Ad Valvas 1983 - 1984 - pagina 187
5
AD VALVAS — 9 DECEMBER 1983
Bezuinigingsplan scheikunde eerste dat klaar is op de VU
,,We zaten elkaar aan te kijken met de vraag: moet jij eruit of ben ik het?'* De kaarten zijn geschud, de kaarten verdeeld. De aandacht rond de landelijke taakverdelingsoperatie richt zich nog op enkele achtergevechten, zoals -de strijd rond de tandheelkunde, maar de gevolgen van deze en andere bezuinigingsvoorstellen worden nu merkbaar in de faculteiten op de VU. Met een vooruitziende blik is in februari '82 door de UR een procedure goedgekeurd om binnen de faculteiten te kunnen reorganiseren. Deze is vastgelegd in de nota taakaanpassing faculteiten. Voor verschillende faculteiten is deze procedure al door het CvB van toepassing verklaard. Het CvB, als uiteindelijk verantwoordelijke voor het personeelsbeleid, beslist namelijk in welke gevallen een dergelijke procedure gevolgd moet worden, de faculteiten kunnen dit slechts aanvragen. Het structuurplan van de subfaculteit scheikunde is nu als eerste door het CvB akkoord bevonden en daarmee is deze faculteit het verst gevorderd in de procedure. Het plan wordt nu voorgelegd aan de Commissie van Overleg (d.i. bestuur en vakbonden) voor commentaar. Bij de landelijke taakverdeling van het afgelopen voorjaar leek het erop alsof de faculteit wiskunde en natuurwetenschappen er goed van af was afgekomen. Bij de voorwaardelijke financiering (ter bescherming van het kwalitatief goede onderzoek) kwam het overgrote deel van de goedgekeurde programma's uit de bètafaculteit. Sinds enkele jaren echter is hier een grote teruggang in de personeelsformatie, vooral voortvloeiend uit het dalende studentenaantal. Dit is namelijk nog steeds de belangrijkste factor in het toewijzen van de formatie aan de faculteiten. De personeelsomvang bij scheikunde bijvoorbeeld mag, volgens het vu-begrotingsmodel, in 1987 122 plaatsen bedragen, terwijl dit nu nog 145 is en in 1980 zelfs 165. Deze tendens was voor de subfaculteit reden om in december '82 het CvB te vragen de procedure taakaanpassing van kracht te verklaren. Ook de andere subfaculteiten uit deze hoek worden geconfronteerd met formatiereducties. Biologie is ondertussen ook bezig een structuurplan op te stellen, dat waarschijnlijk in december rondkomt. Natuurkunde denkt vooralsnog middels natuurlijk verloop de bezuinigingen te kunnen opvangen. Wellicht wordt volgend jaar hier de procedure aangevraagd. In 1987 moet de fysica 10 van de 99 plaatsen hebben ingeleverd. De VSF (verenigde subfaculteiten, geologie en fysische geografie) heeft haar handen vol aan de overkomst van geologie van de UvA naar de VU en de wiskundefaculteit zit midden in een interne herverdeling vanwege de instelling van de nieuwe studierichting informatica.
Drie fasen In de nota taakaanpassing worden drie fasen onderscheiden in de procedure. In de eerste fase wordt onderzocht of de procedure voor de aanvragende faculteit van toepassing moet zijn. Overigens kan het CvB ook zonder aanvraag van de faculteit de procedure in gang zetten. Als blijkt dat taakaanpassing noodzakelijk
Maarten de Hoog is, wordt er een taakaanpassingscommissie (TAC) ingesteld, bestaande uit „deskundige en gezaghebbende facultaire medewerkers die het vertrouwen van het personeel genieten en goed zicht hebben op het facultaire gebeuren". Ten behoeve van het overleg met de faculteit stelt het CvB een overl^team samen waarin twee leden van het CvB, twee medewerkers van personeelszaken en één medewerker van de afdeling planning van onderwijs en onderzoek zitting hebben. In de tweede fase wordt door de TAC een facultair ontwikkelingsof structuurplan opgesteld waarin de taken ten aanzien van onderwijs en onderzoek en overige taken als bestuur, beheer, dienstverlening etc. worden aangepast aan de verminderde financiële middelen. Over dit plan wordt door de faculteitsraad een principebesluit genomen dat door het CvB moet worden getoetst. Hierna begint de derde fase, de uitwerking van het principebesluit. De rol van de TAC is dan uitgespeeld en het faculteitsbestuur moet de voorstellen uitwerken waarbij ,.de uiteindelijk doorslaggevende afweging plaatsvindt tussen de belangen van de organisatie en de individuele belangen van de betrokken personen". Uiteindelijk wordt in de vierde fase, als het CvB een besluit over taakaanpassingen heeft genomen, het plan uitgevoerd. In de drie eerste fasen wordt steeds advies gevraagd aan de commissie van overleg en in de tweede en derde fase aan de UR en diverse commissies. Ook moet het betrokken personeel regelmatig worden geïnformeerd over de besluitvorming. De subfaculteit scheikunde is met haar structuurplan nu aangekomen bij het einde van de tweede fase. De afgelopen twee jaar zijn hier de be2aiinigingen vooral opgevangen door minder tijdelijk wetenschappelijk personeel aan te stellen en, voor een geringer gedeelte, door vacatures bil het vast wetenschappelijk personeel en niet-wetenschappelijk personeel niet op te vullen. Als er niet gereorganiseerd zou worden, zouden er in 1987 nog slechts ruimte zijn voor 10 promovendi, terwijl dit aantal nu 32 bedraagt. Het zijn juist deze tijdelijke medewerkers, die het onderzoek verrichten. BiJ de voorwaardelijke financiering heeft de subfaculteit vijf programma's ingediend. In eerste instantie werden er hiervan drie voor vijf jaar goedgekeurd en twee voor twee jaar „geparkeerd". Ondertussen is het programma van biochemie ook voor vijf jaar goedgekeurd en dat van farmacochemie nog niet goedgekeurd. De subfaculteit en de universiteit hebben zich verplicht om naar vermogen de goedgekeurde programma's te beschermen. Door deze operatie ligt de structuur van de subfaculteit al grotendeels vast. De minimale omvang van een programma voor de bètafaculteit bedraagt vijf volledige plaatsen voor onderzoek per jaar. Om een zekere marge te behouden wordt gerekend met 5,8 eenheden per onderzoeksprogramma. Dit betekent voor 5 programma's 29 plaatsen, aangezien het WP gemiddeld 50 procent van de tijd aan onderzoek besteedt. Dit houdt in dat er voor het wp al minstens 58 plaatsen nodig zijn.
besproken in de subfaculteit en dit resulteerde in een uiteindeiyk structuurplan waarin de verhouding WP/NWP weer enigszins recht wordt getrokken. Ligt die verhouding nu op 1 WP tegen 0,9 NWP, in het jongste rapport is dat 1:0,8. De TAS-fractie was wel gevoelig voor de argumentatie van de TAC en stemde in de subfaculteitsraad voor het plan. Evers beargumenteert dit door te stellen dat dit plan inderdaad de minst slechte structuur geeft voor de gereduceerde subfaculteitsformatie. Het overleg is volgens hem goed verlopen en de procedure is zorgvuldig geweest. Het is belangrijk dat ook in het bestuur van de subfaculteit de TAS vertegenwoordigd is. Dit garandeert een directe en goede informatiestroom naar het NWP toe. Het valt hem tegen dat er nog niets bekend is over de criteria voor ontslag en overplaatsing. „Personeelszaken heeft niets van zich laten horen, alleen de vakbond heeft iets uitgezocht voor ons." Volgens Brinkman en Bickelhaupt is vooral door de raad zelf gevraagd om by stelling van de WP/NWP ratio. In de uitgangspunten voor de gehele procedure werd min of meer uitgegaan van de bestaande verhouding. Overigens worden op dit punt geen randvoorwaarden gesteld door het CvB. De faculteiten zyn vrij om veranderingen aan te brengen in de verhoudingen tussen de verschillende categorieën personeel. Evers vindt dit een gemis en denkt dat de commissie van overleg hierop wel commentaar zal leveren. Het uiteindeiyke structuurplan komt uit op een formatie van 130,5 plaatsen, 8,5 meer dan het begrote aantal voor 1987. Het bleek onmogeiyk om een subfaculteit, die vier voorwaardeiyk gefinancierde programma's moet verzorgen en een tweede studierichting aanbiedt (met daarin wellicht nog een vyfde beschermde programma) met 122 plaatsen te laten draaien. Brinkman en Bickelhaupt geloven dat het CvB dit ook inziet en Prof. V. A. Th. Brinkman Prof. F. Bickelhaupt daarom akkoord is gegaan met de overschrijding van de oorsprongramma van farmacochemle dat er een relatief groot gedeelte kelijk geplande 122 plaatsen, zy werd afgekeurd, was het voor van he nwp zou moeten verdwy- sluiten echter uit dat in de toekomst scheikunde gevrijwaard hem duidelijk dat deze vakgroep nen. sterk gereduceerd zou moeten Prof. dr. F. Bickelhaupt, voorzit- zal biyven van verdere bezuiniworden. Met de opbrengst hier- ter van de TAC, zegt zelf ge- gingen. Het aanvaarden van het van zouden de „klassieke" chemi- schrokken te zyn van deze uit- structuurplan betekent nameiyk sche vakken versterkt kunnen komst: „We vonden dit niet pret- geen enkele garantie voor het worden en de verhouding tig en realiseerden ons dat het aantal formatieplaatsen. WP/NWP wat rechtgetrokken. politiek niet gunstig zou vallen, Nog steeds stelt de UR ieder jaar Bij een teruggang van de forma- vooral niet omdat de meerderheid de formatie vast en is niet gebontie moet, volgens hem, de kern van de commissie uit WP bestond den aan het structuurplan. van de subfaculteit versterkt en het de indruk zou kunnen ge- Bickelhaupt en Brinkman verworden, ten gunste van „iets aan ven dat het WP vooral aan zich- wachten weinig van nieuwe bezelf had gedacht." Hy beargu- grotingsmodellen, waarin het de rand" als farmacochemle. Prof. dr. H. Timmerman, voorzit- menteert deze uitkomst door aan studentenaantal een minder groter van de vakgroep farmacoche- te tonen dat de verhouding te rol zal spelen. In de eerste mle, vindt dit een kortzichtige vi- WP/NWP niet onafhankeiyk is plaats omdat hiermee de formatie sie. Farmacochemle is juist van van de grootte van de subfacul- niet veel hoger dan 122 zal worden levensbelang van de subfaculteit. teit: „Om het extreem te stellen, en verder omdat dit de eerste twee Dit „profielversterkende ele- als er slechts vyf plaatsen be- jaar nog wel niet ingevoerd zal ment" trekt veel studenten en is schikbaar zyn en je wilt in vyf worden. uniek in Nederland. Ook denkt richtingen onderwys en onderhy volgend jaar wel in de voor- zoek verrichten, dan heb je vyf Het is opvallend hoe rustig binwaardeiyke financiering te zyn hoogleraren nodig. Hoe groter de nen scheikunde deze ingrijpende opgenomen, waarmee hy weer ge- subfaculteit, hoe meer taken er procedure wordt uitgevoerd. Het meeste commentaar komt van lykwaardig zou zdjn aan de onder- gedelegeerd kunnen worden." het wp, de categorie medewerkers zoeksgroepen, die dit jaar al in de die er toch het gunstigst afkomt. prijzen vielen. Het „plan de BolDe TAS lykt er in te genisten dat ster" is volgens Timmerman de Met Stomheid geslagen er drastisch besnoeid wordt en enige smet op een verder vlekkeNiet alleen de commissie schrok stelt het belang van de subfaculloze procedure. vari deze uitkomst, het NWP was teit boven dat van de eigen groep. Op de laatste subfaculteitsraads- met stomheid geslagen. Evert De studenten waren in de subfavergadering ontstond enige op- Evers, lid van de subfaculteits- culteitsraad de enigen die tegen schudding toen duideiyk werd raad voor de technisch en admi- het plan stemden, niet omdat ze dat een verregaande reductie van nistratieve staf (TAS): „Van de het oneens waren met de inhoud, farmacochemle voor het CvB on- zeven analisten in mJjn vakgroep maar zy vonden het onverstandig aanvaardbaar zou zyn, aange- zouden er vier weg moeten, we om meer dan 122 plaatsen te vrazien deze richting opleidt tot een zaten elkaar aan te Idjken met de gen, zy waren bang dat het CvB vraag, moet jy er uit of ben ik hierdoor het plan niet zouden apart doctoraal examen. aanvaarden. Het tegendeel is inGezien de multidiscipUnaire aan- het?" pak van het vak, zou het volgens Het concept-plan werd uitvoerig middels gebleken.
Timmerman ook onmogeiyk zyn om met een uitgeklede vakgroep dit doctoraal examen te verzorgen. De decaan van de subfaculteit en lid van de TAC, prof. dr. U. A. Th. Brinkman ontkent dat er door het CvB voorwaarden zouden zyn gesteld ten aanzien van de farmacochemle. In het vu-begrotingsmodel wordt voor scheikunde voor een extra studierichting een vaste voet van twintig plaatsen toegewezen; zou de subfaculteit hierop bezuinigen en minder dan die twintig aan dit vak besteden, dan zou de vaste voet wel eens teruggebracht kunnen worden. Farmacochemle In het voorjaar kwam de TAC met Dr. M. W. G. de Bolster, lid van de een concept-plan gebaseerd op subfaculteitsraad, had liever ge- 122,5 plaatsen. De basis hiervan zien dat er voor vier programma's was een analyse van taken van de was gekozen. Toen dan ook in het subfaculteit en een modelmatige najaar bekend werd dat het pro- berekening leverde als resultaat Hierbij komt dan een even grote hoeveelheid NWP zodat de 122 plaatsen hiermee al bijna op zouden zijn. Aangezien de TAC kiest voor een structuur die als kern heeft de vijf ingediende programma's moest zij een uitweg zoeken voor dit probleem, zy heeft die gevonden door te snoeien in de taken voor het NWP. Naast deze vijf programma's moet ook nog in een aantal andere richtingen onderwijs en onderzoeken plaatsvinden, om als subfaculteit een compleet pakket te verzorgen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1983
Ad Valvas | 510 Pagina's