Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 455
7
AD VALVAS — 26 APRIL 1985
Illegaal studeren in oorlogstijd
Angst en beven bij brand in lab aan de Lairessestraat „Nauwelijks waren in de Natuurkundige afdeling van ons gebouw de Kindermanner geïnstalleerd, of er vond in de Scheikundige afdeling een gebeurtenis plaats, die hoogst ernstige gevolgen had kunnen hebben." Zo begint prof. dr. J. F. Koksma op 20 juni 1945 aan het verhaal van een sensationele gebeurtenis die tijdens de oorlog in het gebouw aan de Lairessestraat van de Vrije Universiteit heeft plaatsgevonden. Hij spreekt ter gelegenheid van het hervatten van de colleges door de Wis- en Natuurkundige faculteit. De gebeurtenis was een branche; het tijdstip zaterdag 11 maart 1944, 12.30 uur. Het gebouw aan de Lairessestraat was gedeeltelijk in beslag genomen door een Gasschutzschule van de Duitse Wehrmacht, die onder leiding stond van de heer Kindermann. Prof. dr. G. J. Sisoo had toentertijd de leiding over het de VU resterende gedeelte van het gebouw en hij herinnert zich het geval nog uitstekend. Hieronder zijn relaas. „In de grote collegezaal op de eerste verdieping zat de Gasschutzschule. Daar kregen soldaten les in het gebruik van gasmaskers. Op de tweede verdieping, pal er boven dus, zaten illegale studenten. Officieel was de VU gesloten nadat de studenten gedwongen waren de loyaliteitsverklaring te tekenen. Zij waren voor het grootste gedeelte ondergedoken en op die tweede etage hielden wij een klandestien practicum. Om de activiteit tegenover de Duitsers te kunnen verantwoorden hadden wij het lab formeel verhuurd aan TNO. Er werd zogenaamd aan toegepast onderzoek gedaan en wij hadden dan ook naambordjes van allerlei bedrijven op de deuren geplakt: Shell, Philips, en dergelijke. De etage daar weer boven was een centrum voor de illegaliteit. Er werden valse persoonsbewijzen gemaakt, bijvoorbeeld. Op die bewuste zaterdag liepen een aantal van de klandestiene studenten langs een diensttrap naar beneden, voorbij de grote collegezaal op de eerste verdieping. Zij zagen dat de zaal vol dichte, zwarte rook stond en waarschuwden onmiddellijk het personeel. Die wisten de brand met eigen middelen te blussen, de brandweer was niet nodig. De Arbeidsstab die het gebouw beheerde waarschuwde daarop onmiddellijk de Wehrmachtspolisei en die riepen meteen: „Dat hebben de studenten gedaan!" Daar heb ik mij onmiddellijk tegen verzet. Ik kon mij niet voorstellen dat studenten ons gebouw in brand zouden willen steken. Let wel, het betrof hier niet de studenten die de practica bij ons volgden, maar degenen die in het verzet waren gegaan. Het had gewoon geen enkele zin om daar een branc^je te stichten. Ik heb toen tegen de poliset gezegd, deze universiteit is gebouwd op de guldens en rijksdaalders van de ouders van onze studenten, het is onmogelijk dat zij h u n eigen instelling zouden willen vernietigen." „In ieder geval, de Wehrmacht haalde de Nederlandse politie erbij en ook een vertrouwensman die zij altijd gebruikten bij verdachte branden, de Nederlander J. B. Roelof sen. Deze was zelf verhinderd en stuurde een assistent, een jonge man. Die bekeek de geschulpte randen die de brand op het parket had doen ontstaan en concludeerde: het is een lichte vloeistof-brand geweest. In zijn rapport stelde hij dan ook dat de brand aangestoken was."
Brandweer
„Ik geloofde dat niet en hulp van prof. Wibaut Jansen, twee chemici die met dergelijke brandjes
vToeg de en prof. ervaring hadden.
Aart Bouwmeester Professor Wibaut heeft die jongen toen een beetje een examen afgenomen in de t r a n t van, hoe weet u dat het een vloeistofbrand was? Vanwege die geschulpte randen, oh. Wat voor vloeistof was het dan? Een lichte vloeistof, aha. Geeft een lichte vloeistof ook donkere rookwolken? Weet ik niet professor..." Op dit moment kan Sizoo zijn lachen niet bedwingen: „Die m a n ging dus wat onthutst weg. Toen kregen we bericht dat mijnheer Roelofsen zelf zou komen. Hij verscheen in een keurig uniform van brandweerman, pistool op z]j, maakte dus onmiddellijkl een reuze indruk op die Duitsers. Maar voordat de officiële zitting in de middag was, had hij overlegd met prof. Wibaut, prof. Jansen en het personeel, onder anderen de werkster, die een belangrijke rol speelde, en zij hebbenmet elkaar een theorie opgebouwd over hoe de brand ontstaan had kunnen zijn." „Onder de houten experimenteertafel stond een houten papierbak. Daarin lagen folies die in
de voorkant van de gasmaskers hoorden, er werd immers les gegeven in het gebruik van gasmaskers. Die waren van brandbaar materiaal. En de werkster had verklaard, dat zij als ze zaterdagmiddags de zaak schoonmaakte, overal en ook in de papierbak uitgedoofde sigaretten vond. H u n theorie luidde, dat de brand ontstaan was door een achteloos weggeworpen, maar niet geheel uitgebrande sigaret en door de brandbare folies was het uit de hand gelopen." ,,Tijdens de middagbijeenkomst kwam mijnheer Berthold er ook bij, dat was de ondergeschikte van Kindermann en daar werd het verhaal door mijnheer Roelofsen precies uit de doeken gedaan. Die folies waren niet brandbaar zeiden de Duitsers. Oh nee? zegt Roelofsen en hij pakt zo'n ding en vraagt om een sigaret. Eén van het personeel biedt hem er één aan. Nee, zegt hij, ik moet een goeie sigaret hebben, zo'n Duitse! En hij steekt met de brandende sigaret in dat ding en woem, dat vliegt meteen in de brand!" Sizoo grijnst breed wanneer hij het zich weer zo voor de geest haalt. „Je k u n t het ook niet allemaal vertellen, maar het is te leuk om er a a n voorbij te gaan. Goed. Het mooiste komt nogL De Nederlandse politie had h a a r chemisch deskundige meegebracht. Een apotheker. Het spijt me vreselijk dat ik zijn naam nooit geweten heb. W a t doet die op een gegeven ogenblik - want het ging dus over die geschulpte randen - hij haalt een foto voor de dag en Berthold zegt: „Das ist ja ein Flüszigkeitsbrand! Nee, zegt hij, kijk daar in het midden staan een paar petroleumblikken. Nu zijn die lui zo stom geweest om die blikken aan te steken. Die zijn erg warm geworden en het was op een parketvloer, maar de petroleum was al opgebrand voordat het op de vloer kon komen, dus het is geen vloeistofbrand."
Parketvloer
„Goed, ze hebben dus kans gezien om dit verhaal aannemelijk te maken. De zaak was afgelopen. Maar de volgende dag komt de deskundige van de politie, die apotheker, bij me. Hij zegt, professor, wij hebben de indruk dat u
Prof. dr. G. J. Sizoo: 'Het had gewoon geen enkele zin daar een brandje te stichten'. geheel te goeder trouw ervan overtuigd bent dat die brand niet aangestoken is. Ik zeg, nou, uw verhaal was zo overtuigend en bovendien ik kan me niet voorstellen dat er iemand zo stom is, want het heeft vanuit verzetsoogpunt geen enkel effect, antwoord ik. Ja, zegt hij, m a a r wij geloven toch wel dat het een vloeistofbrand was. Maar die foto die u dan liet zien! Hij zegt, dat was een vloeistofbrand ...". Dit laten we even op ons inwerken. Sizoo schuddebuikt: „Het was een vloeistofbrand, maar dat verhaal hebben we erbij verzonnen. Mooi hè. Doet u mij een plezier, zei hij me toen, breekt u onmiddellijk die hele parketvloer op. Dat hebben we meteen gedaan." „Kijk, het is nooit opgehelderd. Maar tenslotte, de deur stond er eigenlijk altijd praktisch open en er hebben best een paar mensen n a a r binnen kunnen komen. De studenten boven hebben het absoluut niet gedaan. En ik kan me ook niet voorstellen dat iemand die de situatie kende het gedaan
^k
heeft. Maar er gebeurden ook domme dingen in het verzet."
Illegaal onderwijs
Van de circa vijftig studenten waarmee de faculteit wiskunde en natuurwetenschappen a a n de v u de oorlog inging volgden op het moment van de brand zo'n vijftien illegale colleges. De VU was gesloten op het moment dat de bezetter van de studenten een zogeheten loyaliteitsverklaring eiste, een op schrift gestelde belofte dat zij zich a a n de wetten en normen van het Duitse gezag zou houden. De rector van de VU, prof. dr. D. Nauta had op 12 april 1943 de verklaring wel a a n alle studenten toegestuurd, m a r liet deze vergezellen van de mededeling dat de universiteit tot nader bericht gesloten zou zijn. Een heel andere stellingname dan bijvoorbeeld de Technische Hogeschool in Delft, alwaar men besloot unaniem de verklaring te tekenen, in de vooronderstelling dat deze dan geen waarde meer zou hebben. Een beslissing die Delft tot ver na de oorlog niet in dank is afgenomen. Na Dolle Dinsdag in september '44, toen het leek alsof de bevrijding voor de deur stond kwam het illegale hoger onderwijs vrijwel geheel tot stand. Amsterdam stond toen nog de hongerwinter te wachten, waarin het gebouw aan de Lairessestraat met haar laboratoria werd ingeschakeld „in de strijd om het stoffelijk bestaan". „Waar vroeger de Wilsoncamera's h u n korte klappen lieten horen, rolden n u de suikerbieten. Waar de reuk van H2S hing, waarden t h a n s zuurkoolgeurtjes rond," slaat professor Koksma een wat poëtische toon aan in zijn openingsrede van 20 juni 1945: „In professor Sizoo ontpopten zich kwaliteiten die hem tot erevoorzitter van de vereniging van groentehandelaren zouden moeten bestemmen."
.f ^ >,
word ook bloeddonor
020-123456 Het oorspronkelijke gebouw De Lairessestraat 174, dat gedurende de Tweede Wereldoorlog wiskunde en natuurwetenschappen huisvestte.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984
Ad Valvas | 544 Pagina's