Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 65
AD VALVAS — 30 SEPTEMBER 1983
Gesprekken over de sfeer op het werk in tijden van bezuinigingen
„Ik krijg soms hoge bloeddruk van die ondoorzichtige spelletjes" De komende jaren moet de VU met zo'n tien procent inkrimpen. Sommige afdelingen moeten afslanken en hun takenpakket aanpassen, andere worden in hun geheel opgeheven. Uit de bedrijfskundige literatuur is bekend dat reorganisaties leiden tot veel ziekteverzuim. Waarom zou dit ook niet opgaan bij de VU? Onze verwachting bleek niet uit te komen. Mensen blijven op hun werkplek om erbij te zijn als de beslissingen vallen en om niet als ziekelijk kneusje te worden gezien. Het ziekteverzuim mag dan niet gestegen zijn, de arbeidsverhoudingen zijn echter in tijden van bezuiniging vaak allerminst gezond. „Je moet bijna meespelen met zo'n ondoorzichtig spelletje. Dat irriteert me mateloos. Daar krijg ik soms een hoge bloeddruk van," zegt een betrokkene. We spraken met een vakbondsman, een bedrijfsmaatschappelijk werkster, bedrijfsartsen en een aantal medewerkers over arbeidsverhoudingen aan de VU en de bezuinigingsoperatie. Een opmerking vooraf. Niet iedereen met wie wij over dit onderwerp praatten wilde met naam en toenaam in de krant. Of ze wilden passages uit het gesprek geschrapt zien: „Het klopt wel wat er staat maar als dat so in de krant komt, krijg ik daar het grootste gedonder mee." Op zichzelf zegt dat al veel over het onderwerp van dit artikel: mensen die slechte ervaringen hebben met reorganisatiecommissies, kritiek hebben op een procedure die gevolgd is of juist niet gevolgd is, kunnen daarover niet altijd vrijelijk praten. Bang dat al te veel commentaar op het beleid bij de chef of de facultaire bestuurders in het verkeerde keelgat zal schieten, met alle gevolgen van dien voor de toch al onzekere positie. Dan blijkt dat universitaire democratie ophoudt als die universiteit moet bezuinigen: er wordt onderhandeld over mensen zonder die mensen te horen of in te lichten over hoe en wat, criteria waarmee beslissingen worden genomen blijven vaak impliciet en worden niet verantwoord.
Werksfeer in zuinige tijd Over het ziekteverzuim staken we ons licht op bij de Bedrijfsgezondheidsdienst (BGD) van de VU. Uit de uitgebreide statistieken die deze dienst bijhoudt blijkt geen stijging van het verzuim over het afgelopen half jaar onder het vu-personeel. Over de oorzaken daarvan blijft het wat gissen. Aangenomen mag worden dat aan de ene kant in deze tijd van reorganisaties de verzuimcijfers klimmen omdat mensen niet zijn opgewassen tegen de spanning en onzekerheid over de eigen positie. Maar aan de andere k a n t wordt dit effect weer teniet gedaan doordat er bij reorganisaties een soort stoelendans ontstaat: als je dan wegblijft verminder je je kans op het veroveren van een stoel. Dr. M. J. van Til van de BGD heeft de indruk dat we nu in de stilte voor de storm zitten: „'t Is een beetje koffiedik kijken, maar ik vermoed dat als mensen concreet h u n ontslag aangezegd krijgen, er sprake zal zijn van verhoogd ziekteverzuim." Van Til verwacht dat n ä het reorganisatieproces het ziekteverzuim weer zal afnemen. Mensen die vaak.ziek zijn zullen namelijk
versterkt, intensiever ervaren en minder makkelijk oplosbaar, is h a a r ervaring. „Mensen komen hier met problemen over de relatie met h u n chef, h u n collega's en op de achtergrond speelt dan de bezuiniging. Of ze komen met problemen in de privé-sfeer die ze niet aan kunnen omdat ook de werksituatie onzeker is." Vroeger leidde een personeelsbeoordeling in een bijzonder geval tot een bezoek aan het BMW. Maar n u dergelijke beoordelingen veel directer consequenties hebben voor de arbeidspositie, zoeken mensen sneller h u n toevlucht tot het maatschappelijk werk aan de VU. „Ze voelen zich soms 'overruled' en vragen hoe ze zich moeten verdedigen. Dan werken we samen aan een assertieve houding tegenover de chef of de beoordelaar." Het BMW houdt zich niet alleen bezig met individuele probleemgevallen. Het blijkt soms dat oorzaken gezocht moeten worden in
van de voortgang in die onderhandelingen. We vinden dat dat laatste aan de VU onvoldoende gebeurt. De irritatie bij het personeel over de onduidelijkheid is groeiende; dat hebben we wel gemerkt." Volgens Van Hulst is de functie van de ABVA/KABO in deze bezuinigingsoperatie naast de individuele belangenbehartiging het bewaken van procedures. „We moeten er voor zorgen dat bijvoorbeeld reorganisatiecodes ook werkelijk nageleefd worden. Worden de fases in de besluitvorming ook werkelijk allemaal doorlopen? Krijgt iedereen de kans te reageren op reorganisatieplannen? Via onze leden op de werkplek krijgen we daarover informatie. Het blijkt dan dat in de praktijk allerlei dingen fout lopen. Zo wilde de subfaculteit biologie onlangs besluiten nemen over de opheffing van één vakgroep, nog voordat het gehele taakverdelingsplan was bespro-
Wim Crezee eerder verdwijnen. „Op papier mag het natuurlijk niet voorkomen dat ziekelijke mensen om die reden eerder ontslagen worden, en het is onze taak en van Personeelszaken te voorkomen dat dat gebeurt. Maar het zijn processen waar je niet altijd je vinger achter kan krijgen. Officieel is het criterium bij reorganisaties: schrappen van overbodige taken. Maar mensen die regelmatig ziek zijn hebben in een sluipend proces -van jaren vaak taken gekregen die een beetje in de marge liggen. Het ligt dan voor de hand dat juist die taken geschrapt gaan worden. Je komt er moeilijk achter of zoiets zuiver gespeeld wordt." Zijn collega dr. S. T. Go is op het onlangs aan de VU gehouden congres „Mental health and the economie recession" geweest. Daar werd een humane benadering ten aanzien van degenen die overgeplaatst of ontslagen worden benadrukt. Van Til: „Wat mij tijdens het congres aansprak was dat men stelde dat een fatsoenlijke behandeling en begeleiding niet alleen van belang is voor degene die weg moet, maar ook voor degenen die blijven. Als je ziet dat een collega op een rottige manier eruit gewerkt wordt, demotiveert dat ook jou, al was het alleen maar omdat je denkt: 'volgende keer kan mij dat ook overkomen'." Volgens Van Til is het daarom zinvol een cursusprogramma over ontslaggesprekken en dergelijke voor chefs op te zetten.
Assertief
Ook bij het Bedrijfsmaatschappelijk werk (BMW) is het effect van de bezuinigingen niet in absolute zin merkbaar aan een verhoogd bezoek. Er komen weliswaar vanuit bepaalde diensten en faculteiten meer mensen langs met problemen die te maken hebben met de inkrimpingen en de onzekerheden die dat teweeg brengt. Maar aan de andere kant zijn mensen benauwd tegen h u n chef te zeggen dat ze n a a r het BMW gaan. „Soms beginnen mensen bij een bezoek aan ons na drie kwartier op h u n stoel heen en weer te schuiven. Ik heb dan het gevoel dat ze denken: ik kan wel even weg van m'n werk maar niet te lang, want dan valt het teveel op. Dat was een jaar terug nog niet zo," zegt Marina Baanders van het BMW. Veel problemen die voorheen oplosbaar en te hanteren waren, worden door de bezuinigingen
*
, V
management." Bij deze diensten is volgens hem nogal eens sprake van intimidatie. „Intimidatie gaat meestal subtiel. Zo'n concept-reorganisatieplan, wordt gepresenteerd met de mededeling dat het een hele klus is geweest en 'ga er nou alsjeblieft niets aan veranderen.'Mensen die dan toch inhoudelijke kritiek op zo'n plan uiten krijgen te horen dat ze zo moeilijk doen en lastig zijn." „Natuurlijk," vervolgt Van Hulst, „discussiëren over overbodige taken en over welke taken herzien kunnen worden is moeilijk. Maar het management zit ervoor dergelijke discussies aan te kunnen en te leiden, om argumenten die over tafel komen te toetsen. Als bestuurders niet over dergelijke sociale vaardigheden beschikken, komt het soms voor dat mensen die zich kritisch opstellen n a afloop van zo'n proces een slechtere beoordeling krijgen. Er wordt dan gezegd dat ze niet goed kunnen omgaan met leidinggevend personeel." Personeelszaken heeft volgens Van Hulst niet veel greep op dit soort processen. Ze kan tot de orde roepen maar dan is het vaak te laat. Daarom pleit de ABVA/ KABO ervoor dat Personeelszaken meer mogelijkheden en bevoegdheden krijgt om erop toe te zien dat reorganisatieprocedures zorgvuldig worden nagekomen. „Moet je eens nagaan wat bij tandheelkunde en medicijnen op stapel staat. Wij zijn wel eens bang dat de greep van Personeelszaken op wat däär gebeurt en gaat gebeuren niet erg groot is." Dr A. W. de Jager, die in het College van Bestuur de portefeuille personeelsbeleid beheert, heeft geen behoefte aan commentaar op de kritiek van Van Hulst. „Dat er fouten gemaakt worden is van tevoren haast te voorspellen want je doet het nooit goed." Ieder die aan het hoofd staat van een organisatie staat bij een dergelijke zware bezuinigingsoperatie altijd bloot aan kritiek, vindt De Jager. Het College is momenteel bezig nadere richtlijnen en instructies te maken voor bestuurders op het middenniveau. De Jager: „Het gaat erom dat bestuurders snel tot besluiten komen en dat ook zorgvuldig doen, dan wil zeggen: in goed overleg."
Blikken
Noé van Hulst (ABVA/KABO): „Personeelssaken moet sterkere greep op reorganisties krijgen." (Foto: AVC/VU) het functioneren van een afdeling. In overleg met onder andere Personeelszaken wordt dan gezocht naar een oplossing. Marina Baanders is overigens erg tevreden over de wijze waarop de VU omgaat met degenen die door de bezuinigingen in de problemen komen. „Het is niet zo dat mensen te horen krijgen , j e bent ontslagen en zoek het verder zelf maar uit.' De VU verleent veel steun bij het zoeken n a a r alternatieven. Dat gaat heel zorgvuldig."
Onkunde Hoe het ook zij, bij de meeste mensen die betrokken zijn bij inkrimpingen en reorganisaties voeren gevoelens van onzekerheid de boventoon. Zo onderhandelt het College van Bestuur op dit moment met zijn collega's van de UvA over de uitruil van sociaalgeografen. Over de vorderingen daarin blijft het personeel in het ongewisse en dat brengt grote onzekerheden met zich mee, zegt Noé van Hulst, medewerker bij economie en kaderlid van de vakbond ABVA/KABO. Een vergelijkbare situatie doet zich voor bij tandheelkunde. „We begrijpen datje niet volledig open kan zijn over je positie aan de onderhandelingstafel, maar je moet toch proberen het personeel enigszins op de hoogte te houden
ken en goedgekeurd. Volstrekt in strijd met procedure-afspraken! Daarover hebben we via Personeelszaken meteen aan de bel getrokken." (Inmiddels is de zaak gecorrigeerd). Van Hulst meent dat er eerder sprake is van bestuurlijke onkunde dan van bewust gemaakte „fouten"; onkunde om zaken als inkrimping in bestuurlijk goede banen te leiden. „Er zijn ook 'kleinere' voorbeelden die echter voor de mensen die het betreft heel vervelend zijn. Om een geval te noemen: er is een concept-plan van een taakaanpassingscommissie verschenen. Het komt voor dat mensen dan bij de chef worden geroepen en te horen krijgen 'jij vliegt eruit, houd daar rekening mee'. Dat is niet uit kwade wil van zo'n chef, maar eerder bestuurlijke onkunde." „Als we dit soort dingen horen, stellen we het aan de orde bij Personeelszaken. Die is het vaak met ons eens. Maar dan is het kwaad als het ware al geschied."
Intimidatie Van Hulst vindt de kwaliteit van het management vooral op het middenniveau op sommige plaatsen in de VU niet goed. „Vooral bij de diensten GITM (beheer van gebouwen en installaties) en bibliotheken is sprake van slecht
„Het werk is soms niet meer te bolwerken. Door de bezuinigingen moeten we vaak zélf het administratieve werk doen. Niet dat we dat op zich nou vervelend vinden, maar het kost ongelooflijk veel tijd. Daar komt nog bij dat in onze subfaculteit de wetenschappelijke staf de komende jaren moet inkrimpen van twaalf n a a r vijf plaatsen." Aan het woord is Dr. Ceg. de Groot, medewerker bij Duits en kersvers lid van de universiteitsraad. Ook in zijn werkomgeving neemt het ziekteverzuim eerder af dan toe. „Iedereen wil dicht bij het vuur van de beslissingen blijven. Bovendien kan men zich wat meer etaleren door op de werkplek aanwezig te zijn," zegt hij. Maar de sfeer onderling blijft door de onzekere toekomst gespannen. ,,Mag ik een voorbeeld geven? Wij hebben een subfaculteit met een aantal mensen van rondom de veertig jaar en een aantal van zo'n zestig jaar. U begrijpt in welke richting de blikken gaan: waarom gaan die en die niet met de VUT?, denkt de jonge generatie. En de oude generatie denkt: ik wil de zaak uitzitten want ik ben al zo gekort in m'n salaris en ik wil m'n pensioen goed regelen. Men gaat dus onderling n a a r elkaars positie kijken. Niet openlijk hoor. Maar het gaat wel door de hoofden. Dat is niet goed voor de collegialiteit. Dit soort onverkwikkelijke gevolgen van de bezuinigingen geldt zeker niet alleen voor Duits; dat speelt algemeen denk ik," aldus De Groot. Ook een medewerker van de faculteit sociale wetenschappen, die liever anoniem wil blijven, vindt dat de arbeidsdruk de laatste tijd sterk is verhoogd. Volgens
Vervolg op pag. 7
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983
Ad Valvas | 510 Pagina's