Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 175
i ; ^
AD VALVAS — 2 DECEMBER 1983
Student Löfller vindt bestuur te passief
Biologiewinkel lijdt nog pover bestaan „Het gaat heel moeizaam. 't Lijkt erop alsof ik het allemaal voor mijzelf doe, terwijl een wetenschaps winkel in wezen in het be lang is van zowel de bui ten als de binnenuniver sitaire wereld," zegt Mi chiel Löffler, zevende jaars student biologie. Al zo'n jaar of vijf probeert hij met weinig succes aan zijn sub faculteit een volwassen wetenschapswinkel van de grond te krijgen en nu lijkt hij enigszins moegestre den. Het bestuur van bio logie is te passief en nau welijks geïnteresseerd, is zijn kritiek. We praten met Michiel in kamer C119 van de biologievleugel van het wis en natuurkundegebouw. Een sobere ruimte gevuld met ta fel, kast, enkele strijdbare affi ches en een telefoon die zich tij dens het hele gesprek koest houdt. De zaak maakt niet be paald een dynamische Indruk. „Enkele jaren hebben we genoe gen genomen met een kast; n u hebben we min of meer illegaal een halve studiezaal in gebruik genomen en die met behulp van tafelbladen en kasten afge schermd van het andere gedeelte. We worden hier zeg maar ge doogd," zegt Michiel. „Voor elke paperclip, voor een ruimte, voor personele ondersteuning, voor fi nanciële middelen, voor alles zijn gevechten, rapporten en vergade ringen nodig." „Je zou verwachten dat op een 'buitengewone' universiteit een streven als dat van de biologie winkel verwelkomd wordt en dat dergelijke initiatieven met mens en macht ondersteund worden. Niets van dat al. We moeten om de zoveel maanden aan het subfa culteitsbestuur uitleggen wie we zijn en wat de bedoeling is. Zonde van de energie, want daardoor ko men we nauwelijks toe a a n het eigenlijke wetenschapswinkel werk. Dat werkt als een vicieuze cirkel: je aandacht wordt opge slokt door moeizame gesprekken met het bestuur over faciliteiten, het bemiddelingswerk komt daardoor in de knel en je k u n t dan minder laten zien wat je a a n het doen bent." Michiel wil niet de gehele subfa culteit over een kam scheren als
Wim Crezee het gaat om de magere belang stelling voor de winkel. Een aan tal stafleden werkt wél enthou siast mee. Vooral met medewer kers van de vakgroep plantenoe cologie onderhoudt de winkel goede contacten. „Maar ook zij vragen zich af en toe af wat voor zin h u n betrokkenheid bij de win kel heeft als het allemaal zo moei lijk gaat." „Ook voor mij begint er een tijd stip te komen waarop ik denk 'kook maar in je eigen sop gaar, want ik doe dit niet voor m'n ei gen egotripperij'. Dan k a n ik de vragen van maatschappelijke groeperingen beter doorsturen n a a r de UvA, waarvan ik zeker weet dat ze goed behandeld wor den, dan dat ik mijn energie spen deer om hier de subfaculteit nog wat op te krikken." Men is op de subfaculteit, kor1> om, nog niet voldoende doordron gen van het belang van zo'n win kel. Dat belang geldt niet alleen voor milieugroepen en dergelijke die er profijt van zouden kunnen trekken, maar het is ook in het belang van de subfaculteit zélf, zegt Michiel. „Kijk, momenteel wordt er in de raad al opgemerkt dat biologie op moet letten, want wie weet wor den er bij de volgende bezuini gingsronde complete subfacultei ten weggesaneerd. Als er ooit een keus gemaakt moet worden tus sen de twee biologiesubfacultei ten in Amsterdam, dan zullen factoren als contacten met maat schappelijke groeperingen en be kendheid een belangrijke rol spe len. En de VU scoort daarop niet hoog." Het is volgens hem niet onbegrij Ijeiyk dat studenten soms over stappen n a a r de UvA en het tota le aantal studenten biologie a a n de VU enorm afneemt. „Mensen die biologie wiUen gaan studeren, zijn immers gemotiveerd vanuit een bezorgdheid over hoe het er met het milieu voor staat. Als je dan met milieuonderzoek weinig a a n de weg timmert, heb je als subfaculteit weinig bekendheid en dus nauwelijks aantrekkings kracht voor studenten," consta teert Michiel. „Mijn zus gaat bin nenkort studeren; ik zal h a a r niet aanraden de VU te kiezen."
Plankzeilers De ivoren toren van de zuivere wetenschap is a a n de universitei ten redelijk ontmanteld. Voor de len van de subfaculteit biologie geldt dat echter niet, vindt Mi
Stichtingsbestuur in verslag:
Crèche 't Olifantje voorziet in behoefte Er is duidelijk behoefte aan kinderopvang voor personeel van de VU, het Academisch Ziekenhuis en de Nederlandse Midden standsbank (NMB). In crè che het Olifantje worden zo'n vijftig kinderen per week opgevangen door de vijf fulltime leidsters die daar werken. Een groot aantal kinderen staat daarnaast nog op een wachtlijst. Na negen maanden crèche maakte het bestuur van de Stich ting 't Olifantje de eerste balans op.
Vanaf 1 februari dit jaar heeft de VU samen met het Academisch Ziekenhuis en de NMB h a a r ei gen crèche. Voorlopig nog als ex periment tot november 1985, maar de resultaten van het eerste jaar zijn bemoedigend. Het dagverblijf herbergt n u circa vijftig kinderen per week, waar van de meeste parttime. Dat zijn er al dertig meer dan bij de start ïn februari. Het Olifantje werkt met drie verschillende groepen. In de eerste groep zitten baby's in de leeftijd van 6 weken tot 1 jaar, in de tweede dreumesen van 1 tot 2 jaar en de kinderen in de derde groep hebben over het algemeen een leeftijd van twee tot drie jaar. Dorien Kavlingfreks, hoofdleid ster: „We hebben n u een totale bezetting van 85 %. De babygroep zit helemaal vol en de andere twee groepen draaien met 75%. Je
flora. Zo'n onderzoek is voor stu denten natuurlijk veel leuker dan om voor de zoveelste keer de vege tatie van de KalQeslaan uit te pluizen. Hetzelfde geldt voor de onderwijs cursus aquatische oecologie. In die cursus kan je algenmonsters uit willekeurige sloten bestude ren. Maar voor hetzelfde geld k a n je ze uit het Nieuwe Meer halen en zo onderzoeken in hoeverre het water daar vervuild is. De kwali teit van het onderzoek blijft het zelfde, maar studenten zijn gemo tiveerder omdat ze weten dat er iets met de onderzoeksresultaten gedaan k a n worden." Het leggen van deze verbanden tussen onderwijsactiviteiten en vragen vanuit de maatschappij kost volgens Michiel veel tijd en menskracht. Het bemiddelingswerk door stu denten momenteel zijn nog z'on zes mensen actief wordt echter niet in studiepunten gehono reerd. De studiedruk is immers toch al zwaar. Volgens Michiel is het daarom goed dat de weten schapswinkel voor het organisa torische werk over personeel kan beschikken.
Public relations Verzoeken daartoe lagen echter tot voor kort zonder resultaat op de tafel van het bestuur van bio logie. Enkele weken geleden ech ter kwam het bestuur over de brug met een studentassistent voor één dag in de week en stelde het voor dat één staflid een deel van zijn werktijd zal besteden a a n de winkel.
Michiel Löffler: „Ik doe dit niet voor mijn eigen chiel. „Dat is erg jammer want daardoor missen studenten de ongelijkheid om bijvoorbeeld via een wetenschapswinkel ervaring op te doen met allerlei maat schappelijke groeperingen, met het definiëren van een milieupro bleem in een onderzoekbare vraag. Er is volgens Michiel werk genoeg voor een wetenschapswinkel. „We hebben een kaartenbak met de milieuactiegroeijen in de regio NoordHolland. Dat zijn er onge looflijk veel. Al die groepen heb ben van tijd tot tijd vragen over het terrein waar ze actie op voe ren. Niet alleen milieukundige vragen maar ook op het gebied van de volksgezondheid." Een voorbeeld van dat laatste is het onderzoek n a a r de effecten van lozingen van het Amster damse grachtenslik in het Nieu we Meer. In welke hoeveelheid be vat dat slik zware metalen en is dat schadelijk voor bijvoorbeeld
egotripperij." (foto AVC/VÜ)
plankzeilers en zwemmers in het Meer? Uit het voorbeeld blijkt ook dat wetenschappeUjk interessant en maatschappelijk relevant onder zoek elkaar niet hoeven uit te sluiten. Ta is het goed mogelijk om n a a r aanleiding van de bo vengenoemde vragen van een mi lieugroep en een watersportvere niging van het Nieuwe Meer fun damenteel toxicologisch onder zoek te doen. Zelfs afgezien daarvan: het is al leen al uit onderwijskundig oog p u n t slimmer om leeronderzoe kingen van studenten te koppe len a a n vragen die via de biologie winkel binnen komen, meent Mi chiel. „Het is ons een paar keer gelukt om in een onderwijscursus aan dacht te schenken a a n de vegeta tie in het Wieringenmeer. Men was daar namelijk van plan de grondwaterstand te verhogen met alle gevolgen vandien voor de
k u n t die gaten niet helemaal op vullen omdat je rekening moet houden met de doorstroming van _ de kinderen als ze ouder worden.' Door die doorstroming verwach ten we medio 1984 een bezetting van 90% te hebben." Op dit moment staan er zo'n tachtig kinderen op de wachtlijst waarvan er 52 direct een plaats wensen. Toch zou een dagverblijf van twee maal zo grote omvang geen oplossing bieden omdat 80% van de wachtlijstkinderen in een babygroep geplaatst zou moeten worden zodat er vijf babygroepen zouden ontstaan, aldus het rap port van het bestuur.
(de VU, AZVU en NMB. red.)." „We kijken ook n a a r de geboorte maand en het inschrijvingsnum mer van de ouders én op welke dagen het kind op de crèche ver schijnt. Er zitten nogal wat kin deren parttime zodat we soms wat problemen hebben met het inroosteren van de kinderen. De totale groepssamenstelling, dus de verdeling tussen jongens en meisjes, is ook belangrijk, én we proberen dezelfde kinderen zo veel mogelijk een paar dagen bij elkaar te zetten zodat het voor hen wat minder vreemd wordt."
De wachttijd is op dit moment 1 ^h tot 2 jaar. Ook andere kinderdag verblijven hebben zo'n lange wachttijd trouwens. Dorien: „Als er een plaats vrij komt houden we rekening met een aantal plaat singcriteria. Allereerst kijken we wat voor kind we nodig hebben, vooral qua leeftijd. We letten op de doorstromingsmogelijkheden van het kind zodat het tot z'n vierde op de crèche kan blijven. Verder kijken we welke organisa tie recht heeft op een plaats. Het is namelijk de bedoeling dat het aantal beschikbare plaatsen evenwichtig wordt verdeeld over de drie deelnemende organisaties
Gezien de grote behoefte a a n en belangstelling voor het Olifantje zou uitbreiding geen luxe zijn. Maar daar is geen geld voor. Dat betekent niet dat het financieel slecht gaat met de crèche. De re sultaten over 1983 zijn niet on gunstig te noemen. Het begrote tekort valt zevenduizend gulden lager uit dan werd verwacht. Dit tekort wordt gedekt door de drie organisaties die in de stichting zitting hebben. Het AZVU en de NMB betalen in geld, de VU door levering van goederen en diens ten. Bert Meulman, voorzitter van de stichting: „Het gunstige resul
Financiën
Komt zo'n gebaar niet ei^ laat, vragen we a a n decaan prof. F. K. de Graaf. „Ach, de winkel bestaat officieel pas ruim een jaar; daar vóór waren er alleen ideeën. Mijn indruk is dat mijn voorgangers (De Graaf is sinds het voorjaar decaan, red.) wat minder belang stelling voor de biologiewinkel hadden." De Graaf vindt echter het verwijt van desinteresse zeker niet op zijn bestuur van toepas sing. Hij vindt het vooral van belang dat via het werk van de weten schapswinkel de public relations van de subfaculteit beter uit de verf kómen. W a n t dat is nodig gezien de da lende studentenaantallen. Michel is sinds het laatste ge sprek met het bestuur „gematigd optimistisch" gestemd. Als het bestuur niet met die toezegging was gekomen, hadden we de zaak waarschijnlijk definitief opge doekt, vertrouwt hij ons toe. Maar de toekomst moet voor hem bewijzen of het bestuur inder daad een andere houding tegen over de biologiewinkel inneemt. „Eén gesprek met het bestuur, dat positiever was dan ooit, ver andert niet de negatieve tendens van de afgelopen jaren."
t a a t hebben we vooral te danken a a n subsidie die we kregen van het ministerie van Sociale Zaken in het kader van de werkverrui mende maatregel. Voor 1984 heb ben we een begroting opgesteld zonder rekening te houden met eventuele subsidie die nog iets gunstiger uitvalt dan die van dit jaar. Die begroting dienen we n u in bij de besturen van de drie or ganisaties, we verwachten van hen een fiat daarvoor te krijgen en dan kunnen we beginnen a a n 1984." „Een uitbreiding zit er voorlopig niet in. We willen eerst drie jaar op een consistente manier draai en om daarna te bekijken wat we verder gaan doen." Gezien de korte tijd dat de crèche draait en de aanloopmoeilijkhe den van kinderdagverblijven in het algemeen boert 't Olifantje niet slecht. Na eenjaar Stichting 't Olifantje kan de crèche onder andere gelet op het financiële re sultaat en de manier waarop de kinderopvang in een behoefte voorziet een succes genoemd worden. (P.V.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983
Ad Valvas | 510 Pagina's