Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 539
T
28 JUNI 1985
a mie van de universiteiten:
tekent dat de terugtrekt" kunnen dragen. Als dat d a n zo is, d a n is het mijn t a a k dat mogelijk te maken." Die repliek lijkt het s t a n d a a r d a n t w o o r d op d e s t a n d a a r d v r a a g a a n d e huidige minister v a n Onderwijs, drs. W. f. Deetman: de v r a a g n a a r d e achtergrond v a n d e HO AKnota. Dat is d e nota Autonomie en Kwaliteit, w a a r i n d e dere guleringsplannen voor het Hoger O nderwijs staan. A a n d e a n d e r e kant zijn er ook universiteiten die meer onder wijselementen in d e 'hoogkwali tatieve' aio willen steken. Krij g e n d e instellingen die vinden dat d e 'assistentinopleiding' veel onderwijs moet ontvangen tijdens d e vierjarige aanstelling d e ruimte om ïiun p l a n n e n voor e e n 'graduate school' te verwe zenlijken? Deetman: ,,Met betrekking tot d e t w e e d e fase is nu weinig ge regeld en dat zal ook straks zo zijn. Grote vrijheid voor d e in stellingen, dat is het kenmerk. In het wetsontwerp Beiaard wor den alleen maxima gesteld, grenzen die d e aio moeten be schermen, zodat hij bijvoor beeld niet verplicht k a n worden om meer d a n een kwart v a n d e tijd te besteden a a n het g e v e n v a n onderwijs. Als men vindt dat d e aio in het begin veel on derwijs moet volgen d a n k a n dat. Het hangt af v a n wat er wordt overeengekomen en dat kan v a n discipline tot discipline en v a n aio tot aio verschillen. Er zijn maxima, bijvoorbeeld d e duur v a n vier jaar. Maar men moet nu ook w e e r niet d e n k e n dat vier j a a r verplicht zijn, het m a g ook korter. W a a r het om g a a t is dat er inhoudelijk iets goeds tot stand komt. Binnen d e gestelde grenzen kunnen d e in stellingen hun g a n g g a a n . Daarom, zegt Deetman, is hij eerder dit j a a r gekomen met die notitie over d e profilering. ,,Daarin h e b ik tegen d e instel lingen gezegd dat ze, als ze willen streven n a a r e e n a a n t a l 'centres of excellence' het mij goed lijkt dat ze dat onderling afstemmen, zodat ze niet alle m a a l op hetzelfde punt a a n koersen. D a a r h e b b e n w e in Nederland weinig a a n . Maar ze h e b b e n d e vrijheid om bij d e inrichting v a n d e t w e e d e fase hun eigen accent te leggen. Ik vind niet dat je dat als minister moet aanwijzen."
Relatie Het onderwijs e n met n a m e het wetenschappelijk onderwijs moet meer aansluiten op het be drijfsleven. Die boodschap wordt door d e minister d e laat ste tijd, zeker n a d a t hij het 'he renakkoord' met d e onderne mers sloot, frequent verkondigd. Maar hoe ver moet dat g a a n ? Worden er dadelijk nog aUeen opleidingen b e t a a l d w a a r v a n het bedrijfsleven profijt heeft? ,,Voor d e eerste fase geldt dat zeker niet en voor d e tweede fase trouwens ook niet. Alleen voor d e specifieke beroepsop leidingen komen d e kosten voor d e deelnemer. De hele onder zoekers en ontwerpersoplei ding wordt door het departe ment b e t a a l d e n door n i e m a n d a n d e r s . Dat wil zeggen dat d e WOinsteUingen d e volledige vrijheid h e b b e n er in te stoppen wat ze wUlen. Ik begrijp die kri tiek niet. De instellingen worden beslist niet a a n het bedrijfsleven gekoppeld. Als het bedrijfsleven iets wil doen met d e ontwerpers of aioopleiding d a n moet dat iets aanvullends zijn gastdo centen, stageplaatsen, a p p a r a tuur. Maar ik stel nadrukkelijk dat wat d e invulling betreft d e vrijheid geheel bij d e instellin gen ligt." Vraag blijft d a n wel wat er nu precies onder het zo sterk ge p r o p a g e e r d e aansluiten op het bedrijfsleven verstaan moet worden. Dat k a n d e minister ook niet exact a a n g e v e n . ,,Ik noem het e e n wisselwerking, een sa menspel, waarbij men niet con creet k a n zeggen tot hier en niet verder." Deetman k a n zich voorstellen dat het voor het be drijfsleven interessant is om met d e universiteiten en TH's s a m e n te werken, d a a r zit tenslotte d e kennis. En het omgekeerde k a n even goed Want er zijn ook be drijven met grote wetenschap pelijke afdelingen w a a r m e n
Foto Bram d e Hollander
heel wat v a n k a n leren. ,,De wisselwerking lijkt me als zoda nig waardevol. Als er e e n ont werpersopleiding komt dan moet die toch maatschappelijk erkenning krijgen. Je wilt toch niet het risico lopen dat iemand die als ontwerper op e e n TH is afgestudeerd te horen krijgt 'wat is dat voor e e n fenomeen, wat stelt dat voor'? De verant woordelijkheid voor d e oplei ding Ugt bij d e instellingen, dat h e b ik d e werkgevers duidelijk gemaakt. Maar d e WO instellin g e n zijn g e e n eilandje, g e e n pe dagogische provincie, om met d e woorden v a n Van Kemena d e te spreken. We mogen wel e e n s kijken w a a r d e samenle ving behoefte a a n heeft." De aansluiting tussen onder wijs, onderzoek e n arbeidsleven is in het g e d r a n g gekomen.
Foto Bram d e Hollander
vindt Deetman. ,,Dat is zeker niet aUeen d e schuld v a n het onderwijs. Er zijn twee partijen in het geding, die h e b b e n beide boter op het hoofd. Die relatie moet weer worden versterkt. Als minister moet je daarbij e e n in termediaire rol spelen. Hoe? We
zijn druk d o e n d e om e e n a a n t a l zaken uit te werken. Maar ik aarzel om daarbij structuren te scheppen. G e e n commissies, zo heeft dat vroeger ook niet ge werkt. Als die ontwerpersoplei ding er e e n m a a l is, ontstaat d e relatie vanzelf."
Nieuwe visie op gynaecologieonderricht
De vrouw als deskundige over haar eigen lichaam Medicijnen studenten zullen voortaan g y n a e c o logisch onderzoek kunnen oefenen met instruc tiepatiënten. Deze vrouwen zullen d e studenten uitleg geven tijdens en over het inwendig on derzoek. Veel a a n d a c h t zal worden besteed a a n d e gevoelens, zowel bij patiënte als bij d e a a n s t a a n d e arts, die rond het onderzoek v a n geslachtsorganen e e n rol kunnen spelen. A a n d e medische faculteit zal in augustus met het At{gemeen) C O s c h a p e e n nieuwe vorm v a n onderwijs worden geïntrodu ceerd a a n vijfdejaars studen ten. De bedoeling is dat studen ten ervaring opdoen met alge m e e n lichamelijk onderzoek vóórdat ze tijdens hun co s c h a p p e n met echte patiënten te m a k e n krijgen. In aansluiting op eerdere theoretische studie onderdelen worden, in kleine groepjes, technische vaardig h e d e n a a n g e l e e r d . O m te leren h o e organen als ogen, oren, hart en longen onderzocht moe ten worden, zuUen d e studenten op elkaar oefenen. Voor het gy naecologisch onderzoek echter zal gebruik g e m a a k t worden v a n instructiepatienten. Instructiepatiènten zijn vrou wen, die via e e n korte training zijn opgeleid om in oefensessies met studenten zich te laten on derzoeken en daarbij tevens als docente optreden. Thea Duk kers van Emden, medewerkster vrouwenstudies v a n d e medi sche faculteit legt uit w a a r o m het werken met instructiepatiën ten een verbetering betekent binnen d e medische opleiding. ,,Op dit moment leren studenten gynaecologisch onderzoek op e e n n a g e b o u w d bekken, e e n zgn. fantoom. Dat betekent dat ze p a s voor het eerst een echt inwendig onderzoek verrichten tijdens hun coschappen bij (po Ii)klinische patiënten. Je kunt je voorstellen dat dit g e e n optima le leersituatie is," vindt me vrouw Dukkers v a n Emden. ,,De
Loes Singels meeste patiënten vinden het on derzoek g e e n pretje, zij zijn ner veus e n g e s p a n n e n . Bovendien weet je in het begin eigenlijk niet wat je doet. Je stopt je vin ger erin en denkt 'hier moet er g e n s d e b a a r m o e d e r zitten e n d a a r d e eierstokken'. De g y n a e ' coloog staat erbij en vertelt je ^A^at je zou moeten voelen. Deze rol g a a t d e instructiepatiënt overnemen. De vrouw wordt ge mtroduceerd als deskundige op het gebied v a n h a a r eigen li c h a a m . Dat is echt e e n nieuwe visie in het medisch onderwijs." Een belangrijk aspect is dat d e instructiepatiënten kunnen uit leggen wat het gynaecologisch onderzoek voor vrouwen bete kent. Vrouwen voelen zich v a a k kwetsbaar door d e positie die ze tijdens het onderzoek moeten innemen en door het feit dat meestal manneüjke artsen het onderzoek verrichten. Maar ook studenten vinden dit soort on derzoek moeilijk. Tijdens het ALCOschap zal a a n dit soort gevoelens ruim a a n d a c h t wor d e n besteed. Volgens Thea Dukkers v a n Emden k a n eigen lijk p a s e e n goed technisch on derzoek worden verricht, als studenten met deze gevoelens kunnen o m g a a n . ,,Het g y n a e c o logisch onderzoek is zowel voor d e a a n s t a a n d e arts als voor d e patient e e n emotioneel b e l a d e n zaak. Angst, onzekerheid e n schroom werken belemmerend
op het a a n l e r e n v a n d e techniek v a n onderzoek. Studenten moe ten eerst deze gevoelens leren onderkennen". Het idee te g a a n werken met instructiepatiënten is overge nomen v a n d e Universiteit v a n Groningen, w a a r in 1982 met dit soort onderwijs is gestart. D a a r h a d men gemerkt dat coassis tenten bij interne geneeskunde d e vrouwelijke patiënten niet al tijd inwendig onderzochten, ter wijl dit wel bij het s t a n d a a r d onderzoek hoorde. Veel coas sistenten durfden het gewoon niet. O p d e VU is hierover niets bekend, aldus Thea Dukkers v a n Emden. Een probleem is hier, dat d e co s c h a p p e n gynaecologie p a s a a n het eind worden gelopen. Vóór die tijd wordt in a n d e r e praktijksituaties echter wel v a n d e studenten verwacht dat zij e e n gynaecologisch onderzoek kunnen verrichten. O ok dit pro bleem wordt nu o n d e r v a n g e n door het inschakelen v a n in structiepatiënten. Hoewel het in d e bedoeling ligt dat d e instruc tiepatiënte ook als docente g a a t optreden, wordt niet v a n h a a r verwacht dat zij medisch ge schoold is. Tijdens e e n training v a n 40 uur zal h a a r d e nodige basiskennis worden bijgebracht. Haar be langrijkste inbreng bHjft uitein delijk d e kennis v a n h a a r eigen lichaam en het kunnen over b r e n g e n v a n h a a r gevoelens a a n d e studenten. ,,Vrouwen die zich als instructie patiënte beschikbaar stellen, d o e n dat vooral uit d e motivatie d e houding v a n mannelijke art sen te v e r a n d e r e n zodat deze d e vrouwelijke patiënte meer in h a a r w a a r d e laat," aldus Thea. Door a a n d e a a n s t a a n d e artsen duidelijk te m a k e n hoe zij het inwendig onderzoek ervaren hopen zij hiertoe te kunnen bij d r a g e n en hen te leren hoe zij d e patiënten op hun g e m a k kun nen stellen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984
Ad Valvas | 544 Pagina's