Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 143

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 143

10 minuten leestijd

1

AD VALVAS — 26 OKTOBER 1984

Basisartsen verenigen zich landelijk

'Je bent afgestudeerd en wat inu' „Er is werk genoeg voor artsen. Ga maar eens kijken in de wachtkamers van ziekenhuizen of huisartsen, die zitten barstensvol. Assistenten in opleiding werken gemiddeld zeventig uur per week, de specialisten vijfenvijftig uur. Dat zijn allemaal van die vliegende en fladderende jassen met een gezicht vol diepe kringen erboven. Dat is toch niet normaal in Nederland, er wordt gesproken over de invoering van een tweeëndertigurige werkweek in andere beroepsgroepen." Aan het woord is Liesbeth van Londen, vice-voorzitster van de Landelijke Belangenvereniging Basisartsen LBB. De vereniging heeft op 13 oktober h a a r eerste algemene ledenvergadering in Utrecht gehouden en is druk doende zich te profileren. De herverdeling van inkomen en arbeid voor de bevoegde artsen is de belangrijkste leidraad. Een basisarts is iemand die zijn studie geneeskunde heeft afgerond, maar nog niet een opleiding voor huisarts aan het volgen of zich aan het specialiseren is. De basisarts kan aan de slag als consultatie-, keurings- of schoolarts, kan zelfs als assistent in een ziekenhuis gaan werken, maar een opleiding zit daar dan niet aan vast. Kortom, weinig toekomst. 'De logische stap is dan ook een beroepsopleiding te gaan volgen. ,De huisartsenopleiding of een specialisatie, om uiteindelijk een praktijk te kunnen beginnen als huisarts, chirurg, internist of kinderarts, de mogelijkheden zijn bekend. Voor deze opleidingen bestaan momenteel buitengewoon lange wachttijden, die van het Huisartseninstituut aan de VU is bij voorbeeld drie jaar. Onzinnig, vindt de LBB, er is werk genoeg. Liesbeth van Londen: „We zijn in de eerste plaats opgericht vanuit onvrede over de arbeidsproblematiek: Je bent afgestudeerd en wat nu. Er is geen plaats voor je om een opleiding te krijgen als specialist en bovendien, medicijnen is zo'n gerichte vakopleiding, wanneer je niet in een ziekenhuis gaat rondlopen of huisarts wordt, ben je nergens anders goed voor. Als je niet werkt, dan devalueer je ook nog. Al heel snel verlies je je kennis en vaardigheden op het medisch vakterrein. Dat is natuurlijk allemaal niets nieuws in

Aart Bouwmeester Nederland, werkloosheid heb je overal. Maar bij artsen ligt het toch anders, omdat werkloosheid daar niet conjunctureel is: er is werk genoeg. Zeventig u u r werken per week door een arts, dat is echt te veel. Dan ga je fouten maken. Er is een onderzoekje gedaan, waarbij artsen op verschillende momenten van de dag een electro-cardiogram moesten beoordelen. Dat is vrij simpel werk wanneer je uitgeslapen bent. Het bleek dat hoe later in een dienst de arts de beoordeling moest uitvoeren, hoe meer fouten gemaakt werden."

worden voor jonge collega's. En daar heeft Liesbeth van Londen niet zoveel vertrouwen in: „In j u n i van dit jaar is een regeling getroffen tussen de specialisten en de overheid over de honorering van de specialisten. De zogeheten degressieve tarieven, hoe meer verrichtingen een arts doet, hoe minder hij ervoor betaald krijgt, zijn n u ook voor de particuliere verzekeringen geaccepteerd. Voor de ziekenfondspatiënten golden ze al. Het geld dat daardoor vrij komt, in drie jaar zo'n 165 miljoen gulden, zal gebruikt worden om de instroom van jonge medisch specialisten te stimuleren. Hoe dat precies in z'n werk moet gaan is nog niet bekend. Daar tegenover staat dat het totale budget nog steeds door de overheid bepaald wordt. De specialisten moeten dus „inschikken", minder salaris ontvangen, wanneer een nieuwe collega wordt aangenomen. Wij vrezen n u dat de specialisten dat niet zomaar gaan doen."

Wanneer de specialisten genoegen nemen met minder werk, zou dat de gezondheidszorg ten goede kunnen komen, redeneert de LBB. Huisartsenpraktijken kleiner dan de n u gebruikelijke 2600 patiënten zijn eveneens effectiever. Waarom wordt aan deze redelijk ogende voorstellen nog niet gewerkt door bestaande artsenorganisaties? „Waarom zouden ze?" vraagt Liesbeth van Londen. „De Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Geneeskunde (KNMG), feitelijk de enige artsenorganisatie in Nederland, vindt h a a r leden onder de specialisten en huisartsen. Die hebben vreselijk veel geld in h u n praktijken gestoken, een goodwill-som die tussen de twee en de drie ton ligt, en dat willen ze er weer uit krijgen." Minder patiënten betekent ook minder inkomen, zodat de zittende beroepsgroep p u u r op h u n sociaal gevoel wordt aangesproken wanneer er plaats gemaakt moet

LBB-contactpersonen aan de VU: Carien Miedema, tel.: 020-643742, Willem Snelleman, tel.: 020-232897.

Op saterdag zaterdag 6 oktober organiseerde thet LBB onder het motto „Artsen op tstraat" een landelijke actiedag. In Utrecht, Rotterdam, Nijmegen en Amsterdam werd de toevallige voorbijganger van informatie voorsten. In voorbijga An Amsterdam gebeurde dat op de Dam. Dam (foto Willem Snelleman)

,,Tweede fase geen loze belofte maar misverstand"

Het stond er echt, vorig week: „Het was nooit de bedoeling een wetenschappelijke opleiding in twee fasen te creëren. Ik denk dat wat dat betreft de naam tweefa-

search gedaan in Nederland, dus doen we het maar zelf. We moeten de know-how onder onze leden nog inventariseren, maar er zitten erg veel mensen onder die zich al lang met dit soort problemen hebben beziggehouden. We gaan bij voorbeeld onderzoeken of het mogelijk is gerechtelijke stappen te ondernemen tegen werkgevers die volontairs in dienst hebben." „Bij het behartigen van de belangen van basisartsen, studenten geneeskunde, co-assistenten, zeg m a a r alle leden van de beroepsgroep zonder de specialisten, huisartsen en de sociaal geneeskundigen, houden we rekening met de kwaliteit van de gezondheidszorg. We zullen nooit iets nastreven dat in ons eigen belang is, wanneer daarbij blijkt dat de gezondheidszorg of de patiënten daardoor nadeel ondervinden". De LBB heeft op het ogenblik zo'n driehonderd leden, een aantal dat per dag aan het groeien is. Op 7 november wordt er voor de regio Amsterdam een informatieavond gehouden. De historie van de vereniging komt dan aan bod en de verschillende activiteiten worden uit de doeken gedaan. Plaats: de oude Interne zaal van het Binnengasthuis, tijd: 20.00 uur.

Specialisten

Doet Deetman aan geschiedvervalsing?

De tweede fase was geen loze belofte. Nee, de tweede fase was een misverstand. Dat heeft minister Deetman vorige week in NRC Handelsblad onthuld. Dat een jarenlange strijd om de universitaire beroepsopleidingen zo eenvoudig beslecht kon worden. Of maakt de minister zich schuldig aan geschiedvervalsing? Grezaghebbende parlementariërs vinden van wel. Maar of dat ook betekent dat er een tweede fase komt is zeer de vraag.

„Er is een spanningsveld tussen de overheid, de specialisten en de financlerders (ziekenfonds en verzekeringen), waar niets tussenzit. Er zijn nog zoveel studenten, co-assistenten en basisartsen die best minder willen gaan verdienen, maar h u n stem werd tot voor kort niet gehoord omdat ze niet verenigd waren. Kijk, wij hebben geen zwembad achter in de tuin dat we moeten inleveren, wij hebben nog nooit zes ton in onze handen gehad. Dus als wij wat moeten gaan verdienen, dan zijn we al snel tevreden." „We willen graag meepraten over de besluitvorming met de overheid en de KNMG. Om dat te kunnen doen moeten we wel wat in onze mars hebben. Daarom gaan we eerst veel aan onderzoek doen. Dat klinkt misschien een beetje gek, maar als je zegt „we willen een veertig-urige werkweek voor artsen", dan moet je dat wel kunnen staven aan de hand van onderzoeksresultaten. Op dit vlak is nog niet zoveel re-

3

senstructuur per saldo misleidend is geweest. Dat artikel is tijdens de parlementaire behandeling in de wet gekomen, niet met de bedoeling dat het aanstonds zou worden toegepast maar als het bij een enkele studie niet zou lukken om binnen de verkorte cursusduur tot een afgeronde opleiding te komen." Aldus de minister. De Tweede Kamer, die een dagtaak heeft aan het controleren van het kabinet herinnert zich dat echter anders. Jacques Wallage, onderwij sspecialist van de PvdA, die d e s t i j ^ de hele tweefasenstructuur afwees: „Zoals bewindslieden in nood wel vaker doen, buigt de minister de geschiedenis een beetje n a a r zich toe. Voor heel velen was de tweede fase voorwaarde om met de ingekrompen eerste fase akkoord te gaan. Deetman trekt dat schaamlapje wel erg ruw weg." Eén van die velen, Dick Dees (VVD), bevestigt dat. „Wij zijn destijds akkoord gegaan met de

vierjarige doctoraalopleiding op voorwaarde dat er een behoorlijk stelsel van tweede fase-opleidingen zou komen. Wij laten dat niet zomaar vallen, zeker niet n u vanuit het bedrijfsleven steeds meer positieve geluiden komen voor een tweede fase- beroepsopleiding." Zelfs Deetmans partijgenoot Ad Lansink vindt het „een beeye makkeUjk om te zeggen: misleidend." Maar voegt daar voorzichtig aan toe: „Misschien dat hij bedoelt: n a een eerste fase heb je altijd een tweede. Ja, in die zin is het een ongelukkige term." Tussen altijd en bijna nooit bestaat echter enig verschil. Deetmans voorganger Pais beloofde bij de eerste aankondiging van de tweefasenstructuur dat veertig procent van de afgestudeerden uit de eerste fase mocht doorstromen. Hetgeen toen CDA en VVD „wat weinig" vonden. Die veertig procent werd later drieëndertig, ofwel 4500 studenten. Waarvan er, nadat de medische, wetenschappelijke en lerarenopleiding

waren veiliggesteld, nog vijfhonderd zouden mogen doorstromen n a a r alle overige universitaire beroepsopleidingen. Op die heroepsopleidingen heeft de discussie zich toegespitst. Dertien universiteiten en hogescholen met elk vele studierichtingen mochten de buit verdelen. Een ondankbare taak, waarvoor bovendien de nodige eensgezindheid ontbrak en die dan ook tot algemene ontevredenheid is uitgevoerd. Voor die vijfhonderd studieplaatsen kwamen meer dan honderd opleidingsvoorstellen binnen bij het ministerie. Een minister die van dertien concurrerende partijen en honderden dito studierichtingen een samenhangend plan verwacht voor vijfhonderd plaatsen is dom. Of slecht. In elk geval heeft hij het voor elkaar gekregen dat veel politici niet die schamele vijfhonderd plaatsen ter discussie stellen maar de universiteiten de schuld geven van de puinhoop van de tweede fase. Lansink: „De instellingen hebben onvoldoende aandacht besteed aan de invulling. Ze hebben onvoldoende hard gemaakt dat ze die opleidingen werkelijk nodig hadden." En Dees: „Het was zeker niet de bedoeling dat de instellingen maximaliseerden, en de tweede fase gebruikten voor verkapte studieduurverlenging."

„Privatisering" Deetman zelf blijft redelijk buiten schot. Dees belooft alleen dat

hij heel streng zal zijn als de minister zijn negatieve opstelling in het parlement verdedigt. Lansink „wil niet te vroeg harde uitspraken doen" en mompelt iets over onontkoombare privatisering als hem gevraagd wordt n a a r de verantwoordelijkheid van de overheid. Dat is jammer voor de studenten en de samenleving. Want terwijl niemand de noodzaak van de aanvullende beroepsopleidingen ontkent, verwijst Deetman voor de bekostiging n a a r „de betreffende beroepsgroepen". Maar Philips en het Verbond van Nederlandse Ondernemingen hebben al laten weten dat onderwijs een taak is van de overheid. Zij vinden daarbij de PvdA aan h u n zijde. Wallage: „Nu die tweefasenstructuur er eenmaal is, moet de overheid ook voor de tweede fase de verantwoordelijkheid nemen. Dan is het de taak van de minister een visie te ontwikkelen en uit te spreken welke opleidingen hij wenselijk vindt. Vervolgens moeten de instellingen in overleg met het bedrijfsleven nagaan wat door derden gedaan kan worden. Wat niet door derden ge^ beurt tenslotte moet aan de instellingen plaatsvinden." Maar de PvdA heeft niet de meerderheid dus komt het aan op de druk die het bedrijfsleven weet uit te oefenen: socialisten en grootkapitaal op de bres voor de tweede fase. (UP, Lin Tabak)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 143

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's