Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 293
9
ADVALVAS — 1 FEBRUAR11985
Martinus Nijhoff-prijs voor Henrietta ten Harmsel
Het vertalen van poëzie De Martinus Nijhoffprijs is dit jaar toegekend aan Henrietta ten Harmsel voor haar vertalingen van Nederlandse poëzie in het Engels. Omdat zij zo'n twee jaar geleden enige tijd aan de VU heeft gewerkt en hier de nodige contacten heeft opgedaan kwam zij afgelopen maandag een lezing houden over haar werk, op de vooravond van de prijsuitreiking. De subfaculteit Nederlands greep de gelegenheid aan voor een wat bredere behandeling van het fenomeen vertalen van poëzie en nodigde tevens de vertaalwetenschapper James Holmes van de Universiteit van Amsterdam uit. „Het maakt me wel een beetje bang om hier n a twee jaar weer Hollands te spreken," begint Henrietta ten Harmsel, nog acclimatiserend n a haar transatlantische vlucht vanuit Grand Rapids in de Verenigde Staten. Ofschoon zij oogt als een typische American middle-class housewife on a European Tour is h a a r beheersing van het Nederlands bewonderenswaardig. De lezing van de vertaalwetenschapper James Holmes, die op Ten Harmsels verhaal zal volgen, maakt het belang van het vertalen van Nederlandse poëzie in het Engels nog eens duidelijk: Op deze manier kunnen literaire tradities overgeleverd worden.
Rovers
Ten Harmsel geeft een toelichting op haar vertaling van Annie M. G. Schmidts De Rovers en de Maan, een gedicht voor kinderen: „Er waren eens drie rovers en ze woonden in een h o l . . . " is geworden: „Far, far away in Italy three robbers had a d e n . . . " Daar staat
„Genoeg werk, maar geen banen" Vervolg van pag. 6
met andere, eigen bezigheden: „Ik ben politiek actief en af en toe werk ik mee aan projekten die een relatie hebben met mijn studie. Zo ben ik nu bezig met een onderzoek n a a r het werklozenverzet in de jaren '30. Ik ben niet van plan te solliciteren n a a r banen die me niets lijken, want ik kan mezelf prima bezig houden. Ik heb in die jaren twee keer gesolliciteerd naar een baan die me echt leuk leek. Solliciteren heeft voor mij pas zin als het gaat om werk dat ik echt graag zou willen doen." Dineke is op zoek n a a r een vaste baan: „Ik ben in 1981 afgestudeerd. Mijn leeronderzoek en scriptie handelen over buitenlandse vrouwen in Nederland. In die tijd gaf ik Nederlandse les aan Marokkaanse vrouwen. Toen er weer een nieuwe groep vrouwen vers uit Marokko aankwam, heb ik voorgesteld een betere opvang te creëren voor deze vrouwen. Er is toen vanuit de gemeente een projekt begeleiding etnische minderheden opgezet, dat voor acht u u r per week gesubsideerd werd. In eerste instantie heb ik niet gesolliciteerd, omdat ik liever een volledige baan wilde, maar uiteindelijk heb ik die baan toch genomen." „Inmiddels is er een ander subsidiekanaal bij, waardoor nog eens twaalf u u r betaald wordt. Ieder halfjaar wordt bekeken of de subsidie gecontinueerd zal worden. Daardoor wordt de werksituatie erg onzeker, van de ene dag op de andere kan het afgelopen zijn en dat idee werkt remmend op de motivatie. Al die tijd probeer ik
Aait Bouwmeester toch heel iets anders. Maar, legt Ten Harmsel uit, daar is een reden voor. „Er waren e e n s . . . " is het traditionele begin van een sprookje in Nederland. Bij het horen van die magische woorden schakelen de kinderen h u n blik onmiddellijk op oneindig en wat h u n betreft mag dan alles gebeuren, niets is te gek, er komt n u immers een sprookje. „Far, far away . . . " heeft op Engelse kinderen eenzelfde effect, dus die vertaling is gerechtvaardigd. Maar waarom n u de situering in Italië in de Engelse tekst? De reden daarvoor ligt verderop in het gedicht. Annie M. G. Schmidt laat h a a r rovers de torens van Lutjebroek en Overschie, alsmede die van Geldermalsen opstapelen, opdat de maan van de hemel te roven is. Deze plaatsnamen, zo mag verondersteld worden, zijn niet bekend bü het Engelse of Amerikaanse kind. Ten Harmsel kiest bij het vertalen voor de to-
dan ook een vaste baan te vinden, en dat blijkt ontzettend moeilijk te zijn. Ik ben dan wel een van de eersten die op het gebied van etnische minderheden is afgestudeerd, maar er zijn bijna geen banen. Op dit moment geeft men bovendien de voorkeur aan de Turkse en Marokkaanse vrouwen zelf en dat is natuurlijk terecht."
Weinig ervaring
De derde afgestudeerde, Frans, heeft nog weinig ervaring als werkloze. Hij is pas twee maanden geleden afgestudeerd en heeft zich, behalve met schaatsen, voornamelijk bezig gehouden met het nagaan van de mogelijkheden die de arbeidsmarkt lijkt te bieden.
rens van Pisa, Florence en Rome - de torens zün in Amerika in tegenstelling tot de wolkenkrabbers karig gezaaid - waarmee de plaatsbepaling Italië in de eerste regel van het gedicht verklaard is. Het maakt de sfeer dan wel wat exotischer dan de oorspronkelijke kneuterigheid, maar de begrijpelijkheid is recht gedaan.
Moeilijkheden
Wat is het doel bij het vertalen van poëzie? Volgens Ten Harmsel is h a a r eerste streven om het gedicht in de vertaling ook weer een gedicht te laten worden. De vorm is daarbij erg belangrijk: „Als dat natuurlijk kan komen begin ik te werken aan het meer letterlijk worden, waardoor het ook vaak veel frisser wordt. Soms blijkt ook dat je het in de vertaling veel beter k u n t zeggen dan in de oorspronkelijke taal." Naast het recentelijk vertalen van werk van Annie M. G. Schmidt werkt Ten Harmsel hoofdzakelijk aan h a a r specialiteit: de zeventiende eeuwse Nederlandse poëzie, werken van Revius. Hooft, Dullaert of Huygens bijvoorbeeld. „Het vertalen is zoiets als het werk van een secretaresse; je typt de tekst over, alleen je doet dat in een andere taal," verwoordt J a mes Holmes een vooroordeel dat ten aanzien van vertalen heerst. Daar tegenover staat: „Vertalen is onmogelijk", een standpunt dat met name over poëzie naar voren wordt gebracht. Gedichten maken het de vertaler moeilijker dan de gemiddelde gebruikstekst. Het gaat vaak over een uiterst ingewikkelde struct u u r die op specifieke wijze in een specifieke vorm voor een specifieke lezerskring geschreven is. In tegenstelling tot de gebruiks-
Wat denkt de werkgroep te kunnen doen aan de werkgelegenheid van antropologen? „Br zijn verschillende mogelijkheden geïnventariseerd om te werken met behoud van uitkering. Op de faculteiten kunnen afgestudeerden tijdelijk worden aangesteld voor werk met een additioneel karakter. Tot nog toe wordt hier te weinig gebruik van gemaakt," vindt de werkgroep. Men is verder van plan om bij het arbeidsbureau n a te gaan wat de mogelijkheden zijn om bij voorbeeld ook in het buitenland te werken met behoud van uitkering. Er zou dan meegewerkt k u n n e n worden aan bestaande onderzoeksprojekten. Om te beginnen is het belangrijk om op de hoogte te zijn van de praktische mogelijkheden, maar
Vrijwilligers op video Onder de titel Carrières nieuwe stijl heeft het Vormingscentrum van de VU onlangs een video uitgebracht over betaald werk, vrijwilligerswerk en werkloosheid. Op de video wordt een aantal (bijna) afgestudeerden aan het woord gelaten die als vrijwilliger werken of self werk hebben gecreëerd. De een heeft het Initiatief genomen tot het opsetten van een vertalerscollectief, de ander is druk bij de actiegroep Reinwater en weer een ander is actief bij de stichting Tegen haar wil. „Ik sie het gewoon als werk - sij het onbetaald. Ik kan er veel in kwijt van wat ik in mijn studie geleerd héb." Natuurlijk is het leven van een vrijwilliger niet probleemloos. Genoemd worden het lage inkomen („Ik sou graag kinderen willen, maar met een bijstandsuitkering kan je dat wel vergeten.") en het vaak vrijblijvende karakter van de werksaamheden. Een vrijwilligster bij Milieudefensie vertelt dat se om die reden van plan is binnenkort te solliciteren naar een betaalde betrekking: „Het werk dat ik hier doe is leuk. Maar je moet altijd maar afwachten of anderen tijd en sin hebben, hun stukken tijdig afhebben. Dat werkt soms frustrerend. Met een betaalde baan is dat denk ik anders: je sit in een bepaalde structuur; mensen worden gedwongen op tijd iets af te hebben. Ik denk ook dat je invloed in een betaalde baan veel groter is." De video is te leen bij het Vormingscentrum (tel. 5484524).
Mevr. Henrietta ten Harmsel tijdens haar lesing op de VUfFoto A VC/VU) tekst, waarbij het overbrengen van de betekenis de enige prioriteit vormt, mag bij een gedicht a a n de eenheid van vorm en inhoud niet getornd worden. Daarbij komen allerlei problemen de hoek om kijken. Wat te doen met de socio-cultureje context bijvoorbeeld? In het geval van Annie M. G. Schmidts Nederlandse torens heeft Ten Harmsel een oplossing gevonden, maar die ligt ver van de oorspronkelijke tekst. D a n speelt het gedicht zich ook nog af in een linguïstische context, waarbij gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden van de taal. Wanneer Vasalis het over ,,Heelal" heeft, staan in het Engels slechts de minder beeldende begrippen „Universe" of „Cosmos" ter beschikking. Als derde moeilijkheid is er de zogeheten literaire intertekst: het onderhavige gedicht is nieuw in een hele reeks gedichten in die taal, waardoor echo's te horen zijn van vroeger of juist een verzet tegen die oude vormen. Bij het
vertalen van het Engels naar het Nederlands zit men dan met de vele verwijzingen naar bij voorbeeld Shakespeare in de Engelse poëzie. Waar het uiteindelijk op neerkomt is, dat ieder vertaler weer andere keuzes maakt, andere zwaartepunten vindt. Het belangrijkste doel moet, volgens Holmes, uiteindelijk zijn dat de „illusie" van een eenheid in het vertaalde gedicht moet overblijven. Wanneer, n a drie kwartier, voorzitter professor Strengholt de gelegenheid biedt tot het stellen van vragen en discussie, verlaat een derde van het ruim vijftigkoppige publiek hals-over-kop de zaal. Een harde kern van taal- en literatuurwetenschappers bepaalt vervolgens het verdere verloop van de bijeenkomst. De discussie vermag niet veel te verduidelijken, zy het dan dat Henrietta ten Harmsel zich ontpopt als een pure praktijkliefhebster. Het theoretiseren laat zij met graagte over aan de anderen.
de principiële vraag of het werken met behoud van uitkering wel zo'n gunstige ontwikkeling is, willen de leden zeker niet uit de weg gaan. Het kan een manier zijn om werkervaring op te doen, waardoor de kwalificaties voor de arbeidsmarkt weer toenemen. Het blijft echter een noodoplossing, met een onzekere toekomst. ,,Bovendien is het geen goed idee zomaar wat onderzoek te doen om jezelf bezig te houden, het moet natuurlijk wel ergens toe leiden," voegt Brigitte, een van de studentenleden, er aan toe.
bij voorbeeld een overzicht van wat er met de afgestudeerden is gebeurd, of ze werk hebben gevonden en zo ja, in welke sektoren men terecht is gekomen. Dergelijke informatie zou meer inzicht geven in de situatie op de arbeidsmarkt. De werkgroep wil dan ook voorstellen deze informatie te gaan verzamelen, zy ziet het ook als h a a r taak de stafleden bij de werkgelegenheidsproblematiek te betrekken. Peter: „Het zou de solidariteit tussen werkenden en niet-werkenden vergroten als ook zij zich gaan bezig houden met de problematiek van de werklozen." Loes Singels
Steun noodzaak
Voor studenten die een onderzoek willen opzetten zal de steun en begeleiding van docenten noodzakelijk zijn. Verwacht mag worden dat ook de docenten aandacht gaan besteden aan de werkgelegenheid van h u n studenten. Vooralsnog zijn er geen afspraken gemaakt over het continueren van de werkzaamheden van studente-assistente Roelie Lenten. Hebben docenten wel belangstelling voor afgestudeerde studenten? Roelie: „Ze houden zich vooral bezig met het aantrekken van s t u d e n t e n . . . Het begeleiden van afgestudeerden vinden ze, mijns inziens, niet echt tot h u n taak behoren. De universiteit is ook geen beroepsopleiding, maar a a n de andere kant kunnen ze het zich niet veroorloven er helemaal niet mee bezig te zijn, vooral n u het steeds moeilijker wordt een baan te vinden. Ik denk dat het goed is als docenten studenten informeren over bepaalde projekten en aangeven welke arbeidsmogelijkheden er zijn. Zij beschikken door h u n ervaringen over een schat aan informatie, die nu wel bij individuele studenten terecht komt, maar die op veel grotere schaal verspreid kan worden. Tot nog toe is er weinig belangstelling getoond voor afgestudeerde studenten. Zo ontbreekt
„Ik voel me nog student" Vervolg van pag. 7 raakt, noemt hij als belangrijkste reden voor zijn gastverblijf. „Je blijft in het circuit meedraaien. Dat heeft z'n vruchten afgeworpen want nu zit ik op een (betaalde) promotieplaats in Wageningen." Hij ziet ook schaduwzijden van de onbetaalde gastvrijheid: „In het algemeen hebben betaalde collega's weinig idee van de moeite die een vrijwilliger/onderzoeker zich moet getroosten om werk van een hoog niveau af te leveren. Ik kan moeilijk tegen mijn begeleider zeggen dat hij mij 'zachtjes' moet behandelen omdat ik alleen een onkostenvergoeding krijg en omdat ik ook een deel van het huishouden moet doen. Je moet werken alsof je een full-time, professioneel onderzoeker bent. Maar soms denk je: verdorie ik ga vandaag gewoon een leuk boek lezen. Ik vind het overigens heel goed dat mensen uit de vakgroep mij met normale normen beoordeelden. Maar je blijft in een wat schizofrene positie zitten." W.C.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984
Ad Valvas | 544 Pagina's