Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 62
AD VALVAS — 30 SEPTEMBER 1983
2
Dertig propedeusediploma's bij FAW en 'n studiedag voor staf en familie In aanwezigheid van ruim 200 belangstellenden ontvingen 30 VU-studenten op zaterdag 24 september j.1. in de UR-zaal hun propedeusediploma in de Pedagogische en Andragogische Wetenschappen. Om deze eerste uitreiking van diploma's in het kader van de twee-fasenstructuur een bijzonder karakter te geven, had de subfaculteit P.A.W. besloten daaraan een studiedag te verbinden met als thema „De rol van waarden in de opvoeding."
Groepsdiscussies en een rondgang langs standjes van de verschillende vakgroepen uit de subfaculteit boden de aanwezige familieleden en vrienden van de gediplomeerden tevens de mogelijkheid nader kennis te maken met de staf van P.A.W. en mee te praten over het thema van de dag. Na de diploma-uitreiking werd het thema van de studiedag ingeleid door de heren De Vries en Steutel. Jan de Vries vergeleek zijn eigen opvoeding met die van zijn kinderen, onder het motto „opvoeding is niet altijd vrolijk; je moet het doen om het vrolijk te hebben." Aan het einde van zijn met anecdotes doorspekte verhaal kwam De Vries tot de conclusie dat zijn ouders h u n waarden niet relativeerden, dat zou door de (gereformeerde) omgeving ook niet geaccepteerd zijn. Die relativering probeert hij zelf wel als leidraad in de opvoeding van zijn kinderen te volgen. Van een ander karakter was de inleiding van dr. J. W. Steutel, theoretisch pedagoog. Hij onderscheidde levenshoudingen welke ouders h u n kind in de opvoeding proberen bij te brengen, nl. de klein-burgerlijke, de zelfzuchtige en de morele levenshouding. Tot in de zestiger jaren was de klein-
Adviesraad Vervolg vanpag. 1 moeten samenwerken. De instellingen zelf ziJn verantwoordelijk voor de manier waarop zij h u n belangenbehartiging in samenwerkingsverbanden organiseren, maar volgens Deetman kan dit bijvoorbeeld in een vereniging van universiteiten en hogescholen. De bedoeling is dat de deelnemers aan het overleg met de minister representatief zijn voor de gezamenlijke instellingen en bovendien de bevoegdheid krijgen om „heldere en effectieve afspraken" te maken. Zij moeten h u n stand-
burgerlijke levenshouding of gezindheid de meest dominante. Gedrag werd geleid door regels met een conventioneel karakter en bepaald door conformistische motieven. De opvoeder beperkte zich tot twee vragen: „hoort het zo?" en „wat zullen anderen ervan zeggen". Kritisch leren denken over de eigen nonnen en waarden was er amper bij. Overal waren regels voor en bij overtreding van die regels was schaamte de dominante emotie. Kritiek op deze levenshouding kon niet uitblijven. Maar volgens Steutel maakte dit de weg vrij voor een aanmerkelijk schadelijker instelling: de zelfzuchtige. De zelfzuchtige mens kiest snel voor het eigen belang; het gedrag wordt bepaald door zelfzuchtige motieven. Alles mag, mits het niet in strijd is met het eigen welzijn. Worden regels overtreden dan is er geen gevoel van schaamte maar van spijt: „hoe heb ik zo stom kunnen zijn!"
Morele houding
Tegenover, deze twee levenshoudingen zette Steutel de morele levenshouding. Hierbij wordt het gedrag bepaald door morele of zedelijke regels met als functie een indamming van zelfzuchtige eisen. Behulpzaamheid, vriendelijkheid e.d. staan centraal. Onbaatzuchtige motieven als plichtsbesef en het houden van beloftes bepalen het handelen. Grenzen aan tolerantie liggen daar waar morele regels opzettelijk en^ uit baatzuchtige overwegingen overtreden worden. Worden de regels toch overtreden dan zijn er gevoelens van schuld. Dit pleidooi voor een morele levenshouding paarde Steutel a a n een pleidooi voor een morele opvoeding, zodanig dat een kind het als een plicht ervaart zich volgens principes van rechtvaardigheid en betrouwbaarheid leert te gedragen, dat het i n staat is te bepalen wanneer morele regels van toepassing zijn, deze te bere-
p u n t daarbij kunnen „uitonderhandelen". Daarna bestaat geen ruimte meer voor verder overleg („over één onderwerp wordt maar één keer vergaderd"), en dus ook niet voor een (verdere) standpuntbepaling door de verschillende instellingen over de gemaakte afspraken. De standpunten moeten dus vóór het overleg worden bepaald, en worden daarin verdedigd door vertegenwoordigers van de instellingen te zamen, wat ook tot gevolg heeft dat universiteits- en hogeschoolraden geen invloed meer kunnen uitoefenen op de conclusies van het gevoerde overleg. Naast het gezamenlijk overleg zal alleen het z.g. bilateraal overleg met de afzonderlijke instellingen blijven voortbestaan, over punten die slechts één instelling aangaan. Wel moeten de instellingen
Advertentie
De redaktie van Ad Valvas zoekt ter aanvulling van haar team op korte termijn
journalistieke medewerk(st)er Taak: Regelmatig leveren van bijdragen t.b.v. de universitaire nieuwsvoorziening (verslaggeving, interviews, rubrieken, etc). De redaktie vraagt: Een journalistieke pen (gevoel voor nieuws; heldere, bondige schrijfstijl) en betrokkenheid bij het universitaire gebeuren, met name op de VU. De journalistieke medewerk(st)er zal algemeen inzetbaar moeten zijn. Gezien de samenstelling van de redaktie en medewerkersgroep is er een zekere voorkeur voor iemand met vooral interesse voor het terrein van de bèta-wetenschappen. De journalistieke medewerk(st)er zal minimaal een jaar beschikbaar moeten zijn. Voor zijn/haar bijdrage(n) ligt een redelijke vergoeding in het verschiet. Geïnteresseerd? Sollicitaties zenden naar: Vrije Universiteit, redaktie Ad Valvas (kamer O D - O 1, hoofdgebouw), postbus 7161, 1007 MC Amsterdam. Nadere informatie? Bel tel. (548)6930.
deneren en in daden om te zetten en gevoelig is voor het schenden van morele regels.
Absolute waarde
Met name de inleiding van Steutel bepaalde de groepsdiscussies in de middag. De resultaten Tan deze, overigens als zeer plezierig ervaren, discussies kwamen terug bij de forumdiscussie die de studiedag van P.A.W. afsloot. Het antwoord op de vraag waar morele waarden vandaan komen moest Steutel schuldig blijven, dat zou een lange en diepgaande historische verklaring vergen. Maar de morele waarden zijn volgens hem niet alleen maar geldig voor een bepaalde samenleving of historische periode; ze bezitten wel degelijk absolute waarde. Het aangeven van de functies en het n u t van dergelijke regels blijft echter voortdurend belangrijk. Steutél's afwijzing van de kleinburgerlijke levenshouding kwam hem op de vraag van een trotse vader te staan hoe de klein-burgeriyke opvoeding dan nog zulke goede resultaten heeft kunnen bereiken. Steutel pareerde aanvankelijk de kritiek door de oprrterking dat het verzet tegen die opvoeding misschien wel tot de goede resultaten geleid heeft. Maar je zou toch wel positieve punten kunnen aanmerken; er was duidelijkheid en daarmee een element van zekerheid.
Fasen
De andragologe prof. dr. W. F. van Stegeren vond het begrip opvoeding bij Steutel wel heel globaal weergegeven. Zij pleitte voor een onderscheid n a a r opvoedingsfase. Een klein-burgerlijke levenshouding kan vooral bij een latere leeftijd van het kind schadelijk zijn. Maar tot ongeveer het zesde levensjaar is het aanleren van conventies belangrijk voor een kind. Volgens Steutel is daar ook niets op tegen, alleen in de kleinburgerlijke benadering laat men
gezamenlijk er voor zorgen dat op het niveau van disciplines of sectoren ook wordt overlegd. Deetm a n wil de mogelijkheid hebben om op dat niveau te vragen om de opstelling van discipline- of sectorplannen. Ook het overleg met de vakbonden (voor het WO het z.g. COPWO) blijft bestaan. Opgeheven worden: het Planning Overleg Orgaan, het multilateraal overleg wetenschappelijk onderwijs, het overleg personeelaangelegenheden w.o., het bestuurlijk overleg hbo, het interuniversitair overleg bouw- en huisvestingsaangelegenheden en het overleg plan voor scholen.
Onderscheiden Met al deze voorstellen wil minister Deetman het „gebrek aan samenhang" en de vele overlappingen in het overleg binnen de s t r u c t u u r van dit moment tegengaan en wil hij een duidelijk onderscheid maken tussen de advisering over het beleid aan de ene kant en het overleg met belanghebbenden aan de andere kant. Bovendien wil hij de volgorde van advies en overleg duidelijker maken: De ARHO adviseert in een vroeg stadium over het te voeren hoger-onderwijsbeleid. Na de uitwerking daarvan adviseert de Onderwijsraad. De instellingen mogen in deze fase alleen schriftelijk h u n commentaar geven op de beleidsvoornemens. Pas nadat het beleid door de Tweede Kamer is vastgesteld wordt overleg gevoerd met de gezamenlijke instellingen over de uitvoering daarvan. Deetman wil in de ARHO 7 permanente leden voor vier jaar benoemen, die op basis van h u n deskundigheid en op persoonlijke titel een plaats krijgen in deze raad. Zij moeten onafhankelijk
Eén van de op de studiedag van P.A. W. aanwesige ouders merkt op dat een klein-burgerlijke opvoeding misschien verkeerd is maar wel goede resultaten heeft voortgebraclit. (Foto Bram de Hollander). die conventies steeds de doorslag geven, ook al zijn ze in strijd met morele waarden. Uit de zaal kwam de vraag hoe normen en waarden dan gerechtvaardigd moeten worden tegenover kinderen. Moet een kind die zelf rationeel rechtvaardigen of is de sociale aanvaarding van die normen en waarden voldoende. Hieraan werd toegevoegd dat je, zeker bij een universiteit als de VU, mag verwachten dat ook het geloof van de ouders van belang kan ziJn. Volgens Van Stegeren is overdracht van waarden alleen mogelijk als het door jezelf heen is ge-
gaan. Ook al haal je ze uit de Bijbel, dan moet er een verwerkingsproces zijn bij de opvoeder zodat het geloofwaardig wordt voor het kind. Zoals zo vaak gebeurd bij dit soort forums kwam men nu ook in tijdnood. Hierdoor kon de laatste vraag niet beantwoord worden terwijl het een interessante was, nl. of het praten over waarden en normen niet teveel messenslyperij is, omdat er amper intrinsieke waarden nog zijn. Ondanks dat heerstte na afloop alleen maar tevredenheid en wordt n u al aan een herhaling gedacht. (L.E.)
zijn van de verschillende instellingen, zodat de advisering los staat van de belangenbehartiging. Daarnaast kunnen, op voordracht van de permanente leden, die op initiatief van de minister worden benoemd, ook tijdelijke leden worden aangesteld met een specifieke deskundigheid en ten behoeve van één advies. Voor de Academische Raad, die bestaat uit vertegenwoordigers van de verschillende instellingen, is in de nieuwe opzet geen plaats meer. Voor de HBO-raad komt de adviesfunctie te vervallen, maar volgens Deetman kan deze raad voorlopig blijven bestaan als representatief orgaan in de nieuwe overlegstructuur, dus als vertegenwoordiger van de HBO-instituten. Het geld dat op dit moment wordt uitgegeven aan de Academische Raad en de HBO-raad blijft in principe ter beschikking staan van de nieuwe advies- en overlegstructuur. De ARHO zal daarin door de overheid worden gefinancierd, terwijl de samenwerking ter voorbereiding van het overleg door de instellingen zelf moet worden gefinancierd. Zij krijgen daarvoor in de rijksbijdrage een extra bedrag per student. Voor het personeel van de Academische Raad en deels ook de HBO-raad betekent dit dat een deel daarvan in de nieuwe struct u u r waarschijnlijk geen plaats maar kan vinden. Het personeelsbestand van de ARHO zal klein van omvang zijn. Wel stelt minister Deetman dat deze personeelsleden wellicht een plaats kunnen vinden in de samenwerkingss t r u c t u u r van de instellingen. Hij neemt zich voor om nadelige consequenties voor eventueel overtollige personeelsleden zo beperkt mogelijk te houden.
Christenen uit Turkije
(Bert
Bakker/UF)
Velen zullen zich nog herinneren, dat een groep van ongeveer honderdtwintig christenen uit Turkije tien weken lang h u n toevlucht zochten in de kerkzaal van de VU, zo'n vier jaar geleden. Actie 41 en het landelijk steunkommitee christenen uit Turkije k u n n e n zich nu, n a jarenlang zich in te zetten voor deze vluchtelingen, eindelijk opheffen. Uiteraard reden voor een slotfeest, dat op 8 oktober in het Cartesiuslyceum aan de Pieter Mondriaanstraat 10 gevierd wordt. Alle VUmensen die zich in de loop der tijd, op welke wijze dan ook, voor de christenen uit Turkije hebben ingezet, zijn van harte welkom.
Redaktie-adres: De Boelelaan 1105 of Postbus 7161, 1007 MO Amsterdam, tel. 020-5484330, b.g.g. 5486930. Redaktiebureel: kamer OD-01, hoofdgebouw VU. Redaktie: Jan van der Veen (hoof dredakteur). Jaap Kamerling, Wim Crezee. Marianne Creutzberg (redaktieassistente). Medewerkers: Leo Endedijk, Aart Bouwmeester, Roeleke Vunderink, Hidde van der Veen, Frans Hogendoom, Piet Verhoeven en (niet red.) dienst Pers en Voorlichting. Fotografen: Steve de Reus, Peter Wolters, Kees Keuch (Audiovisueel Centrum VU), Bram de Hollander. Tekenaar: Aad Meijer. Universttaire Pers: Ad Valvas werkt met andere universiteits- en hogeschoolbladen samen in de „Universitaire Pers". Coördinatie-adres: Wagenings Hogeschoolblad, Salverdaplein 11, 6701 DB Wageningen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983
Ad Valvas | 510 Pagina's