Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 272
AD VALVAS — 18 JANUAR11985
16
De affaires Garnaal Shampoo Er bestaat een hele serie produkten waarover een bijbehorend verhaal vertelt dat er iets mis mee is. De fabrikanten kunnen proberen wat ze willen, maar heeft één van h u n produkten eenmaal zo'n geheimzinnig en gevaarlijk imago, dan staan zij machteloos. Er rest h u n slechts het bewuste produkt van de markt te nemen, het een andere naam te geven of net zo lang te wachten dat het zo schadelijke verhaal rond h u n produkt weg gesleten is. Bij het rijtje Softenon, Granny Smith, Outspan, Iglo, (Foto AVC/VU) Exota, bureaustoel (en raar genoeg niet bij Volkswagen) gaan ongetwijfeld rode lampjes bij u branden. En by elk van deze produkten schiet u een verhaal te binnen: over mismaakte baby's. Chili, apartheid, nitriet, ploffende frisdrankflessen, exploderende stoelen. Sinds het afgelopen jaar kan het rijtje uitgebreid worden met de garnaal, maar niet met shampoo. Dat de shampoo het niet haalde en de garnaal wel, bleek uit de nieuwsoverzichten over het jaar 1984 op de televisie. Terwijl de shampoo toch gedurende minstens de laatste twee weken van oktober de gemoederen bezighield, een heuse affaire
met politieke aspecten werd en directies van ziekenhuizen verleidde tot het afleggen van officiële verklaringen, ontbrak zij bij de nieuwsoverzichten. De garnaal daarentegen kreeg volop aandacht. Waarom de garnaal wél en de shampoo niet, dat is de vraag. De garnaal werd een affaire nadat bekend raakte dat een aantal bejaarden stierf n a het eten van een gamalensalade. Er werd een onderzoek ingesteld naar het mogelijke oorzakelijke verband tussen het consumeren van garnalen en het intreden van de dood. Op het NOS-joumaal werden beelden getoond vanuit een laboratorium waar witte jassen door microscopen n a a r plakjes garnaal t u u r -
Bas Jan van Stam den. Alras leidde het spoor n a a r de thuispellerijen en de iwlitiek kondigde maatrelen af. Het Konsumenten Kont a k t onthulde n a eigen onderzoek dat op één doorsnee garnaal een miljoen bacteriën wemelde. Een directeur van een thuisgamalenpelbedrijQe streek echter in een aktualiteitenprogramma over zijn boven tanden en stelde dat er nu, - de opgeheven vinger kwam in beeld -, daar ook minstens een miljoen bacillen rondscharrelden. „Dat is doodnormaal," zei hij: „Daar is niks mee aan de hand." Hij verklaarde dat de hele affaire gewoon een ordinaire hetze tegen de thuispellerij was. „Dit is al de zoveelste doodklap voor onze branche." De Shampoo werd een affaire toen in het nieuws kwam dat ziekenhuizen „hun" placenta's doorverkochten aan een Franse cosmeticaf abriek, die er shampoo van maakte.
I^a, dat was toch wel een eigenaardige vorm van recycling . . . Te meer daar er geld mee gemoeid was. Want was het eigendomsrecht van de placenta wel geregeld? En had het allemaal niet iets stiekems? Een curieuze omdraaiing van het gezegde „de één zijn dood, de ander zijn brood". Maar waar het in feite om draaide was natuurlijk dat enge ding van een placenta, nageboorte, moederkoek. De sfeer rond de affaire-shampoo had iets weg van het giechelen en fluisteren van kinderen als ze het over poep en pies hebben. Maar n u waren het volwassen reporters die lekker vieze verhaaltjes konden schrijven over placenta's en shampoo. Wim de Bie wees hierop in zijn voor deze gelegenheid als een normaal nieuwsartikel gezette column op de pagina „Het Vervolg" in de zaterdageditie van de Volkskrant van 27 oktober 1984. De Bie repte met geen woord over de placenta, maar schreef over de andere pool van de trits placenta/shampoo/haar en deed er een schepje bovenop. Hij citeert dan drs. W. den Hamer, voorzitter van een commissie die de nieuwe wet op de orgaantransplantatie voorbereidt, en noteert uit diens mond: „Zo komen er ^ provinciale richtlijnen met betrekking tot de spermaban' ken, de okseltranspiratieopvangcentra, de snotverwerking, de hand- en voetnagelophaaldiensten en de oorvuilmestindustrie. Het h a a r (lees: de placenta, BJvS) hebben wij domweg over het hoofd gezien". Ik weet niet hoe het u vergaan is, maar een paar keer heb ik toch tijdens het wassen van mijn h a a r gedacht: „raar idee". Verder niets. Daarentegen heeft voor mij voorgoed het ombekommerd garnalen eten afgedaan. Bij garnaal weet ik direct te zeggen: „salmonella, Thailand, thuispellerij". Ik schrik van die verleidelijk mooie meisjesnaam „salmonella" en zie nog slechts h a a r knekelige bereider. Ik word wee van de partijen rottende garnaal die over de grote wereldzeeën naar Holland gevaren worden: wat is dat voor gekkigheid. De garnaal belichaamt voor altijd de drieëenheid van dood, verrotting gezelligheid. Maar mijn h a a r was ik vrolijk met placenta-sop.
Klontjes, servetjes en een borrel Vrijdagmiddag, restaurant VU-hoofdgebouw, 16.00 uur. Ik zit hier n u al een half u u r en er is niets bijzonders gebeurd. Het wachten is op „zwervers", die de mensa frequent aan schijnen te doen om hier een goedkope maaltijd te kunnen krijgen. 16.05 uur: Een giraffe met een colbertje, stropdas en hangende handjes komt de trap af. Hij haalt twee pilsjes en een chocolademelk en deint weer weg. 16.10 uur: Een bruin jasje komt handenwrijvend het rest a u r a n t in, haalt een bakje müsli om dat ~ overdadig smikkelend vlak bij me op te gaan eten, zucht opgelucht wanneer het bakje werkelijk helemaal schoon is en danst bijna de trap weer op. 16.18-16.25 uur: Eten rood/wit frisgekapt meisje met een overdadige portemonnee haalt een broodje, een jonge jongen in gallop de hoek om, een blauw jasje met grijze broek en stropdas voor een slaatje en een dame voor de kassa groetend het restaurant in. Het personeel gaat eten. 16.35 uur: Het is sover! Hij staat boven aan de trap, een grijze, kalende heer. Zwerver? Het is duidelijk dat deze man geen enkele affiniteit met de universiteit heeft, maar een zwerver is het niet. „Mijnheer" daalt behoedzaam de trap af, trekt z'n jas recht en schikt de sjaal. Zijn ruim zestig jaren zijn hem aan te zien. Hij werpt een blik op het luidruchtig etende personeel en scharrelt n a a r de koffiemachines. Daar gaan zijn handen nog eens langs de panden van de jas, doet hij een stap n a a r links, Idjkt nog eens naar het personeel en ja: een hand vol suikerklontjes verdwijnt in z'n binnenzak. „Mijnheer"? Hij kijkt weer om zich heen, wat spiedender dan eerst, bevoelt de jas nog eens, maakt een draai en daar gaat de hand voor een tweede keer! Ik kan mijn ogen niet geloven, die suikerklontjes zijn toch gratis? Nu maakt hij een vastberaden beweging n a a r de rechtermachine, blijft ervoor staan zodat het lijkt alsof hij koffie aan het halen is en ja hoor, een derde flitsende graai. Blijkbaar is het genoeg en handenwrijvend schuifelt hij n a a r de ingang van het restaurant, draait wat, kijkt om zich heen om op de dichtstbijzijnde tafel af te stevenen. Pakt een stoel, schuift die zorg-
Advertentie
vuldig in positie en gaat zitten. Benen over elkaar, twee vlakke handen strijken het schaarse haar links en rechts n a a r achter. Kijken.
Tevreden De mensa in het hoofdgebouw verstrekt zo'n achthonderd tot duizend warme maaltijdjsn per dag. Uit een onlangs gehouden enquête blijkt dat de bezoekers tevreden zijn met het eten dat h u n voorgeschoteld wordt. Er is veel variatie en met name de „mensamaaltijd" voor ƒ 4,90 wordt niet te duur geacht. De helft van de salarissen van de 54 personeelsleden restauratieve dienst moet uit de opbrengst betaald worden, zodat het met die prijzen en tegelijkertijd met de kwaUteit een voortdurend schipperen bUjft. „Die twee oude mannetjes die altijd ruzie hebben over wie vóór mag staan in de rij", reageert het hoofd restauratieve dienst, de heer J. Crouse op de vraag n a a r mensen van bul-
Galgala
ten de VU die gebruik maken van de mensa. „Ach, dat valt wel mee". „Mijnheer" zit ondertussen nog steeds op zijn stoel en observeert de omgeving. Nadert een vrouw, bestudeert hij zijn handen om vervolgens n a het passeren een lange blik van kruin tot hak te werpen. Hij heeft een lange, spitse neus, diepe lijnen van neusvleugels n a a r mondhoeken en een streep als mond. Is netjes gekleed, grijze jas en zwarte broek, maar de spekzolen onder de bruine schoenen vallen wat uit de toon. 16.50 uur: Hij staat op. Trekt aan z'n jas en sjaal en beweegt zich met handen in de zakken door het draaipoortje het restaur a n t in. Bij de stapel met plateaus is er plots een moment van herkenning met een tweede man. Deze heeft een volle bos grijs haar. Komt n u de ruzie over wie als eerste in de rij mag? Vandaag blijkbaar niet, want „mijnheer" loopt n a a r de mensamaaltijd, terwijl zijn collega de luxe maaltijd aandoet. Bij de mensamaaltijd staat inmiddels al een man of tien, maar voor
(Foto Bram de Hollander)
filÊ(?.I3'A DELC^' WE U MEE DflT 'zöEN/SflMD XEEU DE OUl>E. ^ PPJS Uf\U DE HftMO OOEi^i ...
AUTOVERHUUR V. d. Madeweg 1, Amsterdam, telefoon 924755 naast metrostation Duivendrectit Middenweg 175, Amsterdam, telefoon 938790 STUDENTEN 20% KORTING
„mijnheer" is dat geen probleem. In plaats van links aan te sluiten, schuift hij rechts vooraan. Niemand zegt iets. Nu volgt een m i n u u t of tien wachten, gevuld met kijken, aan de jas trekken en de sjaal schikken. Om 17.00 u u r is hij als eerste by de kassa, betaalt met een biljet van ƒ 25,- en stevent zonder om te kijken af op de eerste zitmogeiykheid, pal achter het nog etende personeel. Hij haalt een glas water, bedenkt zich en loopt n a a r de kassa. Met een groot pak servetjes gaat hy uiteindelyk achter zyn eten zitten. Vier stoelen van hem af zit de collega met de luxe maaltyd, er wordt niet gesproken. Na iedere slok water gebruikt „mynheer" een servetje om zyn hele gezicht schoon te maken en n a tien minuten is alles op. Hy zit met zgn handen in elkaar geslagen voor zyn gezicht en loopt met zyn tong tanden en kiezen langs.
Feestje Het is tyd om op te stappen, „mynheer" staat op. De jas wordt weer langs gelopen, evenals de sjaal. Op weg n a a r de uitgang komt hy langs de koffiemachines en met een laatste hand klontjes verdwynt hy uit de mensa. Hy loopt buitengewoon langzaam, wat hem op doet vallen temidden van de heen en weer snellende mensen die er verder nog zyn. In de hal is te horen dat een verdieping hoger een feestje gaande is. „Mynheer" stokt in zyn weg n a a r de uitgang, kykt omhoog, luistert en gaat de trap op. Hij sal toch niet...? Jawel hoor: Met de hem eigen schuifelende gang mengt hy zich onder de aanwezigen op het promotieparty tje. By het raam staat een blad met glaasjes waarvoor hy onvermydelyk terecht komt. z y n linkerhand blyft in de jaszak, met de rechter pakt hy een borrelde. Eén slok. Onmiddeliyk maakt hy een achterwaartse beweging, een draai, een schuifel n a a r links en daar staat hy weer by het blad voor een tweede nip. Na een volgende schynbeweging kan het glaasje leeggedronken worden en „mynheer" schuift tussen de aanwezigen. Nog één keer loopt hy een rondje en dan gaat hy weg. Buiten is het koud en glad en omzichtig manoeuvreert hy zich langs het gebouw, daalt een laatste trap af en gaat by de bushalte staan. Na kort wachten is de bus er en zonder strippenkaart of abonnement klimt „mynheer" n a a r binnen. Hy zit al voordat de bus optrekt. (A. B.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984
Ad Valvas | 544 Pagina's