Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 357

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 357

10 minuten leestijd

3

AD VALVAS — 30 MAART 1984

Commissie Onderwijs en Onderzoek: Keuze tussen bestaan als bijzondere universiteit of ten ondergaan

VU moet zich profileren om te overleven „De indruk bestaat dat de VU de keuze heeft tussen het bestaan als bijzondere universiteit of het niet bestaan. Profilering als bijzondere universiteit wordt derhalve noodzakelijk geacht." Dit schreef de niet onbelangrijke VU­commissie Onderwijs en Onderzoek vorig jaar in haar advies over het uni­ versitaire ontwikkelingsplan voor de volgende vier jaren. De afgelopen week rolde er een uitgewerkte nota uit de commissiekoker over het prangende onderwerp, waarover trouwens in de jongste decen­ nia al veel is geschreven en gediscussieerd. Geen tromslagen voor harde VU­contouren. Wel een be­ hoedzame inventariserende blik waarop aanbeve­ lingen voor nadere accentueringen volgen. De Vü is voor een dilemma ko­ men te staan. Door de bezuinigin­ gen en het vooruitzicht van de landelijke daling van de studen­ tenaantallen. Dat dilemma luidt: ten ondergaan in de concurren­ tieslag tussen universiteiten ­ vooral in de randstad ­ in het aantrekken van studenten of voortbestaan als universiteit met een eigen levensbeschouwelijk karakter. In het verleden heeft de VU reeds, voor een deel uit noodzaak, geko­ zen voor een breed studentenpu­ bliek en dientengevolge voor een breed onderwijsaanbod. Daarmee verschoof zij een nationale func­ tie als enige universiteit met wor­ tels in het protestants­christelij­ ke volksdeel n a a r het tweede plan. De nadruk kwam te liggen op de regionale functie. Voeg daarbij nog bijv. het door de hui­ dige economische omstandighe­ den ingegeven streven van de overheid naar bruikbare Produk­ ten en een zo hoog mogelijk ren­ dement, wat de aandacht voor levensbeschouwelijke en maat­ schappelijke vraagstukken kan doen verslappen, en het is duide­ lijk dat het profileringsprobleem nijpender is dan ooit. Maar profi­ leren is niét zo gemakkelijk. De universitaire commissie, be­ staande uit vertegenwoordigers van de toporganen college van be­ stuur, universiteitsraad en colle­ ge van decanen begint met te zeg­ gen dat profilering als universi­ teit en profilering vanuit de christelijke doelstelling van de VU moeilijk van elkaar zijn te scheiden. Neem bijvoorbeeld de medische faculteit die zich na­ drukkelijk op de eerstelijns ge­ zondheidszorg gaat toeleggen. Dat is profilering als universiteit, zoals onderwijsminister drs. Wim Deetman die graag wil. Tegelijk echter past dit, aldus de comriiis­ sie, in de achterliggende gedachte bij de oprichting van de faculteit, namelijk „het opleiden van art­ sen vanuit een levensbeschouwe­ lijke christelijke totaalvisie". Een samenloop dus.

Kiezen Maar het is onmogelijk activitei­ ten aan te wijzen die aan een oe­ cumenisch­christelijke instelling als de VU in de loop der tijden

Jan van der Veen geworden is wel kunnen plaats­ vinden en principieel niet door een rijksuniversiteit kunnen worden georganiseerd. Het bij­ zondere karakter van de VU zal, aldus de commissie, daarom moe­ ten blijken uit de keuzen die men maakt op het gebied van onder­ wijs, onderzoek en maatschappe­ lijke dienstverlening. Dus uit de prioriteiten die bij de verdeling van het universitaire budget worden gesteld. Hoe moeten die keuzen dan wor­ den gemaakt? Die zonder meer lo­ gisch proberen af te leiden uit de christelijke doelstelling kan niet, aldus de commissie. De stichter van de vrije Universiteit Abror­ ham Kuyper koesterde in 1880 bij de oprichting weliswaar hoogge­ stemde idealen over een christe­ lijke wetenschapsbeoefening en dacht dat profilering van de VU vanzelf wel duidelijk zou blijken. Maar een kleine eeuw later, in 1968, begon men voor het eerst goed te beseffen dat het niet zo simpel lag. Toch pleitten de hoogleraren De Gaay Fortman Sr. en Lever op het congres van de toen nog be­ staande senaat voor een zicht­ baar maken van het eigen karak­ ter van de VU. Zij zochten het in het leggen van accenten. Ze dachten daarbij met name aan de universitaire ont­ wikkelingssamenwerking en de bestudering van grote vraagstuk­ ken als geboortebeperking en oor­ logvoering. In 1982 zei (CDA­)minister Deet­ m a n dat een bijzondere universi­ teit als de VU het voor h a a r voort­ bestaan moet hebben van brede samenlevingsgroepen die h a a r ei­ ' gen basis en koers als zinvol erva­ ren. Dat kan alleen zo zijn als zo'n universiteit geen loopje neemt met specifieke invullingen van h a a r doelstelling overeenkomstig h u n levensbeschouwelijke opvat­ tingen. Dat was een hint. De VU­commissie stelt in h a a r nota vast dat de marges voor een expliciete profilering en hante­ ring van de eigen universitaire doelstelling wel niet groot zijn, m a a r toch alleszins aanwezig. De

keuzes die de VU in dit opzicht al maakte en in de toekomst zal ma­ ken, kunnen, als gezegd, volgens de commissie niet exclusief zijn. Zij zullen moeten afhangen van de traditie, van personeel en stu­ denten, en van de sociale omge­ ving van vandaag. En wat betreft de traditie concludeert de com­ missie dat de relatie met de Re­ formatie en de traditionele ach­ terban van de VU in het land niet uit het oog mag worden verloren. De commissie stemt hiermee i n met dr J. P. Verhoogt die in 1981 in een sociologische studie consta­ teerde dat de op de VU heersende variëteit aan opvattingen over de doelstelling kunnen leiden tot willekeur, relativisme en onver­ schilligheid. De VU zou zich vol­ gens hem niet te zeer moeten los­ maken van h a a r grondslag.

kundige kunnen worden nage­ gaan. Het bestuur van de werkgroep polemologie moet volgens het ad­ vies tussentijds gaan evalueren hoe de dingen op het aandachts­ veld vrede, veiligheid en interna­ tionale samenwerking lopen. De werkgroep heeft voor de jaren '83 tot '87 een budget gekregen voor de uitgave van een VU­jaarboek Vrede en Veiligheid en een part­ time gasthoogleraar (dr. Frank Bamaby). Zeven faculteiten leve­ ren reeds bijdragen op dit gebied, terwijl met een vakgroep uit de medische faculteit besprekingen gaande zijn. Ook het terrein van milieuvraag­ stukken is volgens het advies iets waar verdere profilering wense­ lijk is. Het Instituut voor Milieu­ vraagstukken vervult een lande­ lijke functie. Het krijgt veel op­ drachten vanuit de maatschappij Aanbevelingen (bedrijven, overheidsinstellin­ Zo komt de commissie tot h a a r gen). Het instituut zal moeten worden gevraagd nadere profile­ advies voor nadere profilering van de VU. Het Bezinningscen­ ringsmogelijkheden aan te geven. t r u m en de Centrale Interfacul­ De universitaire commissie stelt teit zullen gezamenlijk met voor­ verder voor de commissie (We­ stellen voor coördinatie en stimu­, reld) Raad van Kerken, bestaan­ lering van de huidige activiteiten de uit leden van diverse facultei­ op het veld van geloof, weten­ ten en de universiteitsraad, n a te schap, maatschappij en cultuur laten gaan of vraagstukken als moeten komen. Het Bezinnings­ racismebestrijding, de werkloos­ centrum produceerde vorig jaar heid en de grenzen van overheid­ al een beschouwing over dit ter­ sinmenging systematische aan­ rein en de CIF pleit voor het ont­ dacht kunnen krijgen. Voor ­ wikkelen van „een visie op de vrouwenstudies is al een voorzie­ aard en plaats van de wetenschap ning getroffen. als zodanig". De VU moet openstaan voor ieder Verder zal de VU moeten probe­ samenwerkingsverband met an­ ren sterker voor de dag te komen dere onderwijsinstellingen, met op het gebied van de ontwikke­ name op die gebieden waarop zij lingssamenwerking, waarmee zij zich profileert. al een boventoon zingt in het koor De commissie Studium Generale van de universiteiten. Een com­ zou h a a r programma straks ge­ missie­ad­hoc uit de verschillen­ heel of gedeeltelijk moeten af­ de gremia die zich met ontwikke­ stemmen op studenten in de lingssamenwerking bezighouden tweede fase, omdat er zonder spe­ zal moeten nagaan of een betere ciale maatregelen weinig aan­ afstemming van de activiteiten dacht voor achtergrondvragen mogelijk is. Ook zouden de moge­ meer zal zijn n a de eerste fase. lijkheden voor een tweede fase­ Faculteiten moeten op beschei­ opleiding tot ontwikkelingsdes­ den schaal ook ruimte aan alge­

(fotoAVC/VU) mene vorming geven in h u n on­ derwijsprogramma. In dezelfde mate moeten personeel en stu^» denten gelegenheid hebben om deel te nemen aan vormingsacti­ viteiten van het Bezinningscen­ trum, de dienst Personeelszaken en Studentenvoorzieningen.

Steun kerken Het Bezinningscentrum en zijn commissie (Wereld)Raad van Kerken dienen te worden gesti­ muleerd in concrete steun aan de kerken. Goede onderzoeksvoor­ stellen in dat opdracht moeten via de Beleidsruimte Onderzoek voorrang kunnen krijgen bij de toekenning van gelden. De Be­ leidsruimte Onderzoek ­ een veertigtal formatieplaatsen voor speciale onderzoeken in VU­ka­ der ­ moet ook op nadere profile­ ring worden toegespitst. Uit re­ cente berichten blijkt dat een deel van deze onderzoeken beschermd zal worden in het kader van de voorwaardelijke financiering. Hoewel niet onmiddellijk tot de taken van de commissie onder­ wijs en onderzoek behorend, spreekt zij zich ook uit over het belang van het personeelsbeleid voor vu­profilering. Bij de verde­ ling van posities van universitai­ re hoofddocenten zou ook als ar­ gument moeten gelden dat een faculiteit bijdraagt tot profile­ ring zoals de commissie die ziet. Ten slotte zegt de commissie dat de beeldvorming van de VU n a a r buiten toe niet onbelangrijk is. „Voor iedereen in Nederland zou duidelijk moeten zijn dat men voor ontwikkelingssamenwer­ king of voor bepaalde thema's aan de VU moeten zijn." Een breed samengestelde groep VU­ promotion is enige tijd al doende. Denk aan de poging de VU op de kabel te brengen in de nachtelijke uurtjes. Het commissie­advies wordt over enige tijd in de univer­ siteitsraad behandeld.

Toelating studenten naar behoefte arbeidsmarkt pas volgend jaar Pas in het studiejaar '85/'86 zal de instroom van eerstejaarsstudenten be­ perkt kunnen worden ba­ sis van het arbeidsmarkt­ criterium. Aanvankelijk was dit al voor het komend studiejaar de bedoeling, maar de wetswijziging die daarvoor nodig is, is niet op tijd klaar, aldus schrijft minister Deetman aan de

Tweede Kamer. De minister heeft overigens wel half februari aan de instellingen gevraagd om zelf de capaciteit voor eerstejaars geneeskunde vrijwillig te beperken. Deze zijn daar onder bepaalde voorwaar­ den toe bereid. De Tweede Kamer, die in meer­ derheid akkoord gaat met het in­ voeren van de arbeidsmark­ tnorm, had aan minister Deet­ m a n gevraagd hoe hij denkt de behoefte aan afgestudeerden in

de toekomst te kunnen beoorde­ len. Deze behoefte kan in de tijd, bijvoorbeeld door arbeidstijdver­ korting of door maatregelen in de gezondheidszorg, sterk wijzigen. Om die reden wil Deetman bij de behoefteraming uitgaan van de meest gunstige prognoses over de arbeidsmarkt voor academici. Daarbij zal hij rekening houden met de gunstige effecten van bij voorbeeld arbeidstijdverkorting. Bovendien zal hij een ruime vei­ ligheidsmarge aanhouden, zo schrijft Deetman aan de Tweede Kamer. Eerder al had Deetman

gezegd de bevoegdheid om in te grijpen op grond van de arbeids­ markt. Alleen in uitzonderingssi­ tuaties te willen gebruiken. De minister verwacht dat hij de instroom vooral zal moeten be­ perken in beroepsgerichte studies die zich richten op de kwartaire sector (overheid, gezondheids­ zorg, onderwijs). Daar is vrij zeker te zeggen dat het aantal arbeids­ plaatsen in de komende jaren niet zal toenemen. Toch zijn veel stu­ denten juist op die kwartaire sec­ tor gericht. De voorkeur van studenten voor

de plaats waar zij willen studeren zal geen rol spelen bij de verdeling van de instroombeperking over de instellingen. Anders zou, aldus Deetman, een verschuiving van studenten en middelen n a a r de Randstad optreden. De verdeling gaat daarom naar rato van de ca­ paciteit per instelling. Het is verder niet de bedoeling om de instroom in de tweede fase, of de instroom in opleidingen die be­ ginnen na de propedeuse, te be­ perken .op basis van de arbeids­ markt. (UP, Bert B akker)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 357

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's