Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 134

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 134

12 minuten leestijd

AD VALVAS — 19 OKTOBER 1984

6

Voor velen is de slak niet meer dan een slijmerig kruip­ seltje dat hooguit haar nut bewijst door de beglazing van het aquarium schoon te houden. Bioloog prof. dr. Jan Lever denkt daar anders over. Meer dan dertig jaar lang heeft hij onderzoek gedaan naar deze ongewervelde die­ ren. Lever, die binnenkort vervroegd uittreedt, kreeg landelijke bekendheid door zijn denkbeelden over de ver­ houding tussen het bijbelse scheppingsverhaal en de moderne evolutietheorieën. Tegenwoordig doen deze denkbeelden bij de VU en haar achterban weinig stof meer opwaaien. Maar een kwart eeuw terug lag dat anders: toen werden zijn opvattingen in de gereformeer­ de wereld hem lang niet altijd In dank afgenomen. Ster­ ker: sommigen vonden ze regelrecht ketters en godslas­ terlijk. Op massale VU­bijeenkomsten in het land gaven ze blijk van verontrusting. Was de Schrift voor de VU­ geleerden niet langer meer het begin en eind van alle wijsheid? In die dagen kreeg Lever soms prentbriefkaar­ ten met een afbeelding van een aap, met de tekst „Met hartelijke groeten van uw voorvader." Op de dag dat hij afscheid zou nemen, geniet Lever in alle rust van een snipperdag, de derde in zijn carrière zegt hij niet zonder trots. Hij begon die dag met zijn jaarlijkse anderhalf u u r piano­ spel en begon daarna aan een om­ vangrijk project: een herschik­ king van zijn uitgebreide collectie Latijns­Amerikaanse postzegels, n u nog per land gerangschikt, m a a r straks in chronologische volgorde om de evolutie van de postzegel in Zuid­ en Midden­ Amerika duidelijk n a a r voren te laten komen. Op 1 oktober had hij vervroegd willen uittreden maar onduide­ lijkheid over zijn toekomstige po­ sitie belemmert dat. Op verzoek van de subfaculteit, blijft hij na­ melijk nog enige colleges geven en n a enig speurwerk blijkt dat een aanstelling als gastdocent daar­ voor de aangewezen weg is. Waar­ om gaat hij met de VUT? Lever: „Daarvoor zijn twee redenen. In de eerste plaats is de universiteit zo sterk veranderd dat ik me daar niet goed meer thuisvoel. De toe­ genomen bureaucratisering en de ingewikkelde regelgeving die steeds opnieuw over ons heen komt is niet gunstig voor het uni­ versitaire klimaat. Verder vond ik de tweefasenstructuur een re­ gelrechte ramp. Studenten krij­ gen niet meer de gelegenheid om iets te laten bezinken. Ze krijgen als het ware een grote trechter op h u n hoofd waar van alles wordt ingegoten en op gezette tijden wordt het ene dan wel het andere oor afgetapt en dat heet dan ten­ tamen." „In de tweede plaats vind ik dat ik als oudere plaats moet maken voor een jongere. De subfaculteit biologie moet ongeveer 30 van de 170 arbeidsplaatsen inleveren en als ik een steentje kan bijdragen aan een goed verloop daarvan dan doe ik dat graag. Ik ben zelf voorzitter geweest van de taak­ aanpassingscommissie en dat was de moeilijkste functie die ik ooit heb gehad. Ik werd gedwon­ gen weer af te breken wat ik zelf heb helpen opbouwen. Ik ben hier in 1950 samen met prof. Algera, hij voor de plantkunde en ik voor de dierkunde, aangenomen om de subfaculteit óp te bouwen en als je dan je collega's werknemers die je eerst mede hebt aangenomen n u moet helpen ontslaan, dan valt dat niet mee." Voor het begin van ons gesprek laat Lever het cadeau zien dat hij zojuist bij zijn afscheid als decaan van de faculteit Wiskunde en Na­ tuurwetenschappen heeft gehad. Uiterst voorzichtig haalt hij uit het kartonnen doosje een glazen model van een poelslak tevoor­ schijn, gemaakt door een glasbla­ zer (dhr, Broerse) van de subfa­ culteit scheikunde. Een toepasse­ lijker geschenk had men niet kunnen bedenken vindt hij. Reeds als kind was Lever gebiolo­ geerd door de slak en in het on­ derzoek van zijn vakgroep. Alge­ mene Experimentele Dierkunde, wordt al meer dan dertig jaar de slak bestudeerd. Achteraf blijkt dit onderzoeksthema een goede keus geweest te zijn. De VU neemt op het gebied van onder­ zoek n a a r slakken een vooraan­ staande plaats in de wereld in. Twee jaar geleden organiseerde de vakgroep een symposium op de VU, waar gerenommeerde slak­

Wiiü Crezee Maarten de Hoog ken­onderzoekers van heinde en ver samen kwamen om over het werk van Lever en zijn mede­vak­ groepsgenoten te spreken. Waarom heeft hij indertijd geko­ zen voor de slak als onderzoeksob­ ject? Lever: „In 1950 ben ik in Utrecht gepromoveerd op een onderzoek n a a r de schildklier, dit in ver­ band met het streven van TNO n a a r een verbetering van de voe­ dingvoorziening in de na­oorlog­ se jaren. Toen ik n a a r de VU kwam ben ik in eerste instantie doorgegaan met dat onderzoek, m a a r n a korte tijd bleek dat door allerlei moderne ontwikkelingen in de onderzoeksmethodiek het meer en meer op biochemie begon te lijken. Maar ik was hier aange­ steld om de dierkunde te doceren en dus moest ik een ander onder­ werp zoeken. Ik heb toen enkele maanden lang de belangrijkste recente literatuur bestudeerd en stuitte op het pas ontdekte ver­ schijnsel van de neurosecretie. Dit houdt in dat een zenuwcel, waarvan men aannam dat deze alleen electrische stroom geleidt, ook hormoonachtige stoffen kan afscheiden, die bepaalde reacties in het organisme oproepen. Voor hogere diersoorten was dit al lan­ ger bekend en ik wilde n u eens gaan onderzoeken of ook bij een aantal ongewervelde dieren neu­ rosecretie optreedt. We hebben toen diverse diersoor­ ten onderzocht en in de kerstva­ kantie vond ik inderdaad in een klein slakje uit een aquarium dergelijke cellen. Later bleek de gewone Nederlandse poelslak de mooiste cellen te bezitten die je je k u n t voorstellen voor dit onder­ zoek." In de diës­rede van 1974, getiteld: „Slakken ondersoeken, waarom?" stelde u dat de slak een witte vlek was op de onderzoekskaart van de dierkunde; is die vlek ondertus­ sen al wat ingekleurd? Lever: „Voor een klein gedeelte wel ja, we hebben n u nog maar een bescheiden begin gemaakt en we kunnen nog jaren vooruit met dit onderwerp. Het is echt een goudader die we hebben aange­ boord."

Bilharzia Wat is het maatschappelijk n u t van slakkenonderzoek? Lever: „Neurosecretie is een ui­ terst belangrijk mechanisme in het lichaam van alle dieren en van de mens. w y bestuderen dit bij de poelslak, dat is een relatief eenvoudig organisme, maar als je dat goed begrijpt krijg Je ook een beter inzicht in ingewikkelder systemen. De neurosecretie is verder van belang bij processen in de hersenen, zoals leren en ver­ geten. Verder is de slak tussengastheer van een parasitaire worm die bil­ harzia, een gevreesde tropische ziekte, veroorzaakt, waar honder­ den miljoenen mensen in de we­ reld aan lijden. We hebben daar­ om ook contact met mensen uit

Scheidend bioloog prof. Jan Levi

„Als ik een tijdje word ik zo god bijvoorbeeld Egypte die daar on­ derzoek doen n a a r de bestrijding van deze ziekte. Enige jaren gele­ den is hier iemand op bezoek ge­ weest van de Wereld Gezondheids Organisatie, omdat we erover dachten ons onderzoek bij te stel­ len in meer toegepaste richting. Maar zijn mening was dat het van veel groter belang is dat wij het fundamentele onderzoek hier uitvoeren en de mensen in de Derde Wereld het meer toegepas­ te. Er zijn slechts enkele landen in de wereld die in staat zijn om het fundamentele onderzoek te bekostigen, van de resultaten daarvan profiteren weer de on­ derzoekers uit ontwikkelingslan­ den. De vakgroep, die sinds twee jaar onder leiding staat van prof. J. Joosse, is van plan om binnen­ kort weer een symposium op de VU te organiseren en overweegt dan in de week daaraan vooraf­ gaand een workshop te houden, waar mensen uit Derde Wereld landen de nieuwste onderzoeks­ methoden kunnen leren. Lever is niet alleen wetenschap­ pelijk geïnteresseerd 'in de slak, als in de n a t u u r een slak ziJn pad kruist kan hij uren naar het bees­ tje kijken en er door geïmponeerd worden. In de diës­rede uit 1974 geeft Le­ ver een opsomming van wat er allemaal te bestuderen valt aan een slak en zegt: „Wanneer U n a a r deze opsomming luistert realiseert U zich misschien voor het eerst dat zo'n drie cm grote slak eigenlijk veel ingewikkelder en veel ingenieuzer is gebouwd dan welk menselijk product ook, de ruimtevaart­apparatuur in­ cluis. Zo'n vieze slijmerige slak is feitelijk een ontzag wekkend schitterend schepsel, waarin alles op een grandioos­harmonische wijze samenwerkt." Zijn liefde is niet alleen onderzoeksmatig, hij geeft toe ook wel eens een slakje te hebben verorberd, zij het dan de smakelijke escargots en niet de poelslak. K an een onderzoeker een diersoort bestuderen zonder een gevoelsmatige binding? Lever: „Er zijn onderzoekers die de ene slak niet van de andere kunnen onderscheiden. Maar dat is niet van belang voor ons onder­ zoek. Natuurlijk moet je wel we­ ten hoe zo'n diertje anatomisch in elkaar zit, want we bekijken de invloed van hormonen op allerlei lichaamsfuncties. Voor mij was het echter een geschenk uit de hemel, dat ik mijn hobby kon combineren met mijn werk. Als jongen stroopte ik al met de keu­ kènzeef van mijn moeder de om­ geving van Den Helder af op zoek n a a r slakken in sloten en poelen. Zodoende leerde ik al vroeg de verschillende soorten te onder­ scheiden en kreeg ik oog voor de schoonheid van de slak. Ik heb dan ook van jongs af aan bioloog willen worden. Na zo'n dertig jaar onderzoek n a a r slakken is Lever allerminst een vakidioot geworden. Daar­ voor gaat hem de bedreigde „sa­ menhang der wetenschappen" te veel aan het hart. Vooral theolo­ gie en filosofie hebben zijn be­ langstelling. Aristoteles is een van zijn favorieten. Deze klassie­ ke filosoof zou n a een bijscho­ lingscursus ook in onze tijd spoe­ dig een vooraanstaand bioloog kunnen zijn, schreef hij eens. De bewondering voor deze denker gaat zelfs zover dat Lever in het vuur van zijn betoog Aristoteles als een scherp criticus van de ge­ netische opvattingen van Dar­ win naar voren brengt... Een andere denker door wie Lever is geïnspireerd is, het valt te ra­ den. Abraham K uyper. Want was

. ^ ' -.%•

^'. .t-^

­ tj­.

%^.

t

­v

'< -*#.,

^^i'

Foto Bram de Hollander het niet Kuyper die in 1899 in een rede een felle aanval deed op de evolutieleer als alles omvattend denksysteem, „'n Fantastische rede; first class", vindt Lever. „Al­ leen al die eerste, magistrale zin: „De 19e eeuw sterft weg onder de hypnose van het evolutiedogma". Centraal in het betoog van K uy­ per staat een kritiek op de nogal gammele genetica van de vorige eeuw. Een jaar later, in 1900, wordt echter met de herontdek­ king van de wetten van Mendel de angel uit deze kritiek gehaald.

Evolutie We zijn in ons gesprek beland bij een onderwerp dat Lever altijd al n a aan het h a r t heeft gelegen en waardoor zijn naam bekend is in menig protestants­christelijk huisgezin: de verhouding tussen de bijbelse scheppingsgedachte en de natuurwetenschappelijke ontdekkingen betreffende de oor­ sprong van de mensheid. Was het God die de aarde in 6 maal 24 u u r heeft geschapen óf is er sprake geweest van een langdurig proces van aanpassing en selectie van soorten zoals Darwin ons dat in de vorige eeuw voorhield? Welk boek heeft de waarheid in pacht: Genesis óf On the origin of sp e­ cies? Reeds op jeugdige leeftijd steekt Lever z'n neus in de boeken om een antwoord op deze vragen te vinden. In 1938 ­ Lever is pas 15 jaar ­ houdt hij voor de gerefor­ meerde jongelingsvereniging ,,Uw Heil K omt" te Den Helder een inleiding over deze voor hem prangende problematiek.

Lever: „Op jongelingsverenigin­ gen schrokken wij er nooit voor terug over belangrijke vraag­ stukken te praten. Dat was juist een van de attractieve kanten er­ van. U moet weten: in Den Helder was er geen christelijke middel­ bare school. Ik zat daar op de rijks­h.b.s. In de schoolbiblio­ theek vond ik op een gegeven mo­ ment een boekje van Bölsche over de evolutiegedachte. Ik las dat met stijgende verbazing en tege­ lijkertijd boeide het mij enorm want ik had daar nog nooit van gehoord; het was totaal anders dan wat ik op catechisatie hoor­ de. Toen ben ik daar verder over gaan lezen. Mijn ouders vonden het een eigenaardige zaak dat ik me ging verdiepen in literatuur die de scheppingsgedachte ver­ wierp. We hebben daarover ge­ sproken en uiteindelijk vonden ze dat goed ­ het waren in menig opzicht wijze mensen. Van mijn zakgeld ­ dat zal toen niet meer dan een dubbeltje in de week zijn geweest ­ heb ik toen ook de evolutierede van Abraham Kuyper gekocht, en boeken van Bavinck en van Geesink ­ al die oude hoogleraren van de VU. Zeg­ gen die namen u nog iets? Enfin, daarover heb ik toen voor de GJV een inleiding gegeven. Ik gaf daar de argumenten tegen de evolutie­ leer." Ook in zijn studententijd in Utrecht, vanaf 1939, komt hij in aanraking, of misschien wel in aanvaring, met de evolutieleer. „Dat was daar gemeengoed". Stu­ dent Lever heeft tijdens het ma­ ken van collegeaantekeningen steevast een rood potlood in de

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 134

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's