Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 51

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 51

10 minuten leestijd

AD VALVAS — 7 SEPTEMBER 1984 Dit is een Info-pagina. Infopagina's kunnen door VU-instanties tegen betaling worden benut voor publikatie van informatie die wegens uitvoe-

7 righeid en gedetailleerdheid niet in de Mededelingenrubriek thuishoort. Publikatie geschiedt buiten verantwoor: delijheid van de redactie voor

de inhoud. De voorwaarden waaronder van Info-pagina's gebruik kan worden gemaakt zijn ter redactie verkrijgbaar.

Aanvragen voor Info-pagina's (minimaal halve pagina) richten aan; Redactie Ad Valvas; Hoofdgebouw kamer OD-01. Tel. 4330 of 6930.

Studium Generale '84-'85 over gehandicapten, informatietijdperk en kwaliteit van 't leven „ONZE T I J D WORDT BEHEERST DOOR DE ONVERANTWOORDE ONWETENDHEID BIJ VELE STUDENTEN OMTRENT MAATSCHAPP E L I J K E EN GEESTELIJKE KRACHTEN DIE ONZE T I J D BEHEERSEN" „DE VERGAANDE DIFFERENTIATIE VAN DE AFZONDERLIJKE WETENSCHAPPEN HEEFT ERTOE GELEID DAT MEN ELKAARS TAAL, NOCH METHODE, NOCH PROBLEMATIEK VERSTAAT" Geen uitspraken anno 1984, maar de mening van een staatscommissie die in 1949 de minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen adviseerde bij de reorganisatie van het hoger onderwijs. De gebeurtenissen in de voorafgaande decennia hadden op schokkende wijze duidelijk gemaakt dat de maatschappelijke, politieke, ethische en culturele verantwoordelijkheden van toekomstige academici verder moesten reiken dan uitsluitend vakdisciplinaire aangelegenheden. Naast het normale onderwijsprogramma, gericht op de voorbereiding op zelfstandig wetenschappelijk onderzoek en op de beroepsopleiding, zouden er colleges voor studenten van ALLE faculteiten moeten komen, gericht op het bevorderen van het inzicht in de samenhang der wetenschappen en op het bevorderen van het maatschappelijk verantwoordelij liheidsbesef.

pelijke staf en een student. Deze interfacultaire samenstelling staat er borg voor dat elk wetenschapsgebied aan bod komt. Omdat het Bezinningscentrum, het Vormingscentrum en het Algemeen Cultureel Centrum activiteiten ontwikkelen die raakvlakken hebben met de activiteiten van het Studium Generale, zijn ook deze organisaties in de commissie vertegenwoordigd. In de commissie kunnen hierdoor de afzonderlijke activiteiten van het Studium Generale en de genoemde organisaties op elkaar worden afgestemd, zodat herhaling en overlapping van activiteiten worden voorkomen. Waar nodig kan de ene organisatie de activiteiten van de andere ondersteunen. Zo worden de activiteiten van het Studium Generale veelal aangevuld met een cultureel programm a van het ACC. Voor meer informatie over de activiteiten van het Studium Grenerale kan men contact opnemen met de secretaris van de commissie, PRM. Sebek, kamer 2D-05, tel. 6940.

Programma I Loopt uw stadie ook op rolletjes? Een tweetal lezingen rond het thema 'gehandicapten' met de nadruk op handicap en studeren. Dinsdag 18 september Dr. A. Verkuyl met een lezing getiteld 'Greh a v e n d . . . en wel?'. Donderdag 20 september mevr. drs. M. F. van der Heyden met de lezing 'Handicap en studeren'. Zie Ad Valvas van volgende week.

Dit advies leidde ertoe dat aan alle Nederlandse universiteiten en hogescholen met dergelijke colleges werd begonnen. Aan de VU gebeurde dit m 1950 onder de naam ,interfacultaire colleges'. In 1962 werd deze naam gewijzigd in Studium Generale. Hiermee veranderde ook de aard van de behandelde thema's. Lag voordien het accent op de wetenschap, met onderwerpen zoals ,wat is wetenschap', ,de mens in de wetenschap', ,de grenzen van de wetenschap', sindsdien komen ook thema's aan bod waarin het maatschappelijk gebeuren een rol speelt. Zo is er in de loop der jaren aandacht besteed aan oorlog en vrede, kunst, literatuur, energie, milieu, samenlevingsvormen etc. Wat bleef is de opzet en de vorm van de programma's: het thema wordt in een aantal colleges vanuit verschillende vakgebieden belicht, waardoor de toehoorder kennis kan maken met taal, methode en problematiek van andere wetenschapsgebieden. De colleges worden onder verantwoordelijkheid van het College van Dekanen georganiseerd door de Commissie voor het Studium Generale. In deze commissie is elke faculteit vertegenwoordigd door een lid van de wetenschap-

II Mondigen en horigen in het informatietijdperk Vier lezingen en een forum over de informatievrijheid van de burger. Dit programma wordt georganiseerd in samenwerking met de Facultaire Commissie van de Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen en met het ACC. De lezingen en het forum zijn gepland in de tweede helft van oktober. In de eerste lezing wordt een overzicht gegeven van het gehele veld van de informatietechnologie. In de tweede lezing wordt de historische ontwikkeling van het begrip 'vrijheid van meningsuiting' geschetst. In de derde lezing komen de grensoverschrijdende aspecten van de nieuwe media aan bod. In de vierde lezing worden de technische aspecten behandeld. Het programma wordt afgesloten met een forum waarin vertegenwoordigers van overheid, pers en radio/tv zitting hebben. III Kwaliteit van leven 3 x 3 lezingen verspreid over november '84 en februari, maart 1985, in samenwerking met het Bezinningscentrum en het Vormingscentrum. De eerste drie lezingen behandelen 'de verzorgingsmaatschappij en de kwaliteit van het bestaan'. Vervolgens wordt aandacht besteed aan 'de kwaliteit van het leven in de gezondheidszorg', waarna dit pro-

gramma wordt afgesloten met een drietal persoonlijke vehalen van mensen die vertellen wat h u n levensfilosofie is, aan welke bron ze die ontlenen en hoe ze daaraan in h u n leven vorm en inhoud geven. Bijzonderheden over de afzonderlijke lezingen zullen uitgebreid worden aangekondigd in Ad Valvas.

Fokko Omta: student In de Commissie voor het Studiu m Generale zijn de faculteiten vertegenwoordigd door een wetenschappelijk medewerker en een student. Fokke Omta was van september 1981 tot juli 1984 namens de Faculteit der Godgeleerdheid lid van de commissie. Als student-Ud ben je nauw betrokken geweest bij de organisatie van een aantal programma's. Speelt de oorspronkelijke opset hierbij nog steeds een rol? Wat betreft het maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef kun je stellen dat de commissie bij de keuze van een thema tracht aan te sluiten bij de actuele maatschappelijke belangstelling. Het element samenhang der wetenschappen komt tot uiting in de samenstelling van het programma, waarin het gekozen onderwerp vanuit verschillende disciplines wordt belicht. Het is hierbij een groot voordeel dat alle faculteiten in de commissie zijn vertegenwoordigd. Jaren geleden schijnen de Studium Generale-lesingen massaal te sijn besocht. Tegenwoordig worden de lesingen nog maar door een klein percentage van de studenten bezocht. Beantwoordt het Studium Generale als een reeks colleges voor de studenten van alle faculteiten over onderwerpen van algemeen belang, voor algemene vorming, dan nog wel aan het doel? Het belang van het Studium Generale mag niet alleen worden afgemeten aan het aantal bezoekers. Het gaat óók om de kwaliteit van het gebodene. Wat dat betreft zijn de huidige programma's zeker niet minder. Het neemt natuurlijk niet weg dat we moeten proberen zoveel mogelijk studenten voor die lezingen te interesseren. De vraag is alleen hoe? J a r e n geleden vormden de studenten aan de VU een kleine homogene groep. Met de enorme toename van het aantal studenten is deze groep veel heterogener geworden. Daar waar je vroeger kon spreken van één gedachte, één zin, heb je nu te maken met een versnipperde belangstelling (met name in levensbeschouwelijke zin), die voor een groot deel is betrokken op het buiten-universitaire gebeuren. Daar moet je bij de keuze van je onderwerpen rekening mee houden. Wil je iets organiseren dat alle studenten aanspreekt dan kom je al vlug uit

iS Vernederend..1

^3

C3

WO

op zeer algemene thema's. Het gevaar bestaat dat je dan open deuren gaat intrappen. Ik voel meer voor een groot aantal kleine programma's, waarbij rekening wordt gehouden met de diversiteit in belangstelling, dan voor de tot voorkort gebruikelijke twee programma's per jaar. Uiteraard met behoud van de impliciete uitgangspunten. Ik denk dat op deze wijze meer studenten zich bij het Studium Generale betrokken zullen voelen.

Mevr. Th.E. Zijlstra de Gaay Fortman De programma's van het Studiu m Generale zijn -hoewel ze in eerste instantie worden georganiseerd voor studenten- voor iedere belangstellende vrij toegankelijk. Van deze gelegenheid wordt op kleine schaal gebruik gemaakt door mensen van buiten de universitaire gemeenschap, o.a. door mevrouw Th. E. Zijlstra de Gaay Fortman. Op welke wijse bent u met het Stu^ dium Generale in aanraking gekomen? Eigenlijk toevallig. Maar voor ik hier verder op in ga, wil ik u iets van mijn achtergrond vertellen. Na mijn opleiding tot maatschappelijk werker aan een Sociale Academie werd ik secretaris van de Kinderrechter te Amsterdam. Na deze functie enkele jaren uitgeoefend te hebben, stelde het Departement van Justitie mij in de gelegenheid de van dit departement uitgaande opleiding tot griffier bij een Arrondissementsrechtbank te volgen. Deze studie heeft mij zeer geboeid en ik heb met veel plezier dit beroep uitgeoefend. Om n u op uw vraag terug te komen: Door een wetenschappelijk medewerker bij de juridische faculteit aan de V.U. met wie ik in het bestuur zit van een stichting, waarvan een kinderhuis uitgaat, werd ik opmerkzaam gemaakt op het Studium Generale programma „Tussen misdaad en straf". Dit onderwerp sprak mij vanuit mijn vroegere functie aan en ik heb de lezingen met veel belangstelling gevolgd. Sindsdien heb ik ook andere programma's bezocht, zoals „Arbeid n u en in de toekomst" en „Ouders en kinderen". Hoe beoordeelt u de programma's? Ik vind ze kwalitatief van een goed niveau, de interdisciplinaire aanpak en bijgevolg de variatie in sprekers verschaffen meestal een brede maar ook diep gaande stroom van informatie die je kunt gebruiken voor je eigen meningsvorming. Ik ben daarom verheugd dat de lezingen van het Studium Generale vrij toegankelijk zijn, omdat hiermee toch ook wordt tegemoet gekomen aan de

behoefte tot verdere scholing/vorming die vele volwassenen hebben. Ik vind het alleen jammer dat de lezingen niet meer in boekvorm verschijnen. Op deze manier kon je in alle rust de verschillende visies nog eens bestuderen.

Dr. H. Verheul, hoogleraar De geschiedenis van het Studium Generale aan de VU gaat terug tot 1950. Prof. dr. H. Verheul heeft als student, hoogleraar en rector magnificus deze geschiedenis van nabij meegemaakt. Hoe heeft u als student de interfacultaire colleges ervaren? Als zeer nuttig en wel om twee redenen. In de eerste plaats werden we in de gelegenheid gesteld kennis te maken met de denkwijzen van andere disciplines. De organisatoren lieten zich dan ook vooral leiden door de vraag wat van belang was voor de wetenschappelijke vorming van de student. In de tweede plaats bood het ons een gelegenheid de VU beter te leren kennen. De sprekers waren nl. vu-hoogleraren. De lezingen werden destijds massaal bezocht. Ik herinner me dat n a afloop studenten uit verschillende faculteiten samen verder discussieerden. Is er in dese tijd nog plaats voor een Studium Generale? Ik denk dat studenten, juist n u we te maken hebben met de tweefasen structuur, elke gelegenheid moeten aangrijpen om over de schutting van het eigen vakgebied te kijken. Hier kan het Studium Generale een nuttige functie vervullen. Ik besef echter wel dat het Studium Generale niet meer dezelfde betekenis heeft als vroeger. Het was voor ons een van de weinige mogelijkheden voor algemene wetenschappelijke vorming. Sindsdien heeft deze vorming binnen het facultair studieprogramma veelal een eigen plaats gekregen, terwijl ook de media een belangrijkere rol vervullen. Wat vindt u van de onderwerpen? De onderwerpen hebben in de loop der jaren een grotere actualiteitswaarde gekregen. Ik heb daar begrip voor. Het betekent wel dat niet alle studenten zich voor een gekozen thema interesseren. Zolang over een reeks van jaren elke student in aanraking komt met het Studium Generale is dat niet zo erg.

Meer Info-artikelen op de pagina's 11 en 12

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's

Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 51

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984

Ad Valvas | 544 Pagina's