Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 311

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 311

11 minuten leestijd

T AD VALVAS — 2 MAART 1984

Onderzoeker en schaatstrainer Jos Geijsel:

Uithoudingsvermogen basis schaatsprestaties Schaatsen is onze nationa­ le sport bij uitstek. Het is een stuk sportcultuur, ontstaan door onze geogra­ fische ligging en klimaat.. Als er vorst is, is er meestal niet zoveel sneeuwval als in het buitenland. Daar­ door is het makkelijk te verwijderen en zo ruim baan te maken voor schaatsen. Een andere reden waarom het schaatsen bij ons een traditionele populariteit kent, is ons vlakke land. Door de geringe hoogtever­ schillen kan makkelijk van sloten op kanalen op rivieren en omge­ keerd over gestapt worden. Dit is bijzonder aantrekkelijk voor toer­ tochtschaatsers. Doordat het schaatsen in Nederland zo cultu­ reel verankerd is, voelt iedere Ne­ derlander zich betrokken bij de prestaties van onze schaatsers­ (sters), die het hardst kunnen rij­ den. Grote groepen Nederlanders verschijnen als toeschouwers bij internationale wedstrijden zo­ lang de Nederlanders goed preste­ ren. Nederlanders vervallen in gemor wanneer de prestaties van onze schaatsers tegenvallen, zo­ als dat m.n. bij de laatste Olympi­ sche Winterspelen in Sarajevo het geval was.

Onderzoek in 1960 Tot voor enkele jaren geleden is er desondanks maar één onderzoek geweest (in 1960) n a a r de trai­ ningswijze van schaatsers. Juist in die jaren, toen er nog geen kunstijsbanen waren, waren schaatsers aangewezen op alter­ natieve trainingswijzen in zomer en najaar. Ook toen al startte de training voor het schaatsseizoen in mei, terwijl pas in december­ /januari prestaties geleverd wer­ den. (Was het niet op natuurijs in Nederland, dan trok men de grens over naar vnl. in die tijd Noorwe­ gen. Pas na 1960 ontstaat de kunstijsbaancultuur in Neder­ land en Duitsland (Inzell).) Het onderzoek in 1960 behelsde alleen een vaststelling van het verloop van de Uchamelijke con­ ditie van de kemploegleden van mei, het begin van het seizoen, tot maart, het einde van het seizoen. Hieruit kwam n a a r voren, dat de toen toegepaste trainingswijze in de zomer, die uit veel lopen en schaatsen op het droge bestond, niet effectief was. Desondanks is in al die jaren daarna deze con­ statering uit onderzoek in de praktyk van de trainers niet overgekomen. Men volhardde in dezelfde traditionele trainings­ wijze. Dit kwam mede omdat het inspanningsfysiologisch onder­ zoek uit die jaren wees in de rich­ ting dat je met het lopen het uit­ houdingsvermogen het beste kon trainen. Bovendien kwamen de toenmalige schaats­ en konditie­ trainers uit de atletiekwereld. In de jaren 70 ontwikkelde zich het marathonschaatsen op de kunstijsbanen als alternatief voor wedstrijdtochten en m.n. de Elfstedentocht. Door mijn aan­ stelUng bij de Interfaculteit Li­ chamelijke Opvoeding bij de vak­ groep Inspanningsfysiologie be­ stond de gelegenheid de trai­ ningseffecten van de marathon­ schaatsers te evalueren op een fietsergometer. Hieruit bleek (op­ nieuw) dat de gekopieerde trai­ ningswijze van langebaanschaat­ sers ook voor marathonschaat­ sers niet effectief was. Ook kwam uit het onderzoek n a a r voren, dat fietsen veel effectiever was.

de praktijk al sinds jaar en dag bekend dat goede schaatsers dik­ wijls goede wielrenners zijn: diei traditie begint al vanaf de legen­ darische J a a p Eden tot Eric Hei­ den. Andere voorbeelden zijn R u u d Liebrechts, Gerben Kar­ stens, Piet Kleine, Sheila Young, Beth Heiden, Emiel Hopman enz. In 1975 werd over de bevinding dat fietsen effectiever dan lopen was voor de training van (mara­ thon)schaatsers nationaal en in­ ternationaal gepubliceerd. Bo­ vendien was in de inspanningsfy­ siologie nieuT^ onderzoek n a a r vo­ ren gekomen, waaruit bleek, dat wanneer er eenmaal langdurig op een racefiets getraind werd, de maximale zuurstofopname als m a a t voor het uithoudingsver­ mogen bij het fietsen even hoog kon zijn als bij lopen. Aanbevelin­ gen uit wetenschappelijk onder­ zoek werden en worden door­ gaans in de praktijk erg lang­ zaam overgenomen. In die jaren verboden diverse schaatstrai­ ners, in navolging van de k e m ­ ploegtrainers, zelfs het fietsen voor schaatsers. In die jaren oogstten de Neder­ landse schaatsers (Schenk, Ver­ kerk, Atje Keulen­Deelstra) suc­ ces op succes en dat is in de prak­ tijk veel maatgevender voor de wijze van training dan welk we­ tenschappelijk onderzoek dan ook. Wat de winnaars doen, is al­ tijd heilig. Echter wat winnaars doen, is niet allemaal effectief. Daar zitten ook minder effectieve trainingswijzen bij en zelfs ave­ rechtse. Toch is in de loop der laatste ja­ ren gebleken, dat men heel gelei­ delijk in de schaatswereld het fietsen wat minder negatief is gaan benaderen. Het wordt n u niet meer n a 1 juni verboden om te doen, men tolereert het tot on­ geveer begin september. Echter, vanuit de inspanningsfysiologie is bekend, dat een behaald trai­ ningseffect onderhouden moet worden anders verdwijnt het. Als men na september niet meer fietst en anders gaat trainen, dan verdwijnt het door het fietsen be­ haalde conditie effect, omdat aan de vergelijkbare schaatsconditie pas vanaf de herfstvakantie in oktober gewerkt kan worden. In ons land in ons klimaat kan ech­ ter tot diep in het najaar en win­ ter op de weg gefietst en getraind worden. Dat is in andere landen (Duitsland, Rusland, Scandina­ vië) door sneeuwval en gladheid niet mogelijk. Overigens is het fietsen alléén als voorbereiding niet voor alle schaatsers zaligmakend. Het is een praktijkervaring, dat schaat­ sers die een slechte schaatstech­ niek hebben door het op de fiets

Platform

Platform is een open forum voor meningen over actuele onderwerpen. Bijdragen en re­ akties worden geschreven on­ der eigen verantwoordelijk­ heid: dat geldt ook voor jour­ nalisten van Ad Valvas als die zich op persoonlijke titel in de diskussie willen mengen. De artikelen zijn bij voorkeur niet langer dan plm. 1200 woorden. Eindredaktie: Jaap Kamer­ ling.,

trainen niet snel veel beter zullen leren schaatsen. Zij zijn meer ge­ baat bij het daarnaast óók oefe­ nen van de schaatstechniek, schaatshouding en schaatsbewe­ ging op het droge. Echter, als men al over een goede schaatstechniek bezit, dan is een perfectie van de schaatstechniek alleen nog te verkrijgen door te schaatsen op ijs en niet op het droge.

Intensief trainen De opmerking vanuit onderzoek dat de intensiefste training ook altijd de beste is, blijkt in de prak­ tijk niet op te gaan. Altijd op de top van het kunnen trainen, werkt n a verloop van tijd ave­ rechts. Overmatige vermoeid­ heid, verdwijnend plezier in het trainen, lusteloosheid, slapeloos­ heid, pijnlijke zwaar aanvoelende benen, (overtraindheid) zijn het gevolg. Dit kan ondervangen worden door veel basis of onder­ houdstraining te doen. Het is in dit geval net als met de Eifeltoren: de stabiUteit van de top wordt be­ paald door de stabiliteit van de basis. Het is de ervaring van de trainerswereld dat naast inten­ sieve trairlrsfjsn ook trainingen

'•W 'S­»

met een langdurige rustig karak­ ter uitgevoerd moeten worden om zo een basis te leggen voor top­ prestaties. Een goed trainings­ plan behelst dus een goede mixtu­ re van intensieve en daardoor kortdurende trainingen naast minder intensieve en daardoor langdurige trainingen. Vanuit de huidige inspanningsfysiologie is met een geen mogelijkheid te zeg­ gen hoe de verhouding in die mix­ ture moet zijn; noch in het begin van het seizoen noch vlak voor belangrijke grote wedstrijden. Verder schort het m.i. aan lang­ durige trainingen op het ijs in de Nederlandse schaatstraining. Als er in Nederland op het ijs ge­ traind wordt, dan wordt er vaak veel gerust tussen de intensieve arbeidsfasen. Zo wordt er bijvoor­ beeld nadat er 3 minuten op volle snelheid gereden is wel 10 minu­ ten heel rustig rechtop gereden. De arbeid­rust verhouding ligt vrij laag. Dat betekent dat er in trainingen weinig kilometers ge­ maakt worden. De konditie van het uithoudingsvermogen wordt daarmee niet goed onderbouwd en een wankele basis geeft een instabiele, grillige prestatiecur­ ve. Soms presteert men onver­ wacht heel goed (zoals de heren bij het laatste Europese kampi­ oenschap), soms onverwacht heel slecht zoals bij de Olympische Spelen. Dit is ook kenmerkend voor de individuele prestatiecur­ ve van Nederlandse kernploeg­ schaatsers en schaatsters van de laatste jaren. Het langdurig schaatsen in een rustig tempo is vaak monotoon. Wanneer dit dik­ wijls gedaan moet worden (en dat behoort het), dan wordt het een sleur en kan het effect verloren gaan. Een goede afwisseling bij uitstek in Nederland in de winter is het fietsen. Echter aan duurt­ raining op het ijs wordt weinig en a a n fietstraining in najaar en winter wordt helemaal geen a a n ­ dacht besteed. Het is verder opvallend in dit ka­ der hoe negatief trainers en schaatsers in de langebaan­ schaatswereld oordelen over het deelnemen van h u n pupillen aan marathonschaatswedstrijden op kunstijsbanen. Deze wedstrijden gaan bij de heren over 100 ronden, die meestal binnen een u u r afge­ legd worden en bij de dames over 35 ronden. Het vooroordeel van die trainers is dat het marathon­ schaatsen slecht voor de techniek zou zijn. Veel trainers verbieden h u n pupillen zelfs om a a n mara­ thonwedstrijden deel te nemen, zelfs op straffe van verwijdering uit de kernploegen. In tegenstelling met het buiten­ land kent men in Nederland een competitie over ca. 25 marathon­

>^4tJ. •fi'r.i

Aan de Interfaculteit Licha­ melijke Opvoeding wordt sinds het promotieonderzoek van Gerrit J a n van Ingen Schenau, verricht van 1978 tot 1981 in toenemende mate onderzoek gedaan naar de ef­ fectiviteit van de in het schaatsen gehanteerde trai­ ningsmiddelen, zoals droog­ schaatsen, lopen, fietsen, rol­ schaatsen, schaatsplanken enz. In algemene zin kunnen hieruit aanbevelingen voor de praktijk van de schaatstrai­ ning gedestilleerd worden. (Zowel het wetenschappelijk onderzoek, naar factoren, die het sportprestatievermogen bepalen als de trainings­ en trainerswereld hebben in de afgelopen decennia ieder een eigen wereld met een eigen jargon opgebouwd.) Dit arti­ kel overbrugt de wereld van het wetenschappelijk onder­ zoek en die van de schaats­ training.

wedstrijden. Het zou in het kader van de opbouw van het uithou­ dingsvermogen aanbeveUng ver­ dienen, wanneer kemploegleden van deze unieke Nederlandse tak van de schaatssport, gebruik maakten. Tot n u toe wordt in de langebaanschaatssport weinig a a n duurtraining gedaan in ver­ gelijking met verwante sporten als fietsen, lopen en zwemmen.

Konditie schaatsers in zomer en winter I n onderzoek bij schaatsers, ook uit de kernploegen, komt het nog­ al eens voor dat zij in september/­ oktober in de beste conditie ver­ keren. Er is dan vier maanden intensief en regelmatig getraind bij gemiddeld veel betere weers­ omstandigheden dan in de win­ ter. Daarna wordt het eerder don­ ker (wintertijd, slechter weer enz.). Dan worät het veel moeilij­ ker om even intensief en regelma­ tig te blijven trainen. Trainingen vervallen, ook door reizen n a a r en van wedstrijden, verminderd trainen voor en n a wedstrijden. Opvallend is ook dat er in de zo­ mer in een training veel meer trainingsarbeid verricht wordt dan in een wintertraining op het ijs. Dit zijn verklaringen waarom

Fietsen en schaatsen De manier, waarop en de hoeken waarin de beenspieren bij het schaatsen en fietsen samentrek­ ken, komen veel overeen. Het is in

De auteur van dit stuk is we­ tenschappelijk medewerker bij de vakgroep Inspannings­ fysiologie en Gezondheidkun­ de van de Interfaculteit Li­ chamelijke Opvoeding. Hij is in zijn vrije tijd actief als trai­ ner van schaatsers, mara­ thonschaatsers in het bij­ zonder. Een aantal leden van de vereniging behoort tot de top van de marathonschaat­ sers en langebaanschaatsers. Vanuit deze trainers optiek is dit verhaal over schaatspres­ taties geschreven. Er is aan de Interfaculteit geen concreet onderzoek ver­ richt n a a r de trainingswijze van de kernploegschaatsers in dit seizoen. Zuiver objectief gezien kan er dan ook geen enkele verklaring gegeven worden over de goede presta­ ties van de Nederlandse schaatsers bij de Europese Kampioenschappen, over de slechte prestaties bij de Olympische Spelen van Sara­ jevo en over de wisselvallige prestaties bij de WK in Go­ thenburg. Op grond van on­ derzoekgegevens bij vereni­ gings­ en topschaatsers uit het verleden en vele jaren trainerservaring is het moge­ lijk enkele kanttekeningen te plaatsen bij de training voor schaatsprestaties van zowel verenig^ings als kernploeg­ schaatsers.

Marathonschaatsen; de veelbelovende Jos Niesten voorop met in sijn spoor Jan Roelof Kruithof (foto Soenar Chamid) ­ ­ ­ ­­

Vervolg

oppag.9

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 311

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's