Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 147

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 147

9 minuten leestijd

7

AD VALVAS ~ 26 OKTOBER 1984

Nette en ontoelaatbare gezinnen Morele en normatieve gedragsvoorschriften kennen een al eeuwenlang hardnekkig bestaan. In veel gevallen is het bij vermanende raadgevingen gebleven. In de negentiende eeuw gaan die gedragsvoorschriften functioneren als basis voor een actieve gezinspolitiek. In een dissertatie beschrijft de sociologe Ali de Regt de ontwikkeling van het arbeidersgezin als een proces van toenemende civilisering: er ontstond een huiselijker, ordelijker en geregelder gezinsleven. In het eerste gedeelte van het boek worden die veranderingen in het gezin vooral gerelateerd aan de in het begin van die periode - De Regt onderzoekt de iseriode 1870-1940 - optredende indu-

strialisering. Het moderne, kapitalistische produktie-proces vereiste van de arbeiders een meer gedisciplineerde levenswijze. Ook werd de functie-scheiding tussen m a n en vrouw bewerkstelligd. De m a n werd kostwinnaar terwijl de vrouw de taak kreeg om het huiselijk leven zo aangenaam te maken dat de man er rustig weer op krachten kon komen. Behalve de m a n uit de kroeg, moesten de kinderen van de straat gehouden worden. Doordat de taak van de vrouw uitsluitend binnen het gezin gesitueerd werd, kon zij meer aandacht besteden aan de opvoeding van de kinderen. Het tweede gedeelte van het boek is het beste en het meest opmerkelijke. Het laat zien dat al die

gezinsveranderingen niet als vanzelf optreden, gedreven door de economische ontwikkelingen, m a a r voor een groot deel bewerkstelligd werden door professionele groeperingen die een combinatie van dwang en zorg uitoefenden. In een aantal case-studies laat Ali" de Regt gedetailleerd zien hoe zoiets in zijn werk gaat. De individualiserende praktijken van de armenzorg zijn misschien nog het meest bekend. De bedeling vond plaats n a een onderzoek n a a r de levensomstandigheden van het gezin, door speciale armbezoekers. De hoogte van het uitgekeerde bedrag was afgestemd op de wil en de mogelijkheid van arbeidersgezinnen om h u n levenswijze te verbeteren. Minder bekendheid geniet het optreden van woningopzichteressen. De bouw van arbeiderswoningen in de 19e en 20e eeuw, met h u n gescheiden slaapvertrekken, h u n afzonderlijke keuken, h u n licht en lucht, hadden tot doel de huiselijkheid te versterken. De woningopzichteressen moesten er op toezien dat die woninginde-

ling niet misbruikt werd. Door h a a r „persoonlijk contact" met de bewoners, werd zy in staat geacht hen de principes van een „behoorlijke" bewoning bij te brengen. Als gevolg van dat strakke normenstellende denken, vielen er bijna automatisch mensen uit de boot. Het onderscheid tussen „nette" en „ontoelaatbare gezinnen" werd geconstrueerd. Giezinnen wier gedrag niet werd beschouwd als fatsoenlijk en respectabel werden geïsoleerd ondergebracht in aparte woonwijken. Daar werden zij aan een verdergaande regulering onderworpen. In Amsterdam had je de verblijven Asterdorp en Zeeburgerdorp. Wie denkt dat het hier gaat om toestanden uit een heel ver verleden, die vergist zich. Het probleem van de ontoelaatbare gezinnen werd pas n a de Eerste Wereldoorlog als zodanig geformuleerd, en de opheffing van die aparte woonwijken vond pas tijdens de Tweede Wereldoorlog plaats.

BOEKENTIJDSCHRIFTEN Dat is misschien ook de belangrijkste verdienste van het boek van Ali de Regt: het in de herinnering brengen van recente stukjes geschiedenis, waarvan we het bestaan niet of nauwelijks besef d hebben. Het gaat hier niet om „grote" politiek, maar om „kleine" politiek: de interventie in levenspatronen. En misschien is deze poUtiek voor de ontwikkeling van een natie wel van het meeste belang. (K.N.) AU de Regt; arbeidersgezinnen en beschavingsarbeid, ontwikkelingen in Nederland 1870-1940. Uitgeverij: Boom.

Democratisering van de technologische ontwikkeling Wetenschap en samenleving is in tien jaar tijd van een kritische wetenschapsbenadering geëvolueerd tot een volwaardige wetenschappelijke discipline. De voormalige aktievoerders staan in de rij om de doctorsbul in ontvangst te nemen. Twee weken geleden was de beurt aan Loet Leydesdorff, biochemicus en filosoof aan de Universiteit van Amsterdam. Hij promoveerde op het proefschrift: „Werknemers en het technologisch vernieuwingsbeleid". Hij stond aan de wieg van de W en S studieprogramma's en de wetenschapswinkel van de UvA. Inmiddels is daar de vakgroep Wetenschapsdynamica zo ver gevorderd dat het W en S onderzoek in de voorwaardeUjke financiering is opgenomen. Het proefschrift is uitgegeven door de Horstink met subsidie van het Directoraat-Generaal Wetenschapsbeleid. Het boek gaat over de Invloed die werknemers kunnen uitoefenen op technologische vernieuwingen. Telt voor het management in eerste instantie verhoging van het rendement, voor werknemers is het ook van belang dat door innovatie de arbeidsomstandigheden verbeteren en de werkgelegenheid niet in gevaar komt. Het boek is een verslag van een jarenlange samenwerking van

onderzoekers van de UvA (en andere universiteiten) en de bedrijfsledengroep van de FNV bij AKZO-Chemie in Amsterdam (de voormalige Ketjen fabriek). De probleemstelling van het boek is samen te vatten in het „dilemma van CoUingridge": In vroege fasen van technologische ontwikkeling als deze nog goed stuurbaar is, zijn de maatschappelijke belangen erbij onvoldoende ontwikkeld om zich te laten gelden; in latere fasen, als de stuurbaarheid sterk afneemt, kunnen de inmiddels zichtbaar geworden sociale gevolgen moeilijk meer op de technologische ontwikkeling worden teruggekoppeld. Uit het boek blijkt inderdaad dat slechts in een beperkt aantal gevallen arbeiders invloed konden uitoefenen op het technologisch beleid van de AKZO en wel in die gevallen waar het management twijfelde over wat de beste beslissing zou zijn. Het boek begint met een samenvatting van theorieën over technologische ontwikkeling. Zoals bij veel van dit soort boeken wordt vooral teruggegrepen op Habermas. Leydesdorff doet nogal plichtmatig een beroep op deze neo-marxistische denker: „Hoewel onze vraagstelling verwantschap vertoont met die van Habermas, zullen we diens uitwerkingen daarvan derhalve weinig

kunnen gebruiken" (pag. 69). Voor een proefschrift moge een dergelijke theoretisch onderbouwing zinvol zijn, in een populaire versie fungeert hij als een rijstebrijberg, waar je je door heen moet eten, voordat het leuk wordt. De beschrijving van het AKZOproject laat zich uitstekend lezen en is mijns inziens een goed voorbeeld van hoe samenwerking tussen wetenschappers en klanten in een wetenschapswinkelproject gestalte kan krijgen. In dit gedeelte wordt ook uiteengezet hoe sterk en verfijnd de greep van het management van een kennis-intensieve multinational op het onderzoeks- en innovatieproces is. Aan het eind van het boek geeft Leydesdorff een aantal aanbevelingen hoe de invloed van maatschappelijke groeperingen op de (onvermijdelijke) technologische ontwikkeling zou kunnen worden vergroot. Hij gaat hierbij uit van de bestaande situatie, inclusief het recht op geheimhouding van onderzoeksgegevens door bedrijven. De overheid zou een bemiddelende rol moeten spelen in dit inspraakproces, middels een op te richten staatssecretariaat voor herindustrialisatie. Afgezien van deze organisatievorm komen zijn aanbevelingen realistisch over en lijken ze een goede

aanzet voor de noodzakelijke democratisering van technologische ontwikkelingen. (M. de H.)

Godin van de wrekende gerechtigheid In de ene hand een weegschaal, in de andere hand een zwaard; een blinddoek om het hoofd opdat in alle onpartijdigheid recht wordt gesproken. Het is het bekende plaatje van Vrouwe Justitia die in de Griekse mythologie gepersonificeerd wordt in de figuur van Themis. In dat geblinddoekte zit echter niet alleen h a a r kracht Advertentie

m a a r ook h a a r zwakte: ze houdt zich blind voor de maatschappelijke situatie waarin al dat onrecht zich voltrekt (voorbeeld: iedereen is voor de wet gelijk; landloperij is voor iedereen verboden). Om die reden heeft de redactie van het nieuwe tijdschrift over vrouwen en recht niet deze Themis maar h a a r collega Nemesis, de godin van de wrekende gerechtigheid, genomen voor de naamgeving van het blad. „De opstandige Nemesis inspireert ons meer dan h a a r achtemicht Themis die, gevoelig als zij is voor de letter van de wet, een n a a r onze smaak wat al te wrijvingsloze vrijage is aangegaan met het juridische establishment," schrijft de redactie in het eerste nummer. Uit dit citaat blijkt al dat het blad op z'n minst een ambivalente houding aanneemt ten opzichte van het heersende rechtssysteem. Enerzijds schrijft het over de mogelijkheden voor vrouwen binnen de huidige rechtsregels. Zo geven Nora Holtrust en Ineke de Hondt een overzicht van de rechtspositionele bepalingen van de af roepcontractante, het werken op afroep dat voornamelijk door vrouwen wordt gedaan, rpet als conclusie: „De afroepcontractantes

zelf halen niet het onderste uit de juridische kan." Het blad geeft over dit soort onderwerpen informatie waar (vooral) vrouwen h u n voordeel mee kunnen doen. Maar anderzijds is de redactie van Nemesis van oordeel dat het huidige juridische systeem een rechtsideologische vlag kan zijn waaronder de systematische ongelijkheid van mannen en vrouwen in het recht gestalte krijgt. „Onder het motto van de rechtsgelijkheid van individuen dreigt het recht vrouwen als onderdrukte collectiviteit te blijven negeren en de voortbestaande maatschappelijke achterstelling van vrouwen met een nieuwe mantel der liefde te bedekken. Zo bezien betekent formele rechtsgelijkheid een vorm van optisch bedrog, een cosmetische ingreep, die momenteel dan ook wreed wordt verstoord door de maatschappelijke realiteit. Onder invloed van de crisis waarin de economie en 'verzorgingsstaat', zich bevinden, worden vrouwen weer huiswaarts gezonden, langs een weg geplaveid met kostwinnersbegrippen, draagkrachtbeginselen, 'echte minima' en 'relatieve behoeften'." In een bijdrage van Marjet Gun-

ning wordt de bovengenoemde ambivalentie theoretisch uitgewerkt. Dat mondt uit in de volgende onderzoeksvraag die voor verdere theorievorming van belang zou kunnen zijn: „Hoe kunnen we verklaren dat het juridische begrip 'gelijkheid' niet zonder meer strekt tot het 'opheffen van ongelijkheid tussen mannen en vrouwen?" De achterliggende suggestie is onder meer dat het huidige recht niet alleen verschillend spreekt over mannen en vrouwen, maar ook soins zwijgt over een aantal structureel ongelijke posities van mannen en vrouwen. Rechtspolitiek en rechtspraktijk vormen al met al terreinen waarop de belangen van vrouwen in toenemende mate inzet zijn van krachtmetingen. Op de politieke agenda van de vrouwenbeweging prijken dan ook steeds vaker ontmoetingen met de wetgever: over strafrechterlijke strijdpunten als abortus, verkrachting en pornografie, over familierechtelijke kwesties als het omgangsrecht, over het kostwinnersbeginsel, etcetera. In het eerste nummer van Nemesis staan in de rubriek Kronieken daarover al zeer informatieve artikelen

Loet Leydesdorff: Werknemers en het technologisch vernieuwingsbeleid. Uitgegeven door De Horstink, Amersfoort. 315 pagina's. Prijs 35 gulden.

Nog iets over de vormgeving. Nemesis is gezet in een nogal smalle, hoge schreefloze letter waardoor je tamelijk onrustig wordt en waardoor na vier bladzijden lezen alles gaat dansen en draaien. En dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn. (W. C.) Nemesis, tijdschrift over vrouwen en recht, verschijnt zes maal per jaar en wordt uitgegeven door Ars Aequi (Antwoordnr. 376, Nijmegen). Een jaarabonnement kost / 37.50.

Afspraken met Indonesië Tijdens zijn bezoek aan Indonesië heeft minister Deetman overeenstemming bereikt met zijn Indonesische collega Otosusanto over een procedure die moet leiden tot de wederzijdse erkenning van diploma's en graden in beide landen. Bovendien zal de samenwerking op onderzoeks- en onderwijsgebied worden uitgebreid. Er komen voorzieningen van Nederlandse kant om door Indonesië geselecteerde studenten in Nederland volledige academische opleidingen te laten volgen. Het omgekeerde zal ook gelden voor Nederlandse studenten die naar Indonesië willen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 147

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's