Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 336
AD VALVAS — 22 FEBRUAR11985
12 Dit is een Info-pagina. Infopagina's kunnen door VU-instanties tegen betaling worden benut voor publikatie van informatie die wegens uitvoe-
righeid en gedetailleerdheid niet in de Mededelingenrubriek thuishoort. Publikatie geschiedt buiten verantwoordelijheid van de redactie voor
de inhoud. De voorwaarden waaronder van Info-pagina's gebruik kan worden gemaakt zijn ter redactie verkrijgbaar.
Aanvragen voor Info-pagina's (minimaal halve pagina) richten aan: Redactie Ad Valvas, Hoofdgebouw kamer OD-01. i-el. 4330 of 6930.
Aanvullingen op brochure „Personeelsbeleid Vü inzake TVC-beslissingen" Na het verschijnen van de „Bijzondere rechtspositieregeling taakverdeling w.ó." waarin het Sociaal Beleidskader van de minister van O en W is vastgelegd moest een uitwerking worden gegeven aan het deelontslag. De tekst van de Bijzondere rechtspositieregeling treft u aan in hoofdstuk 2a van de CAO. Over de Regeling deelontslag is overleg gevoerd met de Commissie van Overleg en de Cie PZ van de UR. Daarnaast zijn nog enkele andere gewenste aanvullingen op de bestaande brochure besproken en vastgesteld. De wijzigingen treft u hieronder aan. 1. Overleg met CvO over overtolligheid Op pagina 13 onder het kopje „Opstellen realiseringsplan" n a de tweede alinea, de volgende zin toevoegen: „Alvorens het ontwerp-realiseringsplan verder wordt vorm gegeven wordt een eerste schriftelijke versie waarin is aangegeven waar sprake is van overtolligheid en waar van opheffing functie door PZ met de CvO (in het Informeel overleg) besproken". 2. Vaststellen realiseringsplan Op pagina 14 wordt de laatste zijn onder het kopje „Vaststellen realiseringsplan" vervangen door de volgende tekst: „- Nadat het realiseringsplan door het faculteitsbestuur bij het CvB is ingediend wordt dit plan door PZ getoetst. Getoetst wordt m.n. of voldaan is aan de randvoorwaarden; op een goede onderbouwing; het sporen met het taakaanpassingsplan; op de vaststelling van data binnen de planperiode waarop beslissingen moeten zijn geëffectueerd, en benutte herplaatsingsmogelijkheden. - Namens het CvB wordt het realiseringsplan ter vertrouwelijke bespreking voorgelegd aan de vakbondsvertegenwoordigers in het Informeel Overleg van de CvO. Zo nodig wordt in een tweede ronde in het Informeel Overleg een eventuele bijstelling van het realiseringsplan besproken. In elk geval wordt de deelnemers van het Informeel Overleg schriftelijk de reactie op het gegeven commentaar verstrekt. - Daarna wordt het realiseringsplan definitief vastgesteld door het CvB. - Nadat het realiseringsplan door het CvB is vastgesteld zullen de medewerkers, wier positie tengevolge van het plan in het geding is, door het CvB schriftelijk worden geïnformeerd. Ingeval van opheffing functie of overtolligheid heeft deze brief het karakter van de formele aanzeggingsbrief. - De volledige Commissie van Overleg en de Commissie PZ van de UR worden beknopt schriftelijk geïnformeerd over het personele gevolgen van het realiseringsplan. D.w.z. dat wordt aangegeven op welke wijze de opgelegde vermindering van de formatieruimte kan worden gerea-
liseerd d.m.v. natuurlijk verloop, vrijwillige ontslagneming, herplaatsing binnen de faculteit of daarbuiten en onvermijdelijk gedwongen te verlenen ontslagen. In de formele vergadering van de CvO over het realiseringsplan kan naast bovengenoemd schriftelijk stuk het commentaar vanuit het Informeel Overleg over meer algemene aspecten uit het realiseringsplan aan de orde komen. - Het realiseringsplan wordt ter vertrouwelijke kennisneming aan de leden van het (sub/inter)faculteitsraad verstrekt. Daarnaast zal op het (sub/inter)faculteitsbureau een beknopt overzicht van het realiseringsplan ter inzage liggen. Dit beknopt overzicht bevat tenminste de namen van degenen wier functie is opgeheven en wie overtollig is geworden." 3. Interpretatie categorie c ontslagvolgorde Op pagina 16 wordt de tekst van categorie c van de ontslagvolgorde als volgt verduidelijkt: „Zij die in de periode tot 1 januari 1988 55 jaar of ouder 2djn en gebruik kunnen maken van de wachtgeldgarantie voor 55+ers ter hoogte van de percentages van 80% respectievelijk 70% tot de 65-jarige leeftijd". Deze wijziging gaat eerst in op 1 januari 1985 en geldt derhalve niet voor reeds vóór die datum door het CvB vastgestelde realiseringsplannen. 4. Positie promotiemedewerker Op pagina 19 onder het kopje „Doorstroomplaatsen" de volgende zin toevoegen n a de laatste zin: „Ingeval tussentijdse beëindiging onvermijdelijk is zal ernaar gestreefd worden dat de medewerker zijn promotie kan afronden". 5. Regeling deelontslag De tekst op pagina 21 enb 22 tot het kopje VUT wordt vervangen door de onderstaande regeling. Regeling deelontslag binnen de TVC-periode 1. Algemeen De „Tijdelijke Rechtspositieregeling taakverdeling wo", (hiern a als Rechtspositieregeling aangeduid) waarin het Sociale Beleidskader van de minister van O en W is opgenomen, is met ingang van 15 oktober 1984 van kracht geworden. De Regeling deelontslag is daarop gebaseerd. De volgende uitgangspunten liggen aan het ministeriële beleid t.a.v. deelontslag ten grondslag. - deelontslag mag geen afbreuk doen aan de doelstellingen van de taakaanpassingen: verbetering c.q. behoud van kwaliteit en doelmatigheid en bevordering van innovatie - een minimum omvang van deelontslag van 0,2 (dat wil zeggen 20% van de volledige werktijd) - het in beginsel tijdelijke karakter van deelontslag - de zeer beperkte mogelijkheid van deelontslag voor deeltijdmedewerkers - een volledig ontslag met gelijktijdige herbenoeming in deeltijd bij de VU is niet toegestaan - het vrijwillige karakter van individueel deelontslag. In de brochures „Personeelsbeleid v u inzake TVC-beslissingen" (pg. 21, rode brochure) en „Rechtspositioneel kader Personeelsbeleid inzake TVC-beshssingen" (pg. 11 en 12 gele brochure) werd slechts voorlopig informatie gegeven voor deelontslag. In de hier weerge-
geven Regeling deelontslag wordt puntsgewijze een uitwerking voor de VU gegeven aan de ministeriële regeling deelontslag. Aan deze Regeling ligt eveneens het uitgangspunt ten grondslag dat deelontslag geen afbreuk mag doen aan de doelstellingen van de taakaanpassingen. De mogelijkheden voor deelontslag moeten steeds worden bezien binnen de beoogde verbetering c.q. handhaving van kwaliteit en doelmatigheid en bevordering van innovatie. De Regeling deelontslag wijkt gedeeltelijk - af van het Rykswachtgeldbesluit/de UitkeringsregeUng en geldt uitsluitend voor deelontslagen in verband met TVC-taakaanpassingen. Voor andere deelontslagen gelden de bepalingen van het Rijkswachtgeldbesluit/de Uitkeringsregeling. Ook ingeval van deelontslag geldt dat voor de desbetreffende medewerker de mogelijkheid tot herplaatsing moet zijn onderzocht alvorens ontslag verleend wordt.
deelontslag, zowel met instemming van alle betrokkenen als wanneer een of enkele medewerkers dit niet willen, is slechts mogelijk met instemming van de meerderheid van bovengenoemde vakorganisaties. Uitsluitend wanneer sprake is van overtolligheid is collectief deelontslag aan de orde. Collectief deelontslag kan zowel voltijd- als deeltijdmedewerkers betreffen. De deeltijdmedewerker kan echter slechts deelontslag worden verleend voor het gedeelte dat zijn werktijd uitgaat boven de verminderde werktijd van alle medewerkers van de organisatorische eenheid. Voorbeeld: Wanneer binnen een eenheid van 5 medewerkers, waaronder een deeltijdmedewerker met een 0,9 functie, gekozen wordt voor 0,2 collectief deelontslag kan de deeltijdmedewerker deelontslag voor 0,1 worden verleend met recht op uitkering/wachtgeld. Wanneer de meerderheid van 2. Individueel deelontslag bovengenoemde vakorganisaVan individueel deelontslag ties instemt met een collectief kan sprake zijn bij: deelontslag kan dit ook gea. gedeeltelijke opheffing van dwongen worden verleend. Bij de eigen functie collectief deelontslag zien wij b. overtolligheid binnen de orvoor medewerkers die geen ganisatorische eenheid bijaanspraak kunnen maken op voorbeeld voor slechts een een gegarandeerd wachtgeld, deel van een formatieplaats een deelontslag voor 0,2 tevens en/of waarbij de inlevering als de maximale omvang voor door een of enkele medewerte verlenen deelontslag. kers in de vorm van individueel deelontslag kan wor- 4. Deelontslag en recht op (niet den gerealiseerd. gegarandeerde) uitkering/Gedwongen individueel deelwachtgeld ontslag is niet mogelijk op Deelontslag volgens deze regegrond van de „Rechtspositiereling geeft aanpraak op een geling". Wanneer in een realiwachtgeld of uitkering. seringsplan een functie gedeelDe hoogte van het deelwachttelijk is opgeheven kan dit geld/deeluitkering bedraagt slechts via een deelontslag wor70% van de laatstgenoten wedden gerealiseerd wanneer bede (dit is de som van het salaris, trokkene met een deelontslag de vakantie-uitkering en eveninstemt. tuele toeslagen met uitzondering van de overwerkvergoeHetzelfde geldt ingeval van ding). De 70% wordt berekend overtolligheid binnen een orgaover de wedde waarop de medenisatorische eenheid (voor minwerker aanspraak had voor het der dan een formatieplaats). deel van de werktijd waarvoor Wanneer betrokkene niet met hij is ontslagen. een deelontslag instemt kan het Voorbeeld: in sommiger situaties noodzakelijk zijn tot volledig ontslag Een voltijdse medewerker krijgt over te gaan. In dit geval bedeelontslag voor 0,2. Hij behoudt betrokkene zijn aanhoudt het salaris dat overeenspraak op wachtgeld. komt met een 0,8 functie. DaarZo enigszins mogelijk dient innaast ontvangt hij wachtgeld/dividueel deelontslag in een reuitkering ter hoogte van 14% aliseringsplan alleen dan te (70% over „0,2 wedde"). Totaal worden opgenomen wanneer de 94% bruto. Hierbij zü opgeuitvoeringscommissie zich ermerkt dat hetgeen netto resvan heeft overtuigd dat betrokteert afhankelijk is van de indikene ermee kan instemmen. viduele situatie. Wanneer betrokkene niet met De duur van wachtgeld/uitkeeen deelontslag kan instemmen ring wordt vastgesteld op basis kan nog naar een andere oplosvan het geldende Rijkswachtsing worden gezocht. geldbesluit/de UitkeringsregeDe „Rechtspositieregeling" ling 1966. Noch de d u u r noch lijkt individueel deelontslag het percentage van 70% zijn voor een deeltydmedewerker uiteindelijk gegarandeerd. Toeuit te sluiten. Wij menen echter komstige - nadeUge - wijzigindat ook een deeltijdmedewerker gen in bovengenoemde regelinop diens verzoek deelontslag gen zullen ook gelden voor het met recht op wachtgeld kan deelontslag, inclusief eventuele worden verleend mits voor tenovergangsregelingen. minste 0,2. 5. Deelontslag en recht op geN.B.: garandeerd wachtgeld (55+-reWaar in deze Regeling wordt geling) gesproken over bijvoorbeeld 0,2 Deelontslag met recht op een deelontslag wordt hiermee begegarandeerd wachtgeld is modoeld een vermindering van de gelijk voor medewerkers die op volledige werktijd met 20% (bij het moment van het deelont0,3 met 30% etc). Na de invoeslag 55 jaar of ouder zijn. De ring van de algemene arbeidshoogte van het deelwachtgeld tijdverkorting in de vorm van bedraagt 70%. Zowel de hoogte een gemiddeld 38-urige werkals de duur van het deelwachtweek, moeten deze percentages geld ztjn gegarandeerd. Een en over de dan geldende volledige ander onverlet algemene salawerktijd worden toegepast. risverlagingen c.q. verhogingen voor rijksambtenaren: deze 3. Collectief deelontslag werken wel door in de hoogte T.a.v. collectief deelontslag van het uit te keren bedrag. voor alle medewerkers van de Aan deelontslag voor 55+-ers organisatorische eenheid moet verbinden wij niet een bepaalde tevoren met de vakorganisaties maximale omvangj^zij het dat (vertegenwoordigd in de CvO) 'fièt vanuit de doelstellingen" overleg zijn gepTê^gdrColIectief'
van de taakaanpassingen ongewenst is dat, enkele uitzonderingen daargelaten, functies van zeer gering omvang meer structureel binnen VU ontstaan. Een deelontslag voor 55+-ers kan eventueel worden gevolgd door een volledig ontslag uit de rest-f unctie. Op deze wijze kan een meer geleidelijke overgang n a a r een volledig ontslag worden bereikt. Voorbeeld: Een 55+-er wordt deelontslag voor 0,6 verleend. Bruto-inkomsten: 40% salaris uit de restfunctie van 0,4 42% wachtgeld (70% over 0,6) totaal 82% bruto Ingeval van volledig ontslag of VUT n a deelontslag: 42% wachtgeld 32% wachtgeld of VUT (80% over 0,4) totaal 74% bruto (NB ingeval van wachtgeld gedurende de eerste 5 jaren, daarna 70% totaal) Ook hier geldt dat hetgeen netto resteert afhankelijk is van de individuele situatie. 6. Voortzetting opbouw pensioenpremie Omdat wachtgeld/uitkering in het algemeen zal worden verkregen in combinatie met een functie waarin men ambtenaar in de zin van de Abp-wet is telt de periode van wachtgeld/uitkering volledig mee voor de pensioenopbouw, d.w.z. dat tijdens de periode waarin wachtgeld/uitkering wordt ontvangen de volledige diensttijd wordt opgebouwd over het total laatstgenoten salaris. Na afloop van het wachtgeld/uitkering wordt uitsluitend over het dan resterende salaris pensioen opgebouwd. 7. Deelontslag als tijdelijke maatregel Deelontslag is door de minister in beginsel bedoeld als een tijdelijke maatregel. Op deze wijze zou het mogelijk moeten zijn om volledige (gedwongen) ontslagen te voorkomen. T.a.v. de tijdelijkheid willen wij onderscheiden tussen deelontslag met recht op gegarandeerd wachtgeld en zonder gegarandeerd wachtgeld. Bij deelontslag met gegarandeerd wachtgeld (55+) zal in het algemeen sprake zijn van een structureel bedoelde oplossing voor de bezuiniging. Bij net gegarandeerd individueel of collectief deelontslag kan dit anders liggen. Of terugkeer n a a r de oorspronkelijke werktijd mogelijk is zal afhangen van de situatie binnen de faculteit/dienst; de verwachtingen t.a.v. n a t u u r lijk verloop of extra aan te trekken middelen, alsmede aan de wens van betrokkene. Terugkeer is uitsluitend mogelijk wanneer formatieruimte vrijkomt t.b.v. de organisatorische eenheid en deze formatieruimte kan worden bestemd voor taken die door betrokkene worden vervuld of kunnen worden vervuld (individueel deelontslag) of „uitwisselbaar" zijn binnen de groep (collectief deelontslag). Aan terugkeer n a a r de oorspronkelijke werktijdfactor ingeval van collectief deelontslag zijn in beginsel dezelfde voorwaarden te stellen als aan collectief deelontslag zelf d.w.z. het moet collectief mogelijk zijn. Dit houdt in dat er voldoende formatieruimte vrij moet komen voor alle betrokkenen en dat deze formatieruimte bestemd is voor taken die door deze groep kunnen worden ver-
Vervolgvppag. 13
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984
Ad Valvas | 544 Pagina's