Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 185
AD VALVAS — 9 DECEMBER 1983
3
Minister Deetman laat kern WWO '81 onaangetast
Mes fors in raden en besturen, sterkere wetenschappelijke staf „Een college van bestuur bestaande uit drie man, dat moet voldoende zijn. Met zijn vijven ga je als college waarschijnlijk toch automatisch te veel op allerlei de tails letten, met drie ben je als het ware gedwongen om je te beperken tot de hoofdlijnen van het beleid. Een be langrijk voordeel van een situatie waarin alle drie de leden door de Kroon worden benoemd, is dat het een einde maakt aan de heterogeniteit binnen het bestuurs college." Positieve woorden van secretaris Herman Her mans van de commissie voor de Universitaire Bestuurs hervorming (commissieSlagter) over althans één ele ment uit de WWO'84. Middels de publicatie van een Nota van Wijzigingen heeft on derwijsminister Wim Deetman vorige week zijn standpunt over het door zijn ambtsvoorganger Pais geformuleerde ontwerp van Wet op het Wetenschappelijk Onderwijs bekend gemaakt en diens 'WWO'81' meteen voorzien van de wat actuelere roepnaam 'WWO'84'. Tot de meer opmerke lijke ingrepen die Deetman in de tekst van Pais pleegt behoort het voorstel om de omivang van raden en besturen op de universiteit drastisch te beknotten. Te begin nen met de colleges van bestuur, die in plaats van vijf maximaal nog maar drie leden zullen tellen; de rector magnificus plus twee door de Kroon, of in het geval van een bijzondere instelling door het stichtings c.q. verenigingsbe stuur, benoemde professionals. Waar een op persoonlijke titel re agerende Slagtersecretaris Her mans dit als een duidelijke voor uitgang kwalificeert vermoede lijk met in het achterhoofd de conflicten tussen benoemde en gekozen bestuursleden zoals die zich hebben afgespeeld in onder andere Utrecht en recentelijk Delft heeft een eerste commen taar van de zijde van de Landelij ke Studenten Vakbond een duide lijk negatieve toonzetting: „Een college met minder mensen die meer voor het seggen krijgen en alleen nog maar door de minister worden benoemd. Daarmee wordt de demokratisering wel héél erg ver teruggedraaid," aldus een woordvoerder van de LSVB. „Onder bepaalde voorwaarden leun je denk ik met drie collegele den evengoed een universiteit be sturen als met vijf," zegt een stem uit de bestuurspraktijk, die van de Nijmeegse CvBvoorzitter ir. Willy van Lieshout: „Een van die voorwaarden is dat het landelijke overlegcircus sterk wordt geredUr ceerd. Als college sijn we daar nu wekelijks anderhalve man aan kwijt." De voorzitter van het college van bestuur van de VU, drs. Harry Brinkman, vindt de bezuiniging op het dagelijks universiteitsbe stuur een zware ingreep. „Gesien de huidige werkhoeveelheid is het absurd en uitgesloten dat soiets sou kunnen." Maar als we ooit weer eens normale tijden krijgen en de taakverdelingsoperatie af gelopen is, er geen problemen meer zijn over de tweefasen structuur, de herziening van het rangenstelsel voor het weten schappelijk personeel, e t c , als dat allemaal is uitgevoerd, dan zou den drie CvBleden voldoende kunnen zijn, gelooft Brinkman. „Maar wanneer sal dat sijn?" De CvBvoorzitter van de VU meent dat als Den Haag wil dat maar drie mensen het dagelijks bestuur van een instelling uitma ken en er in de overlegstructuur wordt bezuinigd, dat „je dan wel moet beginnen met bij wijse van spreken eerst de helft van de arrib tenaren daar te ontslaan". Hij ge looft wel dat deze minister op de regulering uit is, maar dat hij de macht van Den Haag toch graag in stand wil houden. Brinkman heeft het gevoel dat het verhaal dat minister Deet , man n u presenteert alleen een re
actie „in een soort correctiefeva luatieve zin" is op de democrati seringseuforie van de jaren ze ventig. De volgens hem funda mentele vraag of we door moeten gaan de universitaire bestuursor ganisatie qua bevoegdheden en inrichting, zoals die n u is, lijkt helemaal niet ter discussie te staan. „Naar mijn mening wordt er te veel bestuurd en beheerst door Den Haag omdat het univer siteitsbestuur zelf onvoldoende bevoegdheden heeft." In de WWO'84 die als het a a n minister Deetman ligt op korte termijn de experimentele Wet op de Universitaire B estuurshervor ming (WUB) zal vervangen, waarin sinds 1970 de universitai re bestuursstructuur wordt gere geld, is de omvang van de Uraad teruggebracht van maximaal veertig tot vijfentwintig zetels. Faculteitsbesturen zullen straks niet meer dan drie leden mogen tellen, faculteitsraden hoogstens vijftien zetels, tegen n u nog vijf entwintig. Dit alles onder hetzelfde banier dat Pais indertijd ontrolde en waarop met grote letters woorden prijken als 'bestuurskracht', 'doel matigheid' en 'kwalitettsbeww king'. In essentie laat Deetman het wetsontwerp van zijn voor ganger dan ook onverlet. Dat geldt bijvoorbeeld voor de verhou dingsgetallen tussen de afvaardi gingen van studenten, weten schappelijk en overig personeel in de diverse bestuurlijke organen. Evenals in de WWO'81 ligt in de herziene editie '84 het accent sterk op de inbreng van de (vaste) wetenschappelijke staf; dat zijn de mensen die een zelfstandige taak hebben op het gebied van onderwijs en/of onderzoek. Tot die staf worden ook de weten schappers gerekend die in at wachting van een vaste aanstel ling nog in h u n proefperiode zit ten; de categorie doorstromers, die straks zal bestaan uit de assis tenteninopleiding, valt echter buiten de definitie. Wel breidt Deetman het actief en passief kiesrecht uit tot mede werkers die op een niet door de universiteit betaalde plaats zit ten, i.e. ZWO'ers. Behalve in de universiteitsraad en in de studierichtingcommis sies heeft de wetenschappelijke staf in alle beleidsorganen de be slissende meerderheid. In de com missies voor wetenschapsbeoefe ning (WWOaanduiding voor de onderzoekcommissies) maken de wetenschappers zelfs alléén de dienst uit. Deetman benadrukt daar tegenover het belang van medezeggenschap van studenten in de onderwijs en studierich tingcommissies. Voor de Landelijke Studenten Vakbond is dat weinig meer als een zoethoudertje. De scherpe kritiek die ooit werd gespuid op de WWO'81 van Arie Pais treft dan ook onverkort de Deetmanversie van het verhaal. „Maar we moeten realistisch sijn," zegt de eerder geciteerde woord voerder gelaten: „Je kunt niet ver wachten dat er ditmaal een massa^ Ie opstand van de studenten komt. Wij denken dat de minister handig gebruik maakt van het tijdelijk inslapen van een héteboel actieve
studenten om de verworvenheden van de jaren sestig terug te draai en."
Nieuwe elementen De bewindsman introduceert via zijn Nota van Wijzigingen twee nieuwe elementen in het organi satiepatroon van de universitei ten en hogescholen (de benaming hogeschool wordt overigens in de WWO'81 al afgeschaft). In de eerste plaats opent de WWO'84 uitdrukkelijk de moge lijkheid tot de oprichting van (in terjfacultaire ondersoekinstituten. Binnen dergelijke instituten, in te stellen bij faculteitsreglement onder goedkeuring van het colle ge van bestuur, zouden bepaalde onderzoeksactiviteiten kunnen worden geconcentreerd. In eerste aanleg denkt Deetman daarbij a a n duur onderzoek, a a n multi of interdisciplinaire projecten en aan research die voornamelijk uit tweede en derde geldstroommid
universitair onderwijs en onder zoek. „Dat gevaar sit erin," geeft drs. Deetman toe in een recent vraag gesprek met het Leidse universi teitsblad Mare: „Wij proberen het m,aximaal tegen te gaan door de aanstelling die de ondersoekers aan de instituten krijgen, waarbij velen van hen met één been in dé vakgroep blijven staan en een dui delijke onderwijstaak houden. Met name hoogleraren sol worden ge segd: Denk erom, je bent ook ver antwoordelijk voor het onderwijs, je kunt niet alleen met ondersoek besig sijn." Er is voorlopig nog geen sprake van het dwingend opleggen van een institutenstel sel. Het huidige wetsontwerp biedt alleen de technische moge lijkheden a a n faculteiten en u n i versiteiten die ermee willen be ginnen. Maar, aldus de minister tegenover Mare, „Als de Kamer sou seggen: het moet, dan moeten we nog maar eens over de voor en nadelen praten. Op dit moment
universiteit Limburg en daar heeft men er volgens de minister zeer gunstige ervaringen mee. Anders dan voorganger Pais wil Deetman geen aanwijzingen ge ven voor een herindeling van de faculteiten, die mede door de voorziene afschaffing van het subfaculteitsniveau noodzake lijk zou kunnen worden. Pais dacht indertijd nog aan een op splitsing van de bestaande facul teiten Letteren en Sociale Weten schappen in elke twee nieuwe fa culteiten. Zoals bekend zit de huidige mi nister meer op de lijn van de reïn tegratie, het proces dat zou moe ten leiden tot een beperking van het aantal specialistische studie richtingen en vakgroepen. De omvang van een faculteit is in dit kader van secundair belang. Deetman wil de kwestie van de facultaire herindeling te zijner tijd in overleg met de instellingen regelen via een eventuele aanpas sing van het Academisch Sta t u u t . Wel komt hij met een sug gestie voor de oprichting van een Algemene Faculteit. Die zouden bijvoorbeeld de filosofische inter faculteiten kunnen vervangen, de technische universiteiten zou den er h u n maatschappijweten schappen in onder kunnen bren gen en zij zou een kader kunnen vormen voor samenwerkingsex perimenten tussen WO en HBO. De enige faculteit die expliciet ter sprake wordt gebracht is de ene faculteit van de Landbouwhoge school Wageningen. Deetman en medeondertekenaar van de Nota van Wijzigingen minister Braks van Landbouw, onder wiens de partement de LH ressorteert, vin den het onzin dat de Landbouw hogeschool een dubbele topstruc t u u r handhaaft, met boven die ene faculteitsraad een hoge schoolraad en boven dat ene fa culteitsbestuur een college van bestuur. De twee bestuurslagen kunnen volgens de bewindslieden zonder bezwaar worden samenge voegd.
Inspectie
Minister Deetman Foto B ram de Hollander delen wordt gefinancierd. In principe hoeft het daartoe echter niet beperkt te blijven. Beleid en beheer van het insti t u u t komen in handen van een door de faculteitsraad (of raden) benoemd bestuur, de dagelijkse leiding berust bij een uit de be treffende faculteit afkomstige hoogleraar die de titel 'weten schappelijk directeur' krijgt. In overleg met de vakgroepen de tacheert het faculteitsbestuur een aantal wetenschappelijke medewerkers deeltijds of voltijds bij het onderzoeksinstituut, dat een zeer grote handelingsvrijheid krijgt: Men stelt het eigen onder zoeksprogramma vast dat niet a a n de faculteitsraad hoeft te worden voorgelegd, alleen het ad vies van de facultaire weten schapscommissie is vereist en men sluit eventueel op eigen ge zag contracten af met externe op drachtgevers. Dit lijkt op het eerste gezicht een rigoureuze stap in de richting van de in academische kringen zepr Qms,trede3i_s,pheiding, tussen ,
kunnen we met de voorgestelde constructie ervaring opdoen." Herman Hermans: „Er moeten in ieder geval goede waarborgen ko men voor de koppeling van het instituut naar de rest van de facul teit. De kleine keiserrijkjes die vroeger so nadelig waren en door de WUB sijn opgeruimd moeten niet de kans krijgen om langs dese weg weer op te duiken." Een twee de door Deetman voorlopig ook vrijblijvend gepropageerde inno vatie betreft het matrixprincipe. Een faculteit kan in eigen huis of samen met andere faculteiten werkgroepen formeren die de op dracht krijgen een bepaald deel van h e t onderzoek of onderwijs programma in de steel te steken. De werkgroepen kunnen daarbij een beroep doen op medewerking vanuit de diverse vakgroepen in de faculteit(en) en zo een opti maal onderwijsaanbod organise ren of de onderzoeksinspannin gen op efficiënte wijze coördine ren. Een dergelijk matrixsysteem be staat momenteel al aan de Rijks
De idee van een hoger onderwij sinspectie wordt in de Nota van Wijzigingen nader uitgewerkt. De minister denkt aan een visita tiecommissie die de kwaliteit van het door de universiteiten ver zorgde onderwijs moet controle ren de kwaliteitsbewaking van het onderzoeksgebeuren loopt langs ander lijnen, zoals het we tenschappelijk jaarverslag, de projectfinanciering etc. De visi tatiecommissie wordt discipline gewijs samengesteld en zal be staan uit enkele deskundigen 'van erkend (inter)nationaal ni veau' op het betreffende vakge bied. Samen met de Inspecteur van het Hoger Onderwijs, die qualitate qua zitting in de com missie heeft evalueren zij perio diek het onderwijsaanbod in h u n tak van wetenschap. Een en an der kan resulteren in een sterkte /zwakteanalyse waarmee het ministerie, de betrokken docen ten, h u n universiteiten en ook toekomstige studenten h u n voor deel kunnen doen. Voor studenten in de eerste plaats zal het een moeilijk te ver teren zaak ziJn dat er voortaan voor hen geen plaats meer zal zijn in de wetenschapscommissies. Studenten worden steeds verder van het onderzoek verwijderd. De bijzondere instellingen (VU, kath. universiteit Nijmegen; kath. hogeschool Tilburg) zijn niet verplicht de voorschriften van de WWO in alle opzichten te volgen. Dat heeft men met de WUB ook niet gedaan. Veel maakt dat echter niet uit. Evenals Pais ziet Deetman een nuttige functie weggelegd voor 'maatschappijvertegenwoordi gers' in het universitaire bestel. Anders dan zijn voorganger wil hij h u n rol echter beperken tot het facultaire niveau en de sfeer van het onderzoek. Zowel in de faculteitsraden als in de besturen van de geplande onderzoekinsti tuten worden voor de WWO'84 zetels ingeruimd voor buiten universitaire leden. Uit de Ura den waar h u n inbreng in de meeste gevallen inderdaad niet groot is, verdwijnen de buitenu niversitaire URleden. (UP, Gert Bielderman; J. v. d.V.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983
Ad Valvas | 510 Pagina's