Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 248

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 248

10 minuten leestijd

AD VALVAS — 11 JANUAR11985

8

Werkgevers willen meer tweede fase-opleidingen De werkgevers willen meer, naar inhoud en duur verschillende tweede fase opleidingen dan minister Deetman voor ogen staat. In een nota aan de bewindsman pleit de Raad van de Centrale Ondernemingsorganisaties, waarin de centrale werkgeversorganisaties samenwerken, ervoor dat hij naast een vierjarige ook een tweejarige onderzoekersopleiding instelt. Verder moeten er volgens de werkgevers een tweede fase opleiding tot technologisch ontwerper (2 jaar), tot bedrijfskundige (1 en 2 jaar) en tot accountant komen. Zij laten de minister verder weten er niets voor te voelen financieel aan deze opleidingen bij te dragen. „Het is nadrukkelijk de taak van de overheid om zorg te dragen voor beroepsvoorbereidend onderwijs; inclusief de financiering daarvan," aldus de werkgevers in hun nota. „De Raad van de Centrale Ondernemingsorganisaties uit forse kritiek op de door minister Deetm a n voorgestelde invulling van de tweede fase. Die wordt gekarakteriseerd als een „minimum aanpak". Wat de onderzoekersopleiding betreft, waarvoor de assistenten-in-opleiding zijn bedacht, vinden de werkgevers dat veel te veel het accent gelegd wordt op het promotie-onderzoek, dat drie of vier jaar moet duren. „Over

technologisch ontwerpen wordt nauwelijks gesproken. Alle voorstellen van de universiteiten en hogescholen tot niet met name in de wet genoemde tweede fase beroepsopleidingen zijn verworpen, terwijl verder voorgesteld wordt de universitaire accountantopleiding niet als tweede fase opleiding te gaan uitvoeren. Bovendien is niet voorzien in diploma's voor kortere dan de tot promotie leidende opleidingen," zo vatten

A damse universiteiten samen in stichting voor de pers Het Instituut voor Perswetenschap aan de Universiteit van Amsterdam en de Nederlandse Persbibliotheek, ook in Amsterdam, zijn opgegaan in de nieuwe stichting „Het Persinstituut". De curatoren van beide stichtingen besloten tot de samenvoeging tot één instituut voor „openbare communicatie en informatievoorziening" om het werk meer op elkaar af te stemmen en daarbij de beide Amsterdamse universiteiten te betrekken. Voor de VU betekent dit dat samenwerking met de vakgroep communicatiewetenschappen. In

Twee diensten één in Gebouwendienst Sinds het begin van het nieuwe jaar zijn de dienst Gebouwenbeheer en de dienst GITM (bouwzaken) samengevoegd tot één Gebouwendienst. De leiding van de Gebouwendienst is opgedragen aan een managementteam van de drie beheerders van resp. het hoofdgebouw, medische faculteit en de faculteit wiskunde en natuurwetenschappen, samen met het hoofd van de Centrale Gebouw Techniek, dat voorzitter van het team is.

de toekomst is samenwerking met andere instellingen voor wetenschappelijk onderwijs niet uitgesloten. Daarvoor zullen dan contracten worden gesloten. De nieuwe stichting richt zich op het leveren van bijdragen tot wetenschappelijke studie, onderzoek, documentatie en opleiding op het terrein van de openbare communicatie en informatievoorziening. Vooralsnog is gekozen voor een driehoofdige leiding van „Het Persinstituut". Prof. dr. J. J. van Cuilenburg (VU) zal zich vooral met de leiding van het onderzoek belasten, terwijl zijn collega van de Universiteit van Amsterdam, prof. dr. D. Mcquail het totale gebied van documentatie en bibliotheekbeheer primair onder zijn vleugels neemt. Als derde lid van de directie wordt benoemd de wetenschappelijke hoofdmedewerker aan de UvA drs. F. Kempers, die onder meer de redactie van het tijdschrift „Gazette" en de cursus voor wetenschapscorrespondenten zal gaan verzorgen. Behalve de hoofdstedelijke universiteiten nemen in de stichting deel de Vereniging „De Nederlandse Dagbladpers", de Nederlandse Organisatie van Tijdschriftuitgevers, de Nederlandse Vereniging van Journalisten, de gemeente Amsterdam, de katholieke universiteit van Nijmegen en de stichting „Het Nederlands Persmuseum". Mr. J. J. Nouwen, vice-voorzitter van de Nederlandse Dagbladpers, is voorzitter van het curatorium van de nieuwe stichting. Secretaris is W. G. Klinkenberg, vicevoorzitter van de Vereniging van Journalisten. (Red.).

zij h u n kritiek samen. Het gevolg van een dergelijke benadering is, dat het aantal studenten dat tot de tweede fase kan worden toege^ laten klein is.

Korten

"^

Uitgaande van de behoeften van het bedrijfsleven, pleiten de werkgevers dan ook voor meer en korter dan vier jaar durende beroepsgerichte opleidingen. Daarbij denken zij zeker aan een opleiding tot technologisch ontwerper, iemand „die middels een methodische benadering, waarbij met de diverse - vaak tegenstrijdige - verlangens rekening gehouden wordt, een vertaling maakt van functionele en marktbepaalde eisen n a a r technische oplossingen." Deze ontwerperopleidingen moeten naar de mening van de werkgevers aan de TH's gelokaliseerd worden, hoewel zij niet uitsluiten dat op een beperkt aantal plaatsen aan universiteiten eveneens dergelijke opleidingen tot stand komen. Zij denken daarbij voor de afdelingen informatica, elektrotechniek, natuurkunde, scheikunde en werktuigbouwkunde a a n hoogstens 10 ontwerprichtingen. Naast de onderzoekersopleiding die wordt afgesloten met een promotie en drie of vier jaar duurt, moet er in de visie van de werkgevers ook een tweejarige onderzoekersopleiding komen. „In verge-

üvA-geologen verliezen geding De twaalf geologen van de Universiteit van Amsterdam die zich tegen overplaatsing naar de VU verzetten hebben het kort geding dat zij aanspanden tegen de staat en de VU verloren. De president van de Amsterdamse rechtbank mr. B. J. Asscher concludeerde dat van de twaalf UvA-medewerkers door de VU slechts erkenning van en respect voor het christelijke karakter van de universiteit wordt verlangd, „een eis die niet in strijd is met enig grondrecht". De UvA-medewerkers stapten n a a r de rechter omdat zij, nu de geologiestudie aan h u n Instelling wordt opgeheven als gevolg van de bezuinigingen van minister Deetman en zij zich gedwongen voelen overgeplaatst, niets met de christelijke VU-doelstelling van doen willen hebben. De VU heeft hen in het overleg over de kwestie de mogelijkheid geboden tot 1 januari 1989 - een jaar nadat geologie aan de UvA moet zijn opgeheven - bij haar gedetacheerd te worden en dus bij h u n eigen universiteit zolang in dienst te blijven. Uiterlijk in 1987 zouden zij dan moeten besluiten of zij na afloop van die periode bij de VU in dienst zouden willen treden. Mede daarom oordeelde de rechtbankpresident dat het belang van de eisers te gering is in verhouding tot de door de minister noodzakelijk geachte opheffing van UvA-medewerkers is voorzien. De geologen van de zusteruniversiteit hadden de sluiting van de studierichting allereerst aangevochten. In wezen ging het hen echter om het bijzondere karakter van de VU. (J. v.d. V.)

lijking met de promovendus wordt hij daarbij niet zozeer een specialist in een bepaald deel van een vakgebied. Hij wordt wel breed inzetbaar op onderzoeksfuncties," zo wordt in de nota gesteld. Hoewel de nadruk van deze opleidingen op de universiteiten zal liggen, moeten ook de TH's twee- en vieijarige onderzoekersopleidingen kunnen instellen. Tot de onderzoekers- en ontwerpersopleidingen dient zeker 25 percent van de afgestudeerden van de eerste fase opleidingen in de technische en natuurwetenschappelijke richtingen toegelaten te worden. Naast de onderzoekers- en ontwerpersopleiding zien de werkgevers de bedrijfskundige beroepsopleiding voor studenten die in de eerste fase geen bedrijfskunde gedaan hebben en de accountancyopleiding als onmisbare tweede fase opleidingen. Een eenjarige bedrijfskunde-opleiding zou moeten opleiden voor technisch-commerciële functies en een tweejarige opleiding voor algemene managementfuncties. Voor deze opleidingen moeten twee instituten gecreëerd worden, waarvan er een aan een universiteit en een a a n een TH gesitueerd wordt.

Selectie Tot de tweede fase mogen n a a r de mening van de werkgevers alleen zeer goede academici worden toegelaten. De selectie moet gebeuren door middel van een sollicitatieprocedure waarbij gekeken wordt naar kennis, intelligentie en creativiteit. Wie een tweede fase opleiding gevolgd heeft, krijgt een diploma. Degenen die de onderzoekers- en ontwerpersopleiding volgen, moeten, zoals ook de bedoeling is voor assistenten-in-opleiding, salaris ontvangen. Omdat de werkgevers ook wel inzien dat niet veel

goede academici bereid zijn tegen een schamel bedrag de tweede fase opleidingen te volgen, pleiten zij voor een hoger salaris dan de 1500 bruto per maand die minister Deetman in het eerste jaar voor de assistenten-in-opleidingen in gedachten heeft. Zij motiveren dit hogere salaris door erop te wijzen dat de onderzoekers en ontwerpers in spe een bijdrage leveren aan het onderwijs en de wetenschap. Voor niet-produktieve studenten, zoals degenen die vanuit een andere studie bedrijfskunde gaan volgen, moet een aangepast beurzenstelsel komen. De werkgevers zijn echter niet van plan om zelf financieel aan de tweede fase bij te dragen. Op de eerste plaats is het de taak van de overheid om voor beroepsvoorbereidend onderwijs te zorgen, op de tweede plaats is niet uit te maken welk bedrag een individueel bedrijf zou moeten betalen en op de derde plaats zou zo'n bijdrage een ontoelaatbare lastenverzwaring voor het bedrijfsleven betekenen, menen zij. Vooral omdat door het invoeren van korter durende opleidingen er veel minder vierjarige opleidingen nodig zijn, menen de werkgevers dat h u n voorstellen niet duurder hoeven te zijn dan die van minister Deetman. Wanneer dat wel het geval is, dan moet dat extra geld binnen de begroting van OW gevonden worden. Met nadruk wijzen de werkgevers erop dat opleidingen zoals h u n die voor ogen staan niet in het kader van postacademisch onderwijs gerealiseerd kunnen worden, een mogelijkheid die Deetman niet uitsluit. Een tweede fase dient logisch aan te sluiten op de eerste fase en het post-academisch onderwijs is nooit voor zulke, relatief durende beroepsopleidingen bedoeld geweest, redeneren de werkgevers. (UP, Jos Veldhoven)

TNO gaat meer jonge academici en HBO'ers werven De organisatie voor toegepast natuurwetenschappelijk onderzoek TNO gaat dit jaar een groter aantal jonge academici en hbo'ers werven dan voorheen. Binnenkort zal het onderzoekinstituut beginnen met een systematische wervingscampagne. De organisatie heeft 120 tot 150 nieuwe, meest jonge academici nodig. Tevens zal een groter aantal medewerkers met een hogere beroepsopleiding worden aangetrokken. TNO is vooral geïnteresseerd in pas afgestudeerden op het gebied van de industriële technologie, informatica, materiaalkunde en bio(proces)technologie. De nieuw aan te trekken krachten kunnen n a een aantal jaren bij TNO werkzaam te zijn geweest

ofwel doorstromen n a a r het bedrijfsleven ofwel binnen de organisatie een geschikte functie krijgen. TNO beoogt hiermee een betere aansluiting bij de markt. Ir. W. de Jong, voorzitter van de raad van bestuur, is van mening dat het onderwijs in ons land te weinig mensen met de desbetreffende kennis en kunde aflevert. Bovendien krijgt het wetenschappelijk onderwijs niet de ruimte om ook op langere termijn a a n die vraag te voldoen. Arbeidstijdverkorting voor de genoemde categorieën hooggeschoolden werkt volgens de TNOtopman averechts. Het is zijns inziens veel beter om te streven n a a r flexibele arbeidsduur met de daaraan gekoppelde beloningsstructuur. Op die manier kan het beschikbare, schaarse potentieel a a n specialisten beter worden ben u t . Dit biedt op termijn positieve gevolgen voor de werkgelegenheid in algemene zin. De Jong. (ANP).

Korting studentenvoorzieningen gaat definitief niet door De korting op de studentenvoorzieningen met 5 miljoen gaat in 1985 definitief niet door. Tijdens de stemmingen over de onderwijsbegroting n a m de Tweede Kamer een motie van de VVD'er Pranssen aan, waarin wordt uitgesproken dat 5 miljoen gulden van wat aanvankelijk op de begroting stond voor de bureaus van de universiteiten en hogescholen moet worden gebruikt voor studentenvoorzieningen. De centrale diensten van de instellingen krijgeu daarnaast nog een korting van 5 miljoen te verwerken. Dat is het gevolg van het met steun van de VVD aangenomen amendement-Niessen (PvdA), waarin dit bedrag wordt

overgeheveld naar het HBO. In beide gevallen stemde het CDA tegen. Ook vorig jaar zorgden PvdA en VVD voor een bezuiniging op de universiteitsbureaus, waarover beide partijen van mening zijn dat zij het met minder geld moeten doen. Die opstelUng kwam h u n toen op forse kritiek te staan, niet in de laatste plaats van Deetman zelf, die ogenblikkelijk beloofde de korting in 1985 weer ongedaan te maken. Deetman hield woord, m a a r PvdA en VVD besloten om opnieuw een korting, van in totaal 10 miijoen, in de begroting a a n te brengen. (Bert Bakker, UP)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 248

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's