Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 334
AD VALVAS — 22 FEBRUAR11985
10
Studeren aan een Vlaamse universiteit Vervolg van pag. 9 zich genoodzaakt ziet de Overpoortstraat voor het verkeer te sluiten. De Nederlandse student Fer Finders (23), eerstejaars geneeskunde, weet ervan mee te praten. „Ik heb in Nijmegen drie jaar biologie gestudeerd, een parkeerstudie, omdat ik drie keer achter eikaar uitgeloot werd voor medicijnen. Vergeleken met Gent is het in Nederland maar een duffe boel. Elke avond heb je hier wel een thédansant, of een kotfuif, een feest op een studentenkamer."
Desastreus
Fer is zijn eerste studiejaar dan ook gebuisd. Gezakt, op z'n Vlaams. En hij was niet de enige buitenlandse student. In het gidsje met de examenuitslagen van de Gentse universiteit wordt fijntjes opgemerkt dat de slaagpercentages in de eerst kandidatuur voor de geneeskunde en de tandheelkunde „gevoelig naar beneden worden gedrukt door de aanwezigheid van Duitse en Nederlandse studenten". Vooral de resultaten van de Duitse studenten zijn ronduit desastreus te noemen. Bü tandheelkunde bijvoorbeeld vertonen de gemiddelde slaagijercentages voor Duitse, Nederlandse en Belgische studenten het volgende beeld: respectievelijk 8,7 procent, 20 procent en 51,3 procent. Rekenmeester André Bonte, directeur van de dienst voor studieadvies en producent van talrijke cijfertabellen voor de Gentse universiteit, heeft zelfs wijselijk besloten de Duitsers en Nederlanders maar niet mee te wegen in zijn uitgebreide examenoverzichten, ongetwijfeld uit vrees zijn universiteit al te
len nog een echte autoriteit. AlexJan Wagteveld en Fer Finders weten daarover smakelijk te vertellen. „De profs hebben hier nog een hoop te zeggen. Ze kunnen je soms heel kleinerend behandelen. Als je voor een practicum niet komt opdagen word je de volgende keer streng toegesproken. Professor De Ridder zal tijdens een college geen enkele dia zelf verwisselen. Daar heeft-ie een mannetje voor. Die maakt ook het bord schoon en zet voor hem de microfoon aan. De Belgische studenten zijn daaraan gewend. Die zijn voordat zy op de universiteit kwamen al gedrild door de broeder op de jongensschool. Ze houden tijdens een college hun mond dicht en luisteren. Ze zijn geen loUeyes gewend. Het gebeurt regelmatig dat de professor zijn college onderbreekt om te vragen of die Hollanders op de achterste rij misschien hun mond kunnen houden." CX)k het beleid ten aanzien van de studentenhuisvesting is, vooral door Nederlandse ogen gezien, nogal conservatief te noemen. Gent kent vijf studentenhomes: „Koning Boudewyn" en „Koningin Astrid" voor de jongens, „Koningin Fabiola" en „August Vermeylen" voor de meisjes, en home „Comeel Heymans" voor de gehuwde studenten. Gemengde studentenhuizen zij in Gient vooralsnog uit den boze, al wordt er in huize „Boudewijn" sinds kort heel voorzichtig geëxperimenteerd met gemengde bewoning. De Universiteit van Antwerpen is al een stapje verder. Twee jaar geleden besloot men daar by wijze van proef over te gaan op gemengde bewoning, dat wil zeggen: op de ene verdieping van het studentenhuis de jongens, op de andere de meisjes.
En nu is men al achttien!" Alex-Jan Wagteveld weet een heel ander verhaal over de Vlaamse meisjes te vertellen. Sinds enige tijd heeft hij verkering met een Belgisch „lief". „De Belgische meisjes zijn heel erg kuis. Ik ken mijn lief nu drie maanden. Maar als ik haar op dit moment zou vragen met mij naar bed te gaan, zou ik direct een klap in mijn gezicht krijgen. Het gaat hier heel anders dan in Nederland." Hoe kijken de Belgen eigenlijk tegen de Hollandse studenten aan? Drubbel is uiterst positief. „De Hollander is cleverder en veel soepeler in de omgang. Waar u weggaat daar komen wij aan. De Vlaamse studenten hebben veel meer drempelvrees. De Hollanders zijn kritisch voor de goede zaak, ze zeggen wat ze denken en dat is goed."
iMor
Scheve verhoudingen
Niet iedere Belg is overigens zo goed te spreken over de aanwezigheid van de „rijke" Nederlandse en Duitse studenten. Philip, student communicatiewetenschappen, heeft persoonlijk niets tegen de buitenlanders maar vindt het principieel fout dat ze in België kunnen komen studeren. „In hun eigen land komen ze vanwege de numerus clausus niet aan de bak. En nu houden ze hier de plaatsen bezet die eigenlijk voor Belgische studenten zijn bestemd. Enkel en alleen door het feit dat ze ouders hebben die het goed kunnen betalen. Daarbij komt dat vooral Duitse studenten nogal eens de neiging hebben andere studenten de ogen uit te steken met dure BMW's en luxe studio's van zo'n 1000 gulden per maand. Ze huren hier soms appartementen waar een Belgisch
Niet dat de Gentse reetor magnificus dit op sijn gevel heeft staan. Nee, achter dese stenen voorwand huist een studentenkroeg, gelegen aan de Overpoortstraat (Foto Rien Siers) grondstoffen. Maar wat hebben we wel? Hersens! Dan moet men ook zorgen dat die grondstof optimaal wordt gebruikt. Maar het eerste wat men doet is daar het mes in zetten, dat is de gemakkelijkste oplossing. Nou ja, ik ga nu een Duitse uitdrukking gebruiken, ik zal dat bandrecordertje toch niet doen springen hè, ik vind het zum Kotzen, zum KOTZEN! Als men A zegt moet men ook B zeggen. Ik vind die kortingen op de betoelaging van de universiteiten erg kortzichtig." Wij komen nog steeds niet aan onze trekken." De Antwerpse rector Van Rompu ontsteekt in een fraaie academische toom als wij hem vragen naar de algemene stand van zaken aan de Vlaamse universiteiten. De ook in België zeer voelbare bezuinigingen zijn hem een doom in het oog. De universiteiten kregen in 1982 een saneringsplan opgelegd. Tien procent van de academische staf moet over zeven jaar zijn afgevloeid terwijl er geen nieuwe mensen meer mogen worden aangenomen.
„Studentenkot" in juffrouwenhome Koningin Fabiola (Foto Rien Siers) groot onrecht aan te doen. Maar ook onder de Belgische studenten is het uitvalpercentage groot. Na twee studiejaren heeft reeds 40% van de totale studentenpopulatie de Gentse universiteit verlaten. België mag dan wel geen numerus clausus kennen, maar in de eerste jaren wordt door middel van het zware studieprogramma rigoureus geselecteerd.
Mond houden
Maar er zijn nog een aantal andere redenen die een studie in België voor de buitenlander kunnen bemoeilijken. De Belgische universiteit kent een zekere hiërarchie waaraan zeker de Nederlandse student in het begin even zal moeten wennen. De Belgische hoogleraar is in de meeste geval-
Zwanger
Die maatregel heeft nog heel wat voeten in de aarde gehad, als we de heer André Drubbel, zich noemende „adviseur van RUCA-rector Van Rompu", mogen geloven. Met een warm oog voor het smeuïge detail geeft hij ons zijn zeer verlichte visie op het geheel. „Meneer, het is hier oorlog geweest. Het was alsof we een bordeel wilden openen. De Raad van Beheer moest daarover beslissen. En die vroeg zich af wie er verantwoordelijk zou zijn als er iemand zwanger zou geraken. Nou vraag ik u: wij zitten daar toch niet tussen? Het proefjaar heeft geen enkel accident gebracht, er was geen zwangerschap en geen abortus. Welk meisje is er nou op haar veertiende nog maagd, meneer?
gezin met drie kinderen makkelijk in zou kunnen wonen. Dat geeft wel een beetje scheve verhoudingen." Desondanks passen de meeste Hollandse studenten zich gemakkelijk aan in de Vlaamse studentenwereld. Fer Finders werkt enkele avonden per week in een Gents café en is van plan binnenkort met de hulp van ztjn baas een eigen kroeg te openen. En Alex-Jan Wagteveld weet nu al dat hij zich later als hartchirurg in België gaat vestigen. Hij heeft alleen één klein probleem: zijn Vlaams „lief" wil na haar studie dolgraag in Nederland gaan werken.
Zum Kotzen
„Nederland en België beschikken allebei niet over veel natuurlijke
Afgezien van de kortingen op zijn budget is Van Rompu overigens goed te spreken over het Vlaamse hoger onderwijs. „Als u mij die vraag zou hebben gesteld toen ik nog student was had ik gezegd: er is geen enkele universiteit die deugt. Hoe kan een student zijn universiteit nu goed vinden? Maar nu, achteraf, ga ik u een genuanceerd antwoord geven. Ik denk dat men hier, zoals bijna overal in Europa, aan elke universiteit zeer degelijke onderzoekskemen vindt. Dat is een groot verschil met Amerika, waar je maar een paar goede opleidingen hebt. Ik hoor jullie Tinbergen nog zeggen: die Belgen dat zijn leuke jongens en kwalitatief in orde maar ze staan vijftig jaren ten achter. Toch zie ik rondom mij dat we ingelopen hebben. Kijk naar de sociologie. Jarenlang ging iedereen in Europa naar Nederland om sociologie te leren. Maar die achterstand is ingehaald."
Dynamisch
Rector Cottenie van Gent bestempelt het Vlaamse onderwijs van vandaag als zeer dynamisch. „We passen ons zeer snel aan bij de omstandigheden. Neem nu de relatie met het bedrijfsleven. Het aantal contracten met de industrie is in twee jaar tijd opgelopen van tweehonderd tot een kleine
negenhonderd. Kijkt u deze stapel mappen maar, daar zitten zeker een paar nieuwe contracten bij. Die zal ik vanavond nog moeten ondertekenen." Een ander teken van die dynamische openheid vindt Cottenie terug in de onderlinge samenwerking tussen de Vlaamse universiteiten, iets waarover Van Rompu ook al zo te spreken was. In de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR) lossen de rectoren gezamenlijk hun problemen op. Zo sleutelen zij op eigen houtje aan een soort taakverdelingsoperatie, die in Nederland van hogerhand moest worden afgedwongen. Niet gehinderd door lastige inspraakorganen of tegendraadse adviescolleges verdelen de rectoren onderling de koek in de hoop dat dat de kwaliteit van het onderwijs ten goede komt. Want er was enige scheefgroei ontstaan na de explosieve groei in de golden sixties. Toen toonde men zich een voorstander van spreiding van het universitaire onderwijs over de verschillende provincies als uitvloeisel van de democratiseringsgedachte. Nu zit men opgescheept met overlappingen en doublures in het onderwijsaanbod. Cottentie: „Wij hebben het er vanmorgen nog over gehad in de VLIR om de postuniversitaire richting Arbeidsgeneeskunde interuniversitair te maken. Er komt een gemeenschappelijke opleiding zodat niet elke universiteit daar een volledig programma voor hoeft te hebben. Dat is een stap in de goede richting."
August Venneylen
De Vlaamse universiteiten blaken zo te horen van energie en lijden allerminst aan een minderwaardigheidscomplex. En dat terwijl ze, historisch gezien, net komen kijken. De oudste Nederlandstalige universiteit in België werd in 1930 opgericht na een bijna honderdjarige strijd tegen de verfransing. De eerste rector van de RUG, August Vermeylen, sprak bij de opening de volgende historische woorden: „Het machtigste werktuig tot verheffing van ons volk, de Vlaamse Hoogeschool, zij is er nu, en zij leeft, en kan niet meer neergehaald worden, - een Hoogeschool die zich niet richt tegen welken beschavingskring ook, maar zoals alle hoogescholen ter wereld, in de eerste plaats beschaving bevorderen wil van het eigen volk."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984
Ad Valvas | 544 Pagina's