Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 376
AD VALVAS — 15 MAART 1985
De zogeheten „nouvelle philosophie", het Franse denken van na de studenten-revolutie in mei 1968, wordt nogal eens beschouwd als één van de belangrijkste uitdrukkingsvormen van de teloorgang van het studenten-activisme. Studenten zouden hun activisme veel meer verlegd hebben naar terreinen buiten de universiteit en buiten de officiële politieke kanalen. Het Marxisme had als inspiratiebron voor activisme afgedaan om plaats te maken voor een meer vitalistische verzetspraktijk. Eén van de nieuw3 inspiratiebronnen werd Michel Foucault. In dit artikel worden twee nieuwe boeken van Foucault besproken: het tweede deel van Foucaults Geschiedenis van de seksualiteit: „Het Gebruik van de Lust" (SUN, 1984) en „Von der Freundschaft; Michel Foucault im Gesprach" (MERVE nr. 121, 1984.) De Franse filosoof Michel Foucault was vóór publikatie van het eerste deel van de „Geschiedenis van de seksualiteit" al beroemd. Maar na verschijning van dit eerste inleidende deel was hij méér dan beroemd. Dit eerste deel, „De Wil tot Weten" (ook bij SUN vertaald), dat was het helemaal! Het haalde alles wat er tot dan toe over seks(ualiteit) geschreven en beweerd was radicaal onderuit en dat was niet niks. Een gigantische bibliotheek met boeken over een periode van zo'n dikke tweehonderd jaar donderde omver en het dreunen daarvan klinkt negen jaar na dato nog steeds door. Het enthousiasme over dit boek van Foucault was zo groot, dat er sindsdien haast geen boek, artikel of folder meer door de moderne organisaties voor seksuele hervorming (vrouwen/potten/flikkerbeweging) uitgebracht en geen analyse van de zogeheten „huidige identiteits-crises" gemaakt kan worden, of Foucault wordt met instemming aangehaald. Foucoult is een must geworden. Vaak ook had dit citeren iets magisch: alsof men de zegen voor de komende seks-strijd bij de grote meester wilde afsmeken en de tegenstanders bij voorbaat al wilde imponeren door de naam van de Grote Leider te noemen. Met dit succes is dus iets eigenaardigs aan de hand. - Foucaults stelling in dit eerste deel van een als zesdelige serie aangekondigde „Geschiedenis van de seksualiteit" was, dat het praten over seks pas aan het begin van de achttiende eeuw een aanvang genomen had en vanaf dan alsmaar luider geworden was. Na de „seksuele revolutie" van de jaren zestig las, dacht en praatte iedereen over seks. En Foucaults inzet nu was, aan te tonen dat er niets zo disciplinerend werkte als juist dit willen weten wat seks nu precies is. Mensen kwamen steeds meer in de ban van de seks, of dit nu die van anderen (jongeren, homo's, vrouwen/mannen, bejaarden, kinderen, invaliden, eenzamen, gevangenen) betrof, danwei die van hen zelf diepst-persoonlijk. De preutsheid en geheimzinnigheid omtrent de seks zoals die bestonden vóór de seksuele revolutie, waren aldus Foucault, op één wezenlijk punt niet in tegenspraak met de opgetogenheid en openheid omtrent de seks na de jaren zestig. In beide gevallen werd de seks namelijk gezien en gedacht als het punt waar alles om zou draaien (net als Biogarde „revolutionair" zowel in links- als in rechtsdraaiende zin). Eigenaardig aan het succes van het eerste deel van Foucaults geschiedenis was dus niet alleen dat er een sterke disciplinerende werking van uitging. Maar bovendien dat er in plaats van een „gepast zwijgen" een hausse aan nieuwe publicaties, onderzoeksprogramma's en bewegingen door werd losgemaakt. Foucault werd ongewild de boekhouder van de koning die hij van de troon had willen stoten. - Deze eigenaardige werking zet zich ook voort na verschijnen van het tweede deel van de „Geschiedenis van de seksualiteit", dat gaat over het gebruik dat de Grieken in de vierde eeuw voor Christus van de lust maakten. In veel besprekingen wordt precies dat ene hoofdstuk eruit gepikt waar de seks tussen de grote mannen en de lieve jongens uit het Athene en Griekenland van die bewuste periode centraal staat.
„Seks is vervelend' Dit tweede deel, „Het Gebruik van de Lust", verscheen verleden jaar zomer, acht jaar nadat het eerste deel was uitgekomen. Dat betekende een aanzienlijke vertraging in het schema dat hij voorzien had. De aanvankelijke plannen om zes delen te
Michel Foucault over seks elaal
Een seksreisje naai Gerard Boter Bas Jan van Stam schrijven heeft Foucault dan ook behoorlijk gewijzigd. „Ik had ze zonder problemen kunnen schrijven", zei hij in een interview dat kort voor zijn dood verscheen (1): „Ik zou natuurlijk het nodige empirisch onderzoek hebben moeten doen, maar in feite had ik alles wat al in mijn hoofd zat er dan gewoon kunnen uitdraaien. Alleen, ik zou bijkans van verveling zijn doodgegaan als ik die boeken inderdaad geschreven had". In een ander interview, eveneens in „Von der Freundschaft" te vinden (2), drukt Foucault zich nog duidelijker uit. Daar werd hem de vraag voorgelegd of hij, acht jaar na het eerste inleidende deel, nog steeds van mening was, dat de seks een essentiële ingang is wanneer men wil begrijpen wie we zijn. „Ik moet toegeven" zegt hij dan, „dat ik me sindsdien veel meer ben gaan interesseren voor de problemen, die te maken met de technieken waarmee mensen over zichzelf nadenken en hun levenswijze verantwoorden, dan voor de seks... seks is vervelend".
Volgens het oorspronkelijke plan zou Foucault verder onderzoek doen naar de niet geringe gevolgen voor de alledaagse werkelijkheid van dit in de achttiende eeuw begonnen weten omtrent seks. Namelijk de praktische gevolgen van dit weten voor kinderen (het spook van de masturbatie), voor het al dan niet gehuwde echtpaar (de bevolkingspolitiek), voor de vrouw (wier lichaam gevangen werd in de keuze tussen moederschap of hysterie), en voor seksuele praktijken die van de norm van „ware" seks afweken (de perversen en hun misdaad). Wat dit laatste betreft denke men bij voorbeeld aan de recente diskussie over incest, die vooral leek te draaien om de eigenaardige vraag waar nu precies de grenzen moesten liggen tussen de man als vader en als minnaar. Bovendien was een aparte studie voorzien naar de geschiedenis en genealogie van dit type weten, dat op het doen van bekentenissen gericht is. Seksuele bekentenissen bijvoorbeeld a la de psychoanalyse waar het verlossende antwoord gemoduleerd is volgens de formule: „Ja, ik wilde mijn vader doden en met mijn moeder naar bed". De oorsprong van dit bekennende weten lag volgens Foucault in het instituut en de praktijk van het biechten, die in de dertiende eeuw officieel werden en daarna een enorme vlucht hebben genomen.
(aangezien de kennis van zaken van „nu" vaak letterlijk overgenomen. was van Griekse bronnen); en het kan evenmin beschreven worden als een gevolg van een in vergelijking met onze tijd „toleranter machtssysteem". Waar het hier om gaat is het beroemde verhaal over de ruggemergverweking, die veroorzaakt wordt door masturbatie en die uiteindelijk leidt tot algehele lichamelijke en geestelijke verzwakking tot de dood erop volgt. Ditzelfde verhaal bestond al in de Griekse Oudheid en werd in 1834 door een zekere L. Renaud in het Frans vertaald en van enige aanvullingen over nieuwe varianten van geslachtsziekten voorzien. In het Frankrijk van de negentiende eeuw gaven zulk soort teksten echter steun aan allerlei van staatswege uitgevaardigde maatregelen om het stille kwaad te bestrijden: voorschriften over het gedrag aan tafel in tehuizen („handen op tafel"), permanente bewaking in slaapzalen, die daartoe ook een speciale architectuur kregen, zedepreken waarin voor de verschrikkelijke gevolgen van dit verschrikkelijke kwaad gewaarschuwd werd, enzovoorts. Kortom: zo'n Griekse bron gaf enig gezag aan al dergelijke bepalingen, die bedoeld waren het masturberen te verbieden en uit te roeien. Bij de Grieken treft men van al deze disciplinerende maatregelen en voorschriften echter niets aan. Bij hen ging het er meer om dat men zichzelf gewapend met deze kennis rekenschap kon geven van het gebruik dat men van de lusten maakte. Daarbij stond niet zozeer voorop wat men wel en wat men niet mocht doen, maar veel meer hoe men het deed. Dat wil zeggen: masturberen was niet al te best, dus diende men het met mate te doen. En de mate waarin dat was een kwestie die men zelf het beste kon uitmaken. De Grieken kenden met andere woorden geen codex van verboden gedragingen, geen verbodsmoraal waaraan men absolute gehoorzaamheid verschuldigd was (zoals in het latere christelijke problematiseren van de seksuele lusten het geval was), maar een moraal waarin de persoonlijke ethiek het centrum vormde. De Griekse mannen waren baas over eigen piemel; de christelijke mannen deden „het" stiekum, altijd bang dat „vader" het zag.
Het eten en het huishouden
Toch gaat het tweede deel bijna uitsluitend De wijziging in deze opzet is niet alleen een over seks, zoals de interviewer na Fou- verschil in historische periodes die Foucaults opmerking over de seks, die zo verve- cault onderzocht. Ook al is er inderdaad lend is, spits vaststelt. Ook al zou je dat na veel voor te zeggen dat een geschiedenis het bekijken van de titels van de verschil- van de seksualiteit onvolledig blijft als niet lende hoofdstukken niet verwachten. Daar wordt teruggegaan naar wat wel genoemd gaat het achtereenvolgens over de moraal, wordt „de wieg van onze beschaving", de de diëtetiek, de economie, de erotiek (inder- Klassieke Oudheid dus; toch is het niet dit daad!) en de „ware liefde". Met dit laatste type van correctie dat Foucault wilde aanwordt de Platonische liefde bedoeld en een brengen. Het verschil ligt niet zozeer in een kind weet dat deze vorm van liefde niets historische uitbreiding van het thema, alsmet seks van doen heeft. wel in een verandering van het thema-zèlf. De seks wordt er in de hoofdstukken, die Zijn interesse verschoof van de machtsefniet over seks gaan, dan ook als het ware fecten van „het weten omtrent de seks" aan de haren bijgesleept. Precies dat is ech- naar de wijze waarop de mens zich in verter Foucaults opzet: het boek over de Grie- schillende tijden tot dit weten heeft verken gaat over seks, in feite alleen maar om houden. Niet altijd heeft men van de seks aan te tonen dat deze voor hen van margi- een moreel probleem gemaakt vanuit de naal belang was. „Voor de Grieken was de gedachte dat er zoiets als de „waarheid over seks geen belangrijk probleem, vergeleken de seks" verteld kan worden. En precies bij voorbeeld met het belang dat ze aan het dan wordt de omweg via de Klassieke Ouddieet hechtten". Het enige wat voor de heid interessant, juist omdat hun wereld op Grieken in die bewuste periode wél proble- zoveel punten verwant is aan de onze en ze maties was, dat was nu uitgerekend de toch. van de seks een ondergeschikt pro„erotiek", dat wil zeggen: de seks tussen de bleem maakten. grote Griekse mannen en de baardloze lieve Als afsluiting van onze bespreking van jongens. Foucaults inleiding en eerste hoofdstuk Waarom deze ietwat curieuze manoeuvre? van „Het Gebruik van de Lust" willen we Een boek over seks schrijven om alleen een voorbeeld geven van het verschil in de maar te benadrukken hoe weinig interes- wijze waarop de Grieken van de lusten een sant dat voor de Grieken was en dat dan moreel probleem maakten en de wijze ook nog eens als het tweede deel van de waarop dit in ons „weten omtrent de seks" geschiedenis van de seksualiteit presente- gebruikelijk is. Dit verschil kan noch beren ... Vanwaar deze omweg naar de Grie- schreven worden als een gevolg van een ken? verschil in „het weten omtrent de seks"
Nadat Foucault zijn wijzigingen in de opzet van zijn „Geschiedenis van de seksualiteit" heeft toegelicht en in een meer theoretisch hoofdstuk de Griekse moraal in relatie tot de lusten voorlopig bepaald heeft, volgen vier hoofdstukken die een soort case-studies genoemd kunnen worden. De eerste twee, die over de diëtetiek en het huishouden gaan, geven inzicht in de wijze waarop Griekse mannen in de klassieke oudheid zich zorgen maakten over hun lichaam en over hun huwelijk. Dat leidde in de praktijk niet tot grote problemen; de morele codes waren wat de verzorging van het eigen lichaam en het streven naar een gelukkig huwelijk betreft, tamelijk onproblematisch. Wat niet wil zeggen, dat de Grieken zich dus geen grote zorgen om hun lichaam en hun huishouden maakten. Integendeel: „de dieetpraktijk als levenskunst is heel wat anders dan een geheel van voorzorgsmaatregelen om ziekten te vermijden of volledig te genezen. Het is een wijze om zich tot subject te constitueren, dat een juiste, noodzakelijke en voldoende zorg aan zijn lichaam besteedt. Een zorg die het dagelijkse leven dootdringt, die de belangrijkste of gewone levensverrichtingen tot inzet van zowel de gezondheid als de moraal maakt, die een van de omstandigheden definieert en tenslotte tot doel heeft het individu zelf met een rationeel gedrag uit te rusten" (105/6). De kunst van het leven bestond er dan vooral uit zelfbeheersing en matigheid te praktizeren. Het dieet vormde daarbij een belangrijk element van de lichaamsverzorging juist omdat het lichaam zo gevoelig en kwetsbaar was. Het kon door het kleinste of geringste uit het evenwicht gebracht worden. En de lusten vormden dan een bijzonder probleem, niet alleen omdat deze het lichaam brachten in een staat van opwinding (gepaard gaande met koorts en andere ziekteverschijnselen), maar ook omdat ze bij de ejaculatie kostbaar vocht aan het ruggemerg onttrokken. Omdat de seks „van alle lusten de heftigste is, omdat ze kostbaarder is dan de meeste lichamelijke activiteiten en tot het spel van leven en dood behoort, vormt ze een bevoor-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984
Ad Valvas | 544 Pagina's