Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 158

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 158

11 minuten leestijd

6

'

Onderzoek: nut van cursussen studievaardigheid onbewezen Cursussen studievaardigheid helpen niet. Tenminste, er is nog nooit onomstotelijk aangetoond dat ze wel helpen. Zo cursussen studievaardigheid onder de loupe gelegd zijn, was dat vaak onder eentje die vertekeningen opleverde. Hoe beter de onderzoeksmethode, hoe kleiner het effect van een cursus studievaardigheid blijkt te zijn. Dat is in het kort de teneur van een 83 pagina's tellend boekwerkje dat binnenkort bij de Delf tse Universitaire Pers (DUP) verschijnt. Auteur is dr. Han Israels, een socioloog die zich in een paar jaar gehaat wist te maken in de cercle van studievaardigheidscursusgevers - inderdaad, men kijkt er niet op een lettergreep meer of minder. In opdracht van de Onderwijskundige Dienst in Delft (aan de VU heet de vergelijkbare instantie Onderwijs-research) onderzocht Israels een half jaar lang of het zin zou hebben in Delft dergelijke cursussen op te zetten. Want de TH Delft is een van de weinige plekken waar zulke cursussen ontbreken. Aan de VU bestaan sinds geruime tijd studievaardigheidscursussen. Wie Israels binnehaalt om hem onderzoek n a a r studievaardigheidscurssen te laten doen, haalt een inmiddels licht notoire scepticus in huis. Want in eerdere publicaties over studievaardigheid veegde Israels ook al de vloer a a n met de waarde van dergelijke cursussen. In opdracht van het COWOG, het Centrum voor Onderzoek van het Wetenschappelijk Onderwijs te Groningen (dus de Groningse equivalent van de Delftse Onderwijskundige Dienst) onderzocht Israels in 1983 hoe zinvol studentenbegeleiding is. De uitslag luidde: niet aantoonbaar zinvol. Maar bij die uitslag bleef het niet, want al onderzoekend merkte Israels dat een heleboel eerdere onderzoeken van een dubieuze kwaliteit geweest waren. En, ernstiger, dat een onderzoek dat - volgens Israels - wél kwaliteit had, was doodgezwegen. Dat onderzoek, van prof. dr. E. C. Klip, bevatte de uitslag dat studiebegeleiding de sterken sterker, en de zwakken zwakker maakt. Dus dat studiebegeleiding precies het omgekeerde effect heeft dan bedoeld. Israels' onderzoekrapport viel bij het COWOG niet best, en Israels sprak de verdenking uit dat men probeerde de publicatie te vertragen. Het Leidse Bureau Onderzoek van Onderwijs (BOVO) schoot te hulp: het gaf Israels' onderzoek uit in de eigen serie rapporten. Want, zo vond prof. dr. H. F. M. Crombag, directeur van BOVO, „het is onze overtuiging dat zij die over studiebegeleiding besluiten nemen, er verstandig a a n doen de inhoud van dit rapport te kennen."

Esther Hageman/UP ik me n u dus niks aan te trekken, omdat OW mijn onderzoek naast zich neergelegd heeft. Ik vind dan ook nog steeds dat het enkel humaner lijkt om zogenaamd opbouwende kritiek te geven, en je fundamentele kritiek voor je te houden. Daarmee houd je een ongewenste situatie in stand: er zitten mensen op formatieplaatsen, met salarissen, die daar eigenlijk niet zouden moeten zitten."

ren dat ik wèl oud zeer heb, vanwege de gang van zaken bij het COWOG. Mijn contract daar is niet verlengd, en ik heb de indruk dat het anders geweest was als ik „opbouwender" geweest zou zijn. J e ziet, ik ben niet te beroerd geweest om mijn eigen glazen i n l è gooien. Dat kan van veel studiebegeleiders niet gezegd worden." Zijn onafhankelijkheid op twee manieren aangetoond hebbend, stelt Israels de afhankelijkheid van veel studiebegeleidings-onderzoek vervolgens aan de kaak. In die zin lijkt Israels werk voor het COWOG nogal op wat hij n u voor de Onderwijskundige Dienst gedaan heeft. Eigenlijk is het meer van hetzelfde. Was dat soms ook de bedoeling van de Onderwijskundige Dienst: een onderzoek te laten verrichten waarvan de teneur vooraf al enigszins bekend is, en die je wel bevalt? Drs. W. Knippenberg, de (voormalige) medewerker van de Onderwijskundige Dienst in Delft die Israels aantrok: „Nee, dat was niet de bedoeling. Wij hebben ook nooit de indruk gehad dat Israels last heeft van vooroordelen. Hij houdt van goed onderzoek, en wij ook, en daarom trokken we hem aan. Vers twee is, met welke intentie we hem aantrokken. In Delft worden nauwelijks studievaardigheidscursussen gegeven. Ik vroeg mij niet af, hoe wij zo snel mogelijk met zulke cursussen zouden moeten beginnen, maar om welke redenen we die cursussen niet hebben. Of dat wel terecht is. Maar n u blijkt, heerst er hier een toestand die we nog wel even kunnen handhaven. Mooi! Maar Israels' rapport is niet zaligmakend, en als over een p a a r jaar blijkt dat er inmiddels meer te zeggen is voor die cursus-

ADVALVAS — 2 NOVEMBER 1984 den: niemand geeft graag toe dat hij of zij tijd heeft verspild. Soms ook werd gepoogd te meten wat men van de cursus had opgestoken. Maar dan kon het gebeuren dat men m a t of de studenten de Handleiding Studievaardigheid hadden gesnapt. Veelzeggender zou natuurlijk zijn, wanneer in de tentamenuitslagen iets te merken zou zijn van zo'n cursus studievaardigheid. Ook dat is wel geprobeerd, maar ook daarbij zijn volgens Israels dan weer vreemde fenomenen te zien. Als je de tentamencijfers vergelijkt van studenten die zo'n cursus volgden met de cijfers van wie zo'n cursus niet volgden, blijkt dat de cursusgangers slechter waren. Dat waren ze al bij het begin van de^ cursus, maar dat verschil bleek n a afloop van de cursus nog groter geworden te zijn. D a t de onderzochte groep studenten lagere cijfers haalt dan de controlegroep is niet zo vreemd, vindt Israels: ze waren vooraf al slechter en die achterstand is in die tijd gewoon groter geworden. J e k u n t uit het verschil niet afleiden dat de cursus studievaardigheid averechts gewerkt heeft, m a a r men had moeten zorgen dat onderzochte- en controlegroep bestond uit mensen die aan het begin van de cursus even hoge gemiddelden haalden.

Averechts

Averechtse effecten trof Israels wel a a n bij weer andere evaluaties. Bijvoorbeeld bij de evaluatie van de cursus Leren door Schematiseren, waar de cursusgroep een geschematiseerde tekst slechter bleek te hebben begrepen dan een controlegroep die een ,gewoon" uittreksel moest maken van dezelfde tekst. Maar opzienbarender dan het al dan niet aanwezige, of al dan niet averechtse, effect van cursussen studievaardigheid is de manier, waarop over de effecten gerapporteerd wordt. Israels stelt vast dat de onderzoekers de neiging hebben gevonden resultaten veel gunstiger voor te stellen dan ze in feite zijn. Ofwel door de meest negatieve uitkom-

tot de slotsom dat je studievaardigheidscursussen niet moet beoordelen op h u n effectiviteit. Als de cursisten tevreden zijn, is dat óók al heel wat. En bovendien wijt Van Bruggen het feit dat onderzoeken zo weinig effect aantonen a a n de onderzoeken - en niet a a n de cursussen. Hetzelfde doen Elshout en Mirande: ook zij twijfelen eerder a a n de evaluatie-onderzoeken dan a a n de cursussen. Riekt dat alles samen niet n a a r protectie? Nee, zo genadeloos is Israels' conclusie nou ook weer niet. De wereld van de studievaardigheid is nog relatief open, want men twijfelt bijvoorbeeld wél hardop over de waarde van boekjes waaruit je zou kunnen leren hoe je moet studeren. En de meest algemene cursussen worden ook nog wel eens publiekelijk betwijfeld. En verder heeft Israels nog een tweede argument om te menen dat het wel meevalt met die protectie: het had ook erger gekund. Waarvoor hij verwijst n a a r de gang van zaken onder psychotherapeuten, die onderzoeksgegevens, waaruit bleek dat h u n werk niet direkt veel uitricht moesten verdonkeremanen, omdat ze anders h u n subsidies zouden mislopen. Zo althans wil het verhaal van de Oegstgeester psychiater Bastiaans, over prof. Querido, die de eminence grise van de sociale psychiatrie in Nederland was. Een relaas waarin een gezonde dosis scepsis doorklinkt, dat wel. Maar kan het misschien zijn dat Israels wat al te graag de lachers op zijn hand heeft? En uit hetzelfde vaatje tapt als filosoof Hans Achterhuis over welzijnswerkers. J a n Blokker over sociale wetenschappers, en nog zo wat heiligverklaarde heiligschenners? Terwijl het misschien vruchtbaarder is om verbeteringen voor te stellen?

Onelegant

Op het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen oordeelde men daarover anders: Israels' rapport werd er in enkelvoud aangeschaft en niet verspreid, maar ter inzage in de bibliotheek gelegd. Een opmerkelijke gang van zaken, omdat Israels' bevindingen een prima aanknopingsp u n t vormen om de studiebegeleidings-tent op te doeken. Een sector die zo weinig kwaliteit bevat, of waarvan de kwaliteit in elk geval zo moeilijk valt aan te tonen, zou in de huidige periode van bezuiniging als eerste mogen sneuvelen, zou je toch verwachten. Maar de consequentie trok OW niet, en voor Israels is dat een gelukkig toeval. „Als ik enig gehoor zou hebben gekregen op het ministerie, dan zou ik het met de kritiek van de studiebegeleiders op mij eens geweest moeten zijn. Die zeiden: het is niet zo elegant om in tijden van bezuiniging het bestaansrecht van onze sector te betwijfelen. Van die kritiek hoef

Dr. Han Israels (foto Klaas Koppe)

Tot de categorie have-nots hoort ook Israels trouwens zelf. Zijn bemoeienis met het studiebegeleidings-wezen is toevallig. Na zijn promotie (op een totaal ander onderwerp: vader en zoon Schreber, een 19de-eeuws duo dat in de psychiatrie tot een flink stapel boeken heeft geleid. Vader Schreber ontwikkelde toestellen waarmee de lichaamshouding van kinderen verbeterd kon worden. Zoon Schreber werd op latere leeftijd schizofreen. De boeken over de Schrebers gaan doorgaans over het verband tussen het een en het ander.) zocht Israels n a a r een baan, en vond die bij het COWOG. „Ik schreef gewoon op elke advertentie die me wel wat leek. Van onderwijsonderzoek wist ik destijds nog helemaal niks af. Ik stond er dan ook volkomen blanco tegenover. Dat ik vaststelde dat het onderzoek n a a r studiebegeleiding niet deugde, had dus niets met oud zeer te maken. Inmiddels zou men kunnen bewe-

sen, dan zullen ze er denkelijk wel komen."

Ondeugdelijk De effectiviteit van cursussen studievaardigheid is eigenlijk nooit goed gemeten, is dus Israels conclusie. Tot die cunclusie komt hij, door een heleboel onderzoeken naar de effectiviteit van die cursussen door te vlooien, en te bekijken of h u n opzet wel deugt. Bovendien keek Israels rond of iemand anders misschien al eerder had gedaan wat hij n u deed: of een ander dus analyses geanalyseerd had. Wat zeiden die metaanalyses dan? De evaluaties vdTn de cursussen zelf deugden in elk geval niet, stelt Israels vast. Sommige evaluaties bestonden uit een vraag aan de studenten: heb je wat aan de cursus gehad? Zo'n vraag is een goed meetinstrument, want een student die in een cursus tijd en energie gestoken heeft zal al gauw met ja antwoor-

sten niet in vergelijkingen te betrekken maar een voetnoot te dirigeren. En soms ook deed men over precies dezelfde cursus bij de ene gelegenheid sceptisch, en bij de andere gelegenheid gunstig m a a r wel op basis van hetzelfde onderzoek. Informeerde Israels daarover bij de onderzoekers, dan kreeg hij zelden antwoord. Of het moet zijn dat je een briefje, waarin staat dat men geen tijd heeft om je vraag te beantwoorden, als een antwoord opvat. Het gemeten effect van studievaardigheidscursussen is dus uiterst pover, maar wat doet men vervolgens met die kennis? Ook daarover gaat het in „Israels" boekje. Daarvoor las hij twee onderzoeken waarin alle evaluaties op een rijtje gezet worden - dus waarin de analyses worden geanalyseerd. Israels komt daarbij tot de slotsom dat ook die metaanalyses veel te vriendelijk zijn. Zo komt de Amsterdamse onderzoeker Van Bruggen bijvoorbeeld

Israels: „Nou, wacht even. Ik beweer niet hetzelfde als Achterhuis. Die beweert dat het welzijnswerk schadelijk is. Dat beweer ik over studievaardigheidscursussen niet. Ik zeg alleen: h u n waarde is niet bewezen. En het kan geen kwaad je dat goed te realiseren. Ik heb ook sterk de indruk dat de goede mensen in dat wereldje wat anders zijn gaan doen. De gelovigen zijn overgebleven, en maken zich kwaad dat ik zit n a te pluizen wat zij doen. Aanvankelijk schreven ze boze ingezonden brieven dat ik niet zo vervelend moest doen, maar ik moet zeggen dat ze er inmiddels wat bijgeleerd hebben. Bij het onderzoek voor de Onderwijskundige Dienst ben ik gestuit op een hoogst vriendelijke houding, waarmee ik nochthans wel het riet in gestuurd werd. Ik schreef es een briefje, of ik aanwezig mocht zijn bij een bijeenkomst van studie-adviseurs waar ook de Twentse onderzoeker Pilot zou zijn. Toen kreeg ik een briefje terug: ze hadden me er graag bij gehad, maar helaas was afgesproken dat er alleen studie-adviseurs aanwezig konden zijn. Jullie gaan vooruit, dacht ik toen. Een fluwelen houding. Maar ja, op fluweel kan je je nagels niet scherpen". Volgende week: een reactie op het onderzoeksresultaat van dr. Israels van de hand van drs. Willem Smit van Onderwijsresearch VU.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 158

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's