Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 176
AD VALVAS — 2 DECEMBER 1983
BOEKENTIJDSCHRIFTEN^
Rechts in kaart gebracht Ofschoon de Centrumpartij geen fascistische partij is, zijn er aan deze partij wel degelijk trekken te onderkennen die naar een bepaalde vorm van fascisme neigen. Dat wordt tenminste duidelijk uit het boek „De rechterkant van Nederland". Het „antifascistisch kollektief", dat het boek schreef, geeft hierin een overzicht van extreemrechtse en fascistische verschijnselen in Nederland. Zü hebben h u n vertrekpunt bewust vanuit een aantal aktiegroepen gekozen, en niet vanuit bij voorbeeld de Centrumpartij en de Nederlandse Volks Unie, om „hiermee het propaganda-effekt voor extreem-rechts so klein mogelijk te houden". Achtereenvolgens passeren milieubeweging, vredesbeweging,
anti-apartheidsbeweging, vrouwenbeweging en homobeweging de revue. De schrijvers proberen a a n de hand van publikaties van „rechtse" bewegingen en materiaal als krante- en tijdschriftartikelen en radio- en tv-uitzendingen een beeld te schetsen van het georganiseerde verzet tegen deze bewegingen. Ook komen de ideeën waarvan „rechtse" groepen, om wat voor reden dan ook uitgaan, aan de orde. Dat effekt wordt nog versterkt doordat achter in het boek een overzicht is opgenomen van extreem-rechtse, christelijk-rechtse en neofascistische organisaties. Het gaat de samenstellers daarbij met name om de personen die daarin figureren. Veelal blijkt namelijk dat verbindingen van organisaties via de-
zelfde personen lopen, die bij voorbeeld zowel betrokken zijn bij het ICTO, het OSL (Oud Strijders Legioen) of de VBOK (Vereniging tot Bescherming van het Ongeboren Kind). Dat geeft in ieder geval een duidelijk beeld van „rechts" Nederland. Er zijn in het boek ook enkele betrekkelijk nieuwe zaken te lezen, zoals de beschrijving van de inmiddels opgeheven partij DS'70. Die bleek al enige tijd expliciet racistische denkbeelden uit te dragen. Samen met de Socialistiese Partij wordt DS'70 door de schrijvers gerangschikt onder het kopje „voorwerk waaruit de Centrumpartij lering heeft getrokken". Er zijn echter wel wat vraagtekens bij een dergeUjke aanpak te plaatsen. Allereerst hebben de schrijvers zelf moeite met de indeling in rechts en links. Toch aarzelen zij niet een aantal organisaties onder het kopje „extreem-rechts" of „christelijkrechts" te rangschikken. Gezien de voorafgaande hoofdstukken zou je mogen verwachten dat de schrijvers een weinig positief oordeel over deze groepen vellen. Bovendien worden deze organisaties in één adem met fascistische organisaties genoemd. Ik vind dat
Zelfdoding een ramp, geen misdaad The words are lovely, dark and deep. But I have promises to keep. And miles to go before I sleep. And miles to go before I sleep. Met dit citaat van Robert Frost begint professor Kuitert het hoofdstuk Herwaardering in zijn boek Suicide: Wat is er tegen? Dit hoofdstuk over de herwaardering van onze opvattingen over zelfdoding of suicide is de spil van het boek. Kuitert wil met zijn verhaal het morele taboe van suicide afhalen en een voorstel doen voor een normatief standpunt van morele aard over wanneer zelfdoding wél en wanneer zelfdoding niet geoorloofd is. Moraal om-
schrijft hij als regelgebonden handelen. Dat is iets anders dan achterhaalde burgerlijke gedragspatronen; ieder mens leeft met een moraal want niemand leeft zonder regels. Zelfdoding is iets wat in onze westerse cultuur niet kan, het is een misdaad, bij de wet verboden zelfs. De wortels van deze norm zitten diep. Al bijna sinds mensenheugenis worden drie klassieke argumenten tegen zelfdoding gebruikt: 1. voor de dood kiezen is voor iets verkeerds kiezen en daarom moreel verkeerd. 2. voor de dood kiezen is een onrechtmatige daad tegenover de samenleving en 3. voor de dood kiezen is
God in zijn rechten schaden en zelf voor eeuwig verloren gaan. Dit zogenaamde klassieke Neen tegen zelfdoding wordt aangehangen door ethici die h u n argumenten halen uit de theologie, te denken valt aan Thomas van Aquino, Bonhoeffer en Geesink, m a a r ook door ethici die uitgaan van de autonome moraal van de mens, zoals Kant. Deze theorieën worden, voor zover ze betrekking hebben op de morele kant van de zaak, uitgebreid in het boek behandeld. Na gekeken te hebben n a a r de oorzaken en redenen van iemand om suicide te plegen (of een suicidepoging te doen, iets wezenlijk
Lun^ krijgt een fles van OSL-man Ego op OSL-dag'80 in Utrecht (foto Hannes Wallrafen) wat dubieus als partijen als GPV, S G P of RPF, of bij voorbeeld het ICTO, op deze grond veroordeeld worden. Het valt niet te ontkennen dat er van deze organisaties via personen lijnen lopen n a a r minder frisse organisaties, maar het voert te ver om deze organisaties in één adem met fascistische organisaties te noemen. Een indeling n a a r personen was misschien beter geweest, hoewel ook daar nogal wat nadelen aan kleven.
Jammer, want het boek krijgt n u snel het etiket „overdreven" of „vergezocht" mee, terwijl er toch ook een heleboel verhelderende informatie in staat. Bij voorbeeld over het opportunistische karakter van de Centrumpartij. In dat opzicht is het voor veel antifascisme comités een handig naslagwerk. (R.V.)
anders) vraagt Kuitert zich af of er een plicht tot leven bestaat. Na een uitgebreide bewijsvoering komt hij tot de conclusie dat die plicht niet onvoorwaardelijk bestaat en dat iemand goede redenen kan hebben om tot suicide over te gaan. Ook in de bijbel vindt hij geen veroordeling van zelfdoding.
laatste hoofdstuk van het boek. Een hulpverlener kan bijvoorbeeld de verplichtingen met de suicidant doorspreken en de voors en tegens helpen afwegen. De moraal kan dan een ramp voorkomen. Het boek geeft een helder overzicht van de denkbeelden die in de loop van de tijd over suicide gevormd zijn en geeft een herinterpretatie die nodig is in deze tijd. Het betoog leidt tot de conclusie d a t suicide mag, ook al bUjft het in de meeste gevallen een tragische ramp en is de mens verpUcht die ramp te voorkomen als anderen daardoor onherstelbaar kwaad wordt aangedaan.
Blijft de vraag wat zijn goede redenen? Niet elke reden die iemand zelf aandraagt is goed. Er kunnen bij voorbeeld verplichtingen bestaan tegenover andere mensen die de goede redenen die iemand heeft om het leven te verlaten, ongedaan maken. Morele druk uitoefenen op iemand die suicide wil plegen is in zo'n geval geoorloofd. De mogelijkheden voor hulpverlening zijn beperkt, blijkt uit het
Werkloosheid in de jaren dertig De huidige werkloosheid doet velen denken aan die van de jaren dertig. Ook toen verloren honderdduizenden h u n baan en kregen ze het gevoel als tweederangs burger door het leven te moeten. In historische studies is tot n u toe veel aandacht besteed aan ontstaan en verloop van de crisis in de jaren dertig, maar bleef de beleving van de werkloosheid door de werklozen zelf veelal buiten beschouwing. I n De geesel van omen tijd wordt (voor de eerste keer) wel systematisch aandacht besteed aan de reacties van werklozen en gepoogd die met behulp van sociaal-wetenschappelijke theorieën te verklaren. De auteurs, drie Utrechtse historici, hebben daarvoor als onderzoeksterrein de stad Utrecht uitgekozen, een stad die vanwege de starre economische en politieke structuur en haar conservatieve klimaat in zekere zin representatief lijkt voor het Nederland van die tijd. De historici hebben zich niet beperkt tot de werkloosheidsbeleving. Ook de economische en soci-
aal-politieke situatie in Utrecht in de jaren twintig en dertig en het werklozenbeleid van de gemeente komt uitgebreid aan de orde. Utrecht was een nette stad, een stad waar de arbeiders ook weinig neiging tot opstandigheid toonden. De vakorganisaties verzetten zich nauwelijks: de confessionele steunden de bestaande orde, de socialistische verstoorden de samenwerking van de verschillende confessionele elites al evenmin. De drie grote politieke partijen en vakcentrales bekommerden zich in de eerste plaats om h u n eigen werkloze leden. Deze kregen via de vakbonden ook een veel hogere uitkering dan de ongeorganiseerden die op de armenzorg aangewezen waren. De auteurs zien hierin een verklaring voor het ontbreken van omvangrijke sociale onrust onder de werklozen. Berusting en aanvaarding overheerste. SDAP en NVV schoten ook schromelijk tekort in het bewustmaken en organiseren van werklozen.
it'
i'^
(foto Gemeentelijke Archiefdienst
Geschiedenis en bevrijding Ruim een jaar n a dato is het verslag van het Groningse congres Geschiedenis en bevrijding verschenen. De bijeenkomst was een vervolg op een in 1979 gehouden congres aan de VU. Toen stond de vraag centraal: wat kunnen de verschillende emancipatiebewegingen met h u n geschiedenis doen en welke taak is hierin weggelegd voor de historicus? Een beperking van deze vraagstelling was dat emancipatorische geschiedschrijving dan niet veel meer is dan het opvullen van
witte plekken in de bestaande geschiedschrijving door een reeks van „vergeten feiten" eraan toe te voegen. In Groningen richtte men zich daarom meer op de bestudering van onderdrukkingsmechanismen en ideologische beelden van het verleden. Een meer theoretische benadering dus. Het hoofdprobleem was evenwel hetzelfde: wat is de relatie van progressieve historici tot emancipatiebewegingen waarmee zij zich politiek verbonden voelen?
De Amsterdamse historica Selma Leydesdorff voelt er weinig voor de geschiedenis in dienst van een beweging te schrijven „omdat een dergelijke geschiedschrijving m a a r zelden verder komt dan een legitimering van van te voren bepaalde politieke standpunten". Volgens h a a r bewijs je een beweging meer dienst door als intellectueel een relatief autonoriie positie in te nemen. De eveneens uit de hoofdstad afkomstige politicoloog Siep Stuurm a n kritiseert het empirisme zo-
Utrecht) als dat nog wel 'ns voorkomt in „oral history". Historici kunnen volgens hem niet volstaan met eenvoudige waarneming of met het optekenen van verhalen van „gewone mensen". „Wat we waarnemen is eigenlijk niet hét daaglijks leven, maar allerlei verschillende vormen van verwerking van het daaglijks leven." S t u u r m a n pleit voor een structuralistische theorievorming te ontdekken. Schreef Marx immers al niet dat de maatschappelijke samenhang tot stand komt achter de rug om en tegen de wil in van mensen? Voorts bevat de map verslagen van workshops over onderwerpen als arbeiders-geschiedenis, sexis-
De rechterkant van Nederland, een overzicht van extreem-rechtse en fascistische verschijnselen in Nederland. Antifascistisch kollektief. Uitgeverij SUA, ƒ21,-.
(P.V.) H. M. Kuitert, Suicide: Wat is er tegen? zelfdoding in moreel perspectief. Uitg. Ten Have, Baam. Prijs: ƒ24,50
Met deze verklaring volstaan de auteurs echter niet. Ze verwerpen een eenvoudig determinisme; een bepaalde politieke structuur of een bepaald politiek beleid bepaalt niet zonder meer het bewustzijn van mensen, zij maken altyd in laatste instantie een eigen keuze. Daarom proberen de auteurs na te gaan hoe de werklozen met h u n situatie omgingen en gebruik maakten van bepaalde interpretatiekaders. Deze verwerkingsmechanismen worden uiteindelijk gekoppeld aan de reactiepatronen van werklozen. Daar komen de schrijvers overigens niet helemaal uit, nader onderzoek is volgens hen noodzakelijk om tot definitieve uitspraken te komen. Het valt te hopen dat dat onderzoek er ook komt, deze uitstekende sociaal-historische studie verdient dat. En misschien kan dan ook een antwoord gegeven worden op de, door de auteurs niet beantwoorde, vraag wat een dergelijke benadering voor waarde heeft voor onderzoek n a a r de huidige werkloosheidsbeleving. (L.E.} E. Nijhof, P. Schrage, M. Sturkenboom; De geesel van onzen tijd, een onderzoek naar werklozenbeleid en werkloosheidsbeleving in de jaren dertig in Utrecht; Uitgeverij Martinas Nijhof f; ƒ29,50.
me, imperialisme, homo-aversie, vredesonderzoek en racisme. De verslagen zijn letterlijke weergaven van de lezingen en discussies, inclusief versprekingen, bijzinnetjes eigen aan de spreektaal en ordehandhavingen van de voorzitters („Wacht even Maija; Suzan, wil jij ook op dit p u n t reageren? Of wou je een nieuw p u n t aansnijden?"). Dat maakt dat de verhalen in de map soms onnodig langdradig en weinig to the point zijn. (W.C.) Het congresverslag Geschiedenis en bevrijding n is te verkrijgen door overmaking van /15,- (incl. porto) op gironummer 3127941 t.n.v. B. Henkes in Groningen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983
Ad Valvas | 510 Pagina's