Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 538

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 538

16 minuten leestijd

28 JUNI 1985 De HOAK ­nota m a g d a n zijn w a a r d e universiteiten om ge­ v r a a g d hebben, althans vol­ g e n s Deetman, dat wil niet zeg­ g e n dat ze er blij mee zijn dat hij er nu is. De Nijmeegse college­ voorzitter ir. W. C. M. van Lies­ hout bijvoorbeeld, noemde d e nota een slecht onderbouwd, in­ consistent verhaal dat ,,kenne­ lijk bij d e open h a a r d " in elkaar gezet is. En zo zijn er meer ne­ gatieve reacties. Begin juli pra­ ten minister e n universiteiten voor d e eerste m a a l over d e nota, in d e HO­kamer. In e e n gesprek met d e Universitaire Pers lichtte de minister zijn mo­ tieven alvast toe. Daarbij kwa­ m e n trouwens ook d e relaties met het bedrijfsleven in d e tweede fase a a n bod. ,,Alles is geoorloofd, m a a r niet aUes is nuttig". Dat is, in één zin, d e strekking v a n d e HOAK ­ nota. De formulering is alleen w a t ouder d a n maart 1985, w a n t ze is afkomstig v a n d e apostel Paulus. Voor e e n CDA­ minister als Deetman een goede bekende. Nét zoals het ogen­ schijnlijke liberalisme v a n Pau­ lus bij n a d e r e beschouwing pleecft tegen te vallen, valt ook d e vrijheid die de HOAK ­nota a a n d e universiteiten biedt, te­ gen. Het staat d e universiteiten vrij om zelf studierichtingen te maken. Daar zullen ze niet lan­ ger d e toestemming v a n d e overheid voor nodig hebben, zo­ als nu nog het geval is. De op­ somming v a n vereiste vakken e n examens in {het Bijzonder Deel van) het Academisch Sta­ tuut komt te vervallen. Daarvoor in de plaats bepaalt een instel­ ling zelf wat hij d e studenten aanbiedt. Het ministerie doet e e n stapje terug, en regelt niet meer aUes.

wachtingen die d e bewindsman bij d e HOAK ­nota heeft. De uni­ versitaire wereld r e a g e e r d e tot dusver echter wat sceptisch. De Vereniging v a n Samenwerken­ d e Nederlandse Universiteiten (VSNU) bijvoorbeeld, liet weten d a t ze, als er d a n gederegu­ leerd moet worden, wel zinvol­ ler manieren weet d a n via d e verdwijning v a n een Acade­ misch Statuut. En, als het hoger onderwijs d a n autonomer moet zijn, w a a r o m liet d e minister het d a n rüet a a n d e instellingen over om zelf met deregulerings­ p l a n n e n te komen? Het GOV­ WO, d e x:ommissie onderwijs­ vraagstukken voor het W.O., liet horen dat d e behoefte op d e ar­ beidsmarkt a a n academici so­ wieso zal dalen, en dat het on­ derwijskundig onaanvaard­ b a a r zou zijn om zich a a n die cijfers al te veel gelegen te laten liggen. Deetman lijkt v a n d e tot nu toe gehoorde kritiek echter niet al te zeer onder d e indruk te zijn: ,,Ia, bij zo'n reactie komt d a n dus d e a a p uit d e mouw! Daar w a a r pijnlijke beslissingen w e r d e n genomen, in het verleden, w a s het altijd: w a a r bemoeit d e mi­ nister zich mee, e n w e lossen het zelf wel op, c.q. w e weten wel e e n weg te vinden om voor d e problemen w e g te lopen. Wat ik met d e HOAK ­nota h e b wUlen duidelijk maken is, dat e e n ken­ merk v a n deregulering is dat d e overheid zich terugtrekt. Er zijn ongetwijfeld nog wel meer pun­ ten w a a r o p je kunt dereguleren, d a t sluit ik h e l e m a a l niet uit. Maar w a n n e e r men op het kern­ punt v a n d e HOAK ­nota, d e vrijheid in d e sfeer v a n onder­

Minister Deetman over de ( miei

, Deregulering overheid zie voortbestaan. Of w e er nou be­ hoefte a a n h e b b e n of niet. Ik v r a a g me af of w e op dit punt wel op d e g o e d e w e g zijn. M a a r het kernpunt is, dat v a n d e over­ heid g e v r a a g d wordt: mogen w e dat g a a n doen? En dat d e overheid d a n moet uitspreken: doe maar, d a a r h e b b e n we be­ hoefte a a n . Ik weet dus niet of d a t d e t a a k v a n d e overheid is^ De b e n a d e r i n g in d e HOAK ­ nota is d a n ook, om op e e n ho­ ger aggregatieniveau te g a a n zitten en d e instellingen d e vrij­ heid te g e v e n om variatie a a n te b r e n g e n in d e afstudeerrichtin­ gen." ,,Punt twee betreft het budget. Nee, extra middelen zijn er niet. Ik denk dat het zal lukken om het middelenperspectief voor d e rijksbijdragen ongeveer con­ stant te houden, ook voor d e be­ groting 1986 en d e aansluitende meerjarenraming. Maar dat be­ tekent dat denken in termen v a n extra middelen voor d e univer­ siteiten, onmogelijk is. Om het budget op peil te houden moet ik mij al gigantische offers ge­ troosten. Maar dat wil niet zeg­ g e n dat e e n instelling v a n d e regen in d e drup terechtkomt als d e HOAK ­nota wordt inge­

Niet vooraf, althans. In plaats v a n het fiat a a n e e n universiteit d a t die, alvorens met e e n nieu­ w e studierichting te beginnen, d a a r geld voor krijgt, verschijnt d e fiattering­achteraf op het to­ neel. t,evert een universiteit e e n goedQ prestatie door onderwijs­ programma's te verzorgen die studenten trekken en die door e e n visitatiecommissie op ni­: v e a u bevonden worden, d a n is er niets a a n d e hand. Zo min als w a n n e e r een commissie ,,rela­ tie maatschappij­onderwijs" vaststelt dat er voor afgestu­ d e e r d e n in een b e p a a l d e rich­ ting voldoende empooi te ver­ wachten valt. Of, w a n n e e r zo'n commissie vaststelt dat het on­ derwijs in die richting goed a a n ­ sluit op w a t in d e samenleving v a n d e afgestudeerden ver­ wacht g a a t worden. Foto Bram de Hollander

Concurrentie Is dat echter niet het geval, d a n smaakt d e universiteit in kwes­ tie d a a r ook de gevolgen van. In het uiterste geval k a n d e over­ heid d a n een ,,negatieve ver­ klaring v a n bekostiging" geven, is: meedelen dat ze niet meer zal betalen voor die richting. De overheid trekt zich dus wel te­ rug, m a a r blijft in é é n opzicht wel op zijn post: bij d e geld­ kraan. Dat zo'n inrichting v a n het we­ tenschappelijk onderwijs een groot verschü te zien zal geven met d e huidige situatie, is duide­ lijk. De universiteiten, nu nog al­ lemaal goede vriendjes v a n el­ kaar, zullen in een concurrentie­ positie terechtkomen. Studenten zullen niet dicht bij huis een uni­ versiteit zoeken omdat dat zo goedkoop of zo gezellig is, m a a r d e beste universiteit g a a n zoe­ ken voor d e richting v a n hun keuze. En d e situatie dat er e e n kleine 17.000 academici rondlo­ p e n wier opleiding in veel ge­ vallen onvoldoende w a s toege­ s n e d e n op de arbeidsmarkt, zal ook veranderen. Dat zijn althans e e n p a a r ver­

D

wijs, zegt: d a a r o p h e b b e n we niet zitten wachten, d a n zeg ik: dat is boeiend om te vernemen, n a alle commentaren op het punt v a n d e Zoetermeerse re­ gelzucht."

voerd. De negatieve verklaring v a n bekostiging is een ultiinuin remedium, e e n uiterste middel. Die externe kwaliteitsbeoorde­ ling moet niet als e e n b o e m a n gezien worden, maar, integen­ deel, als een manier om tot een kwaliteitsdiscussie over het WO te komen. K ijk, op het moment d a t je overstapt v a n een positie­ Toch zijn d e punten v a n kritiek v e bekostigingsverklaring voor­ interessant g e n o e g om ze langs af, op­een negatieve verklaring te lopen. Het is bijvoorbeeld achteraf, moet je wel e e n proce­ voorstelbaar dat d e HOAK ­nota d u r e a a n g e v e n w a a r l a n g s dat h e l e m a a l niet zo'n vrijheid­ver­ zal g a a n verlopen. Uit oogpunt grotend effect heeft als er in v a n rechtszekerheid is dat no­ staat. De officiële lezing is, dat dig. In die procedure is vermin­ d e universiteiten d e gelegen­ dering v a n middelen mogelijk, heid krijgen om n a a r believen m a a r het is niet gezegd dat dat nieuwe afstudeerrichtingen te maken. Bij n a d e r e beschouwing v a a k zal gebeuren. Want je m a g verwachten dat d e instel­ valt echter ook voor te stellen lingen zelf zullen ingrijpen w a n ­ d a t dat er helemaal niet zo v a n n e e r een oordeel v a n a n d e r e n zal komen: elke nieuwe richting luidt, dat er bijstelling nodig is. g a a t ten koste v a n een a n d e r e . De instellingen kunnen met e e n Is dat niet eerder het oproepen grote mate v a n vrijheid exerce­ v a n stagnatie d a n iets anders? ren. Daar zitten risico's a a n . Na­ Deetman: ,,Punt één: ik Vind dat melijk, dat men misgokt. Dat d e universiteiten op het punt risico is d a n voor d e instellin­ v a n nieuwe studierichtingen te gen; dat zal niet meer af te wen­ ver zijn g e g a a n . Als d e overheid telen zijn op d e overheid. Of je mi e e n nieuwe richting goed­ dereguleert, of je dereguleert keurt, betekent dat dat hij tot in niet." lengte v a n jaren kan blijven

Stagnatie

„Laat ik dit vooropstellen. Met krachtige stem is er vanuit de instellingen om gevraagd. Men heeft mij voor de voeten geworpen dat ik me veel te gedetailleerd met de zaken bezighoud. Ik betwist dat, zeker in vergelijking met mijn ambtsvoorgangers. Maar het gaat er niet om wat feitelijk al dan niet juist is; dat verwijt was in elk geval een signaal dat de instellingen zelf grotere autonomie willen, en denken die ook te Esther Hageman Jos Speekman/UP De HOAK ­nota g a a t ook in te­ g e n e e n a n d e r e trend: dat stu­ denten zich een universiteit dicht bij huis zoeken, zoals re­ cent Gronings onderzoek uit­ wees. Zulk onderzoek, n a a r d e regionale functie v a n universi­ teiten, floreerde even in d e taakverdelings­periode: het vormt t e g e n g a s tegen d e idee dat niet eUce studierichting a a n elke universiteit aanwezig hoeft te zijn. In e e n universitair bestel n a a r HOAK ­model zou zo'n taakverdeling er v a n kunnen komen, niet op grond v a n kos­ ten (wat bij d e TVC­operatie d e grond was), m a a r op basis v a n d e kwaliteit v a n e e n opleiding in e e n b e p a a l d e plaats. Ver­ w a c h t d e minister dat studenten h u n keuze­gedrag i n d e r d a a d zullen veranderen? Deetman: ,,Ik g a e r v a n uit dat universitei­ ten landelijke functies hebben. Dat ze toevallig ook regionaal functioneren, ik weet d a t dat zo is, m a a r dat zal toch g e e n uit­ gangspunt zijn voor het beleid. We moeten natuurlijk afwach­ ten of studenten i n d e r d a a d zul­ len g a a n m e e w e g e n wat het kwaliteitsverschil is tussen twee of meer instellingen. Maar, ik weet niet of d e verschillen tus­ sen d e instellingen per discipli­ n e echt groot zullen zijn, in d e eerste fase. Toch, hoe je het ook keert of wendt, er g a a t zich e e n onderlinge concurrentie voor­ doen. Dat zal een complexe _zaak zijïi, want ik zei net al dat er tussen een negatief rapport v a n e e n visitatiecommissie e n e e n negatieve verklaring v a n bekostiging nog het e e n en a n ­ der zit. Een minister zal in dis­ cussie treden over zo'n rapport, e n informeren: w a t doe je d a a r nou mee? Het hoeft niet meteen tot m a a t r e g e l e n te leiden ­ hij g a a t v r a g e n stellen. M a a r e e n instelling met e e n studierichting die notoir slecht is, ik verwacht toch d a t e e n student d a a r v a n zal zeggen: d a a r g a ik niet heen, want dat krijg ik later op mijn brood. Of eigenlijk: juist niet op mijn brood. Het zal een groeiproces zijn, ongetwijfeld. M a a r in a n d e r e takken v a n on­ derwijs gebeurt het al: er zijn sociale a c a d e m i e s die goed be­ kend staan, e n pedagogische a c a d e m i e s w a a r v a n m e n weet: als ik d a a r h e e n g a kom ik a a n e e n b a a n ­ dat k a n binnen het W.O. net zo."

Volwassen Een groeiproces, zo omschrijft Deetman­even later ook d e in­ voering v a n d e HOAK ­nota zelf, en d e veranderingen binnen het universitaire bestuur die hij tot gevolg zal hebben. De direc­ teur­generaal v a n het directo­ r a a t Hoger Onderwijs e n We­ tenschappelijk Onderzoek

(DGHW), dr. R. J. In 't Veld, g r e e p onlangs in e e n lezing te Delft, w a a r hij d e HOAK ­nota voor wetenschappers verklaar­ de, n a a r d e metafoor v a n ou­ ders e n e e n kind. Zo is d e ver­ houding tot dusver altijd ge­ weest tussen overheid en uni­ versiteiten: het kind m a g fouten maken, e n wordt nooit echt ver­ antwoordelijk gehouden voor wat het doet. Die verhouding moet dus veranderen; m a a r wat voor aanwijzingen ziet Deet­ m a n dat d e universiteiten d e g r a a d v a n volwassenheid die daarvoor nodig is, h e b b e n be­ reikt? Minister Deetman: „De nota bevat g e e n ideeën die voor het wetenschappelijk onderwijs nieuw zijn. Die negatieve ver­ klaring v a n bekostiging is niet op het departement bedacht, in eerste instantie. Die komt v a n d e universiteiten zelf. Maar, meer inhoudelijk: er is d e laatste jaren bestuurlijk toch het e e n e n a n d e r veranderd. Colleges v a n bestuur zijn zich toch op tal v a n punten inhoudelijk met het b e ­ leid g a a n bezighouden. Men is d o e n d e e e n profiel te geven a a n het eigen beleid. En ik denk dat dat k a n toenemen in d e periode v a n invoering v a n d e HOAK ­ nota. Daar zal nog enige tijd overheen g a a n , want je kunt niet zeggen: per 1 januari 1986 is d e HOAK ­nota v a n kracht. Dan zou je brokken maken. Al vind ik dat je deze dingen onder e e n zekere tijdsdruk moet hou­ den, a n d e r s wordt het nooit iets, natuurlijk. Ik verwacht dat we tijdens het bespreken v a n d e in­ voeringsproblematiek nog n a ­ der tot elkaar zullen komen. Maar dat is p a s op latere termijn belangrijk: eerst moet er nog overeenstemming komen over het te bereiken doel."

Aio De HOAK ­nota g a a t eigenlijk alleen m a a r over het onderwijs in d e eerste fase. Veel mensen op d e universiteiten e n hoge­ scholen m a k e n zich op het ogenblik echter meer zorgen over invulling v a n d e t w e e d e fase, zeker sinds Deetman in d e nota Beiaard voorstelde d e een­ jarige onderzoekersopleiding om te zetten in e e n vierjarige aanstelling als 'assistent­in­op­ leiding'. Niet iedereen heeft d a a r even­ veel vertrouwen in. ZWO bij­ voorbeeld liet enkele m a a n d e n geleden weten alleen nog men­ sen in dienst te willen n e m e n die die opleiding al achter d e rug h e b b e n . ,,Daar h e b ik ernstige kritiek op uitgeoefend," laat Deetman weten. ,,ZWO is d a a r ­ m e e zijn boekje verre te buiten g e g a a n e n d a a r h e b b e n ze noch het WO noch zichzelf e e n dienst m e e bewezen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 538

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's