbouw van de oude vestiging geleldeiyker moeten plaatsvinden. Naast de begeleidingscommissies zouden er voorts spreidingscommissies moeten komen. Die gaan dan een rol spelen by de spreiding van studenten over de vestigingen van een studierichting die overbiyven. Zo'n commissie zou net zo moeten werken als de plaatsingscommissies voor eestejaars. Toch moet, aldus de raad, de voorkeur gegeven worden aan geleldelyke opheffing van studierichtingen, boven verplichte spreiding van studenten. (Bert

Bakker/UP/Red.)

schrift. In enkele gevallen kan de opleiding ook gericht zijn op scholing in geavanceerde praktijkkennis en -vaardigheden, bijv. accountancy. De onderzoeksopleiding zou vier jaar moeten duren, omdat een kortere periode niet acceptabel zal zijn voor het bereiken van een voldoende hoog niveau. De onderzoekersopleiding zal, aldus de drie auteurs, thuishoren in de „instituten". In de jaren zestig en een aanzienlijk deel van de jaren zeventig was het mogelijk een baan te vinden die bü de studiekeuze aansloot. D a a r n a werd de situatie snel slechter en nu komt men in alle studierichtingen werkloze academici tegen. Daarom wil het hooggeleerde drietal een flexibeler opzet met veel keuzemogelijkheden. Zij wijzen er ook op dat de ontwikkeling van het tertiair onderwijs n a a r een „hoger onderwijs voor velen" totnutoe niet wordt weerspiegeld in de opzet van het wetenschappelijk onderwijs. De veel grotere spreiding n a a r capaciteiten, interesses, motivaties en studiedoelstellingen bij de n u aankomende studentengeneraties vergeleken met vroeger moet een „vertaling" vinden, zeggen zij. Zij vinden dat h u n ideeën voorlopig niet voor specifieke beroepsopleidingen, zoals die in de medische hoek voorkomen, moeten gelden.

Geen harnas Volgens prof. Vlijm is het drietal ervan overtuigd dat h u n „model" niet als een harnas of corset om elke discipline zou moeten worden gelegd. „Men moet maar eens •zien wat men ermee kan doen," zegt hy. Geleidelijkheid geeft meer kans op succes luidt zijn opvatting. „Algehele snelle invoering van het plan zou een flop opleveren. Er zal binnenshuis een barbaarse opstand ontstaan van mensen die de schering en inslag van onderwijs en onderzoek koste wat kost bij elkaar proberen te houden en dan dit plan onmiddellijk van tafel vegen. Verder zullen niet alle faculteiten er zomaar aan kunnen. Nee, wij vinden: laat wie wil

m a a r eens wat experimenteren om op die manier het vastroesten van het hele systeem tegen te gaan en het Academisch S t a t u u t met al die studierichtingen op de helling te krijgen." De drie hoogleraren voelden de afgelopen periode de vraag by zich opwellen of de Academische Raad niet eens zou moeten gaan nadenken hoe het verder moest n a de forse klap van ƒ 258 miljoen bezuinigen, waarmee het misschien toch niet afgelopen is. „Dat was een stimulans," aldus Vlijm. „We hebben toen besloten in afwijking van de normale procedures van de AR het met zijn drieën te doen. We misten zo de hele rompslomp."

Goede moment Of het 't goede moment is om de nota te lanceren? „Ik neig tot een ja. In verschillende faculteiten zijn eigenlijk al dingen op gang in

kocht" voelt door een studiepakket dat niet op hem is toegesneden. „Ons plan is in wezen meer gericht op mensen die n ( « niet weten wat ze precies willen. Dat k u n n e n ze al doende ervaren," aldus VUjm. Als bijv. n a een eerste semester blijkt dat sociologie een toch minder attractief onderdeel vormt, kan een student bijv. overstappen op psychologie. En studenten die goed weten wat ze willen, kunnen precies krijgen wat ze hebben willen. Prof. Vlijm denkt wel dat het niveau van de doctoraalstudie voor wie dat wil hetzelfde kan blijven als nu, maar voor de gemiddelde student een beetje zal dalen. „Maar niet alle studenten moeten ook proberen om onderzoeker te worden. Daar moeten we vanaf. Dat is belachelijk." Hij meent dat integratie van het wetenschappelij?t onderwijs en het hoger beroepsonderwijs „ongetwijfeld de weg is die moet wor-

-i

-

^

(Foto: AVC/VÜ) Prof. dr. L. Vlijm: „Maar ja, de koppeling derzoek leeft nog heel sterk." dezelfde richting als in de nota wordt geschetst. Ik wijs byvoorbeeld op de Utrechtse universiteitsbestuurders die zich voor zoiets uitspraken. Kyk eens n a a r letteren met een vrije studierichting. Denk ook aan de reorganisatie die op het terrein van de sociale wetenschappen zal moeten plaatsvinden." Belangrijkste a u t e u r was prof. Wiegersma. „Ja, er zitten veel oorspronkeiyke gedachten van hem in. Maar hy heeft die gedachten al lang niet meer alleen." Volgens prof. Viym groeien we langzamerhand n a a r een Amerikaans systeem toe. Een baaierd van mogeUjkheden voor de student. In de vier jaar die de meeste studenten zullen gaan studeren k a n het allemaal best, als je maar voorkomt dat de student zich „be-

van onderwijs en on-

den bewandeld. De relatie tussen beide zal een functionele moeten zyn. De nota kan in die koers worden uitgewerkt." De nota, voluit geheten „Naar een convergent model voor het hoger onderwys", is o.a. n a a r de colleges van bestuur en voorzitters van secties van de Academische Raad verspreid. „Er zyn plm. duizend exemplaren van gedrukt, dacht ik," zegt Vlym. „We moeten de reacties afwachten. Het stuk zal wel een keer in de raad worden besproken. Ja, met het ministerie hebben we de nota ook besproken. Directeur-generaal In 't Veld zei dat de ambtenaren allemaal in opstand kwamen. Toen ik vroeg waarom zei hy dat die er niets voor voelen onderwys en onderzoek te scheiden. J e ziet: de koppeling leeft nog heel sterk."

«Al» -.-

;;:.--5^.^-

(foto: A VC)

Kamerleden lieten zich informeren Vorige week maandag ontvingen VU, UvA en de gemeente Amsterdam gezamenlijk vier kamerleden uit Eerste en Tweede Kamer die de Amsterdamse regio en Noord-Holland in hun portefeuille hebben. Plenair werden de kamerleden aan de vergadertafel een uurtje geïnformeerd over de betekenis van beide Amsterdamse universiteiten voor de werkgelegenheid, de economische structuur en het culturele klimaat in de regio en tijdens de borrel daarop ging het gesprek nog even door. De kamerleden dachten aanvankelijk een beetje dat het ere m begonnen was alsnog wat veranderd te krijgen in de taakverdeling maar dat was dus niet de bedoeling. Andere universiteiten vragen ook so nu en dan hun regionale kamerleden op bezoek om hen te informeren over het streekbelang en dan moet je er ook bij zijn wü je tenminste voorkomen dat de eigen kamerleden straks overspeeld worden door gebrek aan informatie zo legt Rinze Zijlstra, coördinator onderwijs, onderzoek en planning, uit die er ook bij was. Hij zou het niet zo gek vinden om de kamerleden wat regelmatiger op bezoek te krijgen, sodat se wat beter op de hoogte raken van het reilen en seilen op de universiteit. Ze kunnen in hét parlement dan wat vaardiger over dat wereldje spreken. Op de foto v.Ln.r. de Eerste Kamerleden Maas (PvdA) en Steigenga (D'66), de Tweede Kamerleden Stoffélen (PvdA) en mevrouw Kraayeveld-Wouters (CDA) en wethouder Etty (Financiën) van Amsterdam. --».. .,_ ._ J.K.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 29

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's