Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 235
AD VALVAS — 14 DECEMBER 1984
7
„Re-creatie van educatie" van C. D. Faber ofwel de noodzakelijke onderwijsvernieuwing is niet noodzakelijk
Sociologisch proefschrift als karikatuur Om de paar jaar kent de sociale wetenschap wel een schandaal. Vorig jaar ontstond een golf van publiciteit rond de andragoog Leo Bakker die een scriptie vol wartaal afgeleverd had. De socioloog Michael Masuch liet daarop het hypocriete van al die heilige verontwaardiging zien in het tijdschrift Sociodrome. Hij wijzigde het verhaal van Bakker enigszins door er een aantal voetnoten aan toe te voegen waardoor het geheel meteen een stuk acceptabeler aanzien kreeg: „Mede daarom kunnen vaktermen als bewijs van eruditie gelden in plaats van onbegrip; bovendien kunnen dezelfde termen, voor zover ze toch nog tegenvallen, andere geleerden in de schoenen geschoven worden." Leo Bakker lijkt de woorden van Masuch ter harte genomen te hebben want hij is nu, een jaar later, gepromoveerd aan de universiteit van Groningen. Alleen heet hij nu geen Bakker meer maar C. D. Faber en hij is als pedagoog werkzaam op de VU. De titel van zijn proefschrift is: „re-creatie van educatie: de condities voor onderwijsvernieuwing en de voortdurende uitdaging tot verandering." (VU-uitgeverij). Het proefschrift heet te gaan over de wenselijkheid en de werkelijkheid van de onderwijsvernieuwing, en het spanningsveld tussen die twee begrippen. Faber heeft, zoals het een fatsoenlijk wetenschapper betaamt, een probleemstelling voor zijn proefschrift geformuleerd, en die luidt: „Welke condities determineren enerzijds de wensen tot onderwijsvernieuwing, wanneer existerende onderwijssituaties als ontoereikend worden beoordeeld en anderzijds de reikwijdte van de onderwijsvernieuwing als zodanig en daardoor tevens de minder gunstige uitkomsten die dan weer onderwijssituaties als onvoldoende doen voorkomen." Wie zo'n zin een paar keer leest kan volgens mij niet anders dan de conclusie trekken dat dit kromspraak is. Zo is het zinnetje „wanneer existerende... beoordeeld" volstrekt overbodig want waarom zou je onderwijsvernieuwing willen als je tevreden bent met het onderwijs zoals het is. Het tweede gedeelte van de probleemstelling is praktisch onbegrijpelijk. Er wordt een causaal verband gesuggereerd tussen onderwijsvernieuwing en de effecten ervan, dat iedere vanzelfsprekendheid ontbeert. En wat moeten we denken van het laatste deel van de zin: „Die dan weer onderwijssituaties als onvoldoende doen voorkomen." Na tien keer
HBO te moeilijk v w o en HAVOleerlingen hebben moeite met de aansluiting op het hoger beroepsonderwijs. De problemen zijn het grootst bij studenten aan het HBO met een HAVO-diploma. De helft van hen staakt de studie na één jaar. Bij de VWO'ers komt één op de vijf studenten in moeilijkheden. Dit blijkt uit een onderzoek dat in opdracht van de Stichting voor Onderzoek van het Onderwijs, SVO, is uitgevoerd onder ruim 1200 eerstejaars HBO-studenten. De geënquêteerden vonden de studie te zwaar, de overstap van het voortgezet naar het hoger be-
m a a r literatuuronderzoek. Dat is een legitieme keuze, maar waarom dan toch zo'n zinloze methodologie opgebouwd? Faber heeft zijn antwoord al klaar: „Het conceptuele model doet in deze vorm dienst om de studie een theoretisch wetenschappelijke, maatschappelijke en individuele relevantie te garanderen." Over het brandende vraagstuk van de toenemende onvrede met het onderwijs, zich vooral uitend in het spijbelen, heeft Faber zijn theorietje al klaar: „Door het steeds manifester wordende pluriforme karakter van de samenleving zal de realiteit meer en meer de vorm van conflicten vertonen. Voorts zal elk individu binnen de eigen omgeving streven n a a r een persoonlijk aanvaardbaar evenwicht met een fenomeen als onderwijs en daardoor kunnen de toename van „drop-out" en spij-
teit als beleidsprioriteit doen vaststellen en daarbij een optimale operationalisatie mogelijk maken." Aan het einde van zijn boek komt Faber tot de volgende gewaagde conclusie: „De gewenste werkelijkheid van onderwijs is vooral afhankelijk van de percepties die men bezit ten aanzien van de functies, de s t i ^ c t u u r en de operationalisatie van onderwijs en de mogelijkheden die onderwijsvernieuwing kunnen verschaffen": En preciseert onze nieuwbakken doctor verder: „De gewenste werkelijkheid lykt onbereikbaar wanneer existerende percepties als maatgevend worden beschouwd en de noodzakelijke onderwijsvernieuwing niet als een perceptueel probleem wordt ervaren." Anders gezegd, de gewenste werkelijkheid wordt kennelijk niet gewenst en de noodzakelijke
brede kring levend ressentiment tegen het niet onmiddellijk bevattelijke, tegen al datgene wat van het dagelijks gangbare taalgebruik afwijkt. Desondanks zijn proefschriften in de mens- en maatschappijwetenschap nog vaak wel navolgbaar; op andere terreinen is de vakterminologie al zo gespecialiseerd dat enige kritiek al bij voorbaat uitgesloten is. Niettemin denk ik dat het noodzakelijk is om onderscheidingen te maken. Er wordt ook wel eens gezegd dat mensen die op bepaalde wijze geëtiketteerd worden, zich naar die etikettering gaan gedragen. C. D. Fiber's proefschrift lijkt inderdaad op de karik a t u u r van sociale wetenschap die ons zo vaak wordt voorgeschoteld. Het is een loze, pompeuze woordenbrij die niets meer met werkelijke problemen te maken lijkt te hebben. Helaas is er in het
KoosNeuvel lezen vermoed ik dat de auteur bedoelt te zeggen, dat men nog niet tevreden is over het onderwijs; zekerheid hierover is echter niet te krijgen. Nu is iedereen wel te pakken op een of ander minder geslaagde volzin, maar bedenkelijk wordt het wanneer een heel proefschrift vergeven is van zulke taal, en dat is bij Faber het geval.
Flexibiliteit
Komisch wordt het vooral wanneer Faber de wetenschappelijkheid van zijn onderneming probeert te bewijzen via conceptuele modellen. Hij heeft een prachtig schema getekend met daarin een tweetal grootheden en een bijbehorende wirwar van al dan niet gestippelde pijltjes om onderlinge relaties a a n te duiden. Ook heeft hij een wiskundige vergelijking opgesteld die bijna de breedte van een pagina beslaat. Zo'n vergelijking kan volgens Faber de onderwijsspanning demonstreren die een individu op een bepaald tijdstip ervaart. Het absurde van die modellenbouwerij zit hem ook hierin dat de modellen in de rest van het boek geen enkele rol meer spelen. Faber bedrijft immers helemaal geen empirisch onderzoek met behulp van een computer.
roepsonderwijs te groot of hadden motivatieproblemen. De onderzoekers wijzen het voortgezet onderwijs weUswaar op mogelijke maatregelen die de problemen met de n a aansluiting kunnen voorkomen, zoals het verlengen van de cursusduur, verhoging van het onderwijsniveau en het verpUcht stellen van wiskunde, maar verwachten hier zelf niet veel van. Zij menen dat er vooral maatregelen in het HBO nodig zullen zijn.
Stichting wetenschapsvoorlichting
Onderwijs en Wetenshappen vindt het noodzakelijk het publiek wat meer voor te lichten over het gebeuren in de wetenschap en de techniek. Minister Deetman heeft daarom besloten de Stichting Publieksvoorlichting Wetenschap en Technologie op te richten. Tegen het einde van 1985 moet de Stichting in werking kunnen treden. Haar
belen verklaard worden." Een in brede samenhangen denkend cultuurfilosoof doet zajn zegje. Maar de strijd voor onderwijsvernieuwing is nog niet verloren. Op een gegeven moment ontdekt Faber de term „flexibiliteit". Dat wordt dan meteen een toverwoord dat op elk niveau ingevlochten wordt: „Flexibiliteit in structureel opzicht betekent dat de structuurfactoren flexibel zijn (in deze ene zin wordt tweemaal praktisch hetzelfde gezegd, iets wat herhaaldelijk in het boek voorkomt, red.). Flexibele structuurfactoren leiden tot flexibel onderwijs. Hiertoe zijn beleidsmaatregelen noodzakelijk, gebaseerd op percepties die flexibili-
taak wordt het adviseren van de overheid, het coördineren en ondersteunen van initiatieven van bestaande organisaties en ook zelf activiteiten ontwikkelen, zoals het organiseren van symposia, TV-programma's en het uitgeven van publicaties over wetenschap en techniek. De begroting van enkele miljoenen guldens per jaar zal voor rekening van de ministeries van Onderwijs en van Economische Zaken komen, een uitvoerend bureau van tien man moet het geheel gestalte geven.
Heertje onder de loep De neveninkomsten van professor Arnold Heertje van de Universiteit van 'Amsterdam zullen onderwerp worden van een onderzoek van het college van bestuur van deze insteling. Uit perspublicaties rond de RSV-enquête werd duidelijk dat de hoogleraar 50.000 Duitse Marken had ontvangen van RSV voor adviezen. De UvA heeft de regeling dat medewerkers alleen dan neveninkomsten mogen behouden wanneer het om incidentele gevallen gaat. Is dat
onderwijsvernieuwing is kennelijk niet noodzakelijk. Een fraaier staaiye van hoe dicht het triviale en het absurde soms bij elkaar kunnen liggen, heb ik in tijden niet gelezen.
Karikatuur
Nu ik dit geschreven heb vraag ik me af of het wel zo aardig is om je vrolijk te maken op kosten van een ander. Daarbij komt dat het object zo voor de hand liggend is; er wordt wat smakelijk afgegrinnikt om al die maffe gogen en logen. Dat is een populair gezelschapsspel geworden waarbij iedereen wel eens een keer Blokkery e wil zijn. Het is ook niet zo moeilijk om in te spelen op een in
proefschrift geen enkele aanwijzing te vinden dat het hier een parodie betreft. Toch kun je niet eens de banvloek van „onwetenschappelijkheid" over het proefschrift uitspreken. Uit alles blijkt juist dat de auteur zeer nauwgezet de veronderstelde wetenschappelijke regels van het spel heeft proberen te volgen: een probleemstelling, een theorie, een methodologie, een uitgebreide literatuurlijst en notenapparaat etc. Dat is misschien het meest onthullend van alles: het maakt niet zoveel uit wat je schrijft, als je je maar conformeert aan een p a a r formele wetenschappelijke regels, ben je het kennelijk waard om doctor te worden.
niet het geval, dan dient de betrokkene de extra inkomsten af te dragen aan de universiteit.
komst wat dat betreft met vertrouwen tegemoet te zien.
Samen automatiseren
Opheffing onterecht
Bij het automatiseren van de universiteiten is samenwerking noodzakelijk. „Een doelgerichte samenwerking op landelijk en waar nodig op internationaal niveau is voor het informaticastmuleringsplan absoluut nodig wil het succes hebben," verklaarde ondewijsminister Deetman bij de ingebruikneming van enkele nieuwe voorzieningen van het rekencentrum van de TH Eindhoven. Volgens de minister is het in het verleden niet altijd wenselijk gegaan met de universitaire automatisering. De inhaaloperatie die het stimuleringsplan n u biedt moet dat voorgoed uitwissen. Nadat de samenwerking „inderdaad een feit is", wil het kabinet de deregulering van de centrale computervoorzieningen van de universiteiten en hogescholen gaan nastreven, verklaarde Deetman, die eraan toevoegde de toe-
De opheffing van de vakgroep toegepaste sociologie a a n de Universiteit van Amsterdam in 1982, is onrechtmatig verlopen. De Amsterdamse ambtenarenrechter stelde vijf sociologen die tegen de opheffing in beroep waren gegaan in het geiyk. De argumenten voor de opheffing waren onjuist evenals de procedure die gevolgd is, oordeelde de rechter. De vakgroep zou op onderwijs- en onderzoeksgebied onder de maat gewerkt hebben, maar de metingen die daarop verricht zijn waren niet accuraat. Een systematische beoordeling van het onderzoek heeft nooit plaatsgevonden, stelde de rechter, en in feite heeft de reorganisatiecommissie onder leiding van prof. dr. A. de Swaan ad hoc beoordelingscriteria opgesteld. Het college van bestuur van de UvA wacht met het nemen van stappen als gevolg van de uitspraak tot een reactie van h a a r eigen raadsman.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984
Ad Valvas | 544 Pagina's