Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 119
AD VALVAS — 12 OKTOBER 1984
3
Prof. dr. A. J. F. Köbben op symposium over openbaarheid in de wetenschap:
,Jn principe alles publiceren, hoe schokkend de conclusies ook mogen zijn" De voortgang van de wetenschap is het meest gebaat bij volledige openbaarheid, maar aangezien niet altijd vooruitgang het doel is om wetenschap te bedrijven is geheimhouding begrijpelijk en soms te rechtvaardigen. Dat lijkt de uitkomst van het symposium over openbaarheid in de wetenschap, dat de Dienst Wetenschapsvoorlichting van de KNAW 3 oktober in Amsterdam organiseerde. Veel nieuws was er niet te horen, maar de zaken werden wel nog eens duidelijk op een rijtje gezet. Door de vervlechting van wetenschap en technologie worden onderzoekers in toenemende mate geconfronteerd met tegenstrijdige belangen. De laatste jaren is de discussie over openbaarheid, vooral door de toename van de hoeveelheid contractresearch, ook doorgedrongen tot universiteiten en hogescholen. Binnen de indutrie en overheid moeten wetenschappers al veel langer worstelen met de vraag of het achterhouden van gegevens of uitstel van een publikatie valt te rijmen met de eisen die worden gesteld aan de wetenschapsbeoefening. De wetenschapssocioloog Merton heeft de ongeschreven regels hiervoor, waaronder openbaarheid, vastgelegd en sindsdien zijn ze tot een niet a a n te tasten norm verheven. Geen van de aanwezigen bestreed dan ook het principe van de openbaarheid. De meningen verschilden alleen over de vraag wanneer en in hoeverre geheimhouding is toegestaan. Natuurlijk ging de grote ijveraar voor het zuivere onderzoek en voorzitter van de RAWB, prof. dr. H. G. van Btieren hierin minder ver dan de vertegenwoordigers van de industrie. Opvallend was dat het bedrijfsleven was vertegenwoordigd door twee mensen uit biotechnologische bedrijven, Gist-Brocades en Organon. In dit onderzoeksgebied is op het moment een grote verwevenheid van fundamenteel onderzoek en de toepassingen hiervan. De ondernemers staan bij wijze van spreken achter de onderzoekers klaar om het gerecombineerde microorganisme uit zijn handen te rukken. Het gevolg is dat in tegenstelling tot andere bedrijfstakken er één „gemeenschap" is van industriële en academische onderzoekers. Zodoende laait in deze kringen de discussie over publiceren of patenteren hoog óp. Hier komt bij dat momenteel, vooral in Amerika, grote sommen geld van deze industrieën n a a r de universiteiten stromen. In andere industrieën is veel meer sprake van twee gescheiden werelden, die van de industriële onderzoeker en die van de academicus. Onder invloed van de aanzwellende derde geldstroom wordt ook in andere onderzoeksgebieden de openbaarheid echter steeds meer onderwerp van discussie. Een ander aspect van het thema openbaarheid werd belicht door dr. A. Rip, docent chemie en samenleving aan de RU te Leiden en binnenkort hoogleraar wetenschapsdynamica a a n de UvA. Hij sprak over de rol van „het publiek" bij de ontwikkeling van wetenschap. Zijn stelling luidde dat het publiek invloed moet hebben hierop. Mocht dit leiden tot een slecht besluit, dan heeft hij dat graag voor de goede zaak over.
Recombinant-DNA
De meeste inleiders op het symposium werden a a n de tand gevoeld door een opponent, maar veel vuurwerk kwam daar niet van. In een toneelstukje voor twee heren (zeg maar Piet; graag Jan) probeerden prof. dr. P. Visser (emeritus hoogleraar psychofysiologie) en prof. dr. J. C. van Es (hoofdredacteur Medisch Contact) het oneens te worden over het toelatingsbeleid voor nieuwe geneesmiddelen.
Maarten de Hoog De boeiendste oppositie werd gevoerd door dr. P. J. Strijkert (Gist Brocades) tegen Rip over de vraag wie zich n u mag bemoeien met de ontwikkeling van de wetenschap. Rip pleitte voor de tussenkomst van het publiek in het algemeen, terwijl Strijkert dit wenste te beperken tot deskundigen. Inzet van de discussie was het recombinant-DNA debat dat door Rip als voorbeeld was gebruikt. Nadat wetenschappers n a a r buiten waren getreden met het bericht dat het recombineren van bacterieel DNA bepaalde ge-
tenschap en technologie in de hand moeten en kunnen houden, althans dat willen proberen." Over de eventuele vertraging van de wetenschapsontwikkeling haalde hij de filosoof Hans Jonas aan: „It is no sin to delay a benefit." Strijkert stelde hier tegenover dat openbaarheid alleen mogelijk is in de juiste structuur en met de juiste mensen: „Interfereren berust n u veelal op onwetendheid en er is een groep die het alleen gaat om dwars te liggen. In het DNA-debat participeren mensen met een verkeerde intentie. Openbaarheid is alleen goed als het gaat om de verbreding van de deskundigheid.'' Rip pareerde deze aanval op zijn stelling eenvoudig door te stellen dat democratie betekent dat iedereen los van zijn of haar intentie een stem in het kapittel moet hebben.
Halcion
Een soortgelijk thema werd aan het slot van de dag besproken door Visser. Hij maande voor-
slaapmiddel en heeft het juist, wetenschappelijk bewezen, erg weinig bijwerkingen. 2jijn conclusie was dat een dergelijke zaak eerst goed in de vakpers moet worden besproken en dan pas, onder een goede begeleiding, naar buiten mag komen. De ware voorvechter van de openbaarheid bleek Van Bueren te zijn. De titel van zijn voordracht luidde dan ook: „Wetenschap kan niet bloeien zonder openbaarheid." Hij meent dat uiteindelijk openheid meer oplevert dan geheimhouding: „Het idee dat je door openbaarheid meer zult verliezen a a n de „concurrentie" dan winnen is pertinent onjuist. Er bestaan vele voorbeelden om deze bewering te staven: Bell heeft de uitvinding van de transistor niet beschermd, maar, met zoals later bleek groot voordeel voor de eigen positie, direct ruime verspreiding gegeven." Als de wetenschap zich in het geiiiep moet voltrekken is het snel bekeken met de resultaten. Van Bueren: „De ontwikkeling van de wetenschap is een diffusieproces. Kennis komt binnen en kennis gaat n a a r buiten."
Prof. dr. A. J. F. Köbben (foto Bram de HoUander) varen met zich meebracht, barstte in alle lagen van de bevolking de discussie hierover los. Achteraf bleek het volgens de wetenschappers mee te vallen met de risico's maar die boodschap is volgens sommigen nooit ontvangen door het publiek. Het resultaat is dat DNA-onderzoekers met een kater bleven zitten en n u weinig behoefte hebben om delicate kwesties a a n de grote klok te hangen en zich n u beperken tot het bejubelen van de schone beloftes van de biotechnologie. Rip zei hierover het volgende: „Dat ze (de onderzoekers-MdH) spijt hebben is menselijk, maar absoluut verkeerd. Het is inhoudelijk verkeerd omdat het n u weliswaar met een sisser is afgelopen, maar dat betekent niet dat de waarschuwing niet nodig was." „Het lijkt een voorbeeld te zijn hoe we de ontwikkeling van we-
zichtig te zijn met informatie a a n het publiek over de bijwerkingen van geneesmiddelen. Hij baseerde zijn uitspraken op de verwikkelingen rond de zogenaamde Halcion-affaire. Dit slaapmiddel was uitgebreid getest en vervolgens toegelaten op de markt. Nadat in een televisie-programma iets werd verteld over bijwerkingen regende het opeens klachten; echter niet overal. Visser: „De in 1979 gesignaleerde nevenwerkingen deden zich alleen voor in Nederland en in het Vlaamse deel van België, waar ook de Nederlandse televisie wordt ontvangen en bekeken." De klachten zijn volgens Visser geïntroduceerd door een verkeerde voorlichting via de televisie en hiermee is de producent van Halcionschade berokkend, omdat het middel in Nederland uit de handel is genomen. Bovendien vindt hij het nog steeds een uitstekend
„Wordt de eigen omgeving afgesloten dan zal netto informatieverlies optreden. Zulke onderzoekers worden niet meer uitgenodigd bij de bijeenkomsten en congressen, zij behoren niet meer tot 'invisible colleges', tot de insiders." „Daardoor wordt de kans dat zij wél ontvangen gegevens uit de buitenwereld verkeerd interpreteren groot." Het bedrijfsleven heeft dit goed begrepen en zorgt ervoor dat er een juist evenwicht wordt bewaard tussen publicatie en geheimhouding, zodat de onderzoekers de gelegenheid behouden gerespecteerde collega-wetenschappers te blijven maar de belangrijkste gegevens binnenskamers blijven. Een goede octrooiwetgeving kan verder garanderen dat de hoofdlijnen van uitvindingen toch gemeengoed worden van de wetenschap-
pelijke wereld. Van Bueren vindt echter dat bedrijven hier nog veel verder in zouden moeten gaan.
Militaire research
Het terrein waar het meeste onderzoek geheim wordt gehouden is de militaire research. Maar, zo moest Van Bueren zijn opponent ir. C. Af. N. Bélderbos (van de Hoofdgroep Defensie Onderzoek TNO) toegeven, het belang is hier zo groot, dat geheimhouding gerechtvaardigd is. Maar de kwaliteit van het onderzoek zal lager zijn dan wanneer het zich volledig in de openbaarheid zou afspelen. In landen waar een groot aantal mensen betrokken is bij militair onderzoek is het probleem van de isolatie te overkomen doordat een eigen besloten kennisreservoir wordt gecreëerd, gevoed door de militaire onderzoekers zelf. In het kleine Nederland is dit probleem opgelost door het onderzoek onder te brengen bij TNO. Bélderbos stelde bovendien dat het defensie-onderzoek in Nederland volledig openbaar is. Deze stelling werd op dezelfde dag al weer ontkracht door prof. dr. A. J. F. Köbben, directeur van het cent r u m voor onderzoek van Maatschappelijke Tegenstellingen van de RU Leiden. Een onderzoek n a a r de houding van militairen ten opzichte van het bezit en gebruik van kernwapens wilde het Ministerie van Defensie niet openbaar maken omdat er uit bleek dat een groot gedeelte van de militairen hier afwijzend tegenover stond. In de sociale wetenschappen doen zich meer van dit soort controverses voor. Er bestaan zelfs zulke grote conflicten dat de organisatie van het symposium er niet in was geslaagd om een opdrachtgever van sociaalwetenschappelijk contractonderzoek op het spreekgestoelte te krijgen. Enige tijd geleden verscheen er ook een rapport over deze materie van de KNAW met als titel: 'Onderzoek boven tafel'. Köbben vindt dat in principe alles gepubliceerd moet worden, hoe schokkend de conclusies ook mogen zijn: „Het is mijn taak om de brenger van verontrustende boodschappen te zijn." De onderzoekers moeten in elk geval nooit toegeven aan het verlangen van opdrachtgevers om onwelgevallige passages te schrappen of te wijzigen. Wel moet men de grootst mogelijke zorgvuldigheid betrachten om de privacy van de onderzochte personen of bevolkingsgroepen zoveel mogelijk te waarborgen. De wetenschapper moet zich hierbij laten leiden door de belangen van de onderzochten als richtsnoer te nemen. Maar ook dit verdiende enige n u ancering. Bij een onderzoek n a a r de Nederlandse Volks Unie zou hij problemen hebben om rekening te houden met de belangen van de betrokkenen. In zijn openingsrede wees dr. E. van Spiegel (directeur-generaal voor het wetenschapsbeleid) ook al op de neiging van overheidsdienaren om rapporten snel van het stempel strikt vertrouwelijk te voorzien: „Door de overheid uitgezette beleidsonderbouwende studies mogen natuurlijk niet onder tafel blijven." Köbben had ook nog een tip voor de onderzoekers die h u n rapport toch in de spreekwoordelijke bureaulade zien verdwijnen. Er is altijd wel een parlementariër te vinden die hierover een vraag wil stellen a a n de verantwoordelijke minister. Aangezien iedereen weet dat het achterhouden van gegevens niet past bij de algemeen beleden norm van openbaarheid is zo'n vraag een gegarandeerd succes voor de indiener ervan en komt het onderzoek meestal toch wel boven water.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984
Ad Valvas | 544 Pagina's