Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 258
2
AD VALVAS — 18 JANUAR11985
Brieven Houd uw reakties kort. Over bijdragen langer dan 300 woorden is kontakt met de redaktie nodig. De redaktie kan bijdragen bekorten.
Verhoging collegegeld De gang van zaken tijdens de behandeling van de PKV-motie over de collegegeldverhoging in de universiteitsraad brengt mij ertoe alsnog deze reactie te schrijven. Grezeten op de publieke tribune heb ik nuj nogal geërgerd aan de wijze waarop verschillende raadsleden, de PKV voorop, de uitspraak in deze motie bagatelliseerden. De PKV kwam met de mededeling dat het eigenlijk hele-
maal niet de bedoeling was dat haar motie uitgevoerd zou worden. Maar waarom dien je dan in vredesnaam zo'n motie in? Mevr. Klein was bang dat een hoger collegegeld de VU studenten gaat kosten. Alsof de VU de enige universiteit is die een hoger collegegeld moet gaan innen. Nimmer heb ik zulke belachelijke prietpraat en oneigenlijke argumenten gehoord als in deze discussie. Het ging de PKV uitsluitend om de hele poppenkast!
Enige bijzondere aandacht wil ik vestigen op de wijze waarop de PKV de illegaliteit van haar motie trachtte te weerleggen. Zoals in Ad Valvas stond, vond de PKV dat er geen sprake van burgerlijke ongehoorzaamheid was, omdat de wet waarin de verhoging van het collegegeld werd geregeld, nog niet was aangenomen. Maar de PKV vroeg het college van bestuur juist om als het collegegeld eenmaal verhoogd is, d.w.z. als die wet eenmaal van kracht is, het verhoogde gedeelte niet te innen. En daarmee wordt van het college gevraagd om de wet naast zich neer te leggen; hoe je het-ook wendt of keert, dat is en blijft illegaal. Het college van bestuur kan dus niets anders doen dan deze hele motie naast zich neer leggen. Nadat deze volstrekt nutteloze en daarmee onverstandige motie aangenomen was, gebeurde er iets heel merkwaardigs. Er lag nog een minder verstrekkende motie van de VUSO. De VUSO, zeer terecht overigens, dat ook over deze motie gestemd zou worden. Ook het college van bestuur maakte duidelijk dat zij graag een alternatief had om de publiciteit
mee te bereiken. Echter, tot mijn stomme verbazing bestond het de voorzitter van de Raad deze motie terzijde te leggen. Zelfs een ordevoorstel van de VUSO kon hier niets meer aan veranderen. Helaas bleek de VUSO net zo weinig op de hoogte van het Ordereglement van de Raad als de voorzitter. In het Reglement van Orde staat namelijk bepaald dat over moties gestemd wordt in de volgorde waarin zij zijn ingediend. En aangezien de VUSO zijn motie na die van de PKV had ingediend, had direct na aanneming van de eerste motie over de VUSO-motie gestemd moeten worden. Nog een laatste opmerking over de brief van de PKV in Ad Valvas van vorige week. Welke belangen van de studenten waren nu eigenlijk gediend met deze rare motie? De collegegeldverhoging gaat gewoon door en iedereen, ook op de VU, zal het volle pond moeten betalen. Laat de PKV zich beperken tot zaken waar de studenten echt iets aan hebben, in plaats van hol geschreeuw in de ruimte. Eddy v.d. Bogaard, JOVD-Amsterdam-VU
Alcohol In Ad Valvas van 11 januari j.l. las ik dat de VU het alcoholprobleem wil gaan aanpakken. Daar ik zelf een liefhebber ben geweest van jenever etc. echter wel met ijsblokjes in „Seven up" plm. 3/4 liter per dag, ben ik blij dat ik zonder hulp of medicamenten er zelf zo sterk ben geworden om het te kunnen laten staan. Behalve een port of liever een bloedwijn. Maar als de VU het alcoholgebruik wil aanpakken, dan ben ik van mening dat de VU dan ook het gebruik van alcohol niet meer moet toestaan op recepties en promoties, daar ik van mening ben en ook wel eens gezien dat er heel wat jenever, pils, wijn en sherry gedronken wordt. Dat de BGD en de BMD willen helpen en voorlichten is prima. Weliswaar moet het toch tenslotte van de persoon zelf komen, maar met eventuele hulp moet m.i. begonnen worden bij recepties en promoties. Dus: na afloop geen sterke dranken meer schenken. En ook geen pils-verkoop meer in restaurant en bruin café toestaan. John N. Jansen, Centrale Huisdrukkerij
Toekomst eerste fase chemici niet minder onzeker na symposium .Eerste fase chemicus: wat nu?" was de titel van een mini-symposium, georganiseerd door de Commissie Jonge Leden van de Koninklijke Nederlandse Chemische Vereniging (KNCV) op vrijdag 11 januari in Amsterdam. Ongeveer de helft van de in 1986 en 1987 afgestudeerde chemici zal niet direct een baan vinden, als er niet of nauwelijks studenten uit de eerste naar de tweede fase doorstromen. Dit blijkt uit voorspellingen van de KNCV. Gezien de plannen van het ministerie van onderwijs en wetenschappen is dit, ook voor andere studierichtingen, niet ondenkbaar. De titel van het mini-symposium voor de chemici was duidelijk: bezinning op een onzekere toekomst. Drs. A. M. van Herk, promovendus aan de VU, lichtte de nogal pessimistische prognoses toe. „De studieduurverkorting van zes naar vier jaar heeft tot gevolg dat in 1986 en 1987 een dubbele uitstroom van doctorandi en ingenieurs optreedt. Bovendien is te verwachten dat het hogere studierendement van het kortere
Vervolg vanpag. 1 sprojectvoorstellen in. We hebben nu gemerkt dat de commissie-Rosenberg de criteria veel beperkter heeft opgevat. Wij vinden dat geen manier. Daardoor zijn wij zes ton voor '84 kwijtgeraakt. Wij vinden dus dat wij alsnog de gelegenheid moeten hebben om dat verlies goed te maken." Dat houdt, aldus Noorda, in dat de VU een compensatie moet ontvangen bovenop of naast de uitkering over '85. Dan is de zaak weer rechtgetrokken. Bovendien heeft de commissie-Rosenberg zelf ook wel ingezien dat de VU en Leiden niet helemaal „kosher" zijn behandeld, getuige haar herkansingsadvies dat de minister overnam, zegt Noorda. In de protestbrief zal het college ook nog eens met zoveel woorden aangeven hoe er naar zijn mening met de herbezettingsgelden moet worden omgesprongen door het departement. „De herbezettingsgelden komen bij het personeel vandaan en die moeten dan ook weer naar de universiteit toevloeien in dezelfde mate," licht Noorda deze principiële kwestie toe. „Wat er is gebeurd is d ^ met veel vijven en zessen in het overleg tussen de minister en de cen-
Jos van der Schot programma een extra stijging oplevert. Daartegenover is nauwelijks een toename van de vraag naar afgestudeerde chemici te verwachten." De werkloosheidsverwachtingen
trales voor overheidspersoneel overeengekomen is dat de herbezettingsgelden voor bepaalde specifieke doelen in de universiteiten zouden worden aangewend. De hele operatie van de informatisering en technologisering bij de alfa- en gamma-studies vloeide daaruit voort. Daarvoor werden normen - heb je projecten of niet? - gesteld. Dat is dus iets heel anders dan dat je geld opbrengt en dat vervolgens zo weer terugkrijgt." Het collegelid noemt de aanpak van de herbezettingsgelden een schoolvoorbeeld van onzuiverheid." Altyd weer zie je dat wanneer er buiten de gewone verdeling van taken en middelen voor de universiteiten om door het departement vrijgemaakt geld eigenhandig besteed wordt, er moeilijkheden ontstaan. Dat is dus een verwijt aan het departement. Maar ook in het overleg met de centrales van overheidspersoneel met de minister moet duidelijk zijn dat er maar één veld is waarbinnen taken en middelen behoren te worden vastgesteld. Daar zijn afspraken over en er is een model voor. Daar moetje niet doorheen gaan fietsen met aparte potjes. Dat is aan het personeel dat op zijn salaris werd gekort ook niet meer uit te leggen."
lijken echter wat aan de hoge kant en er zijn faktoren die het dubbele uitstroom-effect wat minder sterk kunnen maken. Als er wel doorstroming naar de tweede fase plaatsvindt komt een aantal twee-fasen doctorandi en ingenieurs later op de arbeidsmarkt. Daarnaast kan een zogenaamd race-effect optreden. „Oude stijlers" maken wat sneller hun studie af om de grote hausse voor te blijven. „Zuiver vanuit de arbeidsmarkt bekeken zou een doorstroompercentage van 40 a 50% nodig zijn. De tweede fase studenten evenals de huidige promovendi na voltooiing van de studie een goede positie op de arbeidsmarkt krijgen." aldus van Herk. Het ziet er echter niet naar uit dat een zo grote groep afgestudeerden de tweede fase zal bereiken. Zelfs 25%, een percentage dat onlangs door de gezamelijke werkgevers aan minister Deetman is voorgesteld, lijkt vooralsnog een illusie. De Raad van de Centrale Ondernemers-organisaties (RCO) waarin de werkgevers verenigd zijn, pleit ervoor om naast de vierjarige onderzoekersopleiding ook een tweejarige onderzoekersopleiding in te stellen en bovendien een aantal tweede fase beroepsopleidingen te creëren.
De twee sprekers op het minir-symposium drs. A. M. van Herk (VU) - links - en dr. H. M. van Dort (AKZO) - reeltts - praten nog wat na aan het eind (Foto Bram de Hollander).
Dr. H. M. van Dort van AKZO zag ook een groot gevaar voor de industrie, momenteel goed voor 55 % van de banen van chemici en in de toekomst waarschijnlijk voor een nog groter gedeelte. Niet alleen het uitblijven van de tweede fase-opleidingen baart hem zorgen, maar meer nog de effecten van de studieduurverkorting op de kwaliteit van de eerste fase. „Ten opzichte van de oude opleidingen is er een verschraling opgetreden. De oude studies waren Prof. dr. ir. D. Thoenes van de TH- dan wel heel inefficiënt, maar de Eindhoven, die al 20 jaar mee- industrie was nog niet zo ontevredraait in het overleg over studie- den met het resultaat. Met de hervormingen, noemde de RCO- kortere eerste-faseopleidingen voorstellen de meest doordachte blijft de hoeveelheid kennis die tot nu toe. Veel beter dan de plan- wordt opgedaan wel gelijk, maar nen van de universiteiten en van het verwerken en integreren van het ministerie. de kennis gaat tekortschieten. „De universiteiten hebben in het Juist de integratie van kennisgeverleden een aantal fouten ge- bieden is het karakter van het maakt. Ze zijn te eenzijdig gericht industriële onderzoek." geweest op de wetenschap en had- Volgens Van Dort zullen de negaden te weinig interesse in de op- tieve effecten op de middellange leidingsbehoeften en de maat- termijn(10-15 jaar) blijken. schappelijke rol van de weten- De discussie spitste zich toe op schap. Ze spelen veel te weinig in het al of niet goed zijn van de op de voorstellen van de overheid. eerste fase opleidingen. Deze opZe zijn overal tegen geweest en leidingen zullen niet per definitie hebben weinig eigen voorstellen slechtere mensen afleveren. Brilgepresenteerd. De communicatie jante studenten zullen volgens met Den Haag was zeer slecht." Thoenes met een eerste fase diDe plannen van de universiteiten ploma minstens zo goed zijn als de zijn op het ministerie dan ook van huidige doctorandi en ingeieurs. tafel geveegd. Het ministerie Dit zou volgens hem zeker zo zijn heeft daarop de assistenten-in- op de TH's waar de studieduuropleiding bedacht. Hiervan is vol- verkorting gepaard is gegaan met gens Thoenes nog wel een verkor- een sanering van de onderwijste onderzoekersopleiding te ma- programma's. Hierdoor is wel tijd ken, maar een beroepsopleiding overgebleven voor de integrerenechter niet. Omdat de assistent- de aspecten. in-opleiding geen student is ziet Thoenes uiteindelijk het univer- Van Dort verwachtte ook minder sitaire onderzoek in gevaar ko- problemen met de TH-studenten, men. maar bleef bij zijn stelling dat de
kortere programma's een essentieel element voor de industrie misten. Een blijkbaar niet zo briljante student vroeg of hij naast een oude stijl student nog wel een kans zou maken tijdens een sollicitatie. Van Dort, die bij AKZO de coördinatie van nieuw aan te stellen chemici verzorgt kon hem niet gerust stellen. Het meeste wat hij kon bieden was een mogelijkheid dat er speciale banen voor eerste fase-chemici gecreëerd konden worden. De studenten blijven zitten met de vraag waar het symposium geen antwoord op heeft gegeven: „Eerste fase chemicus: wat nu?"
Redactie-adres: De Boelelaan 1105 of postbus 7161, 1007 MC Amsterdam. Tel. 020-(548)4330, b.g.g. 6930/4325/4397. Redactiekamers: ODTOI en OD-09, hoofdgebouw VU. Redactie: J a n van der Veen (hoofdredacteur), Wim Crezee, Marianne Creutzberg (redactie-assistente), Johan de Koning, Medewerkers: Aart Bouwmeester, Koos Neuvel, Maarten de Hoog en (niet red.) dienst Pers en Voorlichting. Fotografen: Peter Wolters, Kees Keuch (Audiovisueel C3entrum VU), Bram de Hollander. Tekenaar: Aad Meijer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984
Ad Valvas | 544 Pagina's