Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 427
AD VALVAS — 19 APRIL 1985
Voorlichting en middelen in rapport bepleit
Sportbeleid gehandicapten verdient prioriteit Het aantal gehandicapten dat aan sport doet is nog altijd aanzienlijk kleiner dan het aantal nietge handicapten dat aan sport doet. Dat is één van de bevindingen die te lezen zijn in een onderzoeksrap port getiteld 'Gehandicapten en sport', een onder zoek dat uitgevoerd werd in opdracht van het Mi nisterie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur. Vrijdag 12 april presenteerde de uitvoerder, drs. Th. Manders, verbonden aan het Instituut voor Toege paste Sociologie, de resultaten van het onderzoek. Dat gebeurde tijdens het symposium „Onderzoek gehandicapten en sport" dat georganiseerd werd door de Interfaculteit L ichamelijke opvoeding van de VU. Over de beoefening van sport door gehandicapten is nog altijd weinig bekend. Dit gebrek aan gege vens maakt het voor de overheid moeilijk om een beleid te voeren en om te weten op welke wijze de gehandicaptensport het beste bevorderd kan wor den. Het rapport van Manders beoogt min of meer in deze lacune te voorzien.
mee wordt een wat minder roos kleurig beeld van gehandicapten sport gegeven. Het blijkt dat veel ontplooiingskansen aan gehandi capten voorbij gaan. Ook werd duidelijk dat onder gehandicap ten er een aanzienlijke voorkeur bestaat voor recreatiesport en minder voor wedstrijdsport. De gehandicapten vormen een zeer heterogene groep waarbin nen de sportbeoefening sterk va rieert. Het zijn vooral de mensen met ernstige belemmeringen en
ook dat er altijd hulp voor hen aanwezig is. Bij jongeren bestaat een duidelijk andere mentaliteit. Bij hen komt het ongeorgani seerd sporten veel vaker voor. Jongeren hebben een meer zelf standige sporthouding dan oude ren, ze zijn meer bereid om risico's te nemen en dingen uit te probe ren. In het rapport wordt er op gewe zen dat het belangrijk is voor ge handicapten om zo vroeg moge lijk met sport te beginnen, het geen ook van belang is voor de sportbeoefening op latere leeftijd. Bovendien moet de aandacht ge richt worden op enkele speciale groepen, met name op de sociaal zwakkeren, de maatschappelijk geïsoleerden. Ook de gehandicap ten met een lagere opleiding blij ken minder vaak aan sport te doen dan mensen met een hogere opleiding. Om die achterstandsituaties weg te werken moet de overheid vol gens Manders specifieke maatre
den dat sport plezier verschaft, ontspanning biedt, dat er meer sociale contacten door ontstaan en dat men zijn horizon kan ver breden. De voorlichting dient ook voor iedere doelgroep aangepast te zijn. Zo zou aan zwaar gehandi capten duidelijk gemaakt moeten worden dat ook voor hen sporten mogelijk is. Aan ouderen moet verteld worden dat ook in niet wedstrijdverband gesport kan worden. Bovendien moet de infor matie vertrouwenwekkend te zijn. In aansluiting hierop beweerde J. T. A. van der Loop dat het effect van voorlichting via massame dia praktisch nihil is. Meer effect had een postenquête die hij zelf onder gehandicapten over h u n sportbeoefening had gehouden. Het bleek dat sommige gehandi capten daardoor aangezet wer den om zelf aan sport te doen. De beste garanties voor succes bie den de meer directe vormen van voorlichting, bijvoorbeeld het
I
ï
y
In het rapport komt n a a r voren dat meer dan de helft van de ge handicapten wel aan sport doet, om precies te zijn 55%. Omdat 'aan sport doen' door mensen op verschillende wijze kan worden opgevat, heeft men daarvoor een duidelijk criterium genomen. Als iemand één of meer keer per maand actief is, kan gezegd wor den dat hij of zij aan sport doet. Manders verklaarde dat het hog^ percentage van'55% gehandicap te sportbeoefenaren hem per soonlijk verrast heeft. Dat komt volgens hem omdat de combina tie van gehandicapten en sport op het eerste gezicht iets tegen strijdigs heeft; sport wordt nogal eens als iets onbereikbaars voor gehandicapten voorgesteld. „Deze ideeën vloeien voort uit een grote onbekendheid met gehandi capten. Bij veel mensen wordt
KoosNeuvel gehandicapt zijn nog altijd geas socieerd met blindheid, het rijden in een rolstoel, of aan bed gekluis terd zijn. Er zijn echter tal van lichte vormen van handicap, van functiestoornis, waarbij het be oefenen van sport heel goed mo gelijk is. Het beeld van gehandi capten en sport is niet in overeen stemming met de werkelijkheid", vindt Manders. Als men de cijfers van sportbeoe fening door gehandicapten en door validen met elkaar verge lijkt, dan blijken de gehandicap ten nog wel een flinke achter stand te bezitten. Bij de validen doet 19% in het geheel niets aan sport terwijl dat percentage bij gehandicapten op 39 % ligt. Daar^
Deetman wil hele hoger onderwijs korter laten werken Onderwijsminister drs. W. J. Deetman komt binnen kort met een aanvullende notitie over arbeidstijdver korting in het hele onder wijs. Die notitie vormt een aanvulling op zijn plan nen omtrent „opfrisver lof", die hij half maart be kend maakte. Volgens dat plan zou we tenschappelijk personeel gedurende zeven jaar 42 uur per week moeten gaan werken, om in ruil daar voor na afloop van die ter mijn negen maanden met verlof te mogen. Oudere werknemers zouden de op gespaarde tijd kunnen ge bruiken om korter te gaan werken. Op dezelfde leest zou Deetman de plannen voor arbeidstijdverkor
ting van het overige personeel willen schoeien, werd bij de ver gadering van de Overlegkamer Hoger Onderwijs op 1 april be kendgemaakt. Dit ondanks de kritiek die na het bekend worden van de „opfris"plannen te horen viel. De bonden, AbvaKabo zowel als CFO, lieten weten het een ver bazingwekkend plan te vinden, aangezien de minister de vrije tijd van werknemers wil gebruiken om tot arbeidsduurverkorting te komen. Zij adviseerden dan ook dat Deetman de plannen zou in trekken. Tijdens de vergadering van 1 april bleek dat de Colleges van Bestuur niet willen praten over ,,opfrisverlof" of de uitbreiding ervan tot arbeidstijdverkorting voor het hele Hoger Onderwijs, zonder eerst gepraat te hebben over de herbezettingsgelden. Dat geld, vrijgekomen uit de prijscompensatie die op de uni versitaire salarissen wordt inge houden en mogelijk oplopend tot 140 miljoen per jaar, zou volgens de colleges in z'n geheel aan de universiteiten ten goede moeten komen. Extra arbeidsplaatsen zouden ervan bekostigd moeten worden, en bovendien zouden de
1^1 < ¥ fe4
Een par tijtje
hockey.
mensen die de toekomst van h u n stoornis somber tegemoet zien, die weinig aan sport doen. Ook ouderen hebben volgens Manders een weinig 'positieve grondhouding' ten opzichte van sport. Dat komt volgens hem om dat ouderen opgegroeid zijn in een tijd dat sport voor gehandi capten nog niet vanzelfsprekend was. Bij hen bestaan nog veel tra ditionele opvattingen over sport. Zij hebben meer angst en schroom, zeker als het gaat om sportbeoefening gezamenlijk met nietgehandicapten. Zij willen
gelen nemen, want de injectie van 1981, het jaar van de gehandicap te, is uitgewerkt. In het beleid moet de overheid zich vooral rich ten op de gehandicapten die po tentieel wel a a n sport willen doen. Volgens Manders moet de overheid daarom extra middelen inzetten, en verdient het sportbe leid ten aanzien van gehandicap ten prioriteit boven het algemene sportbeleid.
toespreken van een sociëteit van lichamelijk gehandicapten. De aandacht voor gehandicap tensport is betrekkelijk jong. De afgelopen jaren heeft al niet on aanzienlijke resultaten opgele verd. Mindervaliden hebben ech ter hogere drempels te nemen dan mensen die fysiek in orde zijn als het gaat om het beoefenen van sport. De komende jaren zal daar om een actief beleid van het mi nisterie van W.V.C, gewenst zijn.
Ook een goede voorlichting be hoort de hoogste prioriteit te be zitten. Er dient benadrukt te wor
Het n u afgeronde onderzoek was een eerste stap in die richting.
instellingen zelf moeten mogen bepalen hoe ze die invullen. Tot dusver beweerde Deetman steeds dat de herbezettingsgelden opgebracht in het onderwijs als geheel voor hooguit 85 procent te r u g zullen vloeien. Een verdeling over de verschillende onderwijs soorten is nog niet afgesproken. Zou een andere categorie priori teit krijgen, dan zou het weten schappelijk onderwijs dus een la ger percentage kunnen verwach ten. De mate waarin de herbezet tingsgelden ter beschikking van de universiteiten komen is mede bepalend voor h u n bereidheid mee te zoeken naar vormen van arbeidstijdverkorting, bleek 1 april. Eind april praat Deetman met het Centraal Overlegorgaan Personeelszaken (COPWO) ver der. In mei wordt het overleg met de Colleges voortgezet. XJP, Esther Hageman)
UR draagt een student VSNÜ-commissie voor
Advertentie
Adverteren in Ad Valvas is adverteren voor een herlcenbare groep en dus gericht adverteren
Advertenties opgeven bij:
Bureau Van Vliet B.V. Tel.:0250714745
De universiteitsraad heeft afge lopen dinsdag toch gekozen voor een enkelvoudige voordracht van een VUstudent voor de studente nadviescommissie van de VSNU, de Vereniging van Samenwer kende Nederlandse Universitei ten. Het VSNUbestuur had elke universiteit om een dubbele voor dracht gevraagd om een keuze mogelijkheid te hebben. De raad twijfelde de vorige vergadering echter of de VSNU in dat geval n a a r eigen goeddunken zou han delen, omdat de selectiecriteria nog niet helder waren, en stelde een beslissing uit. De bedoeling is dat deskundig heid en politieke stromingen in de studentenadviescommisie zo veel mogelijk gespreid worden. De commissie zal uit veertien leden bestaan, van elke universiteit, in clusief de Open Universiteit, één. De raad bleek unaniem voor de voordracht van m a a r één VU student te zijn. Gekozen werd Henk Boswijk van de PKV, die samen met de VUSOstudent Hans Haring op de nominatie stond. Voor de fracties van de On afhankelijke TAS en het Demo kratisch Akkoord gaf, zo bleek, een net voor de vergadering bin nengebrachte telex van de VSNU de doorslag. Daarin zei secretaris mr. J. A. P. Veringa dat het alge mene VSNUbestuur de benoe ming van de studentenadvies commissie (veertien leden, van
elke universiteit één) zou overla ten aan het dagelijks bestuur. Het DAK sloot zich aan bij Zeijle maker (Onafh. TAS), die als be zwaar zag dat er geen VUverte genwoordiger in het dagelijks be s t u u r zit die invloed op de benoe ming zou kunnen uitoefenen. De raad was het eens met de wens van de drie studentenfracties PKV, VUSO en JOVDAmster damVU om er bij de VSNU op a a n te dringen dat de studente nadviescommissie slechts tijde lijk wordt benoemd. Erica de Heus (PKV); „Bij voorbeeld tot eind dit jaar. Als de commissie dan vorm heeft gekregen, kan die definitief worden samengesteld." Ze voegde er voor haar fractie aan toe dat vanuit de instellingen zelf kan en moet worden gewerkt aan een goede opzet van de commissie. „Hulp van het VSNUbestuur kunnen wij daarbij missen als kiespijn." De zittingsduur is nog niet geregeld. Ook staat die niet vermeld in het concepthuishou delijk reglement van de VSNU. Het raadsbesluit ging in tegen het standpunt van het college van bestuur dat aan een dubbele voordracht vasthield. CvBlid drs. Noorda zei dat daarin dan een voorkeur zou kunnen worden aangegeven en dat een afwijking daarvan door de VSNU wel zou moeten worden gemotiveerd. Het DAK had dit compromis in de vo rige zitting voorgesteld. (J.v.d.V.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984
Ad Valvas | 544 Pagina's