Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 463

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 463

7 minuten leestijd

11

AD VALVAS — 25 ME11984

Britannia rules technology

Science Park: vruchtbare kennisoverdracht of alleen maar prestige? Bij Groot­Brittannië denk je allereerst aan „traditie". Misschien daarna ook nog aan een aantal andere din­ gen, maar toch eigenlijk zelden aan „hoogwaardige tech­ nologie". Sinds de uitvinding van de stoommachine heeft voornamelijk de wet van de remmende voorsprong in Engeland opgeld gedaan om na de Tweede Wereldoor­ log dit voormalige imperium te rangschikken onder het achterlijkste Westeuropese land als het om technologie gaat. Waar ten tijde van de wederopbouw op het conti­ nent nieuwe fabrieken met de nieuwste technologieën gebouwd werden, bleef Engeland achter met een sterk verouderd industrieel machinepark. De anti­industrie­ achtige „Oxbridge mentaliteit" in Engeland maakte dat men ook niet al te veel hoop hoefde te hebben op indus­ triële vernieuwingsimpulsen vanuit de universiteiten. Toen in de jaren zestig de economische en wereldmacht van het Britse imperium taande, nam de wet van de stimulerende achterstand het roer weer over; men ging naarstig op zoek naar nieuwe impulsen voor de Britse industrie. En natuurlijk kwam men daarbij uit bij de technologie. De Britse regering verzocht de universitei­ ten om, alle high­brow traditie ten spijt, de banden met de industrie aan te halen en daartoe kwam een Ameri­ kaans recept overgewaaid: het Science Park. Daarvan zijn er nu zo'n zestien in het Verenigd Koninkrijk en omdat diverse regeringsnota's de komst ervan in Neder­ land aankondigen, gingen we met de Universitaire Pers een kijkje nemen om te zien wat Nederland allemaal van de Engelse ervaring zou kunnen leren. Is een Science Park een vruchtbare vorm van technologie­transfer óf niet veel meer dan een gunstige lange termijn­investe­ ring óf alleen maar bluf en prestige? Een impressie. Zoals gezegd, komt het verschijn­ sel Science Park uit de USA over­ gewaaid. Daar was in de Tweede Wereldoorlog de oorsprong van de Science Parks gelegen in het feit dat de Amerikanen zich zor­ gen gingen maken om de techno­ logische voorsprong van de Duit­ sers. De militaire research en pro­ duktie kregen dringend behoefte aan wetenschappelijke onder­ steuning, alleen ­ en dat was het probleem ­ de bestaande univer­ sitaire structuur leende zich daar nauwelijks toe. Publiciteitsdrift laat zich niet licht combineren met militair­strategische oog­ merken. Omdat de wetenschappers zelf wel uitermate geïnteresseerd wa­ ren in de extra overheidsgelden die hiervoor beschikbaar waren, werden aparte onderzoekslabora­ toria opgezet voor dit werk aan militaire objecten. Deze constructie leverde univer­ siteiten geen windeieren op; zo groeide de Lincoln­Laboratories van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) binnen de kortste keren uit tot het (in groot­ te) achtste defensie­laboratorium van de VS en overtrof tegen het emd van de oorlog zelfs de univer­ siteit in omvang. Het militaire laboratorium van het Stanford Research Institute ondervond dezelfde levensloop en beide labo­ ratoria werden n a de wereldoor­ log onafhankelijk van de univer­ siteit.

Bedrijvigheid En zo waren de eerste Science Parks geboren; zelfstandige en commerciële academische spin­ offs die gedijen in de naaste omge­ vmg van een universiteit. Het zo­ juist geschetste is echter nog maar een zeer pril stadium van Science Parks, waaronder over het algemeen een meer diverse vorm van economische bedrijvig­ heid in de nabijheid van een Alma Mater beschouwd wordt. Maar ook daarover lopen de meningen uiteen. Een éénduidige definitie van „Science Park" ontbreekt en meerdere verschijnselen laten zich graag onder dit etiket benoe­ men, omdat het in elk geval iets

merkwaardigerwijs in Amerika juist bijna niet voor. De oorzaak daarvan is gelegen in de federale wetgeving van de VS: die verbiedt de universiteiten zich op eniger­ lei wijze concurrerend met het bedrijfsleven bezig te houden.

Not British Maar nu Engeland; de „national Champion" in Science Parks is daar onbetwist Cambridge en om het preciezer uit te drukken: het Trinity College. Toen in het begin van de jaren zeventig Trinity Col­ lege met het idee kwam om één van de onderdelen van het eigen grondbezit in te richten tot een „Science Park", werd dit alom be­ schouwd als „definitely not a Bri­ tish thing", zo legt public­rela­ tions­vrouw Lindy B everidge ons uit. In Amerika verlaagden we­ tenschappers zich dan misschien tot het toepassingsgerichte ni­ veau van het bedrijfsleven, in het Verenigd Koninkrijk wist men

EefkeSmit Ruud Keulers/UP uitstraalt van „dynamiek", „eco­ nomische bedrijvigheid" én „we­ tenschap". Zo zyn er in Amerika nóg twee categorieën Science Parks. De eerste laat zich bewonderen in de veelbesproken „Golden Triangle" in North Carolina waar drie uni­ versiteiten bij betrokken zijn. Het was een initiatief van de lokale overheid van North Carolina die in de buurt van de universiteiten nog grond braak had liggen en daar bedrijven naar toe trachtte te lokken die wat met de overheid te maken hebben. Veel van die bedrijfjes lieten zich de status van de universiteit graag aanleu­ nen en verhuisden dus n a a r het „Science Park". Gezien de be­ langstelling een succesvolle on­ derneming, maar bij nadere be­ schouwing blijken de meeste van de vestigers niets met de universi­ titen te maken te hebben en is de gesuggereerde band met de we­ tenschappelijke instellngen dus niet meer dan een subtiele vorm van p.r. Ook wel „statusverho­ gende postbusnummers" ge­ noemd.

Kennis­intensief De tweede categorie Science Parks lijkt meer op het voorgesta­ n e Nederlandse concept. Daarbij vestigen kennis­intensieve be­ drijven zich op een terrein van de universiteit om letterlijk van de verre vriend „wetenschap" een goede b u u r te maken. Een intensieve samenwerking tussen de bedrijven en de weten­ schap is het belangrijkste oog­ merk. De bedrijven kunnen op die manier in nauwe wisselwerking met de nieuwste technologieën h u n Produkten ontwikkelen, voor de universiteiten is het goe­ de bron van contractonderzoek. Hoewel dit het concept is dat op dit moment in Europa de meeste a a n h a n g vindt als het om „Scien­ ce Park" gaat, komt deze vorm

pas n a a r Trinity kwamen toen ze die prijs al hadden. Trinity kocht vaak Nobelprijswinnars weg; ook een kwestie van „good­property­ keeping"). Ondertussen zitten er zo'n veer­ tig bedrijven op dit Science Park in Cambridge. In het begin waren het vooral grote bedrjven zoals Akzo Chemie, Organon en Ca­ vendish Laboratories die bedrijfs­ ruimte huurden in gebouwen die Trinity College op het park ­ on­ geveer 10 km. buiten Cambridge gelegen ­ had gebouwd. Tegen­ woordig is er een groeiende nei­ ging om grond van het College te leasen en daarop een eigen ge­ bouw te zetten. Zo staat er een prachtig Griekse tempel­achtig gebouw van Napp Industries Farmaceutical wat door zijn mo­ numentale schoonheid nóg meer bijdraagt aan het prestige dat een Science Park op zich al in zich bergt. Verder staan er veel laag­ bouw­bedrijfjes over het terrein verspreid. In aanbouw is een be­

merhand ziet men steeds meer voordeel in de nieuwe „externe" behuizing. Of, zoals staflid van het laboratorium Robert McMa­ hon het uitdrukt: „De contacten met het bedrijfsleven worden hier op het Science Park geïntensi­ veerd. Veel bedrijven durven niet zómaar gerenommeerde acade­ mische instituten als Oxford en Cambridge in te lopen en hier lo­ pen ze wél makkelijk binnen. Om­ gekeerd is voor ons het klimaat hier op het Science Park ook leu­ ker dan binnen de universiteits­ muren; je ontmoet veel meer com­ mercieel ingestelde mensen". Overigens is het laboratorium zelf al voor een groot deel com­ mercieel van inslag aangezien British Telecom en General Elec­ tric Company een groot deel van de financiering op zich nemen, wat niet wil zeggen dat ze de on­ derzoeksprogramma's voorschrij­ ven. McMahon: „De bedrijven ge­ ven ons geen boodschappenlijstje op van wat we moeten onderzoe­

B %'

m:

­­^<'yr De sestiental Engelse Science Parks sijn volgens Thatcher „eootremely encouraging" wel beter, zo laat zich de „Oxbrid­ ge mentaliteit" ongeveer om­ schrijven. Voor Trinity College was het trouwens in die tijd net zo min de drang om zich qua weten­ schapsbeoefening tot het be­ drijfsleven te wenden, m a a r speelden eigenlijk heel andere (fi­ nanciële) motieven een rol, al stelt men het n u graag anders voor. De meeste van de Cambridge Col­ leges zijn namelijk private instel­ lingen die h u n voortbestaan be­ kostigen uit een door de eeuwen heen uit schenkingen opgebouwd vermogen. Veel van dat vermo­ gen is grondbezit dat verpacht wordt. Zo is Trinity College bij­ voorbeeld ook de eigenaar van de scheepswerven in Felixstowe. Het landgoed waar n u het Cambridge Science Park gevestigd is (in 1300­zoveel geschonken door „The Black Prince" aldus Beve­ ridge) had in de jaren zestig nog steeds geen winstgevende be­ stemming gekregen en in het ka­ der van „good property­keeping" besloot Trinity College om er de „bedrijven van de toekomst", dat wil zeggen kennisintensieve be­ drijven, naartoe te trekken. Je reinste projectontwikkeling dus. Deze lieten zich graag paaien met het „label" van Trinity College, immers de topscorer onder de academische instellingen aan Nobelprijswinaars (al zegt men daar vaak niet bij dat de meeste

drijfsverzamelgebouw, waarin kleine en vooral startende onder­ nemers gebruik kunnen maken van gezamenlijke vergader­, ad­ ministratieve en computerfacili­ teiten, maar waarin ook diverse horeca­activiteiten ontplooid zullen worden en cursusruimten beschikbaar zullen zijn waar alle vestigers op het Science Park ge­ bruik van kunnen maken. Van die veertig bedrijven zijn er zo'n 12 jonge starters (ofwel direct af­ gestudeerden) en zijn er 8 vesti­ gingen van multinationale on­ dernemingen.

Industrie­terrein Het ziet er allemaal indrukwek­ kend uit, dit Science Park, maar verschilt toch eigenlijk niet dui­ delijk van een industrieterrein waar zich toevallig uitsluitend hoogwaardige, kennisintensieve bedrijven vestigen. De link met de universiteit lijkt niet veel verder te gaan dan het overmaken van de maandelijkse huur. Wel is er ook één laboratorium van het Trinity College zelf op het Scien­ ce Park gevestigd. Het is een labo­ ratorium in „electron­beamfoto­ graphy", een techniek waarbij men met electronenstralen pa­ tronen op integrated circuits aanbrengt. Aanvankelijk verhuisde dat labo­ ratorium uit ruimtegebrek n a a r het Science Park, maar langza­

ken. Het is eerder andersom. Wij kijken vooruit om te zien welke problemen zich in de toekomst voor hen voor zullen doen. De lab's van BT en GEC zelf houden zich wel bezig met de acute korte­ termijnproblemen; wij kijken verder in de toekomst en probe­ ren dan samen met onze sponsors een visie voor de toekomst te ont­ wikkelen en daar ons onderzoek n a a r in te richten". Deze vorm van wederzijdse kruisbestuiving heeft n a a r zeggen van McMahon ook andere universiteitslaborato­ ria al nieuwsgierig gemaakt n a a r een vestiging op het Science Park.

Uitwisseling Toch gaat hiermee het eerste Science Park pas n a zo'n jaar of tien ontwikkelen wat in Neder­ land in zijn algemeenheid met een Science Park voor ogen staat: de intensieve uitwisseling tussen industrie en universiteit. Onder­ tussen stelt men in Cambridge het graag zo voor alsof deze opzet al vanaf den beginne in het vaan­ del stond. Zo zegt John B radfield, directeur van het Cambridge Science Park, met echte Britse hoogmoed in zijn stem: „What you need for a

Vervolg oppag. 13

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 463

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's