Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 53
AD VALVAS — 7 SEPTEMBER 1984
9
een lichtbaak ersiteit ee ontsteekt" lichten on „Ik heb weinig blijvende uitkomsten van de vernieuwing gezien. Men bracht de universiteit af en toe gematigd in beroering. Hervorming moet een zekere mate van redelijkheid dragen en van verantwoordelijkheid getuigen, maar soms was het domweg een soort chantage plegen. Ik vond dat het moreel niet steeds bijzonder hoog stond. Men staakt niet in het onderwijs. Onderwijzers die met zijn tienduizenden n a a r het Malieveld gaan, ik moet eerlijk zeggen . . . Daar doet u niet aan mee... Nee. Het staken geschiedde ook nog zonder enig risico en op kosten van de gemeenschap. Daar heb ik nooit respect voor gehad." Is het niet so dat voor het bereiken van bepaalde vernieuwingen sommige van die middelen noodzakelijk sijn; er moest wel een bepaalde macht van de hoogleraren gebroken worden?
vaardbaar is als secretaris van een vereniging voor bescherming van dieren, enz. Een reactie van studentenzijde kon niet uitblijven: „Maar professor Diepenhorst, u bent toch, hoewel brildragend, in het bezit van het licht in beide ogen. Vanwaar dan dat voorzitterschap van het blindeninstituut Bartimeüs?", zo vroeg het studentenblad Pharetra. Het conflict werd niet in het voordeel van Diepenhorst en zijn aanhangers beslecht. Universiteitsbestuurders moesten een bewilligingsverklaring ondertekenen waarin zij h u n instemming beloofden met de doelstelling van de VU, dan wél dat zij beloofden die doelstelling te respecteren. Dat betekende feitelijk dat niem a n d bij voorbaat van het universiteitsbestuur werd uitgesloten.
Identiteit
„Ik zie niet in waarom een macht van de hoogleraren gebroken moest worden, in de vorm van redelijk overleg viel wat te bereiken. Er waren ook heel wat hoogleraren daar hoefde men niet veel aan te veranderen. Het is ook gebleken dat sommige hoogleraren te kneedbaar waren, bepaalde gegeven verhoudingen uit het oog verloren."
Professor Diepenhorst zegt het niet zo zeer bezwaarlijk te vinden dat er communistische studenten a a n de VU studeren, maar wel dat ze dat communisme openlijk, liefst uit bestuurlijke functies, wilden propageren. Anders gezegd, ze mogen er wel een ideaal op n a houden, als ze dat ideaal m a a r niet proberen te verwezenlijken.
Communisme
Het conflict was er wat u betreft niet geweest als se geen propaganda gemaakt hadden?
Professor Diepenhorst heeft het niet zo op onze belangstelling voor het verleden: „Ik vind het veel belangwekkender of de universiteiten in de toekomst tegen de zaak opgewassen zijn. Het verleden vind ik niet zo interessant." Toch blijkt die desinteresse voor het verleden slechts betrekkelijk te zijn. Zodra hij het woord genomen heeft verdedigt hij op soms hartstochtelijke wijze de posities die hij vroeger ingenomen heeft. Diepenhorst lijkt er de man niet naar te zyn die met een zekere mildheid en gedistantieerdheid terugblikt naar het verleden, die de zaken wat relativeert, inclusief het eigen gelijk. Op sommige momenten is hij duidelijk geëmotioneerd. Het sonore, achter uit de keel komende stemgeluid, waarmee de legendarische volzinnen geproduceerd worden, komt dan terecht in wat hogere regionen. Deze betrokkenheid geldt niet in de laatste plaats een affaire waarbij Diepenhorst zelf in het middelpunt heeft gestaan. Het betreft de poging om studenten met communistische sympathieën uit de universiteitsbesturen te weren. Van 1972 tot 1976 was Diepenhorst rector magnificus van de VU, en in maart 1976 lanceerde hy in een paginagroot artikel in Ad Valvas de grote aanval: „Wat ook de verdiensten van de Communistische Partij Nederland mogen zijn, geenszins dat zij de mens in zijn gehele leven roept tot verheerlijking van de ene God, Vader, Zoon en Heilige Geest," zo schreef hij. D4t artikel vormde het sein voor een ongekend brede en -heftige discussie over de verenigbaarheid van christendom en communisme; een discussie die een verdeeldheid in christelijke kring bewerkstelligde die pas jaren later h a a r evenknie zou vinden in het kernwapendebat. Voor Diepenhorst was er geen twijfel mogelijk: een student met duidelijke communistische sympathieën is niet in staat deel te nemen aan het bestuur van een christelijke universiteit. Net zo min als het voorstelbaar is dat een vegetariër lid wordt van een vereniging van keurslagers, net zo min als een kattenmepper aan-
schappen betreft, voor een aantal wetenschappen is er beslist geen regelrechte, manifeste doorwerking van het christelijke beginsel, dat zal men moeten erkennen. Soms is het tasten en vinden. Een christelijke kunstacademie, dat men deze sticht vind ik wel goed. Daarentegen is een christelijke banketbakkersschool uitgesloten. In de anatomie heeft, ik geloof. J a n Swammerdam eens gezegd: ik bewijs u het bestaan van God uit de anatomie van een luis. Dat gaat mij wat ver. Stellig kan men onderscheid maken inzake de grondslagen. Er bestaat een marxistische staatstheorie en een nationaal-socialistische theorie van het strafrecht, en die zijn uit den boze."
Junkies Als hoogleraar strafrecht was Diepenhorst niet iemand die het gevangeniswezen alleen vanaf
helemaal onbevooroordeeld want ik zal het niet zo zwaar voelen, dat is dat men veel meer gaat werken met het ontnemen van het rijbewijs. Iets dergelijks zou heel goed zijn. Nog iets, ten opzichte van Nederlanders die zich misdragen in het buitenland, verder zou men over kunnen gaan tot het ontnemen van de passen. Daar gaat effect van uit." De gevangenissen worden de laatste tijd voor een groot deel bevolkt door junks. „Bij junkies gaat van gevangenisstraf in zoverre een preventieve werking uit dat het de maatschappij beveiligt. Men kan zeggen dat dat egoïsme is, maar men moet zorgen dat de maatschappij ordentelijk is. Men moet aan de ene kant kijken wat de oorzaak is van het gepleegde feit, maar men moet op de tweede plaats wel zorgen dat het niet gebeurt." De veelgeroemde mildheid in het strafrecht van Diepenhorst blijkt in het heroïne-vraagstuk niet van toepassing te zijn. Hij pleit onverbloemd voor zwaardere straffen om Amsterdam van zijn reputatie van magisch wereldcentrum voor heroïne-handelaren te beroven. Daarnaast ziet hij geen bezwaar in het gedwongen afkicken. Maar is het niet so dat het heroineprobleem voor een belangrijk deel veroorsaakt wordt door het illegale karakter ervan? Een resolute Diepenhorst: „Dat is niet waar. Als het legaal was dan
„Als die studenten zich niet duidelijk activistisch geprononceerd hadden naar buiten, dan hoef ik met alles curieuselijk te onderzoeken. Ze mogen overigens doen wat ze willen, maar dan moeten ze maar n a a r een openbare universiteit gaan, die is er voor." Profiteert de VU so niet op een gemakkelijke manier van een hoger studentenaantal? „Een universiteit die studenten zoekt alleen om ervan te profiteren, daar heb ik niet het minste respect voor. Het n a a r de VU komen is altijd vrij geweest, mohammedanen konden er komen, m a a r men trachtte de VU vanuit de eigen opvattingen te infiltreren." Was u bang voor de effecten van de propaganda? Diepenhorst schiet uit: „Kijk, ik ben nergens bang voor, dat is een redenering die ik niet aanvaard. Het gaat niet over bang zijn of niet, maar om wat redelijk en eerlijk is. Als er mensen komen op een christelijke universiteit die zeggen: n u gaan wij die universiteit eens omturnen, dan zeg ik, u k u n t als studenten nog doen wat u wilt, maar in de besturen is voor u onder deze omstandigheden geen plaats." We plaatsen het probleem van de communistische activiteiten in een wat breder kader. In de loop der jaren is er een grote toevloed van studenten geweest voor wie het christelijk karakter van de VU niet zo belangrijk was. Daarnaast is het vaak onduidelijk wat christelijke wetenschap inhoudt.
De opvattingen van Diepenhorst en de sijnen over de onverenigbaarheid van VU-doelstelling en communisme waren in de jaren seventig aanleiding tot menig fraaie spotprent soals dese van Janwillem van Vugt voor het maandblad Student. Van links naar rechts aktief in het elimineren van het vermaledijde communisme het professorale kwartet Oostenbrink (politikologie), Kuypers (politikologie), Diepenhorst (rechten) en Fokkema (psychologie). zijn katheder onder de loep nam. Na de oorlog is hij een regelmatig bezoeker van gevangenissen. Hij is veel geprezen omdat hij binnen de reclassering een vrij progressief standpunt innam. Levenslange gevangenisstraffen die langer dan ongeveer vijftien jaar duren bekritiseerde hij omdat dat slechts tot seniliteit en aftakeling zou leiden. Dat hij daarom ook voor de vrijlating van de drie van Breda heeft gepleit, is hem niet door iedereen in dank afgenomen.
Betekent het hameren op het christelijke karakter van de VU niet dat gekosen moet worden voor een kleine universiteit met een duidelijke identiteit?
Is de bestrijding van de misdaad mogelijk door een strafmaat?
Diepenhorst: „De VU moet een principiële identiteit hebben en als dat er toe leidt dat die universiteit kleiner wordt, zal men dat moeten nemen. Wat de weten-
„Het hangt ervan af of het helpt. J e kan de mensen ook zeer gevoelig in de portemonnee treffen. Dan is er voor bepaalde gevallen nog een andere straf, ik ben niet
zouden misschien aanvankelijk de geweldsmisdrijven teruglopen, maar er is geen enkele waarborg dat die in de toekomst niet opnieuw gepleegd zouden worden. Bovendien zou het gebruik in geweldige mate om zich heen grijpen." Wat is het beswaar daartegen, volgens sommigen moet heroïne niet anders bekeken worden dan andere verslavende middelen, b.v. alcohol? Deze redenering zegt Diepenhorst niet te kunnen volgen: „Als de zaken zo staan, dan is antialcoholisme het meest aangewezen. Zoals ook tien sigaretten per dag al een lichte verslaving is, m a a r heroïne is niet alleen een lichte verslaving, het is volstrekt schadelijk. Een overheid mag niet
bevorderen dat de mensen zich doodspuiten. Heroïne richt de gezondheid volstrekt te gronde, als dat de medische gegevens zijn, tja..."
Homofilie Diepenhorst heeft zijn faam niet uitsluitend te danken aan zijn optreden binnen de universiteit. Zijn „bekende Nederlandersschap" heeft hij ook te danken a a n televisie-optredens in de jaren zestig toen hij voor de NCRV een forum leidde, en waar hij inleiders steevast introduceerde met de woorden: „Voor mij links, voor de kijkers r e c h t s . . . " Bekend is Diepenhorst ook om zijn activiteiten op het terrein dat als „de moraal" aangeduid kan worden. Zo schreef hij in 1965 een boekje, getiteld: „De emancipatie van de vrouw". Naar zijn zeggen schreef hij dit boekje omdat hij niet kon meegaan met het conservatisme dat op dit p u n t nogal in zijn kring heerste. Niettemin beklemtoont hij ook in het boekje de waarde van het gezin. Ook vanuit zijn ervaringen met de jeugdzorg en de reclassering vindt hij het huwelijk een instituut van belang: „Het lijkt een beetje een goedkope wijsheid, m a a r er is niets beter voor jongemannen van 23,24 jaar dat ze een vrouw krijgen die drie of vier jaar ouder is, voor wie ze een tikje benauwd zijn; dan komt het in het algemeen heus goed terecht," aldus Diepenhorst in een vraaggesprek met Veronica - een vraaggesprek dat overigens verluchtigd werd door middel van Diepenhorsts favoriete muziek: polka's en walsen van Strauss. Zelf is Diepenhorst altijd ongehuwd gebleven: „Het is mogelijk dat ik bij nadere kennismaking toch enkele terugstotende kanten vertoonde." Recentelijk is Diepenhorst op dit terrein in de publiciteit gekomen doordat hij zich op een partij-bijeenkomst sterk verzette tegen het wetsontwerp Gelijke Behandeling dat o.a. beoogt het onmogelijk te maken dat sollicitanten vanwege h u n seksuele geaardheid afgewezen worden. Diepenhorst, onder wiens dekan a a t overigens de homo-studies bij rechten tot stand zijn gekomen, is bereid zijn standpunt toe te lichten: „Het al of niet aanvaarden van homofilie is ook een kwestie van levensovertuiging en dat is voor sommigen een religieuze kwestie. Nu staat de zaak zo: als het voor sommigen een religieuze kwestie is, moet ik ze dan dwingen om te aanvaarden wat ze niet voor h u n rekening willen nemen?" Diepenhorst wijst er op dat ook in het discriminatie-ontwerp de zaak in het huiselijk verkeer wordt vrijgelaten. Dat bespaart iemand de plicht om als particulier een homofiele huishoudster in dienst te moeten nemen. „Evenzogoed moet men als instelling, sociëteit en wat dies meer zij, het recht hebben om te zeggen: geen homofilie. Als men die overtuiging heeft, dan nog kan de overheid niet zeggen dat dat nu m a a r eens afgedwongen moet worden. De democratie stuit hier op bepaalde grenzen. Green overheid, men zou het trouwens wel uit het hoofd houden, heeft het recht om af te dwingen dat de rooms-katholieke kerk het hiërarchisch kerksysteem verlaat." Diepenhorst voltooit zijn requisitoir tegen de bemoeizucht van de overheid met de volgende algemene diagnose: „Men is op het ogenblik in Nederland bezig te drammen. Op een gegeven ogenblik moet alles n a a r één hand gezet worden, en dat is n u de narigheid. Men moet goed weten wat men regelt." Dit betekent overigens niet dat religieuze groeperingen van Diepenhorst carte blanche krijgen om te doen en laten wat ze willen: „Er rijzen wel bij de godsdienstige overtuiging ook nog problemen. Laten we zeggen, een godsdienstige secte die de besnijdenis bij meisjes zou toelaten, ik denk niet dat ik dat zou sanctioneren. Het blijft een afweging, maar daar houdt naar mijn mening de vrijheid van godsdienst op. Evenzogoed, een kerk van Satan, die zou ik als kerk niet erkennen, dat gaat mij te ver."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984
Ad Valvas | 544 Pagina's