Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 109
AD VALVAS — 5 OKTOBER 1984
Kunsthistoricus prof. Blotkamp over negatieve reacties op moderne kunst in openbare gebouwen:
,,Goede houding tegenover kunst is je openstellen voor het bijzondere'' „Men is gewend en geneigd een heleboel te accepteren in het bepalen van de omgeving, zonder dat er een kik gegeven vi^ordt. Zodra het over kunst gaat denkt men dat iedereen daar het zijne over zou moeten zeggen. Ik denk dat het onmogelijk is om zoiets bij meerderheid van stemmen te beslissen. Dan komt er niks, dat is duidelijk." Carel Blotkamp is zeer beslist in het aanwijzen van oorzaken, waarom moderne kunstwerken die in openbare gebouwen hangen, vaak tamelijk negatieve reacties oproepen. Blotkamp is hoogleraar kunstgeschiedenis. Hij houdt zich vooral bezig met de moderne kunst: „Het is niet precies aan te geven in welk jaar dat begint, ik hou me ongeveer bezig met de tijd na 1850." Onlangs nog heeft hij zijn inaugurele oratie gehouden over de triptieken van de grondleggers van De Stijl: „Wat me daarin boeit is, wat men gedaan heeft met iets wat door zo'n religieuze traditie bepaald is. Abstracte triptieken maken die op één of andere wijze toch een religieuze, filosofische lading hebben." De concrete aanleiding voor het gesprek was het incident wat zich al weer enige tijd geleden in het Wis- en Natuurkundegebouw van de VU heeft voorgedaan. Daar werden twee schilderijen beschadigd, waarvan één onherstelbaar, van de vijftien schilderijen die in het kader van de éénprocentsregeling waren aangekocht. Ook in de gemeente Apeldoorn is het onlangs voorgekomen dat een door de plaatselijke overheid geplaatst kunstwerk door woedende buurtbewoners beklad is. Om zulke reacties te kunnen verklaren gaan we wat nader in op datgene wat de moderne kunst kenmerkt. In dat verband refereer ik aan een drietal essays die Blotkamp in 1970 geschreven heeft, waarin hij een vrij scherp onderscheid maakt tussen traditionele en hedendaagse kunst. Als ik daarover begin, moet Blotkamp lachen: „Is dat zo? Misschien ben ik wel milder geworden en daar wat relativerender over gaan denken. Het hangt wel een beetje samen met wat je verwacht van kunst, watje daar leuk en goed aan vindt en waarom. Daarin ligt misschien een onderscheid tussen traditioneel en modem, maar dan niet als tijdsaanduiding. Bij traditionele kunst word je geconfronteerd met dingen die je allemaal al zo'n beetje wist, die je eerder gezien hebt en die zich allemaal moeiteloos voegen in bestaande kaders. Zelf vind ik het veel aardiger en spannender, dat heeft ook te maken met hoe je het leven ziet, om zo n u en dan geconfronteerd te worden met dingen die je niet onmiddellijk in een hokje k u n t passen, die je weer eens wakker schudden." „Dat is een moderne appreciatie vanTcunst, die pas sinds de vorige eeuw bestaat. Het zijn tijdsgebonden oordelen, maar daarom niet minder reëel. Ik vind het onder andere de moeite waard om me met kunst van de laatste eeuw bezig te houden vanwege de ongemakkelijkheid die het vaak heeft, het soms zelfs stuitende." Hoe kon soiets ontstaan? „Dat begint op het moment dat kunst zich uit de handwerksfeer ontwikkelt, zoals dat in de Middeleeuwen en ook nog lange tijd daarna gebruikelijk was. Het was iets wat te leren zou zijn. Op een gegeven moment wordt het niet alleen maar van leren afhankelijk gemaakt, maar ook van begaafdheid of van goddelijke inspiratie. Dat is het moment geweest dat kunst zich buiten de gebaande paden kon gaan begeven; dat
KoosNeuvel het door mensen als vreemd en grillig werd opgevat, en als persoonlijke en moeilijk navoelbare ontboezemingen. In de negentiende eeuw zie je kunstenaars optreden, waar men zich n u nog op beroept, die toen weinig waardering ondervonden. Dat heeft de gedachte doen postvatten dat zoiets een kwaliteit zou zijn, dat miskend zijn. Dat vind ik niet bepaald het geval. Aan de ene k a n t waardeer ik in de moderne kunst het ongewende, het niet aangepaste, maar aan de andere k a n t zie ik ook wel weer de historische bepaaldheid daarvan."
vast aan je vermogen en wat je geleerd hebt? Het is wel zo dat die uitdrukking een betekeniskader schept, wat iets anders is dan dat kunst alleen maar zichzelf zou zijn. Maar het is voor de helft al beeldspraak als je de term 'expressie van jezelf in het kunstwerk', hanteert. Het is niet iets wat ondubbelzinnig leesbaar zou zijn. Dat kun je ook aanwijzen op het moment dat een resultaat geïnterpreteerd wordt, dan komen er heel vaak verschillende dingen uit."
Sneeuwbal „Ik vind het wel spannend om de mogelijke bedoelingen van een kunstenaar te onderzoeken, m a a r het blijft een speculatieve aangelegenheid, en je moet daar allerlei dingen bij in aanmerking nemen. Als een kunstenaar iets zegt over de betekenis van zijn werk moet dat niet vanzelfsprekend als de ware sleutel beschouwd worden: eindelijk het praatje bij het plaatje. Je k u n t zoveel redenen bedenken waarom een kunstenaar juist niet, of m a a r ten dele zegt wat hij bedoeld heeft. Het komt vaak voor dat uitspraken gekleurd zijn door latere ervaringen. Iemand die wat schrijft, tien jaar nadat hij iets
bied wat we gewend zijn kunst te noemen. Het is niet alleen dat ding wat daar staat of hangt."
Patat Het zou een misverstand zijn, de moderne kunst te vereenzelvigen met de abstracte kunst. Blotkamp is zelf gepromoveerd op het werk van de magisch realist Pyke Koch. Ook in b.v. het surrealisme zajn er mensen als Magritte en Dali geweest, die figuratief werkten. Volgens Blotkamp kun je echter h u n werken niet vergelijken met het negentiende of zeventiende eeuwse realisme: „Inhoudelijk is h u n werk van een heel andere orde. Ik maak bij mijn waardering ook geen onderscheid tussen figuratief en abstract. Je merkt wel aan de waardering van het publiek, de hoeveelheid mensen die op zulke tentoonstellingen afkomen, dat dat werk toegankelijker is, of lijkt. Ik denk dat, als je terug gaat in de eeuw, dat je minder sterk merkt dat het van dat figuratieve afhangt. Zo vind ik de enorme belangstelling voor De Stijl heel opvallend. Als het maar wat langer geleden is, dan gaan de scherpe kantjes er voldoende vanaf, om in de waardering van veel grotere
werk gekost heeft. Op zo'n moment kan iedereen wel bedenken waar hij het geld liever aan besteed zou hebben. Dat is iets wat strijk en zet, altijd weer opkomt. Niemand zal zeggen, laten we maar geen patat meer eten, als we het geld daarvan bij elkaar stoppen, dan hoeft de buurtwerker ook niet wegbezuinigd te worden. J e kunt het heel gemakkelijk vervangen door andere dingen die je best zou kunnen missen. Het is echter over het algemeen niet zo dat kunstenaars buitengewoon rijk worden."
Reclame „Een tweede p u n t is, op het gebied van de kunst denkt iedereen mee te kunnen praten. Ik vind het verstandig als mensen die ambitie niet hebben. In een gebouw wordt over van alles en nog wat beslist. Je gaat niet deur aan deur vragen wat mensen er van vinden. Moet er een aluminium deurkruk komen of één van koper met krullen? Ik vind het verbazingwekkend dat mensen die op h u n vakgebied ook niet van J a n en alleman een oordeel willen horen, dat niet willen inzien. Ik wil niet zeggen dat je kunstgeschiedenis gestudeerd moet hebben, m a a r je moet wel wat gedachten gewijd hebben aan kunst, hoe er in de loop van de tijd tegen kunst is aangekeken en waar het voor staat. Kunst vergt iets van je, je moet er enige moeite voor doen om betekenissen ervan te zien." Ik wijs erop dat die kunstwerken toch maar op publieke plaatsen hangen en daarom in principe door iedereen gewaardeerd moeten kunnen worden, maar Blotkamp stelt daartegenover: „Als je dat als criterium neemt voor hoe de wereld er uit moet zien, dan k u n je beter een deken over je hoofd trekken. De hele wereld wordt vormgegeven zonder dat
Grootspraak De meest geciteerde uitspraak in de geschiedenis van de moderne kunst, is afkomstig van de Franse schilder Maurice Denis, die in 1890 een artikel begon met de zin: ,,Bedenk dat een schilderij - of het een strijdros, een naakte vrouw of een ander verhaal is - in wezen een plat vlak is, bedekt met kleuren die op een bepaalde manier geordend zijn." Het principe van het schilderij als een zo nauwgezet mogelijke afbeelding van de werkelijkheid werd hiermee gerelativeerd. In 1930 ging Theo van Doesburg nog een stap verder. Hij vond dat het schilderij geconstrueerd moest worden uit zuiver beeldende elementen, uit vlakken en kleuren. Volgens hem had het schilderij geen andere betekenis dan „zichzelf". Carel Blotkamp die zich in het kader van zijn onderzoek n a a r De Stijl veel heeft beziggehouden met Van Doesburg, vindt dat we zo'n uitspraak niet zo absoluut moeten nemen: Als je iemand k u n t aanwijzen, die alles wat hij zei de volgende minuut weer inslikte en door het tegengestelde kon vervangen, dan was het Van Doesburg wel. Zeker in het geval van dat iets geen andere betekenis buiten zichzelf ontleent, wat in feite een hevige vorm van idealisme is. Dat is, geloof ik, minder waar dan in die manifesten verondersteld werd. Het hoort typisch bij een soort grootspraak waar de hele kunst van vergeven is. Men wil zich profileren." De uitdrukking „kunst als selfexpressie" wordt ook nog al eens gehanteerd. „Ook dat begrip zelfexpressie moetje relativeren, want wat is er zo eigen aan jezelf, hoeveel deel je met anderen, en hoeveel zit er
(Foto AVC/VU). gemaakt heeft, dat is al geen zuivere koffie meer. Ik vind kunst eigenlijk een beetje een sneeuwbal, of een toverbal: er komen steeds laagjes bij. Dat begint bij de kunstenaar zelf, maar dat geldt ook voor anderen die daar weer laagjes omheen leggen." Een kunstenaar is sich soms ook niet bewust van alle invloeden en betekenissen die in een kunstwerk aanwesig sijn. „Zeker, dat komt voor. Ook de mate van bewustheid verschilt van persoon tot persoon. Dat is geen vast gegeven. Kunst is niet iets wat je k u n t afpellen tot je de ware kern overhoudt. De opbouw van de laagjes van de sneeuwbal, waar die vandaan komen, dat vind ik buitengewoon fascinerend. Je krijgt een dwarsdoorsnee van de tijd. Je ziet een historisch fenomeen zich voltrekken, en dat dan gericht op een bijzonder ge-
groepen opgenomen te kunnen worden." Wat in het begin van de eeuw als grillig en stuitend ervaren wordt, is dat niet meer het geval aan het einde van de eeuw? „Ja, dat zijn elementen die slijten. Het is wel zo dat er blijkbaar mogelijkheden zijn voor nieuwe waardering, voor nieuwe interpretaties. Dat lijkt me bij De Stijl vrij duidelijk als je ziet dat het op een vrij gemakkelijke manier wordt opgenomen in vormgeving en mode. Op een ander moment wordt er weer een ander aspect in gewaardeerd. Er zijn in goede kunst blijkbaar mogelijkheden voor telkens nieuwe interpretaties en waarderingen." Hoe moeten we de agressie verklorren die moderne kunst soms ondervindt? „Een belangrijke factor is, dat mensen weten hoeveel een kunst-
gevraagd wordt of het wel voor iedereen toegankelijk is. Wie zich daar nog het meeste druk om maken zijn de mensen die daar belang bij hebben, in de reclame. Daar gaat men uit van datgene wat dusdanig aantrekt dat die stereo-apparatuur en die auto's verkocht worden. De kunst is in dat opzicht bepaald geen reclame." Kunst werkt niet via het peilen en vaststellen door middel van enquêtes, van de behoeften van de consument? „Nee, in het algemeen niet. Wat ik mij als een goede houding tegenover kunst voorstel, is dat je je openstelt voor het soort merkwaardigheden die daar ontstaan, zonder dat iemand er om gevraagd heeft. Dat is toch een beetje het principe waar de meeste kunstenaars op werken. Ik denk dat het je leven heel wat leuker kan maken." \
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984
Ad Valvas | 544 Pagina's