Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 52

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 52

8 minuten leestijd

AD VALVAS — 7 SEPTEMBER 1984

8

„Ik heb indertijd over de geschiedenis van de juridische faculteit geschreven en daar heb ik in gezegd dat het voor de faculteit gemakkelijk was dat ze een manusje van alles hadden." Zio karakteriseert de afscheid nemende professor Isaac Arend („lekje") Diepenhorst zichzelf. Kleurrijk, markant, een gezichtsbepaler van de VU, dat zijn de associaties die bij de naam Diepenhorst al snel naar boven komen; communistenvreter, zo zal hij bij anderen in de herinnering geboekstaafd blijven. De nu 68-jarige Diepenhorst was oorspronkelijk tot zijn 70-ste benoemd, maar de VU heeft zich onder een regeling gesteld om hoogleraren al bij hun 65-ste te laten afvloeien en Diepenhorst was die leeftijd al ruimschoots gepasseerd. Is het afscheid een beetje tegen zijn zin? Diepenhorst: „Ik heb er nooit om gevraagd, zo staat het. Ik zou gebleven zijn, tenzij ze me weggetreiterd hadden, maar ja daar heb ik het al zo lang voor uitgehouden." Nu hij met emeritaat is gaat hij zich meer bezighouden met zijn nevenfuncties. Zo is Diepenhorst voorzitter van de Onderwijsraad, voorzitter van de protestantse verzorging van gevangenen in Nederland, voorzitter van het Interkerkelijk Contact, dat de relatie van alle kerken met de overheid regelt. „Sommige van die functies zouden al goed zijn voor een afzonderlijke leerstoel. Over mijn persoonlijke toekomst maak ik mij geen zorgen."

Vanaf 1945 is Diepenhorst hoogleraar geweest op de VU. Aanvankelijk was zijn leeropdracht strafrecht en strafprocesrecht. Later, nadat hij er enkele jaren tussenuit was geweest, werd zijn leeropdracht algemene staatsleer en parlementaire geschiedenis. Van 1965 tot 1967 was hij minister van onderwijs en wetenschappen in de kabinetten Cals en Zijlstra. We zijn benieuwd of de ideeën die hij destijds als minister over het wetenschappelijk onderwijs had overeenkomen met die, welke momenteel door partijgenoot Deetm a n worden uitgevoerd. Diepenhorst: „In sommige opzichten komen die ideeën niet overeen. Ik heb altijd gehoopt en er sterk op aangedrongen dat de universiteiten tijdig orde op zaken zouden hebben gesteld in eigen huis. Maar helaas, de universiteiten waren tegen zichzelf verdeeld, de Academische Raad was omstreeks 1967, 1968 niet wat er van verwacht mocht worden. Wat ik altijd voorspeld heb is toen gebeurd: als het wetenschappelijk onderwijs zichzelf niet ordent zal het geordend worden. Die ordening is tenslotte straffer geworden en in het algemeen voor de vrije ontwikkeling minder gunstig dan onder andere omstandigheden het geval was geweest."

Strubbelingen

Het blijft aanvankelijk onduidelijk wat we ons bij die wanorde en de oorzaken ervan moeten voorstellen, maar voor Diepenhorst is het niet moeilijk om dat te beschrijven. Hij heeft een helder beeld van oorzaak en gevolg, van waar we de bron van het kwaad moeten zoeken. Het zijn, naast zekere starheid bij de docenten, wat hij noemt de „studentenstrubbelingen" die de universiteit in een chaos gedompeld hebben, waarna de bestuurderen onvoldoende de onrust de kop ingedrukt hebben. Diepenhorst plaatst die veranderingen in een breder kader: „Op een gegeven moment was het aldus dat de verhouding leermeester-leerling werd veranderd. Je kreeg de democratisering aan de universiteiten, er werd ook in Nederland een patroon van democratisering gevolgd dat niet in overeenstemming was met de speciale karaktereigenschappen van universiteiten en hogescholen. Dat gold evenzogoed voor het gezin, vroeger bestond er in het gezin de patemale verhouding. Daarna heeft men gekregen de aandacht voor de ontwikkeling van kinderen en de positie van jeugdigen. Er zat voor een gedeelte veel goeds in, maar men kan het niet zuiver democratisch spelen en gewoon de getalsmeerderheid laten tellen. Het kan niet zo zijn dat tienduizenden studenten

Prof. dr I. A. Diepenhorst (68) met emeritaat

3et is iets anders of je als bent, of dat je een serie dv

KoosNeuvel Wim Crezee het voor het zeggen krijgen over een corps van 200 of 400 hoogleraren." De tegenwerping dat de WUB, die zeer snel werd ingevoerd na de acties en bezettingen, bepaald niet betekende dat studenten een uitgesproken meerderheidspositie verwierven ten opzichte van het wetenschappelijk personeel, kan Diepenhorst niet overtuigen: „Men heeft toch wel in Nederland de WUB iets terug moeten draaien wat betreft de verhoudingen, omdat het aanvankelijk zo was dat diegenen die vanoudsher de verantwoordelijkheid voor de universiteit droegen, konden worden weggedrongen door b.v. een combinatie van studenten en TAS." Hij heeft een serie vergelijkingen voorradig om zijn stelling te illustreren en kracht bij te zetten. Het auto-rijden en het skieën zijn volgens Diepenhorst voorbeelden die aantonen dat de bewering, dat men van elkaar het meeste leert niet altijd opgaat. In een onlangs gehouden interview met Veronica zegt hij het zo: „Als ik hoogleraar-chirurg zou zijn - ik ben dat gelukkig niet en het is ook beter voor de mensheid dat ik dat niet ben - dan zou ik aan de operatietafel beslissen wat ik eruit haalde: de pancreas, of de nier of de blindedarm. Maar ik ga niet een rondvraag houden onder de vier aanwezige z u s t e r s . . . " Hij tovert ook het schrikbeeld uit de hoed van twee koffiedames die lid zijn van een universiteitsraad, die met doorslaggevende stem kunnen beslissen over zeer moeilijke wetenschappelijke projecten.

Karikatuur

Volgens Diepenhorst kan de inspraak van studenten over de inhoud van de leerstof slechts zeer beperkt zijn: „Studenten kunnen zeggen waar zij belangstelling voor hebben en welke vragen zij willen behandelen, dat spreekt vanzelf. Zo speelt in de juridische wetenschap de vraag of het huwelijk als instelling moet blijven. Studenten kunnen zeggen dat zij daar iets over willen horen. Evenzogoed als bij de relaties, waar de vraag is of men alleen het huwelijk wil regelen of bv ook de LATrelatie, dat spreekt ook nog vanzelf. Maar als de studenten nog verder zouden gaan en zouden beweren dat zij alleen nog maar in contact wensen te worden gebracht met de opvattingen die gelanceerd zijn door professor Van Maarseveen, en niet in het minst in aanraking wensen te komen

Foto Bram de Hollander

met ideeën zoals die bij andere hoogleraren leven, dan gaat het te ver." Nu maakt u toch een karikatuur van wat er aan het einde van de jaren sestig gebeurde. Diepenhorst: „Ik maak er niet zo erg een karikatuur van, want het was een feit dat aan het einde van de jaren zestig men van mening was dat Marx het verlossende woord gesproken had; of dat het communisme de toekomst had en dat inzonderheid het communisme geleerd moest worden; of ook, men was zelfs van mening dat de hoorcolleges h u n beste tijd gehad hadden en dat het de gemeenschappelijke discussie was die het één en het al was. Men moet de radicaliteit van al die denkbeelden in genen dele onderschatten." Het op grond van bovengenoemde uitspraken rijzende vermoeden dat Diepenhorst weinig ruimte laat aan studenten voor h u n inbreng in de universitaire politiek, wordt bevestigd door Eduard Millenaar (5e jaars rechten). Hij maakte vorig jaar voor de studentenfractie van QBD deel uit van de faculteitsraad van rechten die werd voorgezeten door Diepenhorst. Millenaar: „Diepenhorst hield ervan alles zoveel mogelijk in het bestuur te regelen. Al dat vergaderen in raden en in feite de hele WUB vond-ie eigenlijk maar on-

zin - dat kostte te veel tijd en geld. Hij heeft herhaaldelijk laten doorschemeren dat de QBD zich niet moet bezig houden met politiek. De borrels en sportdagen van QBD vond hij prima, maar verder moest hij er niet veel van hebben. Hij vond het maar niks dat wij kritiek hadden op het feit dat er aan de tijd voor het onderwijs beknibbeld wordt ten bate van het onderzoek." „In de raadsvergaderingen was hij altijd heel overheersend: een beetje een professor van de oude stempel. Zeker de laatste jaren schoot hij wel eens uit zijn slof op een manier waarvan ik denk: dat zou hij vroeger toch taktischer hebben aangepakt."

Lichtbaak Volgens professor Diepenhorst heeft het kwaad zich vooral in de sociale wetenschappen voltrokken („een productie a a n een enkele universiteit van Jan-lik-mevestje, ze hebben de wetenschap met die nieuwe methoden in opspraak gebracht") en minder in vakken met een sterker uit de stof voortkomende gebondenheid zoals bij de juristen („waar men al van nature wikt en weegt"). En bij de medici. Daar is volgens hem het evenwicht niet onaardig bewaard gebleven. Diepenhorst waarschuwt er echter ook voor dat zo'n balans ook kan beteke-

nen dat er een grenzeloze voorzichtigheid optreedt: „Daar is de universiteit niet voor, de universiteit is er ook om het spits af te bijten. Zij moet een lichtbaak zijn, maar het is iets anders of je een lichtbaak bent of dat je een serie dwaallichten ontsteekt." Kan de crisis die op het einde van de jaren sestig optrad ook niet vanuit een wat meer positieve invalshoek bekeken worden? Bijvoorbeeld in die sin dat dese de absolute waarheid van de gangbare wetenschapsbenaderingen hielp relativeren en meer ontvankelijk maakte voor andere methoden? Diepenhorst blijft streng en gedecideerd in zijn afwijzing: „het grenzeloze positivisme, het enkel en alleen hechten aan feiten en wetenswaardigheden, of het volstrekt a-morele onderzoek, dat heeft men hier niet gekend. De VU is nooit geen paradijs geweest maar bepaalde gebreken, een zekere mate van wetenschapsverblinding, werden er in mindere mate gevonden. Om bij de juridische faculteit te blijven, studenten hebben nooit moeite gehad om tot de hoogleraren door te dringen. Het is ook nooit zo geweest dat de hoogleraren genoodzaakt zouden zijn om te zeggen: wat hebben wij het op een krankzinnige manier gedaan."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 52

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's