Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 190

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 190

10 minuten leestijd

AD VALVAS — 9 DECEMBER 1983

8

Oud-VU-hoogleraar dr. Jo Verkuyl (75) schreef zijn memoires

„Slechts wie het Evangelie doorgeeft, leert Studentenpredikant voor Aziatische studenten, missionair predikant in Indonesië, hoogleraar aan de Theologische Hogeschool en aan de Christelijke Universiteit in Jakarta, secretaris van de Nederlandse Zendingsraad, hoogleraar in de missiologie aan de Vrije Universiteit. Professor dr. Johannes Verkuyl (75) heeft een leven in dienst van de zending achter de rug. Ergens in zijn onlangs verschenen memoires „Gedenken en verwachten" staat: „Slechts wie het Evangelie doorgeeft, leert er zelf uit leven." Of het nu de onafhankelijkheid van Indonesië was, of het verzet tegen de atoomwapens, de kwestie Nieuw Guinea, Zuid-Afrika pf het Amerikaanse optreden in Vietnam, Verkuyl wist altijd in vroeg stadium de vinger op de zere plek te leggen. Niet altijd tot genoegen van zijn geestverwanten in de Anti-Revolutionaire Partij. Jan Schouten, de fractievoorzitter van de ARP aan het eind van de jaren veertig, schijnt van hem gezegd te hebben; „Met die man is niet te praten. Er is voor hem een engel uit de hemel gedaald. Die woont in Jokyakarta en zijn naam is Sukarno." En zo zijn er meer aanvallen gevolgd. Toch is Verkuyl nooit uit de partij gezet. Hij is er zelf ook niet uitgegaan. Ook niet nadat hij in 1971 een stemadvies gaf voor de PPR. Hoe kon Verkuyl dat alles overleven? Ben van Kaam geeft in VUmagazine van november 1978 het volgende antwoord: „Een andere verklaring is niet te geven dan dat herkend was dat het Verkuyl volstrekt niet ging om het opbouwen van enige machtspositie in de ARP, maar slechts om het brengen van een boodschap van het evangelie." Dat kan niet van iedere dissident gezegd worden. Voor een gesprek naar aanleiding van het verschijnen van zijn memoires reisde Ad Valvas af naar Osdorp, waar Verkuyl sinds kort woont. We spreken af eerst wat nader kennis te maken voordat het vraaggesprek zal beginnen. Al snel echter gaat het over de kernwapens. Ik mompel wat over tweezijdig, onderhandelen, Russen dwingen, als Verkuyl plotseling opveert en met zijn vinger wijst en zegt: „Maar ik was erbij om te demonstreren, toen de eerste atoomwapens in Nederland aankwamen." En zo is het. Dan steekt hij een lampje aan bij een wayangpop die Aijuna voorstelt. „Dat doen de Indonesiërs ook", zegt hij met een lachje. Het gesprek kan beginnen.

Jong broekje Als je Verkuyl segt, seg je sending, Indonesië... „En Zuid-Afrika, enzovoort, enzovoort." Het begin ligt in Indonesië. Uw kontakten met dat land dateren van voor de oorlog? „Van ver voor de oorlog. Dat komt omdat ik de eerste studentenpredikant van Nederland ben geweest. Mijn opdracht was gericht op aziatische studenten, voor chinese en indonesische. Ik had vanaf mijn kinderjaren grote belangstelling voor Indonesië, hoorde er veel over en sprak toen al vaak zendingsmensen. Maar vooral het kontakt met die studenten heeft mij natuurlijk heel intens gericht op Indonesië." Opvallend is dat u al over Indonesië spreekt toen de meesten nog Nederlands(ch) Indië gezegd sul-, len hebben. „Ik vond het in het kontakt met die aziatische studenten heel vanzelfsprekend om van Indonesië te spreken. Het werd mij als ik daarover verslagen gaf bijzonder kwalijk genomen dat ik dat deed. Men vroeg dan: Hoe kom je daarbij? Dat is een woord dat door de communisten is uitgevonden. Ik vond het zelf een aanduiding van de identiteit van dat land. En ik was er diep van overtuigd dat die identiteit nationaal en staatkundig gestalte zou krijgen. Dat heb

Hidde van der Veen ik altijd zo gevoeld." „U moet niet vergeten dat in onze kring, de kring waaruit ik voortkom, altijd de herinnering was gebleven aan wat Abraham Kuyper in 1903 in „Ons Program" en ook in de regeringsverklaring gezegd had. Hij zei daarin dat het doel van het koloniaal beleid moest zijn: de onafhankelijkheid van Indonesië. Later kreeg je de stroming van de Rijkseenheid, van Gerretson en Colijn. Daarna is in de ARP die ambivalentie gebleven tussen die twee stromingen. Heel tragisch. Waren ze m a a r op dat eerste standpunt blijven staan." „Ik heb indertijd meegedaan met de beweging rondom de petitie Sutardjo. In die petitie, die door de regering werd afgewezen, werd eenvoudig gevraagd of de Volksraad, die alleen een adviserend college was, kon worden omgebouwd tot een volwaardig parlement. Die beweging heette Indonesia ber-parlement. Zij doelden op een ontwikkeling waarvan de doelstelling zou zijn de onafhankelijkheid van Indonesië met een parlementaire democratie." Vlak voor de oorlog ging u als missionair predikant ruiar Indië. Kon dat eigenlijk wel, so'n voorstander van onafhankelijkheid?

„De jonge mensen uit de b u u r t kwamen in het begin bij mij en vroegen of ik eens een lezing wilde houden op politiek terrein. Dat was een soort van vormingswerk. Z^ wilden dat ik sprak over Indonesia ber-parlement en over de petitie Sutardjo. Ik antwoordde dat ik dat graag deed. Nadat ik gesproken had, werd ik de volgende morgen bij de President geroepen, een vriendelijke, aardige m a n die zei: „Dominee, u bent hier pas als een jong broekje, m a a r dit kan niet. Ik zal voortaan de PID (de politieke inlichtingendienst) achter alle vergaderingen sturen waar u spreekt. Dat moet afgelopen zijn." „Javaanse predikanten hadden vaak allerlei nationalistische bladen, zoals dat in de koloniale terminologie heette, in huis. In het begin stopten ze die snel weg als ik binnenkwam. Maar ik was zelf ook op die bladen geabonneerd en dat zei ik h u n dan. Het leuke was, dat je dan heel open en eerlijk over al die dingen kon spreken." Dus u werd niet gemuilkorfd? ,',Nee, dat wil zeggen, ik werd wel in de gaten gehouden."

Invloed uitoefenen

Had u Nederlandse medestanders? „In mijn boek heb ik de naam van prof. Kraemer genoemd, maar vooral die van dr. C. L. van Doorn, omdat ik hem in die tijd veel ontmoette. Van Doom was studentenpredikant i n Batavia. Naar mijn mening was hij een van de fijnste missionarissen die wij in Nederlands Indië hadden. Hij was hervormd en hij had het grote voordeel dat hij eigenlijk landbouwingenieur was. Hij had gestudeerd in Wageningen en was een heel goed socioloog. Men heeft hem zelfs gevraagd om leider te worden van de Volkskredietbank. Dat typeert zijn hele visie. Pas op latere leeftijd was hij theologie gaan studeren." „Die man heeft op zijn bescheiden, ootmoedige manier, door vooral de Indonesiërs zelf aan het woord te laten, ontzaglijk veel gedaan om de bewustwording te stimuleren. Al voor de oorlog schreef hij in Eltheto, het blad van de N.C.S.V., een artikel, waarin hij zei dat de verantwoordelijkheden moesten worden overgedragen."

pieel verzette tegen de bezetters. Na de oorlog verenigden zich deze twee stromingen onder leiding van Sukarno en Hatta. Twee leiders die Verkuyl persoonlijk heeft gekend. Zij behoorden („Vergeet niet dat ze door de Japanners uit h u n gevangenschap waren bevrijd") tot de groep die gebruik maakten van de Japanse aanwezigheid. ' Over hen zegt Verkuyl: „Sukarno en Hatta hadden voor de oorlog al een grote rol gespeeld in de nationale partij, de PNI. H a t t a hier bij de studenten in Nederland, Sukarno ginds. Ze hadden zwaar geleden onder het koloniale juk. Ze waren erg bekend in Indonesië. Ik kan het goed begrijpen dat de lui die fel anti-fascistisch en fel anti-Japans waren geweest, hen toch accepteerden. Zij waren de symbolische dragers van de nationale gestalte. Toch is uw oordeel over met name Sukarno niet onverdeeld positief. „Zeker, ik heb bewondering voor Sukarno gehad in de tijd dat hij de nationale beweging leidde. In de vooroorlogse periode had ik veel respect voor hem. En ook voor Hatta, zoals hij zich hier verdedigde voor de rechter, toen hij student in Rotterdam was. Ik vind altijd nog dat Sukarno zich h a d moeten terugtrekken toen zijn doel bereikt was, want hij was niet een man om een sociaal-economische opbouw te leiden. Daarvoor had hij de deskundigheid niet. Hij was ook veel te veel geneigd om alleen maar populair te willen zijn. Maar hij is niet teruggetreden en hij is ten slotte de speelbal geworden van allerlei krachten en machten." „Hatta was een nuchtere, economisch georiënteerde man die toch wel duidelijk, hoewel hij overtuigd moslem was, stond achter de Indonesische staatsideologie. Daarom is wat hij gezegd heeft over de moslemstaat in deze tijd van Khadaffi en Khomeini heel belangrijk. Hij zei: Laat alsjeblieft de leiding van de staat niet

liggen in de handen van de imams en de ayatollahs, maar laat het, zoals hij het eens in een gesprek met mij uitdrukte, een soutend sout zijn. Zijn voorbeeld was de onafhankelijkheidstrijd in India, waar de moslems n a t u u r lijk wel een minderheid zijn. Hij zei: de Islam heeft altijd geheerst of is overheerst. Hij heeft nooit geleerd te functioneren in een democratie. Dat was zijn ideaal."

Kopen

Verkuyl kwam n a de oorlog in Nederland met verlof. De „vriend van Sukarno" was, op zijn zachtst gezegd, geen vriend van de antirevolutionairen. In deze tijd van „Indië verloren, rampspoed geboren" was de ARP de felste verdediger van Nederlandse aanwezigheid in Indonesië. Daarbij kwam dat het kabinet geleid werd door de „doorbraakfig u u r " Schermerhom. Het woord „doorbraak" is nog altijd een vies woord in klassieke AR-kringen. Hoe kijkt Verkuyl op die periode terug? „Zonder wrok. Ik kan heel goed begrijpen dat mensen vonden dat ik veel te ver ging en dat ze afwijzend stonden tegenover mijn opinie. Je wordt tenslotte gestempeld en beïnvloed door de ervaringen die je meemaakt. En als mensen niet die ervaringshorizon hadden die ik door de loop van mijn leven n u eenmaal kreeg, dat ze daar anders over dachten, dat n a m ik ze nooit kwalijk. Mijn eigen ouders bijvoorbeeld, dat waren eenvoudige boerenmensen. Dacht je dat die dat begrepen, wat daar allemaal aan de hand was in dat gistend Azië?" „Wat ik wel kwalijk heb genomen. In de koloniale tijd werd in de ARP altijd geluisterd n a a r de mensen die de deskundigen uit Indonesië waren. Toen het er op aankwam heeft men n a a r die stemmen niet geluisterd. Toen dacht men dat men het in Den Haag ofzo kon uitmaken." Een suiver binnenlandse kwestie noemt u het in uw boek.

,,De houding van de zending was dikwijls ambivalent. Ik ben er altijd dankbaar voor geweest dat er mensen waren als Kraemer en Van Doom. Die wezen in de richting van national selfexpression, m a a r probeerden tegelijkertijd invloed uit te oefenen op de gestalte die die national selfexpression hebben zou. Dat vind ik nog altijd belangrijk, eerlijk gezegd. Ik vind ook dat in het kontakt met bevrijdingsbewegingen men niet alleen maar moet gaan applaudiseren langs de kant. Men moet altijd de vraag stellen: Welke richting gaan jullie uit? Wat willen jullie doen met de human rights?" „Dat heb ik in mijn dissertatie ook betoogd: Je moet proberen invloed uit te oefenen op de grondwet. Ik heb in de commissie mogen zitten die adviseerde over de grondwet in de periode vlak n a '45. Ik had toen veel kontakt met dr. Leimena die later ministerpresident en plaatsvervangend president zou worden. Die heeft mij altijd erg gestimuleerd om aktief te zijn op het gebied van de mensenrechten. Mijn dissertatie is helemaal gewijd aan het probleem van de godsdienstvrijheid. Dat is een van de knelpunten. Toen, en nu nog steeds."

Speelbal

We spreken verder over de oorlogsperiode in Indië. Verkuyl zat, gescheiden van vrouw en kinderen, in verschillende Japanse kampen. De Indonesiërs reageerden verdeeld op de komst van de Japanners. Er was een groep die de Japanners wilde gebruiken om zelfstandig te worden en er was een andere groep die zich princi-

fc JidftA^iiiBliwm^ni

Prof. J. Verkuyl (Foto Bram de Hollander)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 190

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's