Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 116
AD VALVAS — 5 OKTOBER 1984
12
Het lastige lichaam Dr. A. Verkuyl is revalidatiearts. Onlangs gaf hij in het StudiumGenerale-programma „Loopt uw studie ook op rolletjes?" een causerie over de problemen van mensen met een lichamelijke handicap. Naast het geven van colleges (onder meer aan de interfaculteit lichamelijke opvoeding) behoort het houden van lezingen in den lande tot zijn reguliere bezigheden. „Ik vind dat leuk: je bent daardoor gedwongen je vak bij te houden." Verkuyl (71) heeft zelf een aantal handicaps: een stijve knie en een sterker wordende hardhorendheid. „Toch voel ik me een compleet en gelukkig mens." „De afgelopen eeuw heeft men er diverse benamingen voor gebruikt: mismaakte, aalmoesvragende, gebrekkige, invalide (waardeloze!). En n u spreekt men over een mens met een handicap. Er zjt een element van eufemisme in die benamingen. Zoals je vroeger tering zei en tegenwoordig tbc. Maar daarnaast is het zo dat de bejegening van mensen met een handicap sterk veranderd is. Aan het begin van deze eeuw was de aandacht voor de gehandicapte een kwestie van liefdadigheid en barmhartigheid. Ze waren aangewezen op h u n familiaire omgeving; ze hadden h u n vaste plaats binnen de Grossfamilie. Men verwachtte van hen geen streven n a a r voren en geen vervulling van publieke diensten. Iemand met een handicap hoorde zijn plaats te kennen en moest dankbaar zijn. Heel geleidelijk is daar verandering in gekomen. De sociale wetgeving voor arbeidsongeschikten werd langzaam maar zeker uitgebreid en pas in de vijftiger jaren is men gaan praten over rechten van mensen met een handicap." ,,Parallel hieraan verlopen de ontwikkelingen in de revalidatie. Vroeger had men maar één doel voor ogen: de 'onvolwaardigen' moesten zoveel mogelijk de 'normale' mensen nabootsen. De orthopedie speelde dan ook een heel belangrijke rol: gehandicapten moesten zoveel mogelijk recht van lijf en leden worden. In de revalidatie was sterk het element van betutteling aanwezig: de deskundigen wisten wat goed was voor de gehandicapte. De kreet was altijd: aanpassen, aanpassen, aanpassen! De gehandicapte had nauwelijks inspraak. Het is echt van de laatste jaren verbazend laat eigenlijk - dat men tot de ontdekking is gekomen dat het vanzelfsprekend is dat de persoon zelf aanmerkingen kan maken op een revalidatieplan. Je bent niet meer patiens, zoals vroeger, maar agens, dat wil zeggen aktief in de vormgeving van je leven. Je bereikt niks in de revalidatie als de revalidant niet zelf z'n pakkie op zich neemt." ,,Je kunt spreken van een verhoogd zelfbewustzijn bij mensen met een handicap: het vertikken om je bewustzijn en je lichaam te laten onteigenen. Ze willen niet meer als normafwijkende groep behandeld worden om vervolgens afgezonderd te worden met de rest van de maatschappij. De oprichting van Het Dorp is destijds (de zestiger jaren) een gelukkige zet geweest. Maar op het ogenblik zou ik er niet aan denken ook maar een minuut te vechten om weer zo'n Dorp te realiseren. Ik ben er ook niet voor dat de mensen met een handicap in alle opzichten moeten integreren in de maatschappij. Van mijn vriend
Boerwinkel heb ik de term 'inclusief denken' geleerd. Je vormt met elkaar de maatschappij: van de, zegmaar, minusleden moetje niet eisen dat ze zich invoegen in de grote stroom. Want je k u n t je afvragen of onze huidige maatschappij n u zoveel gezonde elementen heeft dat het rechtvaardig zou zijn datje volledig mee moet doen aan deze prestatiemaatschappij van jonge, mooie mensen - de maatschappij zoals die wordt uitgebeeld in de reclame. Is het niet zo dat de eigenheid van verschillende groepen mensen er mag zijn?" „Fluimte geven aan de eigenheid van mensen met een handicap moetje echter ook niet overdrijven, want ze kunnen daardoor ook enorm geïsoleerd raken. Ik heb herhaaldelijk de situatie meegemaakt bij kinderen die in de puberteit komen, h u n eigenheid willen hebben en opstandig willen zijn zoals alle andere kinderen, en dan hebben ze opeens h u n vader of moeder nodig om een plasje te kunnen doen. Begrijp je; da's afgrijselijk. Dat is een knarsetandend afhankelijk zijn terwijl je
de ouders hebben gestuurd met de vraag of dat wel kon. Het bleek dat sommige ouders uit religieuze redenen daar tegen waren. Ik begreep dat niet." „Als je gewoon gezond bent dan maak je vaak op ondankbare wijze gebruik van je lichaam. Sartre zou zeggen: je overstijgt je lichaam; het is een wei-geoliede machine waar je verder niet bü nadenkt. Echter, wanneer dat lichaam je pijn bezorgt, of kortademigheid, wanneer je multiple sclerose hebt en niet weet of je de volgende dag goed k u n t zien of niet goed kunt zien, wanneer je niet goed kunt reageren, dan krijg je de pest in dat lichaam. Een soort twistrelatie met je lichaam. Je vraagt je steeds af wat voor listen en lagen het nu weer heeft. Je lichaam is dan je vijand onbetrouwbaar. Je wilt de sleutel omdraaierren het ontbreekt je aan de kracht dat te doen, noem maar op. Die problemen gelden niet alleen yoor je lichaam. Gehandicapten hebben vaak ook een wrok-houding ten opzichte van bijvoorbeeld h u n prothese die opeens gaat piepen, of waarvan er een veer loslaat. Of de batterij van het gehoorapparaat is leeg net n u je aan het woord bent. Of een lekke band van je rolstoel." ,,De houding van niet-gehandicapten ten opzichte van gehandicapten is er vaak een van óf gêne óf superioriteit. Bij een ontmoeting met iemand die zwaar
Dr.A. Verkuyl revalidatiearts wereld. Dat geldt vooral voor mensen met een wat lichtere handicap. Uit onderzoek is ook gebleken dat mensen met een zware handicap optimistischer over zichzelf en h u n toekomst denken dan mensen met een minder zware handicap. De laatste groep heeft veel sterker de idee dat ze moet voldoen aan de eisen en verwachtingen van de 'normale' wereld. Ik heb eens een verhaal van een neger gelezen in Time. Die stelde dat hij zichzelf kon zijn en dat hij' zichzelf met zijn eigen ogen en de ogen van zijn broeders kon bekijken. Maar hij keek óók naar zichzelf met de ogen van de blanken. Dat is volkomen invoelbaar. Ook bij gehandicapten speelt een dergelijk patroon."
Spookachtig
(Foto Bram de Hollander) a a n de andere kant ook wel eens je eigen wil zou willen volgen. Ik ben er langer hoe meer achter gekomen datje gehandicapten niet, of niet alleen, moet leren aanpassen, maar dat het van belang is dat ze een zelfbewustzijn krijgen en dat ze tegen een stootje kunnen. Wat zo gemakkelijk vergeten wordt in de revalidatie is dat de problemen pas beginnen n a de revalidatie-behandeling. J e moet dan als gehandicapte een weerstand hebben opgebouwd tegen alle tegenslagen en teleurstellingen die je deel kunnen zijn."
Geoliede machine „Zaken als sexualiteit van gehandicapten zijn lange tijd taboe geweest. Koos Postema heeft daar een keer een prachtige uitzending over gemaakt. Zelf heb ik eens een lezing gehouden met de titel de woorden van Jezus: 'Opdat zij leven en wel in overvloed'. Want dat de gehandicapte ook weelde en lust kent, was taboe - dat was niet voor hen weggelegd. In die sfeer voedden ouders h u n kinderen ook vaak op. Ik herinner me dat ik daarover 'ns een lezing wilde geven voor ouders van kinderen van de mytylschool. De schoolleiding was echter zo bang voor de onderwerp dat ze eerst een enquête naar
gehandicapt is en waarbij de esthetiek is aangetast, ontstaat soms zelfs een gevoel van afkeer. Maar in nog veel grotere mate ontstaat een gevoel van onzekerheid: wat moet ik er mee aan? Moet ik er wel of niet over praten? Ik ben zelf na zoveel jaren erg gewend in die wereld. Maar als ik bijvoorbeeld een blinde ontmoet, ontdek ik bij mezelf nog steeds een bepaalde onrust: moet ik vragen hoe het gekomen is of niet?" „Het lichaam geeft expressie aan je emoties. Het gezicht en de motoriek van de ander doet vreselijk veel bij ontmoetingen. Ontmoet je iemand met een misvormd gezicht dan is het moeilijk daar mee om te gaan. Je k u n t je makkelijk vergissen, stommiteiten uithalen; je voelt je kortom wat unheimisch - het is een andere wereld. Mensen die onbeheerste bewegingen en grimassen maken hebben altijd iets afweerwekkends. Als je als westerling Afrikaanse dansen gaat bekijken dan vermaak je je - j e vindt het prachtig. Maar als het tot je eigen cultuur behoort is het normafwijkend gedrag; dat wekt bevreemding en wrevel. Gehandicapten moeten vaak tegemoet komen aan de ander: ze moeten 'normalen' op h u n gemak stellen om het ijs te breken. ,,Mensen met een handicap leven in twee werelden: de 'normale' en h u n eigen sub-
„Niets vreest de ernstig hardhorende meer dan harde en onverwachtse geluiden. Laat ik een huiselijk voorbeeld geven. Zelf heb ik een nogal ernstig gestoord gehoor. Ik vind het gezellig mijn vrouw te helpen met de afwas. Maar het gerommel met die kopjes enzo verhindert heel vaak een gesprek. Die geluiden zijn bijna spookachtig. Achtergrondgeluiden overheersen boven de normale kabbelende geluiden. Als hier in de kamer een radio aanstaat, moet ik geen gesprek beginnen; want ik hoor er niets van. Gisteravond was er op de t.v. een aflevering van 'Van oude mensen en dingen die voorbij gaan'. Een prachtige serie. Maar wat hebben ze gedaan? Terwijl er iemand praat wordt er op de achtergrond muziek gedraaid! Mensen met een normaal gehoor deert dat niet. Maar mensen die enigszins doof zijn deert dat wel. Een ander voorbeeld. Als ik op de fiets zit en er komt een bromfiets langs dan schrik ik ontzettend. Ik ben er bijna bang voor. Onverwachts en plotseling een scherp geluid waarvan je niet weet waar het vandaan komt." „Mensen willen soms niet toegeven dat ze een handicap hebben. Een sterk voorbeeld. Keizer Wilhelm van Duitsland zie je altijd afgebeeld met één arm op de rug. Een arm was namelijk korter dan de andere. Zeker bij lichte handicaps proberen mensen dat te verbergen. Begrijpelijk. Maar soms kan dat tot vervelende misverstanden aanleiding geven. Ik heb zelf een stijve knie. Ik zat in de VU eens tegenover een dame aan tafel en die dacht dat ik oneerbare bedoelingen had met dat uitgestrekte been van me. Dan is het maar beter dat even te zeggen. Karl Earth heeft eens geschreven over de moed mens te zijn. Hij bedoelde daarmee dat niettegenstaande het oud zijn, of het gehandicapt zijn, er gelukkig veel mensen ,zijn die de moed hebben te zeggen: ik ben ik. Hoe gehandicapt iemand ook is, hij is een compleet mens; daair doet niets aan af. U moet niet denken dat iemand die een handicap heeft de ganse dag aan die handicap zit te denken. Daar is geen sprake van! Mensen met een handicap hebben een soort ingebouwde motivering: er is iets om voor te vechten. In al die jaren heb ik maar één geval van suicide meegemaakt; dat komt maar zeer sporadisch voor. Ook mensen die ten gevolge van een suicide-poging bijvoorbeeld een dwarslesie hebben, blijken vaak voorbeeldige revalidanten te zijn. Na die tijd van drugs en leegheid hebben ze iets om voor te knokken." (W.C.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984
Ad Valvas | 544 Pagina's