Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 121
AD VALVAS — 28 OKTOBER 1983
7
Een gesprek met prof. dr. Hans Vugts (VU) over zijn vak de micrometeorologie
Het laboratorium van de meteoroloog staat buiten „Als je de micrometeorologische processen begrijpt, de „uitwisseling", verdamping, wind en warmte in de eerste twintig meter tussen hemel en aarde, dan kun je de rest wat makkelijker verklaren. Daarom, en niet alleen omdat het mijn vak is, zou ik zeggen dat micrometeorologie dominant is binnen de meteorologie." Dr. Hans Vugts (42), kort geleden benoemd tot buitengewoon hoogleraar in de meteorologie, in het bijzonder de micrometeorologie aan de VU, geeft bondig het verband aan tussen de twee richtingen in een wetenschap, die elke dag aan de basis staat van de voorspelling die ons humeur behoorlijk kan beïnvloeden: het weerbericht. „Ik heb ook wel eens de pest in gehad. Dan wilden we 's nachts doormeten. Er was een koude nacht voorspeld, maar het bleef hard waaien. Dan denk je ook wel eens: die stomme meteorologen." Meteorologie neemt een belangrijke plaats in het leven van de mens in. Niet alleen omdat het prettig is te weten wat voor weer het de volgende dag of dagen is, maar vooral omdat de weersgesteldheid van grote invloed kan zijn op maatschappelijke processen, zoals de landbouw of de luchtvaart. Als denkwijze, die berust op ervaringen en eenvoudige waarnemingen, is de meteorologie (afgeleid van meteoros, hoog in de lucht, en logos, beschrijving) dan ook eeuwenoud. Niet alleen de vele versjes, rijmpjes en volkswijsheden zijn hiervan het bewijs, ook zeer vroege boekwerken tonen aan, dat de weerkunde grote aantrekkingskracht op de mens uitoefende. Aristoteles (384-322 v. Chr.) krijgt de eer het eerste systematische werk te hebben samengesteld, dat dan ook als titel meekreeg „Meteorologica". Tot aan het begin van de zeventiende eeuw, wat het begin was van een periode waarin veel instrumenten uitgevonden werden, was Meteorologica het standaardwerk op het terrein van de weerkunde. En dat terwijl er geen enkele toelichting in voorkwam over het voorspellen van het weer. De benodigde nauwkeurige instrumenten ontbraken immers. De ontwikkeling van instrumenten als barometer, vochtigheidsmeter, thermometer en windmeter, al dan niet door toevallige omstandigheden, ging soms gepaard met onderlinge twisten over de interpretatie van bepaalde uitvindingen. Tussen de uitvinding van de thermometer in 1593 door Galilei en de schaal van Celsius uit 1742 ligt niet voor niets 150 jaar. De precisie van de instrumenten verbeterde, en geleidelijk aan ontstond er inzicht in bepaalde processen. Men ontdekte dat men op verschillende plaatsen waarnemingen kon doen, en aan de hand van die waarnemingen weerkaarten kon samenstellen. In de 19e eeuw ontstonden meteorologische stations om weersverwachtingen op te stellen (in 1854 werd het Koninklijk Meteorologisch Instituut KNMI opgericht, dat onder leiding stond van Buys Ballot). De ontwikkelingen in de
brengen soms extra moeilijkheden met zich mee. „We hebben van de somer tussen Texel en Den Helder gemeten. Prachtige somer, maar toen wij er waren orrt de boel weg te halen hébben we veertien dagen storm gehad. Dat fieeft ons bijna al onse apparatuur gekost. Ik seg altijd, het laboratorium staat buiten. Dat maakt het allemaal een stuk moeilijker."
Precisie Over de aard van waarneming binnen de meteorologie blijkt nauwelijks verschil van opvatting te bestaan, wel over de precisie van de waarnemingen. Al jarenlang werd gewerkt met de Von Karman-konstante, die gesteld was op 0,4. Bijna revolutionair was de uitkomst van een onder-
Frans Hogendoom luchtvaart, die het mogelijk maakten op grote hoogte waarnemingen te doen, betekende een verdere ontwikkeling binnen de meteorologie, omdat ook fronten en luchtsoorten bestudeerd konden worden. De ontwikkeling van de micrometeorologie ligt rond 1915, als G. I. Taylor onderzoek doet n a a r de atmosferische turbulentie vlak bij de grond. Sindsdien is dit gebied binnen de meteorologie steeds meer tot ontwikkeling gekomen, niet op de laatste plaats door de ontwikkeling van steeds meer geavanceerde meetapparatuur. Hans Vugts: „Wat wij proberen te meten is snelle fluctiuities van temperaturen, vochtigheden en windsnelheden. Dat varieert selfs binnen een seconde al behoorlijk. Dan kun je seggen: de schaal is so klein, we kunnen wél gaan middelen, we kunnen dat wél gaan extrOrpoleren, dan kun je wat in de hoogte en in de breedte gaan werken." Op het weerstation op Schiermonnikoog, waar de medewerkers van de vakgroep meteorologie geregeld vertoeven, worden bijvoorbeeld metingen verricht met masten tot 24 meter hoogte, met een horizontale uitgestrektheid tot 200 meter. Maar niet alleen geografisch, ook in tijd verschillen de micrometeorologische waarnemingen van die van de meteorologische collega's. „Wij werken met gemiddelden," legt professor Vugts uit. „Als wij gaan middelen werk je met een half uur, drie kwartier, terwijl je die fluctuaties meet binnen een seconde, tien keer of so. Wij sitten meer in het gebied van een uur of minder, terwijl de meteorologen, de grootschalige mensen, werken met een halve dag of een dag. Maar er sijn uitsonderingen. Men denkt bij een meteoroloog aan iemand die aan weersverwachting doet, dus die werkt in een schaal van 24 uur. Maar op Schiphol heb je meteorologen die op kortere schaal werken, bijvoorbeeld voor sichtveranderingen binnen een half uur."
Raad van advies voor het Wetenschapsbeleid
Rol overheid beperken bij ZWO-nieuwe stijl De centrale overheid moet zich niet te veel bemoeien met de ZWO-nieuwe stijl. De minister voor het wetenschapsbeleid moet zich beperken tot overleg over het opstellen van de begroting, de meerjarenplannen
Een van de belangrijkste hulpwetenschappen binnen de wetenschappelijke weerkunde is de natuurkunde. Vugts is n a t u u r k u n dige, gepromoveerd op het onderwerp molecuulfysica. Het voordeel van de fysica is „dat je een vakman bent. Je leert meters aflesen en instrumenten bouwen. Dat kun je in de meteorologie goed gebruiken. " Dat aflezen van meters is bijvoorbeeld heel belangrijk bij het meten van luchtverontreiniging. Micrometeorologie speelt een grote rol binnen dit terrein. Vugts: „Bij grenslaagmeteorologie, vrijwel identiek aan micrometeorologie, stellen we ons de eerste paar honderd meter voor vanaf de aarde, tot ongeveer duisend meter. Micrometeorologie meet de uitwisselingen. De mensen die besig sijn met luchtverontreiniging werken
en de prioriteiten in het onderzoek. De regeling van interne zaken kan aan de nieuwe organisatie zelf worden overgelaten. In deze zin reageert de Raad van Advies voor het Wetenschapsbeleid (RAWB) op het voorontwerp
Prof. dr. Hans Vugts:... soms denk ik wel eens die stomme rologen ... (foto: AVC/VU)
meteo-
Er is de laatste tijd ook veel gebeurd aan de uitwisseling tussen de oceaan en de atmosfeer, en wat er op dat grensvlak gebeurt. Een moeilijk terrein om onderzoek te verrichten, niet in de laatste plaats door de soms zeer grillige weersomstandigheden. Voorlopig is men niet verder gekomen dan „een bende formules. De processen worden nog niet goed begrepen." Juist die omstandigheden waaronder gemeten moet worden
zoek (het zogenaamde Kansasexperiment) eind jaren zestig in de Verenigde Staten. Een groep meteorologen stelde daar vast, dat de konstante van Von K a r m a n niet zo constant was: 0,4 bleek 0,35, een groot verschil voor een constante. Hoe belangrijk de invloed van de gebruikte instrumenten op de resultaten van de experimenten is bewees later een medewerker van het KNMI, waar behalve het weer voorspeld wordt ook onderzoek wordt verricht. Hij vroeg allerlei gegevens op omtrent het onderzoek in Kansas. Nauwkeurige bestudering van de gebruikte instrumenten (wat is de positie van
van de wet op de NWO. Die Nederlandse organisatie voor "Vietenschappelijk Onderzoek moet in de toekomst de huidige organisatie voor Zuiver Wetenschappelijk Onderzoek (ZWO) gaan vervangen. Het woordje „zuiver" is hierbij niet zomaar verdwenen. De nieuwe organisatie moet zich in de ogen van het ministerie niet alleen met het zuiver wetenschappelijk onderzoek bezighouden, maar ook met het toegepaste wetenschappelijk onderzoek. De scheiding tussen die twee soorten onderzoek wordt immers niet zo zinvol meer gevonden. Het voorontwerp is naar de mening van de RAWB wel een geschikt uitgangspunt voor verbetering van de structuur van deze zogenaamde tweede geldstroom, m a a r met name op de praktische uitwerking heeft de raad nogal
wat kritiek. Zo kan de minister in te veel gevallen regels en richtlijnen stellen en moet hij zich te veel over interne N WO-zaken een oordeel vormen. De NWO zou, in de ogen van de RAWB, via een eigen reglement haar interne zaken moeten regelen, zonder ministeriële goedkeuring. Ook op de voorgestelde interne s t r u c t u u r van de nieuwe organisatie heeft de raad kritiek. In de ogen van de minister moet de NWO ook op nieuwe terreinen het onderzoek stimuleren en initiatieven nemen. Volgens de RAWB zijn dit soort 'top-downprocessen' niet goed in overeenstemming met de 'bottom-upprocessen', het indienen van onderzoekvoorstellen door de onderzoekers zelf. ^ Beter is het te kiezen voor decentralisatie: de verschillende onder-
met modellen, die afgeleid sijn uit de micrometeorologie. Het sijn veel van die fundamentele processen, die met factor tien vergroot worden."
de arm met de windmeter ten opzichte van de mast) en de omstandigheden waaronder gemeten werd leerde, dat men in de waarnemingen zo'n 5% fout kan zitten. Behalve aan de Vrije Universiteit wordt er nog op enige schaal meteorologie bedreven in Wageningen, Utrecht en natuurlijk De Bilt. Vugts: „Er sijn geregelde contacten. We hebben nog een buitengewoon hoogleraar, die werkt voor de volle tijd op liet KNMI. Hij is een dag in de week voor colleges op de VU. Er is in ieder geval uitwisseling van gegevens. Het KNMI weet wat er hier gebeurt, en andersom is dat ook het geval. Binnen het KNMI sijn er so'n twintig ä veertig man permanent met ondersoek besig, die onder meer goede contacten onderhouden met de Rijksuniversiteit in Utrecht, de enige plaats in Nederland waar meteorologie als hoofdrichting wordt gegeven." Ook aan de Landbouwhogeschool in Wageningen wordt aan meteorologie gedaan, waar vooral het verband wordt onderzocht tussen het weer en de ontwikkeling van de gewassen, en omgekeerd de invloed die bodem en topografie hebben op de meteorologische processen in de onderste luchtlagen. De positie van de meteorologie binnen de huidige bezuinigingsstorm is overigens niet zo slecht als men misschien zou denken. Ondanks dat prof. Vugts wijst op het gevaar van uitholling van wetenschappelijk onderzoek („wajineer er geen geld meer is om kabels te vervangen voor ondersoek in het veld, dan wordt op een verkeerde manier besuinigd"). In 1981 werd het rapport van de commissie-Vossers gepubliceerd („Nieuwe wegen in het onderzoek van zee en atmosfeer"). Een van de conclusies in dat rapport was, dat de meteorologie in Nederland een beetje achter liep. Gtevolg daarvan was, dat de minister een stimuleringsfonds instelde. Op grond daarvan kunnen tot 1985 a c h t tot tien promovendi aangesteld worden. „Maar toch wordt er besuinigd, je rent natuurlijk net so hard mee. Maar er sijn meer potjes, binnen de EG bijvoorbeeld. Je moet je adressen sien te vinden: subsidietje hier, opdrachtje daar. Daar ben ik erg voor: Ik heb vroeger ook geld gehad van ZWO, niet onaansienlijk. Je kunt ook wel geld krijgen uit de milieuhoek, maar daar moet je gelijk weer een héle man in stoppen." „Het is een beetje een moeilijk vak, of liever tijdrovend. Er wordt nog al veel in vergaderd. Maar als het morgen de enige manier is om te overleven, dan gaan we ook dat natuurlijk doen. Je moet een beetje plooibaar sijn. Als het geld op is, als je niets meer krijgt, dan moet je wat schipperen om aan je ondersoeksgelden te komen. Kijk, als je wacht tot je geld van het CvB (College van Bestuur) krijgt, kun je lang wachten. Je moet self ook een beetje de boer op," aldus Hans Vugts.
zoekinstituten krijgen meer bevoegdheden bij de toewijzing van gelden n a a r projecten, waarmee de doelmatigheid en slagvaardigheid van de NWO gediend is. Het algemeen bestuur van de NWO kan zich dan immers op de hoofdtaken concentreren. In deze decentralisatie past ook dat leden van de vakgebiedsbesturen op voordracht van de zittende besturen door het algemeen bestuur worden benoemd. De minister moet zich daar niet mee bemoeien, aldus de RAWB. De kritiek van de RAWB staat niet op zichzelf. Ook de Academische Raad en ZWO hebben zich gekeerd tegen de grotere bemoeienissen van de overheid met de tweede geldstroom.
Vervolg op pag. 8
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983
Ad Valvas | 510 Pagina's