Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 483

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 483

12 minuten leestijd

24 MEI 1985 Door d e uitvoering v a n d e Del­ tawerken is het a a n t a l estuaria in Nederland sterk afgenomen. Echte estuaria zijn in ons l a n d nu op nog m a a r twee plaatsen te vinden: d e Westerschelde in het zuidwesten e n het Eems­ Dollard estuarium in het noord­ oosten. Vroeger stonden ook het Haringvliet en d e Grevelingen in direct contact met d e zee. Het­ zelfde geldt voor het IJsselmeer. Nu deze wateren door e e n dijk v a n het zeewater gescheiden zijn ondervinden ze alleen nog d e invloed v a n d e rivier, met alle gevolgen v a n dien. Het slib d a t door d e rivieren wordt a a n g e v g e r d is verontrei­ nigd met allerlei organische stoffen e n met zware metalen, zoals lood, cadmium e n zink. Er vindt g e e n directe afvoer op d e Noordzee meer plaats en het verontreinigde slib zakt n a a r d e bodem. In feite functioneren d e z e voormalige estuaria als grote bezinkputten v a n g e v a a r ­ lijke stoffen. In d e open estuaria zou door d e betere doorstroming, bij e e n zorgvuldig b e h e e r d e vervuiling n o g in d e h a n d g e h o u d e n kun­ n e n worden. In Nederland d r a a g t Rijkswaterstaat zorg voor het b e h e e r v a n d e estua­ ria. Ook in open estuaria vindt sedi­ mentatie v a n slib plaats, m a a r d a n vooral l a n g s d e oevers, w a a r d o o r kwelders ontstaan. Deze kwelders worden twee

Ecologen ontwikkelen visie o p vervuiling

Riviermonding probleemgebied in milieubeleid Wie a a n de kust denkt, denkt a a n het strand. Vreemd, want een veel groter deel van de kust bestaat uit andere gebieden. De estuaria, dat zijn de mondingen van een aantal grote Euro­ pese rivieren, behoren daartoe. In deze estua­ ria ontmoeten het zoete water van de getijloze rivieren en het zoute water met eb en vloed el­ kaar. Door afzetting van sHb, dat door de rivie­ ren wordt aangevoerd, hebben zich uitgestrekte slikken en kwelders gevormd. Deze gebieden herbergen een verscheidenheid a a n gespecia­ liseerde levensvormen, maar behoren ook tot de meest vervuilde gebieden ter wereld. Dr. J. Rozema, plantenecoloog a a n de VU, doet onderzoek in estuaria. Hij legt uit waarom juist ecologen een belangrijke bijdrage kunnen le­ veren aan het oplossen van de vervuilingspro­ blematiek in de Nederlandse estuaria. Reina Pasma

Dr. J. Rozema: ,,Verontreiniging in d e plant zelf meten." Foto AVC/VU

keer per d a g overspoeld met zeewater, zodat ze e e n zout, zuurstofarm müieu vormen. Toch groeien hier planten, die zich n a e e n lange evolutionaire weg aangepast hebben a a n overstromingen met zeewater. Dr. J. Rozema l e 0 uit: „De bij overstroming dreigende zuur­ stofloosheid v a n d e plantewor­ tels wordt vermeden, doordat het wortelstelsel via luchtkana­ len in d e plant zuurstof krijgt. Deze voorziening is zo effectief, d a t er zelfs zuurstof uit d e wor­ tels lekt in d e omringende bo­ dem. Dit is v a n belang, omdat tijdens d e overstroming met zeewater d e kwelderbodem zuurstofloos wordt. De chemi­ s c h e samenstelling verandert d a n zodanig, dat voor d e plant giftige verbindingen kunnen ontstaan. Het zuurstofrijke laagje dat door d e lek rond d e plantewortels is ontstaan, remt d e instroom v a n d e z e giftige verbindingen. Zout­ schade, die in het zoute kwel­ dermüieu zou kunnen optreden, vermijden deze planten door zout selectief niet op te n e m e n of door opgenomen zout meteen weer uit te scheiden. Er zijn ook soorten die door een a a n g e p a s ­ te stofwisseling hoge zoutcon­ centraties in d e weefsels kun­ n e n verdragen." Menselijke activiteiten bedrei­ g e n d e estuaria en hun kwel­ ders. Door bedijking e n inpolde­

ring is sinds d e middeleeuwen e e n groot gedeelte v a n d e kwel­ ders verloren g e g a a n . De uit­ voering v a n d e Deltawerken heeft ook gevolgen voor d e kwelders. Uit onderzoek is ge­ bleken, dat in veel gebieden veranderingen in d e getijbewe­ ging h e b b e n plaatsgevonden. .Kweldervegetaties zijn d a a r zo gevoelig voor, dat op l a n g e ter­ mijn degeneratie k a n optreden. De grootste bedreiging v a n d e estuaria vormt echter d e veront­ reiniging, die veroorzaakt wordt door industriële activiteit, zowel l a n g s d e bovenloop v a n d e ri­ vier als in het estuarium zelf. Dat laatste komt doordat estuaria e r g geschikt zijn om z e e h a v e n s a a n te leggen, die industrieën aantrekken e n vervuiling met zich meebrengen. Vervuiling is niet iets v a n d e laatste tijd. In d e twintiger jaren k o n d e n in d e Rijn al gehaltes v a n zware metalen a a n g e t o o n d w^orden, die duidelijk hoger w a ­ ren d a n het gehalte a a n deze stoffen dat v a n nature in rivier­ w a t e r voorkomt. In 1980 w a s d e concentratie v a n het zeer giftige cadmium 100 keer verhoogd ten opzichte v a n het natuurlijke ni­ veau. Door dijken en a n d e r e civiel­ technische werken wordt het grootste gedeelte v a n d e ver­ ontreinigingen v a n d e rivieren uit d e Noordzee teruggehouden. Rozema: „De rommel komt te­

recht in het estuariene milieu, voornamelijk in d e sedimenten e n dus in d e kwelders. Er is erg weinig bekend v a n d e g e d r a ­ gingen v a n verontreinigde stof­ fen in d e kwelders. Voor planten leveren verontreinigingen p a s problemen op als ze in opneem­ b a r e vorm in het milieu a a n w e ­ zig zijn. De totaalgehaltes v a n stoffen zijn voor sedimenten niet interessant. Je wilt het opneem­ b a r e deel weten." Dat blijkt in het kustmüieu e e n vrij klein gedeelte te zijn. Roze­ ma: ,,Doordat d e kwelders re­ gelmatig met zeewater over­ stroomd worden zijn vooral d e dieper gelegen b o d e m l a g e n vrijwel zuurstofloos. In die om­ standigheden vormen zware metalen verbindingen die door planten niet opgenomen kun­ n e n worden. Door d e zuurstoflek uit plantewortels zouden die verbindingen echter verbroken kunnen worden, w a a r d o o r d e zware metalen weer in opneem­ b a r e vorm beschikbaar komen. D a a r weten w e h e l a a s nog heel weinig v a n . O p kwelders die p e r m a n e n t droog komen te s t a a n treedt dit verschijnsel wel

op. Planten op dergelijke gron­ d e n blijken meer zware metalen o p te n e m e n d a n planten v a n d e kwelder die regelmatig over­ stroomt. In sommige gevallen wü er op d e opgedroogde kwel­ der zelfs h e l e m a a l niets meer groeien. De opgedroogde bo­ d e m bevat zuurstof en d a n wor­ d e n grote hoeveelheden zware metalen plant­beschikbaar. De b o d e m bevat bij ons veel kalk. In die situatie is d e bodem basisch e n d e beschikbaarheid v a n zware metalen gering. Als d e bodem zuurder wordt k a n met n a m e ijzer­ e n m a n g a a n ­ toxiciteit optreden. Het is nog niet duidelijk of het uitmaakt d a t d e planten a a n zout zijn a a n g e ­ past. Net als zout zouden ook opgenomen zware metalen meteen weer uitgescheiden kunnen worden. Hieraan wordt n o g onderzoek g e d a a n . "

Voorzichtig Rijkswaterstaat is belast met het b e h e e r v a n d e Nederlandse es­ tuaria. De voortschrijdende ver­ vuiling roept ook voor deze in­ stantie grote problemen op. Voorheen schakelde m e n inge­ nieursbureaus in als er onder­ zoek g e d a a n moest worden. T e­ genwoordig g a a t Rijkswater­ staat met h a a r v r a g e n ook wel n a a r d e VU. Rozema: „Er is nu wel g e n o e g bekend over d e m a t e w a a r i n verontreinigingen voorkomen. Rijkswaterstaat wU nu op lange­ re termijn voorspellingen d o e n over d e consequenties d a a r ­ v a n . Ingenieursbureaus kunnen d a a r v o o r niet d e juiste g e g e ­ vens a a n d r a g e n . Er is e e n geïn­ tegreerde visie nodig e n ecolo­ g e n zijn d a a r m e e bezig." „Wij bekijken d e problematiek o p ecosysteemniveau. Wij ge­ bruiken d e s a m e n h a n g die wij in ons denken h e b b e n om d e vervuilingsproblematiek in d e estuaria op te lossen. Al jaren­ l a n g h e b b e n wij twee onder­ zoekslijnen binnen d e vakgroep plantenecologie: a a n p a s s i n g e n v a n planten a a n e e n zout milieu en d e effecten v a n zware meta­

Estuaria: zoet e n zout water komen er bij elkaar.

len op planten. Die twee lijnen komen s a m e n in d e problema­ tiek v a n d e estuaria." ,,Vanuit onze kennis e n ervaring kunnen wij a a n g e v e n hoe groot het risico is d a t d e zware meta­ len in het estuariene milieu ook werkelijk sterfte v a n planten en dieren veroorzaken. Rijkswater­ staat maakt g r a a g gebruik v a n d e expertise die wij op dit ge­ bied kunnen a a n b i e d e n , " zegt Rozema. Veel sluipender d a n acute ver­ ontreiniging is e e n geringe ver­ hoging v a n het gehalte vervui­ lende stoffen, die l a n g e tijd duurt. Zo'n toenemende veront­ reiniging kun je eigenlijk niet meten, m a a r op den duur k a n het wel grote gevolgen h e b b e n . Verontreiniging v a n d e rivieren en d e onderwaterbodems is in feite ook zo iets. Je kunt planten in zo'n situatie gebruiken als monitor. Door te meten welk deel v a n d e verontreiniging in d e bodem door d e plant is opge­ n o m e n kun je uitspraken d o e n over d e o m v a n g v a n het op­ n e e m b a r e deel v a n d e veront­ reiniging. Op grond d a a r v a n k a n m e n a a n g e v e n welke situa­ ties gevaarlijk zijn e n welke niet. Je moet daarbij wel oppas­ sen voor genetische a a n p a s s i n ­ gen bij d e planten. Als een ex­ clusiemechanisme in g a n g is gezet komen d e verontreinigin­ gen d e plant niet meer in. Je meet d a n te l a g e gehaltes, w a a r d o o r je tot verkeerde uit­ s p r a k e n komt. Als je het toetsingskader v a n d e Interimwet Bodemsanering toe­ p a s t op onderwaterbodems blijkt in veel gevallen dat onder­ zoek n a a r d e mogelijkheden v a n sanering noodzakelijk is. Dat wil zeggen dat d e b o d e m z w a a r vervuild is. De normen die in het k a d e r v a n deze wet gesteld zijn, blijken niet bedoeld voor bodems in het kustmilieu, w a a r door allerlei factoren d e beschikbaarheid v a n verontrei­ nigingen gering is. Daartegeno­ ver staat, dat je niet te m a k e n hebt met é é n soort vervuiling, m a a r met e e n cocktail v a n g e ­ vaarlijke stoffen. Nu is d a a r v a n n o g vrijwel niets zichtbaar, m a a r als d e stoffen vrijkomen breekt meteen d e hel los. Over interacties v a n verontreinigin­ g e n is niets bekend. „Dat ken­ nisgebrek vormt het grootste ge­ v a a r voor het estuariene mi­ lieu," meent Rozema. ,,De ge­ volgen zijn niet te overzien." „Als ecoloog moet je altijd reke­ ning h o u d e n met het onver­ wachte. In het geval v a n d e verontreiniging in d e estuaria is het voordeel v a n d e twijfel n a a r ons toe getrokken. Rijkswater­ staat g a a t in deze gebieden nu terecht heel voorzichtig te werk."

Foto J. Rozema

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 483

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's