Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 82

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 82

10 minuten leestijd

AD VALVAS — 21 SEPTEMBER 1984

2

Huisvesting UvA-geologen nog niet rond

„Moet ik uit mijn lab voor een aantal van die stenen?" De huisvesting van de UvA-geologen die in het kader van de landelijke taakverdeling (TVC) naar de VU komen, is nog niet in kannen en kruiken. De geologen vinden dat hun behuizing in het gebouw van Wiskunde en Natuurwetenschappen (WN-gebouw) door de komst van de UvA-collega's met minstens 3000 vierkante meter moet worden vergroot. Waar die ruimte vandaan moet komen is echter nog onduidelijk. Scheikundigen kijken met argusogen toe. De UvA-geologen zullen formeel gezien per januari '85 op de „rol" van de VU komen te staan. Maar feitelijk zal de verhuizing van de aardwetenschappers zich uitstrekken over een termijn van zo'n twee jaar. Als eersten komen de medewerkers die n u al betrokken zijn bij het propedeuse-onderwijs aan de beurt. In een later stadium zullen ook de medewerkers overkomen die de komende tijd nog belast zijn met de „afbouw" van de geologie-opleiding aan de UvA. Een en ander leidt ertoe dat de omvang van de subfaculteit Aardwetenschappen a a n de VU met de helft wordt vergroot; de staf groeit van 39 n a a r 64 formatieplaatsen. De TVC-beslissing over geologie brengt niet alleen een verplaatsing van medewerkers met zich mee. Ook voor de veelbesproken stenencollectie en de omvangrij-

Onderwijsbegroting Vervolg vanpag. 1 sche opleidingen (met 0,5 miljoen) en de onderzoekinstituten (met 3,5 miljoen). Meer middelen krijgen de Fryske Akademy (voor zeven onderzoekersplaatsen), de geestes- en sociale wetenschappen (0,3 miljoen), het para-universitair onderzoek (tien miljoen in 1985, oplopend tot 30 in 1989), de universiteitsbureaus (11,2 miljoen) en de academische ziekenhuizen (12,5 miljoen voor apparatuur).

Wim.Crezee ke bibliotheek van de UvA-geologen moet aan de VU een plek gevonden worden. Het blijkt dat de onderhandelingen hierover nog in volle gang zijn. Van de zijde van de UvA heeft men toegezegd dat het grootste gedeelte van de stenencollectie, de zgn. ingepakte stukken die in de loop der jaren door studenten en medewerkers tijdens veldwerk zijn verzameld, kan blijven liggen in de kelders van de hoogbouw op het Roeterseiland. De weinig omvangrijke onderwij scollectie gaat echter sowieso over n a a r de VU. P u n t van onderhandelingen vormt de als uniek bestempelde museumcollectie. De UvA is momenteel nog in gesprek met het ministerie om deze collectie onder te brengen in een nog op te richten Natuurhistorisch Museum in Amsterdam. Mochten deze gesprekken spaak lopen dan zal de VU het gesteente onderbrengen, zo is de afspraak. Bij de vu-geologen valt echter weinig enthousiasme te bespeuren over de museumcollectie. Geologie-bestuurder drs. J. F. Th. Schowte: „Ach, zo'n collectie is wel mooi en aardig, maar het vraagt extra mankracht en ruimte en we hebben het voor het wetenschappelijk bedrijf niet echt nodig." Schoute lijkt meer in z'n schik met de boeken die de UvA-collega's met zich meenemen. Welk gedeelte van de geologie-bibliotheek van de UvA overgaat n a a r de VU is overigens nog onderwerp van besprekingen. Want ook hier komt de ruimteproblematiek om de hoek kijken. Wanneer de gehele UvA-collectie, die maar liefst vijfmaal zo omvangrijk is als die

voor planning en bekostiging gedragen te worden door de bedrijfstak . . . " HtJ wil, omdat dp opleidingen zich tenslotte in faculteit en academisch ziekenhuis voltrekken, wel een vinger in de pap houden. „Doelmatige toerusting van het systeem en voortdurende evaluatie ervan" heet dat. Wat ook dreigt is een nieuwe taakverdeling in in 1987. Dan is de huidige operatie afgelopen, schrijft de minister, en kan n a het opmaken van de balans eventueel worden overgegaan tot nieuwe opheffingen. Een en ander kan uiteindelijk leiden tot gespecialiseerde universiteiten, „waarbij het voorwaardelijk gefinancierd onderzoek vooral door zwaartepunten wordt verzorgd". (UP, Lin Tabak)

Medici De medici krijgen voor prioriteiten een stimulans van - over vüf jaar verdeeld - 55 miljoen voor het geneeskundig onderzoek. De stimulans betekent overigens niet dat het geld voor geneeskundig onderzoek als geheel meer wordt, integendeel, dat wordt minder door inkrimping op andere terreinen. De 55 miljoen is behalve voor nog nader aa.n te wijzen prioriteiten bestemd voor een coördinatiecentrum dat in het kader van de EEG informatie over buitenlands onderzoek moet gaan verzamelen. Pikante bijzonderheid: het centrum zal ook bestuderen of enig buitenland zyn gezondheidszorg beter èn goedkoper weet te organiseren. Verder dreigt Deetman, de opleidingen tot medisch specialist voortaan door het ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cult u u r te laten betalen. Onderwijs en Wetenschappen, schrijft hU, heeft slechts de eerste verantwoordelijkheid voor de opleiding tot basisarts. „Naarmate het opleidingsdoel specifieker is, behoort de verantwoordelijkheid

Wetenschapsbudget Vervolg van pag. 1

niging en aan het onderzoek n a a r de effecten van overheidsbeleid (6 miljoen tot 1989). Aan de prioriteiten in het gezondheidsonderzoek zal de komende vijfjaar jaarlijks elf miljoen meer worden uitgegeven, maar over het geheel genomen dalen de uitgeven voor het gezondheidsonderzoek met ruim 5 miljoen per jaar; andere delen krimpen dus in. Voor welke prioriteiten extra geld ter beschikking komt is nog niet bekend. Dit zal binnenkort door minister Deetman worden vastgesteld in zyn standpunt over het advies van de RAWB over de prioriteiten in het gezondheidsonderzoek. De Raad

van de VU, wordt overgebracht dan moet tenminste 450 vierkante meter worden gevonden op de zesde verdieping van het WNgebouw. De huidige aardwetenschappelijke bibliotheek aldaar beslaat 260 vierkante meter. Drs. M. R. Vaillant, bibliothecaris blJ de bètawetenschappen verwacht dan ook dat met de komst van (een gedeelte van) het UvA-

boekenbestand de ruimtesituatie in zyn bibliotheek benarder zal worden. „Een aantal jaren terug moesten we hier al indikken. Maar ja, hoe dik je boeken in?" Overigens bezitten de geologen van de UvA een zeer fraaie collectie boeken, aldus Vaillant. „'t Zou een heel mooie verrijking zlJn als die hier n a a r toe zou komen," zegt hy met een stemgeluid dat de ware bibliofiel verraadt.

Territoriumdrift De terreinuitbreiding die voor de geologen in het vat zit, wordt door enkele medebewoners van het WN-gebouw enigszins met argusogen bekeken. Vooral de subfaculteit scheikunde zal volgens de bereikingen een behoorlyke veer moeten laten. Daar vallen zelfs enkele uitingen van territo-

riumdrift te bespeuren. Een laboratoriummedewerker met kennelijk weinig begrip voor de nood van aanpalende wetenschapsgebieden vraagt zich enigszins getergd af: „Moet ik uit mijn lab voor een aantal van die stenen?" HU verklaart zich nader: „Wat gebeurt er als er labs worden opgeheven? Mensen gaan dan experimenteren op de tafels in plaats van in de zuurkasten. Of dat erg is? Natuurlijk, dan k u n je toxische (giftige, red.) stoffen in de werkruimte krijgen." Even later bekent htj dat zlJn uitspraak wellicht voortspruit uit de algemeen menselijke opvatting dat „als je eenmaal een ruimte hebt, je 'm ook wilt behouden." Op papier wordt scheikunde (dat momenteel maar liefst byna een tiende van de totale oppervlakte van de campus beslaat) aangeslagen voor een inlevering van 2500 vierkante meter ruimte. In de praktijk valt dat echter niet zo gemakkelijk te realiseren. Het probleem lykt 'm vooral te zitten in het feit dat deze subfaculteit ondanks de forse inkrimpingen op het personeel, organisatorisch op de oude voet leeft: de indeling in werk- en vakgroepen vertoont nog grote gelijkenis met de „vette jaren" van voorheen en dat heeft zo z'n consequenties voor het ruimtebeslag. Daar komt nog bij dat bepaalde ruimten met veel geld zljn ingericht voor bepaalde werkzaamheden, bH voorbeeld laboratoria. Wanneer zo'n ruimte geschikt gemaakt moet worden voor andere werkzaamheden betekent dat in feite kapitaalvernietiging. Er valt niet zomaar te schuiven met ruimtes; je k u n t niet hier en daar een kamer vrijmaken, vertelt schelkunde-beheerder dr. H. B. Jansen. „Er moet een zekere logica in je huisvesting blijven zitten." Resoluut: „Als u mij vraagt of ik de subfaculteit scheikunde 2500 vierkante meter zie inleveren, dan zeg ik: nee dat zie ik niet." Blj de dienst voor het beheer van de VU-gebouwen wordt, n a a r verluidt, momenteel nog koortsachtig gecijferd en diverse hulsvestingsmodellen doorberekend om de huisvestingsproblemen van o.a. geologie op te lossen.

schreef in dit advies van augustus 1983 dat minder geld zou moeten worden uitgegeven aan het onderzoek n a a r de grote doodsoorzaken (kanker en hart- en vaatziekten) en meer geld aan het onderzoek n a a r de oorzaken van langdurige invalideit: ziekten van het spier- en beenderenstelsel (w.o. reuma) en van de luchtwegen, en ongevallen. Steeds minder geld wordt uitgegeven aan het z.g. le-geldstroomonderzoek. Dat is het onderzoek dat wordt betaald uit de jaarlijkse rijksbijdrage aan de instellingen voor w.o. Deze vermindering is het gevolg van de taakverdelingsoperatie en van een andere opbouw van de wetenschappelijke staf (minder hoogleraren, minder hoofdmedewerkers). Er worden geen nieuwe bezuinigingen aangekondigd. Het wetenschapsbudget vermeldt verder dat de werkgelegenheidsverruimende maatregel (WVM), welke aan academici een tijdelijke arbeidsplaats biedt, wordt uitgebreid. Vorig jaar kwamen zo 60 academici aan het werk, dit jaar 150. Het wetenschapsbudget wlJst verder op de qua omvang geringe betekenis van het Nederlandse onderzoek internationaal gezien: slechts 1 % van al het onderzoek in de wereld wordt m Nederland verricht. Het onderzoek moet daarom worden geconcentreerd op een „voor de Nederlandse maatschappelijke ontwikkeling zo interessant mogelijk deel van de internationale wetenschappelijke vooruitgang". Daarvoor is het enerzijds nodig om top-onderzoek te verrichten, anderzijds moet aandacht worden besteed aan absorptie-onderzoek; het bestuderen van onderzoeksresultaten in het buitenland, om daar zelf zo goed mogelijk gebruik van te kunnen maken. (UP, Bert Bakker)

In memoriam prof. mr. van Eikema Hommes Op 3 september j.1. werd uit zyn gezin en familie, maar ook uit het midden van de faculteit der rechtsgeleerdheid, weggenomen de hoogleraar Hendrik J a n van Eikema Hommes. Hlj werd slechts 54 jaar. w y hebben hem vrijdag 7 september te midden van een grote kring van familie, collega's en vrienden in Bussum begraven. Het overiyden kwam niet onverwachts. Reeds jaren leed hy aan een ernstige ziekte. Toen kwam daarby het ongeneesiyke waara a n hy gestorven is. Tydens de rouwdienst zei D. Bavinck, vader van mevrouw Van Eikema Hommes, dat het ziekteverloop hem had doen denken a a n de man in de Amerikaanse dodencel, die dan op de dag van de executie hoort dat hem uitstel Is verleend, en dit gebeurt dan niet eenmaal, maar verscheidene keren achter elkaar. Wat een dergely k ziekbed en daarna het sterven a a n spanning en verdriet in het gezin Van Eikema Hommes heeft gegeven, kan slechts by benadering worden nagevoeld. w y betuigen hier ons diep medeleven. Van Eikema Hommes heeft zyn hele leven aan de wetenschap gewyd. Hy was eerst wetenschappelyk medewerker en sinds 1965 hoogleraar aan onze faculteit, z y n leeropdracht, de encyclopedie alsmede de wysbegeerte van het recht, heeft hy van stonde af

aan uitgevoerd vanuit de door zyn grote voorganger Herman Dooyeweerd gelegde grondslagen. Van Eikema Hommes heeft daarover in het voorwoord van zyn belangryke werk: „De elementaire grondbegrippen der rechtswetenschap", verantwoording afgelegd. Hy schreef: „Het motief dat my hierby dryft, is de overtuiging, dat de proeve van christeiyk filosoferen, die door Dooyeweerd geboden is, voor de verschillende vakfUosofieën en vakwetenschappen van grote betekenis kan zyn" en verder: „Naar m y n mening opent deze methode ook voor de rechtswetenschap wyde perspectieven." Vanuit deze gedachten heeft Van Eikema Hommes zyn vele boeken en artikelen geschreven. Geschreven ook vanuit een diep gefundeerde christelyke levenovertuiging. z y n laatste boek was klaar toen hy stierf. Hy heeft nog geweten dat het zal worden uitgegeven. Na het overiyden van Van Eikema Hommes biyven de vragen rondom christeiyke wetenschapsbeoefening ons steeds bezighouden. Ook de faculteit der rechtsgeleerdheid zal hier een taak in hebben. Raadpleging van de door Van Eikema Hommes ontvouwde gedachten zal daarby onmisbaar zyn. God sterke mevrouw Hommes en h a a r kinderen. P. L. Dijk decaan

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 82

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's