Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 325
AD VALVAS - - 9 MAART 1984
7 worden voor het milieu belangrijke functies vaak minder goed vervuld. Drs. Van Capelleveen en dr. Van Straaien bestudeerden de effecten van zware metalen op respectievelijk pissebedden en springstaarten. Deze vervullen een belangrijke rol in natuurlijke kringlopen. Ze „begrazen" de strooisellaag op de bodem, waardoor de voedingsstoffen weer In de kringloop kunnen worden opgenomen. Van Capelleveen onderzocht pissebedden uit gebieden die vervuild waren met zware metalen en vergeleek die met beesten uit een schoon gebied. Als aan het voedsel Cadmium en Zink werd toegevoegd nam de consumptie van bodemmateriaal af. Ook de groei werd geremd door deze twee metalen, vooral als ze gezamenlijk werden toegediend. Opmerkelijk was dat de voortplanting bij de dieren uit het vervuilde gebied optimaal verliep bij de hoeveelheden zink en cadmium die in hun „natuurlijke" omgeving voorkomen. De conclusie luidde dat de dieren uit het vervuilde gebied, zich, gezien hun goede voortplanting hadden aangepast, maar hun ecologische functie, de afbraak van bodemmateriaal, niet goed meer vervulden. De laatste bijdrage aan het symposium werd geleverd door dr. Dr. Govers (Instituut voor Milieuvraagstukken): graag samenwerken met Van Straalen. Hij onderzocht één andere onderzoekinstituten (Foto AVC/VU) bepaalde soort springstaarten uit een gebied met extreem hoge conmollen en regenwormen bodem- zocht hiervoor blaassilenen, die centraties zware metalen in de verontreiniging op te sporen. Hij op het afval van een oude koperbodem. Lood blijkt door deze beeswil onderzoek doen of, en hoe mijn in Midden-Duitsland zich tjes makkelijk te worden uitgeaanwezigheid van zware metalen nog als enige plant weet te handscheiden, maar cadmium wordt en hexacloorcyclohecaan in mol- haven. Hij vond in de wortels van in dezelfde mate als het voedsel len en wormen iets af te leiden is de aangepaste plant veel minder opgenomen. Via uitscheiding van voor de vervuiling van de bodem. koper dan bij de normale plant de zogenaamde darmprop raakt Deze dieren zijn gekozen, omdat als beiden gekweekt werden in hij of zij toch weer een gedeelte het een goed te bestuderen sys- een omgeving met veel koper. van het cadmium kwijt. De teem is en ze bijna overal voorko- Overigens is dit metaal in geringe springstaarten vervellen regelmen. matig en met het vel wordt ook de hoeveelheden een essentieel eledarmwand verwisseld, waarin Dr. Govers presenteerde een me- ment voor planten. Blijkbaar kan het cadmium zich ophoopt. thode om voorspellingen te doen de aangepaste plant het teveel Hij heeft ook berekend hoeveel over de effecten van chemische aan koper tegenhouden. Hij vond stoffen. Er is nog maar van rela- in de aangepaste planten een be- metaal uiteindelijk verder in de tief weinig stoffen bekend welke paald eiwit (metallothioneïne) voedselketen belandt. Tachtig schadelijke effecten ze hebben. dat de plant gebruikt om het ko- procent van de springstaarten sterft een niet natuurlijke dood Het is ook onbegonnen werk om per vast te leggen. alle stoffen te onderzoeken op Ditzelfde eiwit was 's ochtends al ^ in de maag van andere dieren. De interpretatie van deze berekeninhun mogelijke effecten. Dit soort sprake gekomen in de lezing gen levert echter nog veel probleonderzoek kost doorgaans veel ter van Aiking over de aanpassing men op. Hij wil in de toekomst geld en tijd en er worden veel van bacteriën aan Cadmium. zijn onderzoek voortzetten door proefdieren bij gebruikt. Ook dieren blijken zich te kunbloed en urine van deze drie milliMet de QSAR-(kwantitatieve aanpassen aan hoge gehaltes meter grote beestjes af te tappen struktur-werkingsrelaties) me- nen thode is het mogelijk om op grond zware metalen. Deze aanpassing en dit te analyseren op zware mevan de structuur van moleculen van organismen aan vervuiling talen. bepaalde eigenschappen te bere- lijkt mooier dan het is, hierdoor kenen en op basis hiervan een uitspraak te doen over de toxiciteit. Deze methode, die is ontwikkeld in de farmachochemie om te voorspellen welke stoffen als geneesmiddel in aanmerking komen, is nog niet optimaal. Het is alleen mogelijk om stoffen die nogal sterk aan elkaar verwant zijn te vergelijken. Bü de beleids- Wat gebeurt er, wanneer een hoogleraar zich stelselmatig laat vervanruimte onderzoek van de VU is gen door de voorlezer van zyn dictaat, of wanneer studenten maandenonlangs een voorstel ingediend lang moeten wachten op een practicumplaats? Niets. Dat kan probleom deze methode verder te ont- men gaan opleveren, want met de invoering van de twee-fasenstructuur is studietijd kostbaar geworden. Bij overtreden van de zesjaarswikkelen. limiet wordt de student uitgesloten van onderwijs en studiebeurs. Tegen onderwijs dat niet of gebrekkig gegeven wórdt heeft hij echter Blaassilene geen verhaal. Daarom doet de commissie studentenvoorzieningen van De middag was voor de oecologen de Academische Raad het voorstel, de verplichtingen van student en gereserveerd. De beide werkgroe- docent in een contract vast te leggen. pen, dier- en plantenoecologie on- Een „studieovereenkomst", het ei van Columbus. Het geeft de student der leiding van respectievelijk een betere rechtspositie, de docent de verplichting afspraken na te prof. dr. Joosse-van Damme en komen. Als bovendien het tijdschema vastgelegd wordt, voorkomt het ptrof. dr. Ernst onderzoeken de in- uitlopen van programma's. En als de student ook nog betrokken wordt vloed van zware metalen op plant bij het opstellen zal hij zelfstandiger, bewuster en mondiger worden. en dier. Dit onderzoek vindt Maar wat wil de commissie in die overeenkomst vastleggen? Onderplaats op locaties die al erg lang werpen, doelstellingen, onderwijsvormen, leermiddelen, verantwoorhoge concentraties zware meta- delijkheden, begrotingen, overmachtsbepalingen en nog veel meer. Per len bevatten. Vooral zink- en studieonderdeel, want voor een stage bij de PTT is een andere contractloodsmelterijen en oude mijnge- vorm handig dan voor een standaardcursus Pascal. Twaalf verschilbieden, waar, door het afvalge- lende vormen zijn er, al of niet collectief, al of niet met studenteninsteente, de grond al eeuwenlang spraak, met of zonder slaaggarantie en met of zonder bijspijkerverlenvervuild is met zware metalen, ging. zijn geliefde plaatsen. De commissie geeft toe dat het opstellen tijd kan gaan kosten. En, wat Uit de presentaties van dr. Ver- ernstiger is, dat er geen sancties mogelijk zijn tegen docenten die in klei) en drs. Dueck kwam naar gebreke blijven. Die sanctiemogelijkheden zullen er voorlopig ook wel voren dat sommige plantesoorten niet komen, want, schrijft de commissie, „over rechten van de stuzich kunnen aanpassen aan hoge dent(...) kan pas gesproken worden als bepaald is welke kwaliteitseiconcentraties zware metalen in sen aan het onderwijs gesteld worden." de bodem. Vooral planten die bin- Het enige soelaas bieden de 'studierichtingscommissies' uit het nieuwe nen de soort een grote genetische wetsontwerp op het wetenschappelijk onderwijs. In die commissies variatie vertonen, blijken in staat mogen studenten zitting nemen. De commissies hebben echter alleen een tolerantie op te kunnen bou- adviesrecht. Meer dan nalatige docenten en vakgroepen onder druk wen. Door de sterke selectiedruk zetten kunnen ze niet. die voortkomt uit een hoge belas- Studiecontracten zijn niet iets nieuws. In de Verenigde Staten vooral ting met zware metalen zijn de ze al jarenlang gehanteerd. Prof. dr. A. D. de Groot schreef in planten uit vervuilde gebieden worden 1972 als een van de eersten in ons land over studiecontracten. In 1976 genetisch anders samengesteld publiceerde drs. Wim van Os (Onderwijsresearch) zijn dan planten uit „schone" gebie- ervaring metVU-medewerker contractonderwijs op de VU, waar het bij economie werd den. beproefd. Van Os concludeerde dat contractonderwijs speciaal goed Drs. Lolkema ging in op het me- werkt als het accent bij studie-onderdelen op zelfstudie ligt. Hij beval chanisme dat ten grondslag ligt het aan voor studenten met weinig zelfdiscipline. (VP, Lin Tabak J. v.d. V.) aan deze aanpassing. Htj onder-
Symposium over samenwerking tussen VU-wetenschappers
Invalshoek milieu-onderzoekers wel anders dan die van oecologen Maarten de Hoog Op 28 februari organiseerden het Instituut voor Milieuvraagstukken (IVM) van de VU en de vakgroep Oecologie en Oecotoxilogie van de subfaculteit Biologie een symposium met als titel: „Oecotoxicologie en Milieuvraagstukken". Doel van het symposium was informatie-uitwisseling tussen onderzoekers van het IVM en de subfaculteit Biologie, met het oog op een mogelijke samenwerking op dit onderzoeksgebied. Oeco- (of eco) toxicologie is onderzoek naar de effecten op lange termijn van milieuverontreinigende stoffen op organismen. In zijn inleiding op het ochtendgedeelte maakte dr. Govers, hoofd van de chemisch-toxicologische groep van het IVM, duidelijk dat dit instituut graag samenwerkt met andere onderzoeksinstituten. Het IVM, waar zo'n 30 mensen werken, verricht voornamelijk contractresearch, vooral in opdracht van de overheid. Uit de verschillende lezingen bleek dat de invalshoek van het IVM toch anders is als die van de oecologen. Binnen het IVM wordt het milieuprobleem centraal gesteld en middels onderzoek aanbevelingen gedaan voor het te volgen beleid. Wat niet wegneemt dat dit onderzoek ook fundamentele vraagstellingen omvat.
De oecologen blijven bloloog en zijn vooral geïnteresseerd in hoe planten en dieren reageren op een bepaalde belasting van het milieu met milieuverontreinigende stoffen. Een spreker uit de subfaculteit Biologie merkte treffend op dat een oecotoxicoloog een ecoloog is die in plaats van mooie natuurgebieden vuilnisbelten onderzoekt. Misschien is juist wel door dit verschil in aanpak een goede samenwerking mogelijk. Het programma voor de ochtend was gevuld met vier sprekers van de chemisch-toxicologische en de ecologische groep van het IVM. Dr. Aiking presenteerde enige resultaten van zijn werk naar het vermogen van bepaalde bacteriesoorten om een hoge concentratie Cadmium te weerstaan. Cadmium is één van de gevaarlijkste elementen uit de groep van de zware metalen, niet alleen omdat het giftig is, maar ook omdat de hoeveelheid Cadmium in het milieu de laatste tijd sterk is toegenomen. Het onderzoek werd uitgevoerd met bacteriën die ook in waterzuiveringsinstallaties worden gebruikt; één van de mogelijke toepassingen van het onderzoek is het gebruik van bacteriën bij de zuivering van afvalwater dat vele zware metalen bevat. Het was bekend dat sommige organismen met behulp van een bepaald eiwit zware metalen in een zodanige vorm kunnen vastleggen dat er geen schadelijke effecten meer optreden voor het organisme. De hoeveelheid Cadmium die de bacteriën opnamen was echter zo groot dat een bacterie driemaal zijn eigen gewicht van dit eiwit zou moeten bevatten. Er moest dus een ander mechanisme bestaan. Uit het onderzoek van Aiking bleek, dat deze bacteriën Cadmium in onoplosbare zouten kunnen neerslaan die zich zonder nadelig effect in de celwand bevinden.
Steltlopers
Samenwerking subfaculteiten met IVM De vakgroepen Oecologie en Oecotoxicologie en Algemene en Experimentele Dierkunde van de subfaculteit Biologie en de vakgroep Farmacochemie van de subfaculteit Scheikunde onderzoeken in een zogenaamde dwarsbalkencommissie de mogelijkheden tot samenwerking op oecotoxicologisch gebied. Deze commissies zijn ingesteld om de samenwerking tussen de subfaculteiten te bevorderen. Beide subfaculteiten behoren tot de kleinste in het land en het geringe studenten aantal vormt een bedreiging voor beide bij een volgende taakverdelingsoperatie. Ook de voorgenomen samenvoeging van beide subfaculteiten in één nieuwe faculteit (zoals voorgesteld in de verschillende versies van de nieuwe Wet op het Weten,schappelijk Onderwijs) noopt tot samenwerking. Op het gebied van de biotechnologie is men al zover dat er een gezamenlijk onderzoeksprogramma is ingediend. Het IVM werkt in diverse projecten al samen met Biologie en Scheikunde op oecotoxicologisch gebied. Een samenwerkingsverband tussen deze drie zou kunnen leiden tot een „all-round" oecotoxicologisch onderzoekscentrum op de VU.
Eén van de redenen voor de grote belangstelling voor het milieuonderzoek was een opzienbarende achteruitgang van sommige diersoorten in de jaren zestig. In tien jaar tijd daalde het aantal broedparen eidereenden in de Waddenzee van 40.000 tot 650. De oorzaak hiervan bleek te liggen in bestrijdingsmiddelen, die opgeslagen worden in het vetweefsel van de eiders en tijdens het broeden, als de vetreserve wordt aangesproken, vrijkomen, waardoor de dieren sterven. De bestrijdingsmiddelen die in de jaren '60, het meest gebruikt werden, zoals DDT behoren tot de groep van organochloorverbindingen. Hiertoe behoren ook de veelbesproken PCB's, die bij voorbeeld in 1970 verantwoordelijk waren voor een grote sterfte onder aalscholvers in de Biesbosch. Drs. De Voogt haalde deze voorbeelden aan om duidelijk te maken wat het belang is van oecotoxicologisch onderzoek naar organo-chloorverbindingen. Pas als duidelijk is wat de oorzaak is van een bepaalde achteruitgang van een soort kunnen maatregelen genomen worden om de situatie te verbeteren. Hij gaf aan dat dit onderzoek niet zo eenvoudig is, zo zijn er meer dan 200 verschillende PCB's en het is bij de analyse moeilijk deze te onderscheiden van andere organochloor verbindingen. Het Rijksinstituut voor Zuivering van Afvalwater (RIZA) vindt zijn onderzoek naar de opname van deze verbindingen door steltlopers (vogels die in grote aantallen hier een rustgebied vinden) in de Waddenzee interessant genoeg om te financieren. Dr. Van Baaien vertelde over zijn projectvoorstel om met hulp van
studie-overeenkomst als ei van Columbus
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983
Ad Valvas | 510 Pagina's