Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 73

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 73

5 minuten leestijd

13

AD VALVAS — 30 SEPTEMBER 1983

5.2. Collectieve Arbeidsovereenkomst (CAO) In het Sociaal Jaarverslag 1981 werd de verwachting uitgesproken dat de vertaling van de rijksregelingen n a a r de VU­situatie in 1982 gereed zou komen. Deze verwachting is niet geheel gehaald. In het voorjaar van 1983 waren echter de con­ cept­teksten voor zo goed als alle C AO­arti­ kelen opgesteld. Het streven in 1983 een CAO te kunnen afsluiten, die op 1 januari 1984 van kracht wordt, lijkt nog wel haal­ baar te zijn. In vergelijking met het Personeelsregle­ ment VU is de (concept­tekst voor de) CAO gemakkelijker voor iedereen toegankelijk, doordat de verschillende regelingen die op één bepaald onderwerp betrekking hebben, zoveel mogelijk bij elkaar zijn onderge­ bracht. Ook de vroegere uitvoeringsrege­ lingen zullen in de CAO worden opgeno­ men, niet meer afzonderlijk, maar bij de artikelen waarbij zij horen. Een aantal (rijks)regelingen dat tot n u toe los van het Personeelsreglement werd ge­ hanteerd, wordt in de CAO opgenomen (VUT­regeling, wachtgeld­ en uitkerings­ regeling e.d.). Op een aantal punten zal verder uitgebreidere informatie te vinden zijn dan in het Personeelsreglement VU het geval was en zijn de artikelen die het over­ werk, onregelmatige diensten, excessieve diensten arts­assistenten, verschoven diensten e.d. betreffen, kortom een vrijwel volledige weergave van de geldende regelin­ gen. Een ander belangrijk verschil is dat meer informatie wordt gegeven over tijdelijke ar­ beidsovereenkomsten en de voorwaarden waaronder deze mogen worden aangegaan. Ook de regels die gelden voor beëindiging van een arbeidsovereenkomst worden in de CAO duidelijker opgenomen dan in het Personeelsreglement VU. Een verdere verfijning in de beroepsproce­ dures is inmiddels ook aangebracht. Er worden maximale behandelingstermijnen genoemd en er wordt aangegeven op welke gronden beroep kan worden ingesteld. Ver­ der zal het aantal leden van de Commissie van Beroep worden teruggebracht n a a r drie (was vijf) waardoor de commissie snel­ ler kan werken dan tot nu toe het geval was. Tenslotte verdient vermelding dat bij de CAO een Sociaal S t a t u u t zal worden opge­ nomen. In dit s t a t u u t worden intenties vastgelegd ten aanzien van het sociaal be­ leid, waarbij de plaats van het sociaal be­ leid naast b.v. onderwijs­ en onderzoeksbe­ leid wordt aangegeven. In het Sociaal Sta­ t u u t komen onderwerpen aan de orde als welzijn, gezondheid, veiligheid, loopbaan­ begeleiding en werkgelegenheid.

5.3. Aan­ en afwezigheid In het voorjaar van 1982 werd een enquête gehouden naar met name de manier waar­ op afwezigheid bij ziekte werd geregis­ treerd. Daarnaast werd in de enquête ge­ vraagd of de werktijden van de medewerk­ (st)ers en de tijden waarop men geacht wordt op de V.U. aanwezig te zijn op een centraal p u n t bekend zijn. Uit de reacties op de enquête bleek dat aan­ en afwezigheid van de medewerk(st)ers in beginsel wordt bijgehouden. Verder bleek dat dit niet overal binnen de V.U. op dezelf­ de manier gebeurde. Dit was een van de redenen dat besloten is richtlijnen te geven inzake aan­ en afwe­ zigheid. Een andere reden was dat het Mi­ nisterie van Onderwijs en Wetenschappen hiervoor definitieve richtlijnen gaf (in 1977 waren al ontwerp­richtlijnen aan de instel­ lingen gezonden). Uit de enquêteresultaten bleek dat een ze­ kere uniforming van de procedures nood­ zakelijk was. Hieraan is in de Richtlijnen ook tegemoet gekomen. Doel van de Richtlijnen is het duidelijk aangeven op welke manier bij de verschil­ lende vormen van afwezigheid van de werkplek rpoet worden gehandeld. In de Richtlijnen aan­ en afwezigheid wordt een overzicht gegeven van: 1. de mogelijke vormen van (gelegiti­ meerde) afwezigheid van de werkplek. Daartoe behoren ondermeer afwezig­ heid wegens ziekte, thuiswerken, dienst­ reizen, buitengewoon verlof, studiever­ lof en vakantieverlof. 2. De wijze waarop afwezigheid geregis­ treerd moet worden. Afgesproken werk­ tijden worden schriftelijk bij het sub/in­ terfaculteitsbureau of secretariaat van de dienst vastgelegd. Ook bij de werkeen­ heden dienen de werktijden van alle me­ dewerk(st)ers bekend te zijn. Afwezig­ heid wordt aangetekend op de kaarten of lijsten die daartoe worden bijgehouden. 3. Welke instantie toestemming voor afwe­ zigheid moet verlenen. In een aantal ge­ vallen is toestemming van het vakgroep­ bestuur of het hoofd van de afdeling vol­ doende, in andere gevallen moet toe­ stemming voor afwezigheid worden ver­ leend door het sub/interfaculteits­ bestuur c.q. de beheerder of adjunct­secretaris of het hoofd van

dienst dan wel van het College van Be­ stuur. Het College van Bestuur heeft gevraagd vóór 1 september 1983 geïnformeerd te wor­

den over de wijze van registratie, de con­ tactpersoon en verleende toestemming voor geregeld thuiswerken. Op deze wijze krijgt het College inzicht in de manier

waarop binnen faculteiten en diensten met toestemming vooizen registratie van met name afwezigheid wordt omgegaan.

de bezuinigingen by het departement „vol" te maken. Acties hiertegen, ook bij de VU, mochten niet baten. Per 1 juli 1982 werd een deel van de prijs­ compensatie nog wel toegekend, maar de inhoudingspercentages werden eveneens verhoogd, zodat daar bij de meeste perso­

neelsleden geen of weinig positief effect voor h u n netto­salaris van uit ging. I n onderstaande grafiek vindt u een verde­ ling van de medewerk(st)ers over de ver­ schillende schalen. De schalen zijn gegroepeerd op de voor het Sociaal Verslag al enige jaren gebruikelijke wijze.

5.4. Salarissen en salarisopbouw In 1982 vonden evenals in voorgaande jaren kortingen op de ambtenarensalarissen ­ dus ook op de VU­salarissen ­ plaats. Dit j a a r werden de salarissen van degenen die bij het onderwijs werkzaam zijn extra ge­ kort met 1,85% (voor het technisch­admi­ nistratief personeel vanaf een salarisbe­ drag gelijk aan dat in schaal 57 ­ max.) om

OVERZICHT V E R D E L I N G NAAR SCHAAL PER 31 ­ 12 ­1982 (EXCL. STUDENT ­ASSISTENTEN) SCHAALGROEP 154/155/156

]8750­ 11.052 151/152/153 '.; rmsjRF;­ io.084

DMANNEN DVROUWEN

MANNEN DVROUWEN

149a/150/170 3 5542 ­ 7798 149 m 5868 ­ 7174 , 148

zq

[X

SALARIS IN f. PER 1­7­ 1982

ZZ^Z35J79­e5e7 130/131/183 .. . L II4409 ­ 5705 111/112/114/115/193 i II2848 ­ 4893

103/175/195/196 1

I 3454 4409

93/192 t ' j" )l 3298 ­3919

89/^ l: 1 12848 ­ 3841 69/70/71/73 12406 ­ 3375 X 57/199/204 rr"',"; ' 43/45/202 v'jw:/;y;^':::r.'iA 1 32

i 2256 3066

i

17038 ­ ZJ1997­2554

v;.­.m:%<;^"^n

18

1/554 2406

F^­—^

01/03

21828­2190 600

500

400

300

200

100

100

200

300

400

500

AANTAL

600

AANTAL

Een vergelijking met een voorgaand jaar is moeilijk in een grafiek als hierboven te ge­ ven, hy zou daardoor wel erg ingewikkeld

worden, bovendien zegt bij een wisselend totaal aantal personeelsleden een vergelij­ king in absolute aantallen niet veel.

Salarisopbouw per 31 december 1979 en 31 december 1982

salarisniveau

%

categorie schaalgroep

in ƒ per 01-07-1982

1982

WP

2256- 3066

1.1

2406- 3919

5.2

3454- 4409

7.2

2848- 4893

27.1

4409- 5705

20.6

5379- 7174

6.9

57 (199)

(acijunct wetenschappelijk ambtenaar junior) 69/93 (192)

(adjunct wetenschappelijk ambtenaar/wet. assistent) 103 (195)

(arts­assistent) 111/115 (193)

(wetenschappelijk medewerker/­ wetenschappelijk ambtenaar) 130/131

(wet. medewerker I) 148/149

(wet. hoofdmedewerker/wet. hoofdambtenaar)

19.1

150/151

(wet. hoofdmedewerker/wet. hoofdambtenaar A)

12.9

152/156

(hoogleraar) TAS

(N=2349)* 1828- 2554

28.6

43­57

2038- 3066

36.9

69­93

2406- 3919

17.2

3454- 4893

11.3

4409- 7174

4.6

5542-11052

1.4

1­32

(lager beroepsonderwijs) (middelbaar beroepsond.)

(hoger beroepsonderwijs) 103­115

((jonge) academici) 130­149

(afd.hoofden e.a. leiding) 150­154

(diensthoofden e.a. leiding)

(N=2018)*

de personeelslast. Bij andere instellingen kende men al langer de groep wetenschap% pelijke assistenten, die op vergelijkbare 1979 hoogte werden ingeschaald. Te onderscheiden zijn: _ - de ac^unct wetenschappelijk ambtenaar junior, dit is de nog niet afgestudeerde wetenschappelijk ambtenaar die belast wordt met onderwijs en/of onderzoek en 0.8 in schaal 199-0 zonder periodieke verhoging wordt geplaatst; 7.8 - de adjunct wetenschappelijk ambtenaar, wel afgestudeerd, die belast wordt met onderwijs wordt ingeschaald in 31.2 73-0, maar met periodieke verhoging; - de wetenschappelijk assistent onderzoek, die alleen onderzoeks-taken krijgt 19 (schaal 192-0); 6 - de wetenschappelijk assistent onderwijs en onderzoek, die beide taken vervult (schaal 192-0); 20.5 - de jonge academicus die een administratieve functie krijgt (schaal 112-0). Verder deden zich geen opvallende ver14.7 schuivingen voor; de daling van het percentage hoogleraren houdt niet in dat het (N=1894)* aantal hooglera-ren afnam, deze daling is te verklaren uit het gestegen totale aantal medewerk(st)ers. 31.8 Bij het TAS-personeel is iets te zien van de gevolgen van de eerder gemelde vergrijzing. Meer mensen komen als gevolg daar33 van in (het maximum van) h u n eindrang. 18.3 Vandaar de daling van het percentage in de eerste en de stijging in de tweede salaris11.3 groep. De overige verschuivingen zijn zo gering 4.3 dat het niet terecht zou zijn daar conclusies aan te verbinden. 1.3 (N=1681)*

N = aantal personeelsleden, niet aantal formatieplaatsen! Bij het wetenschappelijk personeel valt op dat meer dan in 1979 gebruik wordt gem a a k t van de rangen adjunct-wetenschappelijk ambtenaar junior (beperkt) en wetenschappelijk assistent.

Daarom is hieronder een overzicht opgeno­ men dat de verhoudingscijfers (percenta­ ges) weergeeft, voor 1982 en voor 1979.

Een verklaring daarvoor is dat begin 1982 werd besloten de nieuw in dienst tredende jonge academici te benoemen in een schaal gelijk aan 73-0. Een en ander in verband met het streven n a a r een lagere gemiddel-

5.5. Werkgelegenheid en arbeidstijdverkorting Van verschillende zijden werd in 1982 de discussie over werkgele-genheid en arbeidstijdverkorting (opnieuw) leven ingeblazen, ook binnen de VU. Door de Federatie ABVA/KABO werd in

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 73

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's