Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 204

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 204

8 minuten leestijd

AD VALVAS — 23 NOVEMBER 1984

12

Gezicht achter gordijntje Er zijn kerken en kerken, gelovigen en gelovigen. Dat is bekend. Er zijn ook motoren en motoren, motorgenoot­ schappen en motorgenootschappen: de rijdende zuilen. En zoals gereformeerden roomsen schuw(d)en, zo hebben motorrijders niets met choppers. Een chopper is een soort motorfiets: veel chroom, hoog stuur, show. Nu zei mijn motorvriend dat hij n a a r een choppertreffen geweest was. Dat was raar en dus vroeg ik hem naar het hoe en wat. „Héél goed," zei hij, , j e leert het nog eens!" Tot een u u r vóór vertrek naar het clubhuis in Zaandam van de Chop­ perclub Nederland had hij, vertelde hij, niet geweten om wat voor treffen het ging en toen... „ . . . had je als motorrijder, ik wil niet zeggen: thuis moe­ ten blijven, maar toch in elk geval het bezoek aan het choppertreffen in heroverweging kunnen nemen," onder­ brak ik hem. „En? Heb je dat gedaan?" „Je weet hoe dat gaat," probeerde hij. ,,Nee," zei ik, „mijn ervaring met de wereld van het motor­ rijden is namelijk uiterst beperkt. Ik had toen een vriend­ je en die kreeg van een oom ergens uit Twente een motor­ fiets kado. Na een maand klooien kreeg hij hem eindelijk a a n de praat. En een week of wat daarna zou ik officieel een proefrit maken. Ik kon dat ding voor vier meier kopen en dat had ik wel niet, maar daar ging het ook niet om. De proefrit: daar was het om te doen. „Op het afgesproken tijdstip was ik daar. Het was een grote, zware fiets, eind jaren '50 met een raar dichtge­

werkt motorblok. Op de in Engels rood gelakte tank stond op een eenvoudig embleem zijn naam: Victoria. Ik trapte de kickstarter naar beneden e n . . . hup, zonder gas te geven deed hij het: kadoem, kadoem, kadoem. „Hoe zet je hem in z'n één," vroeg ik. Dit was het beslissende moment. Ik kón nog afstappen, maar hü zei „naar boven halen met je voet eronder en dan weer n a a r beneden krijg je eerst z'n vrij, dan z'n twee, drie en vier, maar die is alleen voor op het lange recht end." Voorzichtig draaide ik de gashendel een beetje open. De

Bas Jan van Stam motor reageerde rustig doch krachtig: droem, droem, droem. Ik draaide de hendel weer terug, zette de versnel­ ling in de bovenste stand, dreigde om te vallen, gaf gauw met mijn linkervoet een zetje tegen het wegdek, liet de koppeling langzaam opkomen, gaf een beetje gas e n . . . het rééd! Al snel hoorde ik aan het toerental dat ik n a a r z'n twee moest schakelen: gas terug koppeling in, n a a r beneden trappen, of omhoog, hoe zat het ook al weer, een akelig gekraak, mislukt, nog eens proberen, zat ie weer in z'n één! Opnieuw snelheid maken, weer proberen, zoef­ zoef deden de bomen langs de dijk, o ja, de weg, ging goed, o jee, een politieauto, hèhè, waarschijnlijk wel niet in z'n

Ontbloot voor de dirigent Aan het einde van de avond, na dertien auditanten in zo'n twee en een half uur, maken we dan toch nog de geboorte van een fenomeen mee. De Amsterdamse auditie van het Nederlands Studenten Kamerkoor is tot op dat moment zenuwslopend verlopen, zonder welke karakteristiek een auditie niet tot z'n recht zou komen, met veel meer zangers die d'r bij willen dan gewoonlijk. „Normaal hebben we een stuk of zeven, acht," vertelt de ellenlange tenor Dolf Weverink, tevens bestuurslid, mij. „Het zal er wel aan liggen dat ik dit jaar de publiciteit heb gedaan," glimlacht de mooie sopraan Lucie Schaap die als bestuurslid bij alle audities zit om h a a r mening naast die van de dirigent, Cees Rotteveel, te kunnen stellen. De entree van maestro Rotteveel aan het begin van de avond is imposant. Terwijl de gang voor de auditieruimte zich vult met gespannen student­zangers glijdt de dirigent zwijgend de klapdeuren door. Een grote man, met licht grijzende en golvende lokken. Vriendelijke doch doordringende ogen, een gelijnd gezicht. Zolang hij niets zegt, zwijgt ook de rest. Het verlossende woord, in een grap verpakt, laat gelukkig niet lang op zich wachten. Maar "de traditionele hiërarchie die in de verhouding tussen zangers en dirigent bestaat wordt ontegenzeggelijk bevestigd. De veertiende en laatste auditant is een tenor. Een lange jongen, ruim 1.90 meter, met een enorme bos blond haar. Na het afwerken van een aantal vaste nummers, een lied „van het blad" zingen, het testen van het tonale geheugen en het gevoel voor ritme zegt de dirigent: „Je zingt niet met kopstem, hoor ik." De zuivere klanken die de jongen tot op dat moment had voortgebracht had hü „uit zijn buik gehaald". De techniek die veel kracht aan de stem geeft en een gelijkmatigheid door alle registers heen waarborgt. „Ja, maar ik kan ook counteren," antwoordt de zanger. Counteren is het welbewust gebruik maken van de kopstem door mannelijke zangers, waardoor een geluid wordt geproduceerd dat veel weg heeft van dat van een alt, een vrouwelijke stem. Counter­tenoren zijn een zeldzaamheid, sinds het castreren van jongenssopranen voor dit doel in de achttiende eeuw als onethisch beschouwd werd. In plaats van de fysieke handicap die de hoge stem tot gevolg had, wordt het hoge register nu slechts door techniek gehaald. „Counteren?," de verbazing klinkt

onverbloemd door in de stem van de dirigent. „Laat eens horen?" Na een dramatische stilte zingt de jongen. Zo mooi had ik in ieder geval nog nooit een counter­tenor gehoord. „Dat is merkwaardig," reageert de dirigent. „Dat komt nooit voor bij tenoren. Ik begrijp hier niets van. Bij tenoren heb ik dat nog nooit meegemaakt. Je bereikt ruim twee octaven met je buikstem én hebt een alt." De spanning is gebroken. Er wordt weliswaar niets gezegd over het wel of niet aannemen van deze tenor door het Studentenkamerorkest, maar voor de zanger is het even duidelijk als voor mij: Hij, Rob van Dam, derdejaars student aan de Vrije Leerlangen, is zeker van een plaats. „Tom zou je een liedje voor me willen zingen?" Deze ontwapenende vraag stelt Rotteveel als eerste aan iedere auditant en mist z'n uitwerking niet. De bariton Tom

twee, maar de motor trok het, zoef daar ging de politieau­ to, hoe hard zou ik gaan, zag ik ze n a a r me kijken, nee toch? Jemig: bijna honderd! In een n a a r links buigende bocht keek ik snel en zenuwachtig even om en zag de politieauto in de verte keren. O jee, de bocht, bijna reed ik het water van de ringvaart in. Wat nu? Een boerenerf op, besloot ik. In de woonkamer van de boerderij bewoog een gordijntje en achter de zwarte ruit zag ik een vage en bleke vlek. Ik kon niet gebaren dat er niet iets ergs aan de hand was, goed volk enzo, want ik had beide handen nodig om de n u tot stilstand gekomen motor overeind te houden en onder­ tussen deed hij maar steeds kadoem, kadoem, kadoem en ja hoor, de politieauto reed het pad n a a r beneden n a a r het boerenerf af, verschrikkelijk, maar hoe zetje zo'n ding af? Mooie boel: inmiddels stond ik dan naast de ronkende en af en toe wegrijdende motor, de bleke vlek had zich weer teruggetrokken achter het toegeschoven gordijntje, ik verwachtte elk moment een blaffende hond of boer met buks, de ene politie was uitgestapt, de andere praatte in de mobilofoon, kadoem, kadoem, kadoem en daartussen door yuurde de politie vragen op me af over papieren, naam, rijbewijs. Moest ik de motor dan maar laten vallen? „Weet u misschien hoe je zo'n ding afzet?" „Van motorrijden," zei ik, „heb ik dus geen verstand en dus weet ik ook niet 'hoe dat gaat, weet je wel' als je n a a r een treffen gaat." „Nou, je ziet mekaar in de kroeg, loopt eens n a a r een motor buiten, lullen over onderdeel zus en zo en fiets dit en dat, en dan gaat het richting treffen. Maar ik ben er nog geen u u r geweest. De eerste die weg ging, dat was ik dus. Een beetje veel NVU en Centrumpartij figureren, daarzo."

Strengers uit Leiden, student Nederlands, doet opgelucht een stap naar de piano. „Het liedje staat in e­klein," vervolgt de dirigent. „En a a n het begin van de partij staat een dominiem septiem accoord. Ken je dat?" Niet zomaar een liedje dus, maar een lied van het blad zingen. Voor het studentenkamerorkest is deze vaardigheid van de zangers een absolute voorwaarde. De repetitieperiode is erg kort, twee weekenden en een week, zodat er snel gewerkt moet worden. P u u r op het gehoor het repertoire instuderen zou te veel tijd kosten. Tom gaat naast de piano staan, neemt het blad met de muziek recht voor z'n buik en Rotteveel begint. Tom valt in. De noten vormt hij vanuit zijn onderrug n a a r zijn schouders toe. De hoge tonen brengen zijn wenkbrauwen n a a r boven, toch is er niets verbazends aan de muziek. Maestro Rotteveel blijft de vriendelijkheid zelve, onderbreekt wanneer het fout gaat om als loods het lied tot een goed einde te brengen. Lucie Schaap, het bestuurslid dat ook meeluistert, trekt echter grimassen bij de hoge tonen. Er is werkelijk niets te verbergen op zo'n auditie. Je k u n t het of je kunt het niet. Er

isr's:^v^»«>r<ffir'r~^s;

(Foto Bram de Hollander)

Advertentie

KUPERUS/BV AUTOVERHUUR V. d. IVIadeweg 1, Amsterdam, telefoon 924755 naast metrostation Duivendrecht Middenweg 175, Amsterdam, telefoon 938790 STUDENTEN 20% KORTING

Galgala HlEf^Z/riKDflH, DE Nl£UWE r:^JONfit OMDERNEMER WflflRVOo^ I

NÜ U IN DiEMir WW DE VU KOMT, MOET IK ü l/ER20Ek;EN DE DÖELsrEi­ilhy^­TB ONDER­

DE VU H(SA(? POORTEN 6£ÖFEMD

fm

HEETT... w o

IG­EVEM.,.

' DflT KflN EEM

omheen praten kan wel aardig zijn voor je gemoedsrust, de beoordeling staaft zich p u u r en alleen op je capaciteiten als zanger. Haal je die hoge tonen niet? Jammer, je hebt een mooie stem en ga daar maar eens hard aan werken, misschien lukt het dan volgend jaar wel. „Je hebt een klok van een stem, dat zegt je zangleraar natuurlijk ook," schouderklopt Rotteveel de zanger nadat deze „Altijd is Kortjakje ziek" vreselijk kwaad en hard gezongen heeft. Na de auditie toont Tom zich niet helemaal tevreden over het verloop. „Ik kon niet laten zien wat ik in huis heb," klaagt hij. „Een auditie is toch heel erg een momentopname. Het verliep allemaal een beetje lullig." Daarmee verwijst hij indirect n a a r een stemoefening die hij heeft moeten doen, op een bepaalde toon heel hard lu, lu, lu, l u . . . zingen. „Maar ja, het is ook weer een ervaring erbij, zo'n auditie," relativeert hij zijn ongenoegen. De sopraan Marieke Linders, eveneens student Nederlands, is wat relativeringsvermogen het tegenovergestelde van Tom. ledere fout die zij maakt laat ze volgen door een grap, een opmerking, zelfs door kritiek op de dirigent. „Je houdt hem te lang aan, dat mag je niet doen," krijt zij nadat ze het einde van het lied meer geïmproviseerd dan van het blad gezongen heeft. Een dwingende stilte volgt. „Ik ben me van geen kwaad bewust," klinkt het vanachter de piano: „Laten we het dan nogeens doen." En ach, het blijft gemiddeld. Nee, het is duidelijk, zangers worden tijdens audities muzikaal uitgekleed. Daar helpt geen praten aan. „Het koor is het instrument van de dirigent, zegt mijn moeder altijd." Na afloop van de auditie vertelt Lucie Schaap over het specifieke van in­een­koor­ zingen. Met z'n allen vorm je één instrument, voor individuele escapades is geen ruimte. „Dus kijk ik tijdens de audities ook n a a r de mensen zelf. Passen ze wel in ons koor, kunnen we dit jaar weer een leuke groep vormen." „Ik bepaal zelf het repertoire," vertelt de dirigent Cees Rotteveel. „Maar ik overleg graag." Gevraagd n a a r het bijzondere van een studentenkoor: „De bereidheid om iets anders dan het gevestigde te doen is groter. Studenten zijn in staat iets extra's te doen, bijvoorbeeld iets zo te zingen zoals de componist het indertijd geschreven heeft, zonder alle franjes die er in de loop der jaren bijgekomen zijn." iA.B.) Het Nederlands Studentenkamerkoor begint dit jaar aan haar elfde seizoen. De concerttournee valt in de laatste week van februari en in de twee eerste weken van maart. Nadere informatie is verkrijgbaar bij Dolf Weverink, telefoon 020­682436.

G O E D , T E K E N T U DflW MRflR.,,, ZOLflNG­ U MAAR. G EESI CoMMUNy/ST B E N j r , NiETWflfll?.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 204

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's