Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 238

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 238

15 minuten leestijd

10

AD VALVAS — 20 JANUARI 1984

algemeen de maand van 1030-13.00 uur, de eerstvolgende kunstuitleen vindt plaats op 6 februari

diversen sociale geografie van de ontwikkelingslanden het k n a g organiseert in samenwerking met sociale geografie van de ontwikkelingslanden (vu) op zaterdag 21 januari 1984 een studiedag met als thema liet chinese platteland, economische voedingsbodem en politiek spanningsveld sprekers 1 m douw, met westerse geschiedenis (vu), a saich, sinologisch instituut (leiden) en p c j druyven sociale geografie van de ontwikkelingslanden (vu) aanvang 10 30 uur, plaats geografisch en planologisch instituut vu de boelelaan 1105, amsterdam, zaal 7a-05, toegang met knag leden ƒ5,aiesec ekonomen opgelet zojuist zijn nog enkele aantrekkelijke stage-aanbiedingen binnengekomen die het komende voorjaar gelopen dienen te worden (o a enkele amenkaanse stages) heb je minimaal je kandidaats, aarzel dan met en neem zo snel mogelijk contact op met aiesec-amsterdam wij zijn dagelijks bereikbaar van 14 00 tot 16 00 uur op 265030 stage lopen in het buitenland'' voor het jaarlijk-

se aiesec-stageprogramma voor de zomer '84 zijn nog enkele plaatsen beschikbaar dus als je eindelijk op een unieke manier je studie in de praktijk wilt brengen in een van de 59 bij aiesec aangesloten landen, bel dan snel het volgende nummer tussen 14 00 en 16 00 u' 265030 stages zijn mogelijk in de richtingen management, marketing, computer science en economics minimaal kandidaats is wel verplicht

studentenorganisaties paideia in samenwerking met de vspvu en mundus organiseert paideia op 27 januari een groot swing-feest met de nederlandstalige band de munck. plaats happetap, damstraat 3 aanvang 22 00 uur toegang 4 piek

raad van algemene studentenverenigingen cyclades

het inkomenscomité van de srvu wil géén verhoging van de collegegelden en verlaging van de beurzen' jij ook nief wordt dan actief in het inkomenscomité inlichtingen op de barak orientatiewerkgroep srvu ben je geïnteresseerd in het wel en wee van de faculteit en universiteit' wordt dan actief in de orientatiewerkgroep inlichtingen op de barak er zijn zo'n 100 kamers te huur aangeboden op de srvu-barak het poenboek en woonboek zijn bij ons verkrijgbaar ben je nog geen lid van de srvu? dat kan je voor ƒ 15,00 worden op de barak, de boelelaan 1115, of postgiro 323952 steun met je lidmaatschap en/of je activiteiten je studentenvakbond!

op 23 januan 1961 werd de sv cyclades opgericht om dit te vieren wordt op zaterdag 28 januari a s (en dus met vrijdag 27 januari zoals vorige week werd vermeld) gehouden De plaats IS pylades aan de leidsegracht 108 op het programma staan een diesrede van henk, de presentatie van de nieuwe liedbundel, een receptie en uiteraard een groot feest dinsdag 31 januan is er weer een ledenvergadSnng de agenda zal zo spoedig mogelijk bekend worden gemaakt een punt is in ieder geval het schilderen van krater vrijdag 3 en 10 febnjari en dinsdag 7 zijn er weer open avonden, waar belangstellenden een kijkje bij cyclades kunnen nemen, de leden zijn dan uiteraard ook

welkom en wel vanaf ongeveer 21 30 uur de introductieweek (waar de voorbereidingen nu voor in gang zijn) is van maandag 13 t/m zondag 19 februari

de csfr is een landelijke studentenvereniging op reformatorische grondslag, het dispuut te amsterdam telt ongeveer 25 leden de kern van het dispuutsleven vormen de bijbelknngen die iedere woensdagavond ge houden worden wie belangstelling heeft, is van harte welkom op deze knngen we beginnen rond half zes met een gezamenlijke maaltijd er zijn kringen op de volgende adressen adm de ruyterweg 1361 (bram de muynck), amstelveenseweg 196 III (andre paul) en uilenstede 258-1806 (jenny wessels) tot ziens'

diversen studentenvereniging unitas studentenvereniging unitas (u s a.) is één van de oudste gezelligheidsveremgingen in amsterdam unitas onderscheidt zich van andere studentenverenigingen doordat zij zich met richt op eén bepaalde groep studenten, maar iedereen ongeacht geloofsovertuiging, politie-

ke voorkeur etc. met open armen ontvangt bovendien wordt er bij unitas geen onderscheid gemaakt tussen aankomende leden en ouderejaars de kennismakingstijd is dan ook geen ontgroening, maar gericht op gezelligheid, met als doel zo snel mogelijk in de vereniging geïntegreerd te worden zoals je waarschijnlijk wel weet, is umtas bezig met het aankopen van een nieuwe sociëteit, nl een boot deze boot is bijna 60 meter lang en is dus voorlopig meer dan groot genoeg in ad valvas van enige weken geleden en ook in het parool heb je kunnen lezen dat er problemen waren rond een beloofde ligplaatsvergunmng deze problemen zijn inmiddels zo goed als opgelost, helaas echter hebben ze wel voor de nodige vertraging gezorgd het is nu al wel zeker dat de boot in januan nog met klaar is ondanks het feit dat de nieuwe sociëteit nog met klaar is, willen we toch, net als vong jaar, in januari een nakennismakingstijd organiseren deze twee weken durende kennismaking begint op maandag 23 januari, en speelt zich hoofdzakelijk af in de avonduren open avonden: als je je wilt opgeven voor de nakennismakingstijd, of als je gewoon wat meer informatie over unitas wilt krijgen, dan ben je welkom op maandag 16 en woensdag 18 januari, vanaf 21 00 uur op onze sociëteit aan de prinsengracht 181. je kunt ook bellen 251198

personeelsmededelingen personeelszaken nieuw bezoldigingsbesluit (bbra 1984) 1. Inleiding per 1 januari 1984 is een nieuw bezoldigingsbesluit voor rijksambtenaren van kracht geworden. de bezoldiging van het technisch- en administratieve personeel van de vu en het azvu zal, waar mogelijk, overeenkomstig dit besluit geschieden. het nieuwe bezoldigingsbesluit zal, voorzover het de salarienng betreft, niet worden toegepast op het wetenschappelijk personeel, de in het nieuwe besluit opgenomen 'regels ten aanzien van de toekenning van toelagen en vakantietoeslag zijn wel voor dit personeel van toepassing, verwacht wordt dat het ministerie van onderwijs en wetenschappen omstreeks mei 1984 bijzondere bezoldigingsregels voor het wetenschappelijk personeel zal uitvaardigen in samenhang met de uitvoering van de beleidsnota universitair wetenschappelijk personeel (buwp). nadat het te verwachten bezoldigingsbesluit wetenschappelijk onderwijs (bbwo) in zijn definitieve vorm tiekend zal worden, zal een publicatie daarover volgen, in dit bbwo zullen een groot aantal bepalingen van het bbra 1984 van overeenkomstige toepassing worden verklaard, in het onderstaande komt uitsluitend het nieuwe bbra aan de orde. het oude besluit was hard aan herziening toe. het was onoverzichtelijk geworden door allerlei incidentele aanpassingen en door de veelheid van schalen (maar liefst 154), die onderling soms weinig uiteenliepen en voor een deel niet meer in gebruik waren. de belangrijkste wijzigingen van het besluit zijn: a. voor alle technische- en administratieve functies gelden nog slechts 18 salansschalen naast afzonderlijke schalen voor verpleegkundigen, opzichters, hoofdopzichters, sportleiders, portiers en kantinehulpen. de in de vorige zin genoemde ,,bijzondere" categorieën kennen schalen met andere salarisbedragen dan de nieuwe bbra- schalen en kunnen derhalve niet eenvoudig worden omgezet, deze bijzondere schalen blijven dan ook nog van toepassing. b, de mogelijkheden van toekenning alsmede de berekening van toelagen zijn enigszins veranderd. o. de regeling van de overwerkvergoeding is enigszins gewijzigd in het nieuwe bbra opgenomen, voorheen was dit niet in het bbra geregeld. d. de rangsbenamingen zijn vervallen, deze waren veelal verouderd en gaven vaak slechts de inhoud van de betreffende functie weer. e. de tekst van het besluit is sterk vereenvoudigd. 2. functiewaardering in het nieuwe bezoldigingsbesluit gelden (behoudens de hierboven onder a. genoemde personeelscategorieën) voor alle voorkomende functies nog slechts 18 salarisschalen. teneinde de overgang van de oude schalen naar de nieuwe schalen soepel te laten verlopen zijn overgangsregels in het nieuwe bbra opgenomen, zodanig dat waar deze overgang problemen oplevert de oude situatie gedurende enige tijd kan blijven bestaan, verderop zal nader op deze overgangsregels worden ingegaan. door middel van functiewaardering wordt bepaald in welke nieuwe schaal een lunctie thuishoort. iedere functie kent een aantal meer algemene kenmerken die zij met andere functies gemeen heeft en een aantal voor die betreffende functie meer specifieke kenmerken. de meer algemene kenmerken (de ingewikkeldheid van de taken; de t)evoegdheden en verantwoordelijkheden e.d.) geven het alge-

mene werk- en denkniveau weer. de functies die eenzelfde algemeen-werk- en denkniveau hebben vormen gezamenlijk een hoofdgroep. het bbra kent zes hoofdgroepen, binnen iedere hoofdgroep worden de functies op hun meer specifieke kenmerken verder ingedeeld in zogenaamde niveaugroepen. aan elke niveaugroep is een van de achttien salarisschalen verbonden, is door middel van functiewaardering bekend tot welke niveaugroep een bepaalde functie behoort dan is ook de bijbehorende salarisschaal bekend. factoren als leeftijd, ervaring, bekwaamheid en ijver spelen vervolgens een rol bij het bepalen van de hoogte van het salaris binnen de aangegeven schaal, het nieuwe bbra verleent de medewerk(st)ers een belangrijk recht: de bezoldiging dient overeenkomstig de aard van het niveau van de werkzaamheden plaats te vinden. met het oog hierop wordt in het nieuwe besluit bepaald dat door de minister van binnenlandse zaken gegeven functiekarakteristieken en functietyperingen (objectieve functiekenmerken) dienen te worden toegepast op basis waarvan beslist kan worden in welke hoofd- en niveaugroep een bepaalde functie hoort. de bovengenoemde functiewaardering kan nimmer tot gevolg hebben dat een personeelslid in een lagere schaal wordt ingeschaald dan die voor hem van toepassing was voor de functiewaardering, indien een personeelslid bezwaren heeft tegen de waardering van zijn/-haar functie dan staat beroep open bij de commissie van beroep (als bedoeld in artikel 73 e.v. van het personeelsreglement vu), beoogd wordt om in de toekomst een aparte beroepsgang te creëren met betrekking tot functiewaarderingsbeslissingen. 3.

overgangsrecht/nieuwe — schaalaanduiding voor de invoering van het nieuwe bbra is een overgangsperiode van 4 jaar gesteld, vóór 1 januari 1988 zal iedere functie gewaardeerd en ingeschaald moeten worden volgens het nieuwe besluit, voor iedereen zal dan dus de bij zijn of haar behorende functie de hoofdgroep en de niveaugroep bepaald moeten zijn. voor het merendeel van het tas-personeel van de vu/het azvu levert de omzetting van de oude schalen in de nieuwe schalen geen problemen op. ten aanzien van deze medewerk(st)ers zijn per 1 januari 1984 de nieuwe bbra-schalen van toepassing, dit houdt geen verandering in van de hoogte van het salaris, per 1 januari 1984 zal echter de schaalaanduiding voor dit personeel wijzigen, in plaats van ancienniteiten („periodieken' ') zal verder in het vervolg gesproken worden van salarisnummers, in januan 1984 ontvangen deze medewerk(st)ers schriftelijk bericht van de voor hen geldende salarisschaal, het salarisnummer en het tijdstip van de voor hem/haar geldende eerstvolgende periodieke salarisverhoging. voor het overige personeel (zie onder la.) blijven de bestaande schalen vooralsnog gehandhaafd, zodra de inpassing van de ,,bijzondere" schalen in de nieuwe schalen gerealiseerd kan worden ontvangen de betrokkenen daarvan afzonderlijk bericht. 4. toelagen , in een aantal situaties, met narpè \^anneer er bijzondere prestaties worden verricht, zijn de normale salarieringsregels onvol­ doende, in dergelijke situaties k ^ ^ n . t o e ­ lage worden toegekend. ^­; ^ r de belangrijkste toelagen zijn: ,..,.­. ' 1. de persoonlijke toelage: bij Ipge uit­ zondering kän een medewerker die op het maximum van zijn salarisschaal zit,­ een persoonlijke toelage krijgen op grond vano tHjitengewone ­hekwaaro­ 1 a,heid,)geSÊliiJktfieideniijvecr;'b­ttonja.':3J ten aanzien van deze toelage t)evat het

nieuwe bbra geen ingrijpende wijzigin­ gen ten opzichte van het oude bbra. 2. de waarnemingstoelage: indien iemand voor langere tijd (tenminste 30 dagen) een functie met een hogere sa­ larisschaal waarneemt kan een waar­ nemingstoelage worden toegekend, het oude bbra gaf de mogelijkheid om deze toelage ook te verstrekken bij waarneming van een functie met een zelfde salarisschaal als die van de waarnemer, krachtens het nieuwe bbra is dat niet meer mogelijk. de nieuwe regeling heeft echter geen nadelige gevolgen voor waarnemings­ toelagen die voor 1 januari 1984 zijn toegekend. 3. de toelage onregelmatige dienst het werken op ongebruikelijke werktijden (avond­, nacht­ en weekenduren en werk op feestdagen) veroorzaakt onge­ rief voor het privéleven. dat wordt daarom extra Ijeloond door middel van deze toelage. ten opzichte van het oude bbra zijn er twee wijzigingen: ­ de toelage wordt per 1 januari 1984 berekend door een percentage te nemen van het tietreffende salaris­ schaalbedrag, tot op heden werd een percentage over het salarisbe­ drag plus andere toelagen gehan­ teerd. ­ over de toelage onregelmatige dienst wordt vanaf 1 januari 1984 de vakantie­uitkering toegekend. voorzover er door de invoering van het bbra '84 wijzigingen zijn in de toeken­ ning of berekening van andere tiestaan­ de toelagen ontvangen de betrokkenen hierover zo spoedig mogelijk afzonder­ lijk bericht. 5. overwerkvergoeding de regeling voor de vergoeding van over­ werk is voor het eerst in het besluit opgeno­ men. deze vergoeding geldt voor medewerk­ (st)ers met een lager maximumsalaris dan dat van schaal 11 (nieuw), vergoeding voor overwerk vindt plaats wanneer er sprake is van arbeid die verricht

wordt buiten de voor de medewerk(st)er geldende werktijden en wanneer daarmee het per werkperiode vastgestelde aantal ar­ beidsuren wordt overschreden, in de betreffende bepalingen is geregeld dat deeltijdwerk(st)ers die binnen het kader van een 40­urige werkweek tussen 6 en 18 uur overwerk verrichten daarvoor verlof ont­ vangen gelijk aan het aantal uren over­ schrijding van de normale overeengekomen werktijd, of een daarmee overeenkomend salarisbedrag. anders dan tot op heden gold krijgen deze deeltijdwerkers geen overwerktoeslag ten­ zij door het betreffende personeelslid de 40­urige werkweek wordt overschreden, de toeslag wordt per 1 januari 1984 bere­ kend door een percentage te nemen van het betreffende salarisschaalbedrag, tot op heden werd een percentage over het sala­ risbedrag plus andere toelagen gehanteerd. kinderbijslag per 1 januari 1984 blijven de basisbedragen voor de kinderbijslag gehandhaafd op het niveau van 1 juli 1983, waarbij de hoogte van de bijslag afhankelijk is van de leeftijd van het kind. met ingang van 1 januari 1984 is de tweede stap gezet om tot de uiteindelijk beoogde verhouding te komen, hierdoor is het moge­ lijk dat ­ ondanks de bevriezing ­ de kinder­ bijslag over het eerste kwartaal 1984 kan afwijken van het bedrag over het vierde kwartaal 1983. voor kinderen van O tot en met 5 jaar gelden drie verschillende percentages, namelijk: 60% indien er slechts één kind in het ge­ zin is, dat jonger is dan 3 jaar; 70% a) voor kinderen die geboren zijn na 31 december 1982 (tenzij het een eerste kind is, dan 60%); b) voor een oudste kind dat jonger is dan 3 jaar, in een gezin met tenminste twee kinderen; c) voor een kind dat na 1 januari 1983 drie jaar is geworden en er geen andere kinderen tot het ge­ zin behoren. 90% voor alle overige kinderen tot 6 jaar. In onderstaande tabel zijn de kinderbijslag­ bedragen per kind en per kwartaal opgeno­ men.

O t/m 5 jaar

6 t/m 11 jaar

12 t/m 17 jaar

18 t/m 26 jaar

70%

90%

100%

115%

203,22 266,54 285,41 311,75 327,55 344,78 357,08 371,78 383,22 392,37

261,28 342,70 366,96 400,83 421,14 443,28 459,11 478,01 492,72 504,47

290,31 380,77 407,73 445,36 467,93 492,54 510,12 531,12 547,46 560,53

333,86 437,89 468,89 512,17 538,12 566,42 586,64 610,79 629,58 644,61

293,78 385,32 412,60 450,68 473,52 498,42 516,21 537,46 554,— 567,22

voorbeeld van berekening, ontleend aan het ministerie van sociale zaken, stel een gezin heeft drie kinderen in de leeftijd van 4,15 en 19 jaar. voor het kind van 19 jaar tjestaat recht op drievoudige kinderbijslag, voor het kind van 4 jaar en 15 jaar is het uitkerings­ percentage 90 respectievelijk 115. voor het kind van 19 jaar gelden de bedragen die zijn vermeld in de kolom 18 t/m 26 jaar. de kinderbijslag voor dit gezin wordt als volgt berekend: neem uit de tabel de bedra­ gen die bij de gezinsgrootte 5 (het kind van

i 9 jaar telt immers voor drie) lommen 90%, 115% en 18 staan, dat leidt tot; 1 X ƒ421,14 1 X ƒ538,12 3 X ƒ473,52

onder de ko­ t/m 26 jaar

financiële arbeidsvoorwaarden per l januari 1984 te rekenen van 1 januari 1984 zijn de brutosalarissen veriaagd met 3%, krachtens de „wet salarisveriaging overheidspersoneel 1984". voor het treffen van deze maatregel' bij wet heeft de regering gekozen, opdat dèr fealarJsveclagiag., ^ i j k t i j d i g _ ^ n uniform plaatsvindt, deze maatregel geldt voor hen

die werkzaam zijn bij het rijk, de provincies, de gemeenten, de waterschappen, het gesubsidieerde onderwijs - waaronder vu en azvu - , leden van gedeputeerde staten, wethouders, voorzitters en leden van dagelijkse öBStureri vao .andere publiekrechtelijke lichamen. 'T K toelageii, yen8oedingsn_eri andeteJinaDCie^ Ie uitkeringen, waarvan de hoogte is gekop-

60% gezinnen met: 1 kind 174,19 2 kinderen 3 kinderen 4 kinderen 5 kinderen 6 kinderen 7 kinderen 8 kinderen 9 kinderen 10 kinderen

= ƒ 421,14 = ƒ 538,12 = ƒ1.420,56 ƒ2.379,82

dit bedrag wordt naar boven afgerond op een gulden, zodat de totale kinderbijslag voor dat gezin ƒ2.380,- wordt.

peld aan het salarisniveau, worden in verband met deze salarisverlaging ook nader vastgesteld, met terugwerkende kracht tot 1 januari 1984. eveneens werkt de salarisverlaging door in aan gewezen medewerk(st)ers toegekende uitkeringen wegens ontslag, zoals pensioenen, wachtgelden en uitkeringen krachtens de uitkeringsregeling, de f.l.o.-regeling en de vut-regeling. I. salarisbedragen. de sedert 1 januari 1984 geldende lagere salarisbedragen zijn vermeld in de hieronder opgenomen inpassingstabellen. II. aanpassing van . bedragen/regelingen. de salarisveriaging heeft tot gevolg dat ook een aantal bedragen/regelingen worden aangepast, namelijk: a) ambtenaarschap abp-wet. het grensbedrag voor het verkrijgen van het ambtenaarschap in de zin van de algemene burgeriijke pensioenwet is vastgesteld op ƒ8.232,34 per jaar (was ƒ8.486,87). indien men een bezoldiging geniet lager dan dit bedrag, IS men géén ambtenaar in de zin van de abp-wet. b) pensioenbijdrageverhaal. het franchisebedrag, waaronder wordt verstaan het bedrag waarover men geen pensioenbijdrage is verschuldigd, is vastgesteld op ƒ1.537,- per maand of ƒ18.444,per jaar (was ƒ1.584,- of ƒ19.008,-). c) vakantie-uitkering. voor de uitkeringsperiode aangevangen per 1 juni 1983 gelden de volgende bedragen c.q. percentages: 1 juni 1983 1 januari 1984 percentage vakantie-uitkering 7,5% 7,5% minimumbedrag per maand ƒ183,08 ƒ183,08 maximumbedrag per maand ƒ466,67 geen max. met nadruk wordt erop gewezen dat het kabinet zich nog beraadt over de door de tweede kamer ingediende moties, welke ertoe strekken de verhoging van de maximum vakantie-uitkering van ƒ433,33 totƒ466,67 over het tweede halfjaar 1982 ongedaan te maken, omtrent eventuele wijziging volgt te zijner tijd een publicatie, het is echter niet uitgesloten dat alsdan tot terugvordering moet worden overgegaan. d)

ehbo-toelage: deze toelage, voor hen die op voorstel van de bgd zijn aangewezen om diensten te verrichten als bedrijfs-ehbo-er, is gewijzigd van ƒ12,90 in 12,51 bruto per maand. e) verlofdagen in het kader van de arbeidstijdverkorting: voor het niet toekennen van de prijscompensatie per 1 januari 1983 zijn per 1 januari 1983 - , zoals gepubliceerd in "ad valvas" van 18 maart 1983, aan de medewerk(st)ers, in het kader van herverdeling van werk bij de overheid, drie extra verlofdagen toegekend, voor medewerk(st)ers werkzaam in een deeltijdsdienstverband gelden deze drie extra verlofdagen naar rato van de werktijdsfactor, deze maatregel geldt eveneens voor het jaar 1984. teneinde in de toekomst de mogelijkheid open'te houden deze drie extra dagen om te zetten in eventuele andere vormen van arbeidstijdverkorting worden deze extra dagen niet aangemerkt als vakantiedagen, de bepalingen inzake het opnemen van vakantiedagartzJjn-ßchleiLWfiLQpjteza dagen van toepassing verklaard, dit bete-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's

Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 238

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983

Ad Valvas | 510 Pagina's