Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 63

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 63

11 minuten leestijd

3

AD VALVAS — 30 SEPTEMBER 1983

Personeel blijft liever zitten waar het zit

VU-personeel vergrijst De doorsnee-werknemer bij de VU wordt steeds ouder. Was deze in 1977 nog 37 jaar oud, in 1982 was zijn leeftijd al gestegen tot 38 jaar en 7 maanden. De vergrijzing van de VU zet zich het sterkst door bij het technisch-administratief personeel. Was in 1977 nog 59 procent van de TAS-medewerk(st)ers jonger dan 35 jaar, vorig jaar was dit percentage al gedaald tot 45. Maar ook het wetenschappelijk personeel wordt ouder. In 1977 was de helft jonger dan 35 jaar, vorig jaar nog maar 40 procent. Niettemin kan de VU vooral wat het WP betreft nog steeds een vrij jonge universiteit genoemd worden, wat vooral samenhangt met de sterke groei van de VU in de jaren '70.

De doorsnee WP'er op de Amsterdamse zusteruniversiteit de UvA is nog steeds een stuk ouder. Slechts ruim een kwart (27.5 procent) van het wetenschappelijk personeel daar was in 1981 jonger dan 35 jaar. Bij de TAS is het verschil met de VU praktisch verdwenen. De v u en de UvATAS'er ontlopen elkaar niet veel meer in leeftijd. Op de UvA was 42 procent in '81 onder de 35, op de VU vorig jaar 45 procent. Bij deze berekeningen zijn de student-assistenten niet meegeteld. Dit blijkt uit het Sociaal Jaarverslag van de VU over het jaar 1982, dat deze week integraal meegaat in Ad Valvas op de zogeheten info-pagina's. De „vergrijzing" van het VU-persuneel hangt volgens Corien van Oostende van Personeelszaken voor een klein deel samen met de daling in het verloop bij het personeel (van 9.8 procent in 1981 naar 9.6 procent van de arbeidsplaatsen vorig jaar) voor een deel door de kleinere instroom van personeel maar vooral omdat „men de plek die men heeft liever niet kwijt wil". Dat de mensen op h u n plaats blijven zitten vanwege h u n mooie pensioen gelooft Corien niet meer. „Ik geloof niet dat er n u nog zo vreselijk veel mensen zijn, die er nog echt in geloven dat ze dat hele bedrag straks krijgen. Nee het is meer de hele markt die stagneert." Dat laatste blijkt ook wel uit het verschijnsel dat het gemiddelde dienstverband van de vu-werknemer steeds langer wordt. Zat in 1977 de doorsneewerknemer hier 6 jaar en 5 maanden in 1982 was dat al 7 jaar en 9 maanden.

Positie vrouwen Voor de vrouwen lijkt de situatie op de VU op het eerste gezicht iets beter te worden. Bestond in 1977 nog maar 12.9 procent van het WP uit vrouwen, inmiddels is dat

Jaap Kamerling gestegen van 14.6 in 1981 tot 15.2 in '82. Ter vergelijking: op de UvA was vorig jaar al 18.6 procent van het WP vrouwlijk, de VU heeft dus nog wel wat in te halen. Het vrouwenaandeel bij de TAS daalt trouwens heel langzaam: van 43.6 in '77 naar 42.7 in '81 naar 42.6 vorig jaar. Op de UvA was het vrouwenaandeel in het personeelsbestand van de TAS in 1981 43 procent, dus ongeveer gelijk als op de VU. De cijfers vallen voor de vrouwen overigens ongunstiger uit als je kijkt n a a r de aantallen werkuren. Vrouwen werken zowel bij WP als TAS vaker in deeltijd en dat betekent dat een vrouwenaandeel van 15.2 procent bij het WP in werktijd omgerekend maar 13 procent is en bij de TAS i.p.v. 42.6 procent 38. Op de arbeidsmarkt wordt althans bij het WP de vrouw een steeds grotere concurrent van de man. Vorig jaar dongen 432 vrouwen naar een WP-plaats op de VU tegen 890 mannen. Dat betekent een stijging in het percentage vrouwelijke sollicitanten bij het W P van 23 naar 33 procent. De stijging van het aantal vrouwelijke kandidaten resulteerde echter niet in een groter aantal benoemingen. Was in 1981 de kans van een vrouwelijke sollicit a n t om in de prijzen te vallen 1 op 5 in 1982 werd dat een stuk ongunstiger: 1 op 7.7. Voor de mannelijke sollicitant daarentegen bleven de kansen ongeveer gelijk: 1 op 5. Bij de TAS daarentegen daalde het aantal vrouwelijke sollicitanten maar de kans om tot de gelukkigen te horen daalde veel minder dan bij haar mannelijke mededingers. Moet je hier n u van feitelijke ne-

gatieve en positieve diskriminatie spreken? Volgens Corrine van PZ k u n je geen van beide uit de cijfers afleiden. Zij ziet althans geen duidelijke diskrepantie tussen aantallen sollicitaties en aantallen benoemingen. „De geschikte kandidaat wordt benoemd". Corien gelooft echter zeker niet in positieve diskriminatie van de vrouw bij het WP, wat trouwens ook niet officieel het VU-beleid is. Bij de TAS is de benoemingskans van de vrouwelijke sollicitant duidelijk hoger zodat voor het totale personeel de kansen ongeveer gelijk lijken te liggen. Bij de TAS is het echter vaak zo, dat juist de aard van de funktie, traditioneel bedoeld voor een vrouw zoals analiste en typiste, leidt tot die betere sollicitatiekans. Bij het W P dus zeker geen positieve diskriminatie van de vrouw en als die er bij

de TAS al lijkt te zijn dan komt dat eerder doordat men veel TASfunkties traditiegetrouw als vrouwenfunkties ziet en dat k u n je zeker óók geen positieve diskriminatie noemen.

Weer meer deeltijdwerkers Er verdwenen vorig jaar bij de VU 65 formatieplaatsen. Als je de student-assistenten, waarvan het aantal dat jaar met liefst 99 daalde, meetelt, daalde in 1982 voor het eerst het totaal aantal mensen dat bij de VU werkte: met 28 t.o.v. 1981. Als je de student-assistenten niet meetelt steeg het aantal VU-werknemers nog licht:

met 70. Die toeneming is echter uitsluitend toe te schrijven a a n de stijging van het aantal deeltijdwerkers, die zich ook in 1982 weer voortzette, in dat jaar zelfs sterker dan de afgelopen vier jaar. In 1977 was het aantal deeltijdwerkers nog 23 procent, n u is dat al gegroeid tot 34. De stijging van de deeltijdarbeid was vorig jaar bij mannen en vrouwen gelijk, namelijk drie procent. Alleen bij de TAS-vrouwen als groep nog méér: vier. De stijging van het aantal deeltijdwerkers kan deels verklaard worden uit het opmaken van alle „restjes" formatieruimte en deels uit de toeneming van het aantal medewerk(st)ers dat op eigen verzoek de werktijdfactor verminderde. Gemiddeld werkt de VUwerknemer n u 0.84 van de volle werktijd en de tendens van verdere daling daarvan is aanwezig. Zowel bij het WP als de TAS werken de vrouwen gemiddeld het kortst: ongeveer driekwart werkweek. Verder is de daling van de gemiddelde werktijd bij vrouwen groter dan bij mannen. Een verschijnsel dat een verslechtering van de positie van de vrouwen als

aantal van 304 (in 1981) tot 240 vorig jaar, bij de TAS trad zelfs meer dan een halvering op: van 275 n a a r 134. Geen wonder als je bedenkt dat het verloop onder het personeel daalt („Blijf zitten waar je zit e n . . . ") en het aantal formatieplaatsen ook daalde. In tegenstelling tot wat het vorige Jaarverslag verwachtte trad er bovendien een verschuiving op van vaste n a a r tijdelijke aanstellingen zowel bij TAS als WP. Onder meer een gevolg van de strikte bepahng dat voor WP-funkties slechts met grote voorzichtigheid benoemingen in vaste dienst mogen plaatsvinden, een en ander in afwachting van goedgekeurde taakaanpassingsplannen. Dit geldt - zij het in wat mindere mat - ook voor de TAS. De verhouding bij benoemingen in het algemeen tussen WP en TAS levert een lichte verschuiving ten gunste van het W P op. Voor een deel is die verschuiving het gevolg van een iets groter verloop onder het WP. Voor een ander deel heeft zij te maken met een toeneming van het aantal kortlopende contracten voor het WP. Over het geheel genomen n a m het aantal WP'ers

categorie met zich brengt omdat deeltijdwerkers - en dat staat niet in het jaarverslag - naast enkele voordelen over het geheel genomen financieel slechter af zijn dan voltijdse werkers. Het percentage van de diverse kortingen die de regering toepast op ambtenaren wordt immers qua hoogte berekend alsof de deeltijdwerker een voltijds salaris geniet.

meer toe dan het aantal TAS'sers. Misschien niet ongezond in een instelling waar tenslotte onderwijs en onderzoek voorop staan. In de Tweede Kamer hebben PvdA en VVD er een paar weken geleden op gewezen, dat de centrale diensten van de universiteit behoorlijk uit h u n jasje zijn gegroeid. Deetman wilde daar wel eens n a a r kijken als de regering wat verder is met de „dereguleringsplannen". Het ziet er dus n a a r uit, dat een verdere verschuiving van TAS naar WP tot de mogelijkheden gaat behoren.

Minder verloop Tenslotte nog iets over de werkgelegenheid die de VU biedt. Het zal geen verbazing wekken, dat het aantal benoemingen in 1982 sterk terugliep. Bij het W P daalde het

ÜR gaat doorpraten over toekomstblik CvB Niet dat de voorzitter van het college van bestuur van de VU, drs. H. J. Brinkman, de universiteitsraad niet serieus nam, naar hij zei, maar het leek hem beter n u niet te reageren op de vragen en opmerkingen n a a r aanleiding van het bestuursverslag over '82'83 (uitgesproken bij de opening van het academisch jaar begin van deze maand). In het moderamen van de raad zou beter eerst kunnen worden uitgezocht over welke onderwerpen verder zou kunnen worden doorgepraat. „Het college is daar graag voor beschikbaar," aldus Brinkman vorige week dinsdag en de raad accepteerde dat. De CvB-voorzitter wilde nog wel even een hier of daar n a a r zijn mening ontstaan misverstand uit de weg ruimen of wat informatieve vragen beantwoorden. Deze vraag bij voorbeeld. Of de universiteitsraad volgens het college van bestuur zou moeten blijven bestaan in de toekomst? Prof. E. Boeker (Demokratisch Akkoord) was daar benieuwd naar gezien wat er in het bestuursverslag ditmaal gegoten in de vorm van

een vooruitblik - stond: „gesteld dat er een universiteitsraad moet blijven . . . " De CvB-voorzitter zei dat dit door Ad Valvas (9 september j.l.) en anderen verkeerd was geïnterpreteerd. Bij het pleidooi voor grotere bevoegdheden voor het universiteitsbestuur was niet slechts a a n het college van bestuur, maar ook a a n de universiteitsraad gedacht. De geciteerde zinsnede bedoelde volgens Brinkman te zeggen dat het college vindt dat de universiteitsraad moet blijven en meer bevoegdheden inzake onderwijs en onderzoek moet krijgen. Maar als die bevoegdheden met materieel gesag moeten worden uitgeoefend (veronderstelling), moeten samenstelling, werkwijze, enz. van de raad dan worden gewijzigd, luidde de vraag van het college. Over de veronderstelling kan je twisten, aldus Brinkman. Prof. N. W. de Smit (Onaf hankelijk WP) zei het namens zijn fractie benauwend te vinden dat de klassieke faculteit bezig is te gaan verdwijnen, dat onderwijs en onderzoek „uit elkaar worden getrokken". „Wij willen dat hele-

maal niet. De organisatorische rol van het college van bestuur bewerkt dat dat verdwijnings- of uithollingsproces doorgaat. Is het wel zo dat, als het college van bes t u u r niet optreedt, de minister dat doet? Moet je niet in plaats van te centraliseren, meer gaan decentraliseren om de klassieke faculteit te behouden?" De fractie van het Onafhankelijk W P vond ook de „gelatenheid" waarmee het college van bestuur de beperking van de vrijheid van de individuele onderzoeker door de voorwaardelijke financiering aanvaardt niet terecht. „Onze fractie vindt dat die vrijheid moet bewaard blijven," aldus De Smit. Hij fronste zijn wenkbrauwen bij de grotere keuzevrijheid die studenten anderzijds voor de samenstelling van h u n studiepakket te wachten staat. De student van n u heeft veel minder dat ambachtelijke, dat schoolse. Zijn vrijheid zou, omdat-ie die minder goed aankan, juist wat ingeperkt moeten worden, aldus De Smit. Zijn fractiegenoot dr. Ceq. de Groot constateerde een proces van afkalving van de alma mater

en volgzaamheid van het college van bestuur in dat opzicht. We moeten er niet meer aan meewerken, sprak hij bezwerend. „Vakgroepen, subfaculteiten en faculteiten zijn alsmaar onmondiger en onmachtiger geworden," aldus De Groot. „Onderwijs, onderzoek en bestuurlijke en beheerstaken op een verantwoorde manier doen is langzamerhand steeds minder goed mogelijk." Aan de basiseenheden en faculteiten zouden volgens hem zo snel mogelijk personele en financiële middelen moeten worden verstrekt onder de garantie dat er bijv. de eerste vijf j a a r niet meer aan wordt getornd. De minister zou zich daar ook a a n moeten houden bij wijze van uitzondering. Boeker (Demokratisch Akkoord) vond het jammer dat behalve over onderwijs en onderzoek ook niet over maatschappelijke dienstverlening werd gesproken in het bestuursverslag. „Terwijl dat een van de punten is waarop de VU binnenshuis zou kunnen inspireren en naar buiten toe studenten zou kunnen aantrekken."

(Voor het integrale Sociaal Jaarverslag zie info-ka tern). Mevr. drs. E. J. Kok, ook van het Demokratisch Akkoord, kreeg permissie ok ook de rede van de bij de opening van het academisch jaar scheidende rector magnificus prof. H. Verheul erbij te halen. Ze vond het minder gelukkig dat Verheul melding maakte van de constatering van verscheidene faculteiten dat 50 procent of meer studenten eerste fase h u n propedeuse niet haalt. „Dat heeft de VU nogal wat negatieve publiciteit bezorgd." Ze informeerde o.a. naar de betrouwbaarheid van de gegevens. Rector prof. P. J. D. Drenth antwoordde dat Verheul ä titre personel had gesproken. „Dat mag als je vertrekt." De cijfers waren gebaseerd op een in juni bij decanen gehouden informatieronde over de verwachtingen bij de propedeuse. Een toetsing zal nog moeten plaatsvinden omdat per september het volle eerste jaar pas achter de rug was, aldus Drenth, die eraan toevoegde dat daar ook een goede onderwijskundige analyse bijhoort. „Ik denk dat het bij de rector een kwestie van bezorgdheid is geweest, dat hij erover sprak voor-

Vervolg op pag. 7

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 63

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's