Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 324

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 324

11 minuten leestijd

AD VALVAS — 9 MAART 1984

6 K

Oplossingen van vandaag lijken mislukkingen van morgen Sinds 1973 is het besef gegroeid ,i{|at de economische bloei van de jaren vijftig en zestig zich niet door zou zetten. De gevleugelde woorden van de toenmalige premier Den Uyl: „Het zal nooit meer worden zoals het geweest is" klinken pas n u echt door in het maatschappelijk en persoonlijk leven van menigeen. De niet gerealiseerde éénprocentsoperatie van Duisenberg werd omgezet in Bestek '81 en een golf van bezuinigingen begon Nederland te overspoelen. Na 1979/1980 werd de crisis pas echt manifest. De werkloosheid verdrievoudigde en steeds meer mensen moesten een beroep doen op een bijstandsuitkering. De regering Lubbers probeert op dit moment de economische recessie te bezweren middels een zogenaamd „driesporenbeleid": vermindering van overheidstekorten en rente, spreiding van werk over meer mensen zonder kostenverhoging en versterking van de marktsector door minder lasten voor de bedrijven.

Concreet betekent dit: bezuinigen en nog eens bezuinigen. De franje van de verzorgingsstaat af, zo niet dat ideologieloos compromis helemaal om zeep helpen en terug naar vadertje staat als nachtwaker. Dit huidige bezuinigingsbeleid was voor Caspar Wiebrens reden om onder zijn redactie het boek Geen man overboord? samen te stellen. Een boek over de gevolgen van de bezuinigingen voor de groepen die het hardst getroffen worden: de minima, vrouwen, jongeren en etnische minderheden. De verschillende schrijvers willen niet alleen de financiële gevolgen in kaart brengen maar ook de gevolgen van het beleid op het voorzieningenniveau, zy zetten helder uiteen wat de gevolgen van het „driesporenbeleid" zijn voor de vier bovengenoemde zwakke groepen. In de hoofdstukken wordt duidelijk dat het terugdringen van het financieringstekort als Groot Hoofddoel - zonder oog voor andere problemen als

werkgelegenheid - kan leiden tot een nieuwe klassemaatschappij. Een maatschappij die gekenmerkt wordt door een klasse die werk heeft en een looninkomen verdient en een klasse die geen werk heeft en van een uitkering afhankelijk is. Jongeren, etnische minderheden, vrouwen en mensen met weinig opleiding, ervaring of inkomen blijven langs de k a n t staan. Om dit te voorkomen worden voorstellen gedaan om een aantal zaken te herijken. Het tweede deel van het boek; minder voorzieningen, minder mogelijkheden, minder emancipatie is interessanter. Hierin komen de bezuinigingen op de voorzieningen in de maatschappij a a n bod. De Sociale Dienst als vangnet met haar scala van regels en eisen die „de werkloze dwingen een onwezenlijke rol te spelen", de rechtshulp, waar door middel van bezuinigingsmaatregelen die vooral de laagste inkomens treffen, een vonnis over is uitgesproken, het algemeen

en nadelen" van de Reformatie voor de positie van de vrouw. De balans blijkt, met de nodige slagen om de arm, voornamelijk negatief door te slaan. Zo werd In de nieuwe theologie van de Hervorming de Maria- en heiligenverering stevig teruggedrongen, hetgeen voor vrouwen een verlies aan identificatiemogelijkheden betekende. „Vrousexen: het gezag om te prediken wen mochten tijdens h u n barensbleef ook in het protestantisme nood niet meer de heilige Margetoevallen aan de man. (Bij de geretha of Maria aanroepen. Zij reformeerden werd de vrouw pas zuchtten en steunden voortaan in 1965 tot het ambt toegelaten!). in het aangezicht des Heren", De betekenis van de Hervorming schrijft Kloek. En de afschaffing voor de verhouding tussen de van de kloosters had tot gevolg sexen moet vooral gezocht wordat vrouwen geen formele plaats den in een veranderende huwemeer hadden in de kerkelijke lijksmoraal. De hervormers prostructuur. De hoogste plaats die pageerden liefde en kameraadde vrouw in de nieuwe kerken schap in het huwelijk en zagen kon bereiken, was die van vrouw het besloten gezin als een gevan de dominee. schikte plek voor de godsdienstoefening. Het celibaat als meest Uit het Jaarboek blijkt dat het verkieslijke staat, waarbij vrouonderzoek n a a r de sociale kerkgewen gezien werden als de belichaschiedenis nog in de kinderschoeming van het kwaad en de vlesenen staat - zeker als het gaat om lijke verleiding, werd daarmee onderzoek n a a r de positie van de verworpen. Of vrouwen daar n u vrouw in die geschiedenis. veel mee opschoten, is de vraag. In de artikelen die gaan over de Vrouwen veranderden in de Her- invloed van vrouwen op de godsvorming weliswaar van „natuur- dienstkeuze van h u n familielelijke bondgenoten van de duivel" den, over het vierde-eeuwse in „goddelijke levensgezellinnen Rome en over vrouwenkloosters, van h u n mannen". Maar daar worden de conclusies dan ook testaat tegenover dat de rol v a n ,. recht met grote voorzichtigheid huisvrouw en moeder voortaan geformuleerd. voor vrouwen de enige weg was De vrouw, schreef eens de grote waarmee aanzien en ontzag vervorser van de kerkgeschiedenis worven kon worden. En dat t;er- Karlheim Deschner, is door de wijl het geestelijk gezag van het eeuwen heen het voornaamste gezinshoofd, hem toebedacht nu slachtoffer van de kerk geweest het gezin moest gaan functionemet de man als goede tweede. ren als plaats van de godsdienstMaar over de vragen hoe vrouoefening, de inferioriteit van de wen de onderdrukking beleefden huisvrouw nog eens extra accenen ontvankelijk zijn geweest voor tueerde, zo valt te lezen in het vrouw-verachtelijk theologieën, vierde Jaarboek voor Vrouwengemoet nog veel onderzoek gedaan schiedenis dat een aantal artikeworden. len bevat die gewijd zijn aan het (W.C.) thema de vrouw in de geschiedeEls Kloek c a . (red.). Vrouwen in de geschienis van het christendom. denis van het christendom, Jaarboelï voor Els Kloek inventariseert de „voorvrouwengeschiedenis 1983, is uitgegeven bij

maatschappelijk werk dat wordt afgebroken, gelegitimeerd door u i t z'n verband gerukte argumenten, de kinderopvang, het professionele jeugd- en jongerenwerk en de volwasseneneducatie. Als steeds terugkerend element waart het spook van de bureaucratie door deze hoofdstukken. De regering voert weliswaar „deregulering" hoog in h a a r vaandel, maar in de pratijk komen er alleen maar regels en bepalingen bij. I n het laatste deel van het boek zet Gaspar Wiebrens de bezuinigingen in een wat bredere context. Welke betekenis heeft het beleid in het licht van toekomstige ontwikkelingen. Hij gaat daarbij in op het ontstaan en de uitbouw van de verzorgingsstaat en op maatschappelijke ontwikkelingen als industrialisatie, veranderingen op demografisch gebied, emancipatie en de toenemende mondigheid van de burgers. Het kabinet Lubbers tornt steeds meer aan de doeleinden van de verzorgingsstaat. In feite vindt er een „sluipende herdefiniëring van normen plaats". Het welvaartsvaste minimum verschuift n a a r een behoefteminimum, de emancipatie van vrouwen en jongeren wordt afgebroken, het gezinsdenken keert terug evenals de verzorgende rol van de vrouw en het nuttige en aangename van

Zuchten en steunen in het aangezicht des Heren ,,Mannen hebben brede schouders en smalle heupen, vandaar dat zij meer verstand hebben dan vrouwen, die smalle schouders en brede heupen hebben en een groot achterste om thuis op te zitten. Want vrouwen horen thuis te zijn, het huishouden te doen en kinderen te baren en groot te brengen," aldus Luther in een van zijn tafelgesprekken van 1531. Of hij in een benevelde toestand verkeerde toen hij deze woorden uitsprak is niet bekend.

BOEKENTIJDSCHRIFTEN Bekend is wel dat hij en andere kerkhervormers geen hoge pet op hadden van het vrouwelijk deel der natie. Ze waren in h u n ogen zwak, teer, ongeduldig, krachteloos, dwaas, instabiel, wisselvallig, wreed en misten de kracht der rede en discipline. Toch was de Hervorming van het christelijke denken niet onverdeeld negatief voor de positie van de vrouw. Zo was voor een directe relatie met God niet langer bemiddeling van een priester nodig. I n het protestantisme diende voortaan iederéén op goddelijke wijze te leven; de bijbel werd in handen van leken gegeven. Deze theologische „democratisering" betekende echter geenszins een kerkelijke gelijkstelling der

oitg. SUN in Nijmegen en liost /18,50.

De AR en Nieuw-Guinea In 1949 aanvaardde het Nederlandse parlement de onafhankelijkheid van Indonesië. De Antirevolutionairen waren het daar overduidelijk niet mee eens: de Eerste- en Tweede-Kamerfractie van de ARP stemde tegen het accoord. Het standpunt van de partij was hard en duidelijk: een compromis, laat staan een overeenkomst, met de nationalisten was principieel onaanvaardbaar. In de AR-opvatting waren de nationalisten revolutionairen die in opstand kwamen tegen het door God gesanctioneerde wettige gezag van Nederland over Indonesië. Nederland had tot taak rust en orde te handhaven en te herstellen (de politionele acties vonden daarom binnen de AR veel instemming).

Bij de souvereiniteitsoverdracht in 1949 was een uitzondering gem a a k t voor Nieuw-Guinea dat voorlopig onder Nederlands gezag zou blijven. De kwestie NieuwGuinea groeide in de jaren vijftig uit tot een internationaal probleem. De ARP bleef aanvankelijk bij h a a r harde standpunt. Men was wel bereid tot samenwerking met de republiek Indonesië, maar de Indonesische aanspraken op Nieuw-Guinea wilde men niet accepteren. Pas in de loop van de vijftiger jaren werden er, onder andere door Verkuyl en de Hervormde Synode, vraagtekens bij deze politiek gezet. Het officiële standpunt van de AR bleef echter ongewijzigd: geen concessies doen aan Indonesië, elke oplossing van de kwestie die

het zelfbeschikkingsrecht van de Papoea's zou aantasten was onaanvaardbaar. De leiding van de ARP verraste dan ook vriend en vijand door in de zomer van 1961 met een radicale koerswijziging te komen. De Nederlandse regering moest niet langer de aanspraken van Indonesië op Nieuw-Guinea negeren. Alleen door overleg met Indonesië zou iets voor de Papoea's bereikt k u n n e n worden: de belofte van zelfbeschikking kon niet langer gehandhaafd blijven. In het boekje De ARP en NieuwGiiinea beschrijft de historicus Harry Coerts de ontwikkeling van de houding van de AR ten aanzien van de Nieuw-Guinea-kwestie van 1949 tot en met de overdracht van de voormalige kolonie in 1962 aan Indonesië. Voor zijn onderzoek heeft Coerts gebruik gemaakt van verschillende archieven, de bladen Trouw en Ne-

vrijwilligerswerk. Waarden als daadkracht, eigen verantwoordelijkheid en doorzettingsvermogen worden er weer ingepompt. Kreten en argumenten uit ontwikkelde alternatieven voor de verzorgingsstaat worden overgenomen maar er wordt geen inhoud aan gegeven. „Men spreekt van burgers die meer greep op h u n eigen bestaan zouden moeten hebben, die meer zelfredzaam zouden moeten zijn en minder afhankelijk van bureaucratische instanties, terwijl de feitelijke mogelijkheden van mensen om h u n leven inhoud te geven drastisch worden beperkt (minder geld, meer bureaucratie en minder keuzen)." Inefficiency, machtsafstand tussen burger en bestuur en de ondoorzichtigheid van het bestuur tekenen zich scherper af. Bezuinigen kan ook in samenhang met een beleid dat de reorganisatie van de maatschappij ter hand neemt. Het huidige beleid doet dat niet en de rekening daarvoor zal te zijner tijd worden gepresenteerd. Dan zal blijken dat de oplossingen van vandaag de mislukkingen van morgen zijn. (P.V.)

Caspar Wiebrens (red.), Geen man overboord?, gevolgen van bezuinigingen voor minima, vrouwen, minderheden en jongeren. Uitg. De Horstink, Amersfoort 1983. Prijs: ƒ19,90.

•*,'

**** *t

­

>r­^ ­

Maria, de moeder van de Verlosser der mensheid én de triomfantelijke antipode van de zondige Eva: ongerept en ontsexualiseerd. In de Refor­ matie werd de rooms­katholieke „mens­vergoding" van Maria in de ban gedaan. Het verduisterde immers de unieke waarde van het verlossings­ werk van Christus, so vond men. Zodoende werd de vrouw in de Refor­ matie weliswaar van een MariOr­frustratie bevrijd, maar se miste nu de voorspraak van vrouwelijke heiligen die de Vader tot het verlenen van gunsten konden bewegen. (Foto H. Sibbelee) derlandse Gtedachten en interviews met een aantal Antirevolutionairen die betrokken waren bij de discussies over Nieuw-Guinea binnen de partij. Volgens Coerts had de ommezwaai van de AR niet te maken met een soepeler houding van Indonesië, maar met name met de internationale druk op Nederland (vooral van de V.S.) om Nieuw-Guinea los t« laten en een veranderde opvatting over wat christelijke politiek zou moeten inhouden. Voor christelijke politici zou liefde en gerechtigheid centraal moeten staan en niet zozeer het handhaven van de bestaande orde. Deze opvatting heeft volgens Coerts n a de Nieuw-Guineakwestie verder terrein gewonnen binnen de AR. De ommezwaai van 1961 markeert dan ook het beginpunt van de progressieve

koers van de partij, zoals die zich in de zestiger en zeventiger jaren verder ontwikkelde. Coerts vraagt zich wel af of er in het CDA ruimte bestaat voor een continuering van deze politiek. Na lezing van dit boekje blijft de lezer(es) wel met een aantal vragen zitten. Zo wordt wel beschreven hoe Bruins Slot, de fractievoorzitter van de AR en hoofdredacteur van Trouw, in de loop der jaren van mening verandert, m a a r blijft de vraag n a a r het waarom van deze koerswijziging grotendeels onbeantwoord. Ook de verklaring van de ommezwaai van de partij is wat onbevredigend en komt een beetje als mosterd n a de maaltijd. Coerts' studie is dan ook eerder beschrijvend dan analyserend. (L.E.) H. Coerts, De A.R.P. en Nieuw-Guinea, historische analyse van een partijcrisis, uitgeverij Wever, prijs /14,50

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 324

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's