Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 389

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 389

8 minuten leestijd

AD VALVAS — 13 APRIL 1984

5

Weinig interesse voor vrouwspecifieke thema's

Cursussen aan werksituatie vrouwelijk personeel aanpassen Vrouwelijke personeelsleden van de VU zouden op veel grotere schaal dan nu het geval is, willen deelnemen aan kennisgerichte vormingscursussen wanneer deze cursussen aangepast worden aan hun behoeften. Een voorwaarde hiervoor is echter wel dat de belemmeringen om deel te nemen organisatorisch worden opgelost. Dit concluderen Janna-Hilda Mud en Hanneke Schaap, zevende jaars studentes andragologie, op grond van hun onderzoek naar de behoeften van het vrouwelijk personeel aan een vormings- en opleidingsprogramma. Het onderzoek vond plaats van september 1983 tot en met februari 1984, onder verantwoording van de Dienst Personeelszaken van de VU. De vrouwelijke personeelsleden blijken het meest geïnteresseerd te zijn in de onderwerpen: automatisering, sociale zekerheid, rechtspositie, arbeidstijdverkorting en bezuinigingen. Het opmerkelijke hierbij is dat de meeste onderwerpen al in het bestaande vormingsaanbod verwerkt zijn. Toch maken ze er geen gebruik van. Daarom stellen de onderzoeksters dat enerzijds de huidige cursussen beter afgestemd moeten worden op de individuele werksituatie en individuele leerprocessen van de vrouwen en anderzijds dat de belemmeringen om deel te nemen moeten verdwijnen. Theoretisch heeft elke werknemer recht op vorming en opleiding, voor zover de dienst het toelaat. In de praktijk zijn volgens Mud en Schaap de belangrijkste belemmeringen voor vrouwen: tijdsdruk (men voelt zich verplicht op het werk te blijven of men kan niet weg vanwege drukke werkzaamheden), bekendheid met vorming en opleiding, en tijdstip (m.n. voor deeltijdwerkenden). Overigens geven ze toe dat veel van deze belemmeringen ook voor mannen gelden: „Deze zijn beter te koppelen aan de soort functies (zoals bijv. secretaresse) dan aan het geslacht." De twee andragologen zien een aantal mogelijkheden om het probleem van de ge-

Advertentie

San Fu Maltha ringe deelname organisatorisch op te lossen. Het tijdsdruk-probleem kan gedeeltelijk opgelost worden door het maken van goede afspraken tijdens het werkoverleg. Verder kunnen de mogelijkheden van vorming en opleiding besproken worden tijdens het functioneringsgesprek. Ook vinden ze dat de mogelijkheid tot compensatie moet bestaan wanneer men een cursus volgt in de vrije tijd. Wat betreft de betere afstemming van de cursussen op de behoeften van de deelnemers zegt de heer A. Lemmers, medewerker van de afdeling Organisatie en Ontwikkeling en verantwoordelijk voor het opleidingsaanbod, het volgende: „We zijn binnenkort van plan een peiling te houden bij de leiding en het personeel van diverse afdelingen. Hierdoor kunnen we het aanbod beter laten aansluiten bij datgene waar de Diensten op dit moment om verlegen zitten." Deze peiling heeft volgens Lemmers niet direct te maken met het onderzoek van Janna-Hilda Mud en Hanneke Schaap. Janna-Hilda vindt echter dat er wèl enige impulswerking van hun onderzoek is uitgegaan: „Ondanks dat wij ons specifiek op vrouwen gericht hebben is Lemmers zich kennelijk toch achter z'n oren gaan krabben." In ieder geval zullen Personeelszaken en de Emancipatiecommissie op grond van dit onderzoek aanbevelingen doen aan het College van Bestuur. Hierdoor kan het zijn weerslag hebben op Personeelszaken en op de pas aangenomen emancipatiewerkster. Beide onderzoeksters zijn al langer bezig met het onderwerp vrouwen en vormingswerk. Daarom hebben zij zich in een doctoraal bijvak verdiept in het thema „vrouw en arbeid". Ook in hun vrije tijd zijn ze met vrouwen bezig: Janna-Hilda heeft een aantal jaren een vrouwenpraatgroep geleid en Hanneke werkt al jaren mee aan telefonische hulp voor vrouwen. Toen het vrouwenoverleg van de technische en administratieve staf (TAS) met de vraag kwam of er geen onderzoek gedaan kon worden naar een vormingsaanbod voor TAS-vrouwen, vonden beiden dit een goede opdracht voor hun stage. Volgens Mud en Schaap maken maar weinig mensen gebruik van dit aanbod; dit geldt in sterkere mate voor vrouwen dan mannen. De heer Lemmers is het met dit laatste echter niet eens: „Er bestaan geen opzienbarende verschillen in vergelijking met andere bedrijven, er zijn meer mannen dan vrouwen in dienst en dit vind je ook terug in de deelname aan de cursussen. Overigens is de deel-

Hanneke Schaap en Janna Mut name van vrouwen ook afhankelijk van de soort cursus: een cursus 'leiding geven' trekt meer mannen, een cursus 'notuleren' overwegend vrouwen."

Intimiteiten Een saillant resultaat uit het onderzoek van Mud en Schaap is, dat maar weinig vrouwelijke per-

(Foto Bram de Hollander) soneelsleden geïnteresseerd zijn in cursussen met vrouwspecifieke thema's als sexisme en ongewenste intimiteiten. Bij deze onderwerpen kunnen mannen in eerste instantie niet betrokken worden omdat de problemen vaak met mannen te maken hebben, aldus Janna-Hilda. Toch vinden beide onderzoeksters het de moeite waard om ac-

tiviteiten alleen voor vrouwen te organiseren. Ze vinden vrouwspecifieke thema's zo belangrijk dat de omvang van de groep geïnteresseerde vrouwen minder relevant is. Natuurlijk hadden ze volgens Hanneke „wel gehoopt dat bepaalde onderwerpen hoger zouden scoren maar realistisch gezien zijn de uitkomsten wel bevredigend".

Ook geld bij Studievertraging Vervolg van pag. 1

hanteren: ƒ 850 bij een verhuizing van minder dan 100 km, ƒ 1100 als de afstand groter is. Ook bij doorstuderen binnen dezelfde instelling zou een bedrag moeten worden uitgekeerd. Secretaris-Generaal van het departement Roel in 't Veld deelde dit maandag mee tijdens het gesprek dat hij voerde met vertegenwoordigers van de Landelijke studentenvakbond en het interuniversitair Studenten Overlegorgaan. Een gesprek dat op zichzelf uniek was omdat er geen regelmatig overleg met studenten bestaat. De Tweede Kamer had daar in dit geval op aangedrongen. Overigens ziet er het er naar uit dat het overleg ook uniek blijft omdat minister Deetman vorige week tijdens de behandeling van de HBO-wet het weten geen apart overleg met studenten te willen. De LSVB had in een brief aangedrongen op het instellen van een overleg, vergelijkbaar met het COPWO, het overleg met de bonden van overheidspersoneel met betrekking tot het WO. Hoewel daartegen het definitief „nee" nog niet heeft geklonken de brief zal binnen twee weken door Deetman worden beantwoord - zijn de verwachtingen daarover niet hoog gespannen. Martin Soeters, bestuurslid van de LSVB, vindt de door het ministerie genoemde bedragen ,op zichzelf niet onredelijk maar wel te laag als het daarbij blijft." Tijdens het gesprek van maandag leek er onenigheid te bestaan tussen ministerie en studenten over de manier waarop studievertra-

ging, die een student oploopt als gevolg van het omschakelen en verhuizen, aan studenten wordt vergoed. Het ministerie stelde zich op het standpunt dat die studievertraging zich niet voordoet, omdat de totale doctoraalstudielast van 6800 uur studie ook dan vastligt. Een vergoeding is daarvoor dan ook niet nodig, vond In 't Veld.

Maar de studenten en ook de werkgroep student en taakverdeling van de Academische Raad denken daar anders over. In 't Veld zegde wel toe dit punt nog verder te bekijken. Dat geldt ook voor de wens van de studenten om de begeleidingcommissies, die aan op te heffen studierichtingen worden ingesteld om studenten te helpen met de omschakelingen te betrekken bij de advisering over de fasering van de opheffingen, waarover uiteindelijk het college van bestuur van een instelling moet beslissen. Daarnaast zouden deze commissies een taak moeten krijgen in de procedure voor het beoordelen van het beroep dat een student op het sociaal fonds doet. Een en ander hangt samen met de op te lopen studievertraging en bepleite mogelijkheid op grond daarvan een uitkering te krijgen. Hoewel het ministerie op het standpunt staat dat vertraging niet voorkomt, wordt ook van die kant erkend dat zich toch problemen kunnen voordoen, bij voorbeeld door het ontstaan van wachtlijsten voor het gebruik van practicumruimten aan de overblijvende vestigingen van een studierichting. Door de studenten werd er op gewezen dat zich dit nu al voordoet bij Tandheelkunde. In 't Veld vindt dit in de eerste paats een verantwoordelijkheid

van de colleges van bestuur. Het advies van de Academische Raad stelt een bedrag van ƒ450 per maand studievertraging voor. Ten slotte werd de toezegging gedaan dat - zoals de studentenorganisaties hadden bepleit - de begeleidingscommissies een actieve voorlichtingsfunctie krijgen. Tot u toe was het het voornemen om hen alleen te verplichten informatie te geven aan de student die daar zelf om komt vragen, maar die taak zal worden uitgebreid. De wens van Martin Soeters, deelnemer aan het overleg voor de LSVB, dat ook studenten deel uit zouden moeten maken van de commisies werd door In 't Veld als „een zaak van de instellingen" van de hand gewezen. Wel zal hij nader bezien of in de spreidingscommissie, die beslissen over de spreiding van studenten over de overblijvende vestigingen van een studierichting, ook een lid van de op te heffen vestiging van een studierichting opgenomen moet worden. In zijn advies signaleert de werkgroep Student en taakverdeling van de AR ook nog de student, die wel in een andere stad verder gaat studeren maar niet wil of kan verhuizen. Hij zou 49 gulden per reiskilometer per jaar moeten krijgen met een maximum van 2750 gulden per jaar. De werkgroep wil ten slotte een tegemoetkoming van ƒ 125 aan gedwongen omzwaaiende studenten voor extra aanschaf van studieboeken en een per geval vast te stellen bedrag voor extra aanschaf van noodzakelijke instrumten. Studenten zouden zelf middels een aanvraagformulier een beroep moeten doen op het Sociaal Fonds voor een uitkering en dät binnen een bepaalde termijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 389

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's