Ad Valvas 1984 - 1985 - pagina 222
AD VALVAS — 7 DECEMBER 1984
6
Tweede fase essentieel voor Nederlandse economie ^ Binnen enkele weken zal de Nederlandse industrie via de Raad voor de Centrale Ondernemingsorganisaties een rapport aanbieden aan de regering en de akademische wereld, waarin zij wijst op het enorme belang voor het Nederlandse bedrijfsleven van goede tweede fase-opleidingen. „Het zou mij toch hogelijk verbazen als dat niet wat resultaat zal opleveren" zegt ir. K. H. Veldhuis, lid van de Raad van Bestuur van Unilever. Tijdens de uitreiking van de Unilever chemieprijs liet hij al horen dat over enige tijd de wetenschappers uit het buitenland aangetrokken zouden moeten worden als er geen goede tweede fase zou komen. Wij hadden een gesprek met hem. Denkt u dat het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen en het parlement open sullen staan voor geluiden uit het bedrijfsleven? „Ja, ik denk het wel. Maar ik denk niet dat het uitsluitend een kwestie is voor de minister van Onderwijs en de Tweede Kamer. Ook voor de minister van Economische Zaken en voor de minister-president, want uiteindelijk raakt het de hele Nederlandse samenleving. Ik denk ook niet dat, als de industrie op de regering zal toestappen met haar aanbevelingen over de tweede fase, ze dan uitsluitend bij de minister van Onderwijs en Wetenschappen op bezoek zal gaan." Denkt u dat het falen van de universitaire wereld ermee te maken heeft dat sij alleen met de minister van O Wte maken heeft? „Ik weet het niet. Ik kan alleen mijn vermoedens daarover hebben. Ik denk dat de grootste moei-
Jos van der Schot lijkheid misschien is geweest dat vanuit de universiteiten zo'n enorme hoeveelheid gedachten n a a r voren is gekomen, dat het zeer moeilijk was om daar nog een soort van orde in te herkennen. In feite is deze berg voorstellen van tafel geveegd en naar de prullebak verwezen. Een beperkt aantal voorstellen is echter voor de Nederlandse economie van essentieel belang."
Wie betaalt? Wat vindt u van de suggestie om de tweede fase (gedeeltelijk) door het bedrijfsleven te laten betalen? „Er is hier sprake van een principieel verkeerd uitgangspunt. Het mogelijk maken van goede tweede fase-opleidingen is een onmis-
baar element in een voorwaardescheppend beleid, dat de regering voorstaat. Het idee om het bedrijfsleven te laten opdraaien voor de kosten zou, zo al denkbaar, inkonsistent zijn met tiet beleid. Wat met de ene hand wordt gegeven, zou met de andere hand weer worden afgenomen. Je krijgt bovendien op basis van de vraag 'wie moet dan wat betalen, wie geniet meer en wie geniet minder?' zo'n Babylonische spraakverwarring en zo'n tijdverlies, dat voordat we daaruit zijn de zaak allang overleden is, vrees ik. Ik denk dat dit een zodanig algemeen belang is, dat de Nederlandse samenleving dit dient te financieren. De tweede fase-opleidingen waara a n vanuit Unilever behoefte bestaat, zijn een onderzoekersopleiding, vooral op natuurwetenschappelijk gebied, van twee jaar, in een aantal gevallen te verlengen met maximaal twee jaar voor een promotie. Verder een tweejarige opleiding technologisch ontwerper, een tweejarige bedrijfskundige opleiding. En tenslotte een éénjarige bedrijfskundig commerciële beroepsopleiding voor afgestudeerden van een eerste fase in technische richting en een tweejarige accountantsopleiding in deeltijd. Niet alleen bij Unilever leven deze behoeften. Er is intensief overleg geweest tussen een aantal grote bedrijven, waaronder Philips, Shell en Unilever. Samen met Akzo en DSM vormen zij de vijf grootste internationale ondernemingen in ons land. Deze ondernemingen zijn goed voor ca. 70 procent van de onderzoeksuitgaven in de Nederlandse industrie. Het door de Raad voor Centrale Ondernemingsorganisaties uit te brengen rapport wordt naast
Ten aanzien van de twee-fasens t r u c t u u r doen zich twee problemen voor. Enerzijds bestaat er twijfel of voor sommige studierichtingen een cursusduur van vier jaar wel voldoende is om de opleiding volwaardig te laten zijn. Anderzijds bestaat er nog steeds onduidelijkheid over de precieze invulling van de tweede fase. Wat het eerste betreft, wordt dit ten aanzien van de geneeskundige opleidingen gesignaleerd in een eerste inventarisatie door de Academische Raad van de knelpunten bij de invoering van de twee-fasenstructuur (21 juni 1983, kenmerk A.R.-1495). Er wordt geconstateerd dat de „omvang van de kennis nodig voor de co-assistentschappen zodanig groot is, dat deze zeer moeilijk in een tijdsbestek van vier studieja-
ren is te verwerven". Voorts wordt gesignaleerd dat de studiedruk van de medische opleidingen zo groot wordt, dat sommige studenten daardoor in de knel komen. Dat de eerste fase geneeskundige opleiding niet volwaardig is, wordt erkend in de Beleidsnota Beiaard van 3 april 1984. Daarin stelt minister Deetman voor om dan maar een honderd procent doorstroom naar de tweede fase geneeskundige opleidingen mogelijk te maken. Dit overigens onder handhaving van een doorstroompercentage van 30 voor alle studierichtingen te zamen en ondanks de opmerking elders In de nota dat de tweede fase niet gewoon een voortzetting van de eerste fase mag worden. Wat de onduidelijkheid van de tweede fase betreft, die is al gedeeltelijk weggenomen: de onderzoekersopleiding wordt vervangen door assistenten-in-opleiding, de lerarenopleidingen blijven bij de universiteiten en over de medische opleidingen heb ik het boven al gehad. Blijven over de „overige beroepsopleidingen". Echter, het gevolg van de 100% doorstroom van de medische opleidingen te zamen met het totaal percentage van 30% doorstroom zal ztjn dat sommige studierichtingen geheel van een tweede fase verstoken zullen blijven. Immers, als in totaal maar 30% van de studenten mag doorstromen n a a r de tweede fase, en van die 30% moeten in ieder geval alle medische studenten deel uitmaken, dan blijft er voor de overige studierichtingen niet zoveel meer
Platform
Platform is een open forum voor meningen over actuele onderwerpen. Als regel nodigt de redaktie zelf mensen uit om bijdragen te leveren die tot diskussie prikkelen. Eigen initiatief is echter ook welkom. Bijdragen en reakties worden geschreven onder eigen verantwoordelijkheid; dat geldt ook voor journalisten van Ad Valvas als die zich op persoonlijke titel in de diskussie willen mengen. De artikelen zijn bij voorkeur niet langer dan plm. 1200 woorden, Eindredaktie: J a a p Kamer, ling. over. Voor de „overige beroepsopleidingen" zy dan ook te vrezen. Het totaalprobleem ziet er dus als
:.<*r
J^
*'*£.'»*. . t * * » ^
deze grote bedrijven ook gedragen door kleinere bedrijven. Waarom moeten die tweede faseopleidingen er komen? „Allereerst is het belangrijk dat de eerste fase goed in elkaar zit. Voor een grqot aantal leidinggevende funkties kan een eerste fase-oplel-ding een goed uitgangsp u n t vormen. Er is echter ook behoefte aan mensen met een diepere vaktechnische opleiding. Ten eerste aan mensen met een diepere kennis van zaken in de genoemde vakgebieden, die bovendien zelfstandig kunnen werken. En ten tweede aan mensen die geschikt zijn voor het echte wetenschappelijke werk. Het ziet er n a a r uit dat dit in Nederland aan het verdwijnen is. Als er geen goede tweede fase-opleidingen komen, heeft dit als direct gevolg dat Unilever voor jonge wetenschappelijke onderzoekers niet meer in Nederland terecht zal kunnen. Er zijn natuurlijk wel mogelijkheden voor ons om eruit te komen. Ik kan dat ene laboratorium natuurlijk in een ander land zetten. Dat zou natuurlijk tragisch zijn. Ik zou eerder nog proberen om mensen uit andere landen hier binnen te brengen."
Vakhengsten Hoe sou de toelating geregeld moeten worden? „Ik denk dat bij deze vakgebieden n a a r schatting toch ongeveer een kwart van de eerste fase-studenten in de tweede terecht zou moeten komen. En dat moeten natuurlijk de besten zijn. Dus niet diegenen die geen kans zien om een baan te krijgen. J e moet met de selectie zorgen dat je wat afgeronde mensen binnen krijgt, die de last van het studeren en later
Eerste fase: langer dan vier jaar? Juist op het moment dat de discussie over de tweefasenstructuur weer hoog opgelaaid is, heeft, in het weekend direct na de SRVU-actie, het congres der JOVD in Nijmegen een opmerkelijke uitspraak gedaan: schep de mogelijkheid om, indien dit wetenschappelijk en onderwijstechnisch noodzakelijk is, de nominale studieduur langer te laten zijn dan vier jaar.
''5'.
volgt uit: de eerste fase geneeskundige opleidingen is niet volwaardig, waardoor 100% doorstroom naar de tweede fase geneeskundige opleidingen noodzakelijk wordt, waardoor aan andere studierichtingen minder mogelijkheden geboden worden om opleidingen van de tweede fase in te stellen. De kern van het probleem zit n a a r ons oordeel in de eis dat de opleiding van de eerste fase volwaardig behoort te zijn. Voor een aantal opleidingen kan hieraan in vier jaar niet voldaan worden, zodat de oplossing daar gezocht moet worden. De JOVD, alsook de JOVD-VUfractie, is van mening dat om aan de eis van volwaardigheid altüd te kunnen voldoen, de mogelijkheid geschapen moet worden om, indien dit wetenschappelijk en onderwijs-technisch noodzakelijk is, de eerste fase opleiding een zodanige lengte te geven, dat daarmee een verantwoorde en dus volwaardige opleiding tot stand komt. Gevolg hiervan zou zijn dat er geen 100% doorstroom n a a r de tweede fase medische opleidingen nodig zou zijn, wat de andere studierichtingen meer mogelijkheden biedt om ook tot tweede fase opleidingen te komen. Hoewel dit voorstel van de JOVD een breuk lijkt met de hele tweefasenstructuur, is dit het niet. Immers, indien een bepaalde studierichting met een vierjarige opleiding kan volstaan, dan is een verlenging daarvan niet nodig. De intentie is een garantie te ge-
Ir. K. H. Veldhuis (Foto Stewart Galloway) het leiding geven op zich kunnen nemen. Green vakhengsten, mensen die uitsluitend dingen uit h u n hoofd hebben kunnen leren. Of dat binnen het Nederlandse bestel kan, zou ik niet kunnen zeggen. Het zou wel eens moeilijk kunnen zijn." Waarom laat het bedrijfsleven nu pas iets van sich horen? Bij het opstellen van de plannen was er nauwelijks kommentaar van het bedrijfsleven. „Ik zou haast denken dat het niet onverstandig zou zijn geweest, maar het is niet gebeurd. In de afgelopen zomer is vanuit het bedrijfsleven het één en ander gezegd over dit thema, maar het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen heeft hierop niet gereageerd. Tot voor kort heeft het bedrijfsleven aangenomen dat de tweede fase er zou komen in overeenstemming met de oorspronkelijke plannen. Ik heb tot mijn stomme verbazing op een goede dag ontdekt dat dat niet het geval is en dat men het zo maar even overboord laat vallen. Men heeft zich waarschijnlijk onvoldoende gereahseerd wat voor catastrofale zaak dit zou zijn voor de Nederlandse ekonomie."
Twee weken geleden demonstreerden de studentenbonden op initiatief van de SRVU tegen de huidige invulling van de twee-fasenstructuur. De JOVD-VU/A'dam stond inhoudelijk achter die actie maar wilde niet 'de barricaden' op. Op deze pagina een duscussie-bijdrage van de liberale fractie over de tweefasen. ven voor de volwaardigheid van de eerste fase. Pas als er een aantoonbare wetenschappelijke en onderwij s-technisehe noodzaak toe bestaat, zal de eerste fase uitgebreid mogen worden, anders niet. Bovendien ontstaan door deze systematiek betere mogelijkheden voor tweede fase opleidingen voor alle studierichtingen. Het effect van deze maatregel voor de huidige situatie zou vermoedelijk zijn, dat vooralsnog uitsluitend de medische opleidingen een langere eerste fase zouden krijgen, terwijl ook deze studierichtingen een beperkt toegankelijke tweede fase zouden " krijgen. Mogelijk zou zelfs een zodanige herprogrammering doorgevoerd worden dat de eerste fase geneeskundige opleiding opleidt tot huisarts, terwijl de tweede fase geneeskundige opleiding te zamen met het post academisch onderwijs zorg draagt voor de specialisten-opleidingen. Naar ons oordeel zou deze toevoeging aan de twee-fasenstructuur precies datgene mogelijk maken wat met de twee-fasenstructuur beoogd werd: een totale herprogrammering van het wetenschappelijk onderwijs in een breed toegankelijke, volwaardige wetenschappelijke opleiding en een beperkt toegankelijke vervolgopleiding. Eddy van den Bogaard.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1984
Ad Valvas | 544 Pagina's