Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 396
12
AD VALVAS — 22 MAART 1985
Munt slaan uit minister Maandag 18 maart, 14.30 uur. De grote collegezaal op de achtste verdieping van het vu-hoofdgebouw zit stampvol met economiestudenten en verdere belangstellingen voor de minister van sociale zaken drs. Jan de Koning. „Dit is de eerste lezing waar we op verdienen," sist één der organisatoren n a a r een medestudent. Daarmee doelt hij op de verkoop van zogeheten bundeltjes voor één gulden per stuk, die het VESVU voor de gelegenheid heeft gestencild om het thema van wat bredere informatie te voorzien. Een correspondent van het Algemeen Dagblad geeft zich bloot door te vragen n a a r de tekst van De Konings lezing. „Wat gaat u schrijven?", luidt de ontroerende vraag. „Dat weet ik nog niet. Hangt ervan af of-ie wat bijzonders zegt." De dagelijkse praktijk van de journalistiek kan ontmoedigend zijn. „Als u wat schrijft, wilt u dan vermelden dat de VESVU de organisator is? VESVU, dat is de vereniging van economiestudenten a a n de Vrije Universiteit." De directheid van het verzoek doet de journalist in glimlachend zwijgen vervallen en gelukkig komt De Koning mét escorte juist op dat moment de lift uit. Werkgelegenheid heeft de minister in zijn portefeuille en het thema van de middag is „Jeugdwerkloosheid en de sociaal-economische toekomst van Nederland". „Dan moetje De Koning hebben," moet premier Lubbers gezegd hebben, toen bleek dat hij niet aan het verzoek van de VESVU kon voldoen: een overvolle agenda.
„Een opmerkelijke volgorde," vindt Van Muiswinkel. Vanaf 1977 is hij minister, van ontwikkelingssamenwerking, landbouw en n u dus van sociale zaken en werkgelegenheid. Met een verwijzing n a a r de politieke kleur van de minister besluit Van Muiswinkel: „De aanwezigen hier zijn allemaal voortreffelijke studenten. Diep in h u n h a r t behoren ze eigenlijk tot het CDA, m a a r bij verkiezingen stemmen ze ook weleens iets anders." De sfeer kan niet meer kapot en het woord is aan De Koning. Zwartsluis had twee huisartsen toen hij er woonde, vertelt hij in een poging de stemming gedienstig te zijn, en met succes. Toch moet er aan de lezing begonnen wor-
Jongeren
veel kracht - dramatisch gestegen. De stilte die daarop volgt vult hij met een welhaast zegevierende blik in de zaal: „Het was in deze tijd dat het kabinet aantrad." „De tyd was rijp voor een confrontatie van het stelsel aan collectieve voorzieningen met het economisch draagvlak, rijp ook voor maatregelen ter versterking van dat economische draagvlak, de marktsector, en ter verkrijging van een stelsel van collectieve voorzieningen dat in de toekomst beter houdbaar kon worden geacht." De oplossing kwam in de vorm van het zogeheten drie-sporen-beleid: stimuleren van particuliere sector ten koste van de
Na een betrekking als wetenschappelijk medewerker bij sociale wetenschappen a a n de VU en werk bij de christelijke boeren- en tuindersbond is De Koning in de Eerste Kamer terechtgekomen. Spoedig daarna belandt hij in de Tweede Kamer.
In 1984 was 28 procent van de beroepsbevolking onder de 25 jaar werkloos, terwijl dit percentage voor de rest van de bevolking 17 procent was. Bij de jongeren onder 19 jaar is de werkloosheid echter gedaald. De Koning denkt dat dat ligt aan het feit dat men langer onderwijs blijft volgen en aan de daling van de wettelijke minimumjeugdlonen. Maar, n u zijn het juist de langdurig werkloze jongeren die een probleemgroep vormen: „Tegenwoordig is ruim veertig procent van de werkloze jongeren onder 25 jaar langer dan één jaar werkloos en dat is vooral de laatste twee tot driejaar snel toegenomen. Blijkbaar is het voor jongeren die al enige tijd werkloos ziJn moeilijk om te profiteren van de economische opleving: de daling van de werkloosheid gaat aan hen voorbij." De Koning vindt het zo belangrijk dat jonge mensen in ieder geval ervaring hebben in deelname aan het arbeidsproces, dat het hebben van werk vóór inkomen gaat: „Het moet voor hen belangrijker zijn om een baan te hebben dan om direct hoge eisen te stellen aan het inkomen dat men daarmee gaat verdienen." „Het kabinet vindt het dus een goede zaak als jongeren h u n eerste baan beginnen in functies van maximaal 32 uur." Waardoor de instroom van school naar het bedrijfsleven vergemakkelijkt kan worden. Ook het scheppen van zogeheten praktijkleerplaatsen, waarbij de werkgever alleen voor de produktieve uren een minimumloon zou moeten betalen, terwijl voor de overige uren een lagere vergoeding kan worden afgesproken, acht De Koning een regeling die het probleem van de werkloze schoolverlaters zou kunnen oplossen.
Jeugdwerkloosheid? Dat is n u toevallig. Eenjaar geleden onthulde het weekblad Vrij Nederland zeer geheime en persoonlijke notulen van een bijeenkomst van het kabinet, waarbij de ministers „met de benen op tafel" filosofeerden over het thema jeugdwerkloosheid. De aanleiding vormde een notitie van minister De Koning. Een buitengewoon ontmoedigend toekomstperspectief werd daarin voorgespiegeld, het ontstaan van een generatie die definitief buiten de arbeidsmarkt komt te vallen. Apathie, zelfdodingen en verslaving behoren tot de reële gevolgen van het falende kabinetsbeleid, voorspelde De Koning. En Lubbers moet hebben gezegd dat het treffen van ingrijpende maatregelen om de schoolverlaters aan het arbeidsproces te laten deelnemen niet moeten worden geschuwd. „Er is aangekondigd dat ik een inleiding zou houden, maar dat zal ik niet doen." Prof. dr. L. F. van Muiswinkel van de economische faculteit heeft er veel voor over om de lachers op zijn hand te krijgen. De zaal buldert n u al. In plaats van inleiden beschrijft hij de levensloop van de bewindsman. Het blijkt dat hij is opgegroeid in het Overijselse Zwartsluis, „een heldhaftig vestingstadje", hetgeen zijn licht oostelijke tongval verklaard. Een oud-oom van Van Muiswinkel was huisarts in Zwartsluis, komt de zaal te weten, en de hoogleraar zakt met zijn gevoel voor humor wel heel diep wanneer hij stelt dat het aan De Konings sterke gestel te wijten moet zijn, dat hij ondanks dat in leven is gebleven. De zaal geniet! Vanuit het weerbare stadje a a n de IJssel is De Koning n a a r Utrecht gegaan om sociale geografie te gaan studeren. „U heeft eens gezegd," weet Van Muiswinkel, „dat het voornaamste n u t van Uw studie het ontmoeten van uw vrouw op de collegebanken is geweest. Ook n u hebben veel studenten twijfels over h u n studie, u was uw tijd dus ver vooruit."
„Mijnheer de voorzitter." Deze uitspraak is blijkbaar een veelgebruikte stoplap in de spreekbeurten van de minister, maar tijdens de bijeenkomst a a n de VU, waar geen voorzitter bij aanwezig was, doet het de zaal enigszins vreemd aan. Het lichte gegiechel stoort hem echter allerminst: „Mijnheer de voorzitter, al is er enige reden tot tevredenheid, er is nog veel meer aanleiding tot verdergaande beleidsinspanningen. Met name voor jongeren zijn de vooruitzichten op de arbeidsmarkt nog allerminst gunstig."
Niets nieuws
Prof. L. F. van Muiswinkel sorgt er in sijn praatje vooraf voor dat de sfeer niet meer kapot kan als straks minister drs. Jan de Koning de tjokvolle collegesaal gaat toespreken. (Foto AVC/VU)
den en een stemmige stilte daalt neer wanneer het microfoontje uiteindelijk stevig genoeg aan de stropdas bevestigd is.
Herstel
„De vooruitzichten voor dit jaar wijzen op een aanhouden van het herstel van de werkgelegenheid," oordeelt De Koning, en om zijn publiek van de waarheid daarvan te doordringen zal hij eerst een beeld schetsen van de ontwikkelingen in de jaren zestig en zeventig. Na de uitbouw van het stelsel aan collectieve voorzieningen, de daarmee samenhangende stijging van de belasting- en premiedruk, de oliecrises, het oplopen van het financieringstekort en het buiten gebruik stellen van verliesgevende ondernemingen was de werkloosheid in 1983 - De Koning geeft het woord
collectieve lasten, het stroomlijnen van gedetailleerde wettelijke voorschriften, zodat de bedrijven flexibeler en concurrentievaardiger zouden worden en het verbeteren van de arbeidsmarkt, door arbeidstijdverkorting of het creëren van banen voor jongeren en langdurig werklozen. Of het beleid sinds de tweeënhalf jaar dat het in werking is ook werkelijk succesvol is geweest vindt De Koning moeilijk in te schatten maar: „Per saldo is m 1984 zowel een duidelijke verkleining van het tekort als een verlaging van de collectieve lasten gerealiseerd." Ook heeft het huidige regeerbeleid een stijging van het aantal werklozen met 150 duizend voorkomen, stelt hij, door de toenemende deeltijdbanen, een geïntensiveerd gebruik van de vervroegde uittreding, de VUT en de arbeidstijdverkorting.
Dat is nou jammer, lijkt de stemming in de zaal na afloop van het verhaal van De Koning te zijn, niets nieuws. De vragen gaan dan ook in meerderheid over andere zaken dan de bewindsman heeft aangegeven. Over het idee van een basisinkomen voor iedereen zegt hij: „Een fascinerend idee." Maar hij heeft bezwaren tegen de centrale functie die de overheid daarbij moet innemen. Bovendien vindt hij dat zo'n basisinkomen in ieder geval een bestaansminimum moet bevatten en niet, zoals in het huidige plan, rond de 800 gulden per maand moet komen te liggen. „Bovendien, een viije keuze tussen werken en niet-werken, is dat wel zo mooi?" Hij vergelijkt het basisinkomen met de mogelijkheid van vervroegd uittreden door mensen ouder dan 57,5 jaar: „Dat zijn mensen met een degelijke arbeidsmoraal, ik zie het aan mijzelf, ik ben net 57 geworden. Maar meer dan de helft werkt n u niet meer. Het aanbod aan voorzieningen blijkt de vraag ern a a r op te wekken." Na een lang aanhoudend applaus krijgt de minister een doos chocolade „Amsterdammertjes" aangeboden en een veel groter cadeau voor zijn vrouw: „Wij hoorden van uw secretaresse dat zij deze week jarig is." Omzoomd door organisatoren en een heuse cameraploeg verdwijnt de minister van sociale zaken de lift in. Wanneer na een halve m i n u u t de deur ervan nog niet dichtgaat ontstaat een lichte machtstrijd over wie eruit moet, één meisje is de klos. De deur sluit voor een bomvolle lift, terwijl achterin nog net de grijze lokken van De Koning, wat weggedrukt in een hoekje, te zien zijn. (A.B.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984
Ad Valvas | 544 Pagina's